Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

Dr. Wieknga heeft in de Geldersche Kerkbode n een drietal artikelen aangetoond, hoe ge vaarlijk de secte van de zich noemendvi Aposolische gemeente is.

Vooral de feiten, die hij in het laat sts artikel ieedeelt, over de bijoa goddelijke vareering, ie aan de zoogenaamde „apostelen" vsordt toe ebracht, zijn wel geschikt om de oogen te penen.

We nemen daarom uit dit artikel een deel ver:

Aangaande het apostelambt stipte ik reeds iets aan.

Omdat wij hier echter met de grondleer, - en k mag wel zeggen gronddwaling, - van de secte e doen hebben, moet van de opvattingen omtrent it ambt nog iets naders gezegd.

Daar de apostel beschouwd wordt als de voortgezette vleeschelijke openbaring van den Middelaar moest hem noodzakelijk het recht worden toegekend, elf genade uit te deelen.

Wanneer de apostel Hofman (apostel van Juda-Nederland, wonende te Enkhuizen) in het apostolisch Zondagsblad bedankt voor de ontvangene ieuwjaarswenschen, doet hij dit met de navolgende woorden: sMijne genade zij in Christus Jezus met allen, die het Lam in djt nieuwe jaar in de orde es wijnstoks volgen».

Toen de apostel Niehaus zijn sgsten verjaardag ad gevierd, werd in genoemd Zondagsblad gepubliceejd: ))0n dezen zoo gewichtvoUen jaardag s extra genade van| den genadestoel voor alle uchtende kinderen door het Woord Gods des veel eliefden stamapostelambts afgedragen, en de Engelen zullen op tijd en plaats bij de in erkentenis levende zielen afdragen».

Van een ander apostel, Klibbe in Z. Afrika, wordt medegedeeld, dat hij in een bijeenkomst in Claremont, een voorstad van Kaapstad, heeft gezegd: »De vele gebreken en tekortkomingen neem ik alle op mij en verbrand ze op het geheiligde Altaar der schuldvergeving*.

Om deze beschikking over de genadeschatten aoor het apostelambt zoo ontwijfelbaar mogelijk te maken, moet natuurlijk het ambt 'zelf zooveel mogelijk vergoddelijkt worden.

Krebs, die het eerste apostelhoofd werd en het sterkst de Goddelijkheid van het ambt gedreven heeft, schreef x^lDe ^Wachter Slons: E Alles zal onder eén hoofd tezamengevat worden, in hetwelk Jezus Konmg en Vader der vaderen zijn wil.. . Nu IS de vraag, of zulks erkend en gezien wordt, dat Jezus als de Heiland der zondaren, in éen der Apostelen »Voorganger« is in leer, wijsheid en kracht, waar de heerschappij op zijn schouders linte.

Bij een andere gelegenheid "schrijft Krebs in hetzelfde orgaan: sGod heeft zijn volk daarheen gevoerd, om te kunnen gelooven dien dien Hii gezonden heeft, in wien Hij de ééne zijn wil zooals ook uit de geschiedenis blijkt, dat Hij i'n den krmg der Apostelen, als Apostel onder hen zijn wil, en zoo gaan alle Apostelen van den eenen Apostel uit, maar in den éenen wil Hij de éene onder hen zijn. Die éene is van God gezonden, en lle anderen zijn van den éenen gezonden, als van hristus den grooten Apostel, en alle andere diearen zijn van de Apostelen in opdracht verordend ls hulpen in Gods Zendingswerke.

Naar deze opvatting is het verschil tusschen ome's paus, van wien alle ordening van kardinalen n priesters uitgaat, en den eersten Apostel, die als Christus andere apostelen uitzendt, niet bijster groot. En indien er verschil is, dan is het daarom, omdat de Apostolische gemeente Rome in ambtsvergoddelijking nog overtreft.

Natuurlijk hangt met deze ambtsleer ook samen het Roomsche onfeilbaarheidsdogma.

Zooals de apostelvader het leert, zóó is het. Zijn woord is een decreet, waarvoor de genaeente buigen moet.

In een geschrift i> LichtbUkken 'in het Doode rijkd bepleit vader Niehaus het goed recht van de verzegeling der dooden met een beroep op den Engelenzang. De menigte van hemelsche heirscharen was niet een koor van engele? i., maar een schar van afgestorvenen, zielen uit het doodenrijk, die den geboren Zaligmaker kwamen begroeten, somdat er nu menschelijke middelaars zouden komen, door wier bemiddeling zij nu ook de zaligheid zouden kunnen verkrijgen».

Uit kracht van de_ leer, dat het apostelambt een middelaarsambt is, moet de gemeente dergelijke fantasiën als openbaringen Gods aannemen. Ja, de consekwentie voert de Apostolischen zóóver, dat zij het ambt van Apostel vereeren met een mystieke aanbidding, die ons onwillekeurig het woord afgoderij op de lippen brengt.

In een van de gezangen der Apostolischen luidt het;

Heerlijk ambt, heerlijk ambt. Dat als Gods Apostelambt Ons ten leven is gegeven; Hem de zonden kan vergeven. Die zich aan deez' zending klampt.

In een ander gezang heft de gemeente aan:

't Apostelambt is onze rots, Waarop wij moeten bouwen Hij is in 't heden onze God Waarop wij ons vertrouwen.

Een Duitsch gezang gaat, zoo mogelijk, nog verder: Nun rühmet den Segen, den mein Knecht euch spendet.

Sein Tun erfrischt doch jedes Herz, Er is uns zur Speize van Gott gesendet, Vor seinem Mund flieht jeder Schmerz. Wer miszt die Liebe in raeinem Apostel? Wer watcht uns rein ohn' seine Hand? Er tragt den Schlüssel der HöU' und desTodes, lm Pleische steht hier Gott vor uns.

Hetwefk beteekent: Dankt nu voor den zegen, dien mijn knecht over u uitgiet, want wat hij doet is tot verkwikking van elks hart. Hij is ons tot een spijze van God gegeven, en voor zijn mond wijkt alle smart. Wien ontbreekt de liefde in mijn Apostel? Wie wascht ons rein zonder zijne banden? Hij draagt den sleutel der hel en des doods, in het vleesch staat God hier voor ons.

Van zulk een ambtsvereering tot de menschvergoding is slechts éene schrede.

Een opziener uit AmsterdamJ de Vries genaamd, verklaarde eens, dat zijne gerechtigheid niet voldoende was om te verkeeren in de nabijheid van Apostel Krebs-sToen schreef ik mijnen lieven Apostel Kofman, of hij mij met zijne gerechtigheid wilde dekken, opdat ik met den lieven Vader Krebs en zijne Apostelen in het hemelrijk der Aposteldaden ingaan kon, en het heilige vuur mij niet zou verterens.

Wèl heeft Dr. 't Hooft, die dit staaltje van Apostolische ))wijsheid« meedeelt, het recht te zeggen: »Is het, wanneer zulke regelen onder de oogen gebracht worden, te sterk uitgedrukt, als wij hier overnemen de krasse taal, waarmede de Heidelbergsche Catechismus de Paapsche mis veroordeelt en verklaren: sAIzoo is het Ajpostelaaibt der Hersteld Apostolische Merk in den grond anders niet, dan eene verloochening van de eenige offerande en het lijden van Jezus Christus, en een vervloekte afgoderij?

Neen, dit is niet te kras gezegd.

Wanneer onze Catechismus met het oog op de hedendaagsche ketterijen mocht vernieuwd worden (een herziening, die noodig is als brood, als wij zien op den ernst der tijden), dan zal zeer zeker met een beslistheid, door verontwaardiging verscherpt, tegen dergelijke Christusverloochening het protest der kerk uitgaan.

Ten bewijze, dat we hier Inderdaad te doen hebben met miskenning van den algenoegzamen en eenigen Naam, die tot zaligheid gegeven, en in wien het werk der verlossing volkomen is, nog het volgende.

In een bijeenkomst te Leiden, 21 Oct. 1904, sprak Kofman, terwijl Krebs ook in de vergadering tegenwoordig was:

„Het verheugt mij, dat Leiden wa-rdig geacht is den Zone Gods in Vader Krebs te mogen begroeten en ontvangen. Wat mij aangaat, ik zeg het onwaardig te zijn. De Zone Gods, ook in bet vleesch, kent allen en voor Hem is nie s verborgen. Daarom tot ulieden de vraag: Kunt gij Hem in Vader Krebs ontmoeten? (De gemeente antwoordt; neen!) Toen ik gisteren op reis ging, was ik eenerzijds verblijd mijn God in het vleesch te ontmoeten, doch aan de andere zijde was ik bevreesd. Vader Krebs zeide mij echter bij de ontmoeting: Vrede zij u! Dit was voor mij een steen »van" het graf des harten. Sedert de ongeveer 3 jaren van lichamelijke afwezigheid des 1. Apostels Krebs, hadden wij méér kunnen doen. Voor eigen zaken is harder gewerkt dan voor het Werk Gods. Verootmoedigen wij ons. alzoo, opdat wij genade verkrijgen van onzen God in en door 1. Vader Krebs. In den bijbel leest men : Heer! spreek slechts één woord! Ook wij zeggen tot onzen Heer: Spreek maar één genadewoord”.

In het verslag wordt dan verder vermeld; «Allen verootmoedigden zich als kinderen bij monde van Vader Kofman, en het genadewoord nam hunne zonden weg.”

Het summum van wat wij eenvoudig godslastering noemen, staat echter te lezen in een verslag van de begrafenis van Krebs. Hierin worden profetische woorden uit Jes. 53, die van den Middelaar zijn gezegd, op Krebs toegepast.

„Een onafzienbare lange lijkstoet zette zich door de straten der stad in beweging, zoodat Brunswijk nu zien kon, wanneer het wilde, wie tot hiertoe binnen zijne muren gowoond had. Dat aan den ouden, eerwaardigen, ea eenvoudigen grijsaard, vele duizenden menschen in reine en opgewekte liefde en eerbied hingen, zooals v/el zelden een sterveling ten deel is gevallen, zag men hier duidelijk. Men kan hier wel zeggen: hij is als een arme gestorven, maar als een rijke begraven. Hij heeft zijn leven tot schuldoffer gegeven, en is uit den angst en het gericht genomen, wijl hij om de misdaad der menschen een geplaagde was. Hij heeft zaad in menigte; en het besluit en werk des Heeren d or zijne hand aangevangen, zal tot verschrikking der hel voortgaan en verder gedijen, daarom, omdat zijne ziel gearbeid heeft.”

Het is uitnemend, dat Dr. Wielenga deze feiten noemt.

Er is metterdaad in deze secte een degeneratie van het Christendom, die schrikwekkend is.

Ea niets kan beter dienst doen, om deze secte te bestrijden, dan haar van de duisternis in het licht te halen, en te toonen, wat ze voor measchenvergoding drijft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 april 1908

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken