Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Directeuren der Vereeniging voor Hooger

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Directeuren der Vereeniging voor Hooger

9 minuten leestijd

Amsterdam, 30 October 1908,

Directeuren der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag laten er geen gras over groeien.

Zoodra het concept-contract, regelende het verband tusschen de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Theologische faculteit der Vrije Universiteit te Amsterdam, hun namens de Generale Synode der Gereformeerde Kerken vi^as toegezonden, hebben zij dit contract ter fiae van praeadvies in handen van Curatoren en Hoogleeraren der Vrije Universiteit gesteld. Nu beide genoemde colleges hun oordeel over dit contract ter kennisse van Directeuren hebben gebracht en de aanneming ervan wenschelijk hebben gekeurd, roepen Directeuren de leden der vereeniging op tot een buitengewone vergadering, die Vrijdag 6 November te 2 ure in het gebouw Irene zal gehouden worden. Deze vergadering, dis alleen voor leden toegankelijk zal zijn, zal dan definitief over de aanvaarding van dit contract te beslissen hebben.

Deze spoedige behandeling van zaken is zeker gewenscht. Uitstel tot de gewone jaarvergadering in Juli zou te lang hebben opgehouden. Nu dit vraagstuk eenmaal aan de orde is gesteld, dient het ook hoe eerder hoe beter tot definitieve oplossing te worden an gebracht. Bovendien is ieder, dank zij de op de Synode gehouden discussies, thans het en best , op de hoogte van het onderwerp , en kan daarom de beslissing nu het veiligst worden genomen. En eindelijk ligt in deze spoedige ; behandeling pok een blijk van deferentie voor de Gereformeerde Kerk, die men niet te lang op antwoord wil laten wachten.

Al twijfelen v/e niet, of de ledenvergadering zal in overeenstemming met het advies van Directeuren, Curatoren en Hoogleeraren dit concept-contract wel aanemen, toch dient het gewicht van deze beslissing voor de Vrije Universiteit wel helder in het oog te worden gehouden.

In haar eerste optreden heeft de Vrije Universiteit een zeer ruim standpunt ingenomen; ze wilde niet voor een enkele groep of kerk, maar voor alle gereformeerden tot een zegen zijn. Vandaar dat ze aanvankelijk met opzet zich bij niet één gereformeerde kerkengroep aansloot. Deze toestand is echter allengs door den drang der omstandigheden gewijzigd. De Synode der Hervormde Kerk nam van het eerste optreden der Vrije Universiteit af een min of meer hostiele houding tegenover haar aan. Door allerlei bezwarende bepalingen werd het feitelijk aan de a.s. predikanten der Hervormde Kerk onmogelijk gemaakt, aan de Vrije Universiteit te studeeren. Voor de kweekelingen dezer Hoogeschool werd de deur, die tot het predikambt in de Hervormde Kerk toegang gaf, zoo goed als hermetisch gesloten. Resultaat is dan ook geweest, dat met één uitzondering alle studenten in de Theologie buiten de Hervormde Kerk predikant zijn geworden. Toch was dit het ergste niet. Aanvankelijk was er nog een breede groep van predikanten en kerkeraden, die de Vrije Universiteit met hun sympathie en gaven steunden. Maar na de Doleantie hield èn die sympathie èn die gave zoo goed als op. Zoo werd het steeds moeilijker om met de gereformeerde broeders in de Hervormde Kerk voeling te houden. Hun ideaal bleek steeds meer te zijn, niet een vrije gereformeerde universiteit, maar herwinning van den invloed op de openbare Universiteiten. Kerstening der Lands faoogescholen en herstel van de Theologische faculteit op christelijken grondslag werd hun parool. Werd daardoor eenerzijds de band tusschen deze groep en de Vrije Universiteit losser, anderzijds kon de Vrije Universiteit haar oog ook niet sluiten voor het feit, dat door de , Separatie en de Doleantie een machtige kerkengroep was opgetreden, die niet alleen de kweekelingen der Vrije Universiteit met graagte ontving en de School met haar gaven steunde, maar die uit dezelfde Gereformeerde beginselen leefde, waarvoor de Vrije Universiteit het pleit wilde voeren. Alleen deze Kerkengroep bood daarom waarborg, dat een nauwer band voor de handhaving van het doel der Universiteit niet schadelijk, maar eer bevorderlijk zou zijn.

Vandaar dat de Vrije Universiteit haar aanvankelijk gereserveerde houding op kerkelijk terrein varen liet en naar nauwer verband met deze Kerken streefde. Het eerste verband werd gelegd met de Nederlandsche Gereformeerde Kerken op de Synode te 's-Gravenhage in 1891, waarbij aan deze Kerken zeker recht van toezicht werd gegeven bij benoeming der hoogleeraren in de Theologische faculteit; een verband, dat na de vereeniging met de Kerken uit de Separatie, tot heel deze groep werd uitgebreid. Een schrede verder op dezen weg werd gezet op de ledenvergadering te Utrecht in 1904, toen de vereeniging in haar statuten de bepaling opnam, dat al haar Directeuren, Curatoren en de Hoogleeraren in de Theologie lid der Gereformeerde Kerken moesten zijn. En het zal slechts de logische consequentie van dit proces zijn, wanneer de Vereeniging thans door de aanneming van dit nieuwe contract het beslissend oordeel over de zuiverheid der belijdenis van de hoogleeraren in de Theologie, aan de Synode der Gereformeerde Kerken toekent.

Dat deze ontwikkeling de Vrije Universiteit min of meer verwijderen moest van de broeders in de Hervormde Kerk is een nadeel, dat we waarlijk niet gericht achten. Ons ideaal blijft, dat onze Gereformeerde Hoogeschool niet voor een deel, maar voor allen, die de Gereformeerde belijdenis liefhebben, een middelpunt van vereeniging zou mogen zijn. Al leven we kerkelijk gescheiden, we zijn toch zonen van hetzelfde huis en de band des bloeds blijft trekken. Niets zou ons dan ook liever zijn, dan wanneer deze mannen broeders, brekend met den valschen waan der volkskerk, tutinslitueering eener werkelijk Gereformeerde Kerk konden komen. Dan zou vanzelf de vraag aan de orde moeten komen, in hoeverre de Vrije Universiteit ook met deze Kerkengroep te rekenen had.

Zoover is het echter nog niet, en de teekenen des tijds wijzen er niet op, dat het in afzienbaren toekomst daartoe komen zal. Eer schijnt het, alsof het geschil, dat eerst alleen over den besten weg van kerkherstel liep, steeds meer een principieele tegenstelling wordt, die in verband met Art, XXXVI heel het kerkelijk en politiek leven beheerscht. De Vrije Universiteit kan daarom onder deze omstandigheden niet anders doen dan rustig haar eigen weg vervolgen.

Die weg nu leidt onder Gods bestel er toe, dat onze Hoogeschool nauwer aansluiting zoekt bij de Gereformeerde Kerken, vooral voor haar Theologische faculteit. En ze doet dat niet om tijdelijk voordeel of om meer studenten te krijgen, maar in de eerste plaats om een geestelijk belang.

De historie toch heeft geleerd, hoe een Theologische faculteit, die geheel buiten contió'e der Kerk staat, zoo licht van het standpunt der belijdenis kan afwijken. Van onze Hoogescholen is het bederf der ketterij telkens uitgegaan; niet alleen in de dagen van Arminius, toen het giftig zaad door Leidens Universiteit gestrooid, maar al te welig in de Kerken opschoot, maar even goed nadat op de Dordtsche Synode het pleit tusschen Armijn en Gommaar beslist was. Schier alle ketterijen, die de Kerken ontrust hebben, vonden in de Hoogeschool haar oorsprong. Niet één Akademie in ons land is aan het bederf ontkomen. Coccejus en van der Heijde te Leiden; Roell te Franeker; de jonge Aiting te Groningen hebben de vastigheid der belijdenis ondermijnd; en zelfs Utrecht, het langst een bolwerk der orthodoxie, zag ten slotte den vijand binnen zijn poorten sluipen. Dit is geen toevallig verschijnsel, maar ligt in den aard der zaak zelf. Een hoogleeraar, die geroepen is de Theologie wetenschappelijk te onderwijzen en verder te brengen, loopt daarbij zoo licht gevaar van het zuivere spoor af te wijken. Zoo is het niet alleen in ons land gegaan; zoo ging het in de Kerk der Hugenoten, waar de school van Saumur het bederf in de Kerk inbracht; ' zoo ging het in Schotlandinde Vrije Kerk; zoo ging het overal.

Nu mag dit gevaar op dit oogenblik niet zoo groot zijn.

De machtige beweging van de herleving der Calvinistische beginselen, waaruit onze Hoogeschool geboren werd, werkt daartoe nog te sterk na. Bij Directeuren, Curatoren en Hoogleeraren is maar één aandrang, om de Gereformeerde beginselen te handhaven. Bovendien ligt in het feit, dat de Vrije Universiteit niet leeft van de Staatskas, maar fiaantieel gedragen wordt door ons Gereformeerde volk, stellig een niet gering te achten waarborg. Maar al stellen we dit op den voorgrond, men vergete toch niet, dat het geslacht der voortrekkers allengs ouder wordt; dat een nieuw geslacht straks hun plaats zal innemen; dat de historie ons leert, hoe na een periode van opwekking, steeds een periode van inzinking volgt. En wie waarborgt ons, dat er dan g< ; en hoogleeraar zal komen, die door groote wetenschappelijke gaven en persoonlijken invloed de geesten meesleept en op een verkeerd spoor hen leidt!

Het is daarom in het belang niet alleen der Kerken, maar evenzeer van de Universiteit zelve, dat door de Kerken toezxht wordt geoefend op de trouw aan de belqdenis der hoogleeraren. Directeuren en curatoren hebben dat zeker in de eerste plaats te doen, maar een dubbele controle kan zeker geen kwaad. Voor de handhaving van haar levensbeginsel moet de Universiteit zelve dat medetoezicht der Kerken wenschen. Want al moet terstond worden toegegeven, dat ook de Kerken kunnen afglijden, en afgegleden zijn, van de waarheid, en daarom aan de Kerken nooit een absoluut en onfeilbaar gezag kan worden toegekend, toch is dat gevaar van afwijking bij de Kerk minder groot en heeft Christus haar de leiding des Heiligen Geestes beloofd.

Oaze Gereformeerde vaderen hebben daarom steeds gewild, dat de Kerken over de hoogleeraren in de theologie toezicht zouden houden. Natuurlijk is dat nooit bedoeld in Roomschen zin, alsof de Kerk onfeilbaar zou wezen, en haar beslissing voor de theologische wetenschap in absoluten zin gelden moest. Wie zulk een beginsel in ons midden verdedigen zou, zou door ons in het aangezicht worden wederstaan. Maar van zulk een eisch is gelukkig geen sprake. Het voorgestelde verband is geen recht, dat de Kerk als een Goddelijk recht laat gelden, maar een contractueele regeling, die door de Universiteit vrijwillig wordt aanvaard en daarom ook weer verbroken kan worden, wanneer het beginsel dat eischen zou. Indien de generale Synode naar de overtuiging der Vrije Universiteit een beslissing nam, die tegen Gods Woord inging, zou de opzegging van dat contract terstond moeten volgen. Ook de hoogeschool van Wittenberg is voor de banbul van dea paus tegen Luther, geen oogenblik uit den weg gegaan, maar heeft Luther gehandhaafd ais hoogleeraar, en elke Protestant looft daarom Wittenberg's Akademie.

M< iar, mits dit goed worde ingezien, is het medetoezicht der Kerken voor de Universiteit geen dwang maar een voordeel. Zoolang de Kerk het pand der belijdenis, haar toevertrouwd zuiver bewaard, ligt in de controle der Kerken een waarborg voor de z liverheid van beginselen onzer Universiteit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Directeuren der Vereeniging voor Hooger

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 1908

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken