Bekijk het origineel

Peo Rege.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Peo Rege.

19 minuten leestijd

DERDE REEKS. (Derde gedeelte).

Cbriatus Koningscbap en bet Gezin.

XVI.

Weet gij niet, dat uwe lichamen leden van Christus zijn ? I Cor. 6 : I5a.

Brengt de heerschappij van Christus in de Christelijke gezinnen teweeg, dat 't gezin dat niet heeft, ontvangt van de gezinnen die wel hebben; dat in de tweede plaats de behoeften getemperd worden, en alzoo de uitgaven minderen; en dat ten derde het vertrouwen op onken Vader die in de hemelen is, de bezorgdheid voor tevreden zin doet wijken, — het moet ook als een zegen die uit Jezus Koningschap in het Christelijk gezin afvloeit, geëerd, dat de heerschappij van Christus de werkkracht en veerkracht verhoogt, en dit in den meest uitgebreiden zin. Maar al te velen hebben hier geen oog voor, omdat ze het Koningschap van Christus alleen voor de ziel nemen, en het lichaam er buiten laten, een begrijpelijk maar toch uiterst bedenkelijk inkruipsel. Tal van gevallen toch zijn aanwijsbaar, waarin deze te eenzijdig geestelijke opvatting van Christus Koningschap zeer schade-Iqken invloed heeft geoefend op den welstand en de welvaart van het gezin. Wie tot bekeering kwam beeldde zich dan in, dat de gewone aangelegenheden van het bedrijf 'tzij kantoor of winkel, werkplaats of fabriek, nu beneden zijn geestelijke waardigheid waren. Dat moest hij nu overlaten aan de onbekeerde leden van het gezin. Hij moest leven in de dingen van het Koninkrijk Gods, en wijl hij dedingen van het Koninkrijk Gods alleen in het geestelijke zag, liet zulk-een dan zoo licht zijn zaken loopen, of althans legde er zich niet meer met de borst op toe, en onttrok zich, zoodra het slechts even kon, om zich buitenshuis aan een vergadering, een evangelische bijeenkomst of dergelijke te wijden. Ais gevolg hiervan verliep dan niet zelden zijn zaak. Zachtkens-aan ging hij sociaal achteruit. En meer dan één winkel is gezien, die tot op de bekeering van den winkelier, zooal niet bloeide, dan toch goed beklant was, maar die na zijn toebrenging tot Christus zijn fleur verloor, en al spoedig geen goed bestaan meer opleverde voor heel het gezin. Ja, zelfs meer dan het bestaan, 'va. geldelijk opzicht, werd niet zelden door deze te eenzijdig geestelijke opvatting aangetast. Ook de zaken van 't gezin zélf begonnen minder belangstelling in te boezemen. Er werd aan al dit uitwendige, aan het in orde houden van den inboedel, aan goede gezonde kokerij, aan netheid, zindelijkheid, regelmaat enz. minder gehecht. Vaak trad verwaarloozing en slordigheid in, en ook in dit opzicht is menig gezinsleven door de bekeering van vader of moeder zienderoogen achteruitgegaan. Zelfs zijn er gezinnen, waarin het als gevolg van deze te eenzijdig geestelijke opvatting zelfs tot verwaarloozing van de opvoeding der kinderen kwam. Opvoeding voor het burgerlijk leven had haar waarde verloren. Ook voor de kinderen kwam het toch eeniglijk op geestelijke bekeering aan. En aan die geestetelijke bekeering kon vader en moeder zoo bijna niets doen. Dat kwam, als 't kwam, van Boven, niet ais vrucht van opvoeding, maar door een vonk van 't Pinkstervuur. En zoo heeft, wie dit schrijft, dan ook zelf familiën gekend, waarin de bekeerde personen altoos lazen, of bijeenkomsten hadden, of buitenshuis verkeerden, tot het dusgenaamd „Christelijk gezin" ten leste zelfs beneden het wereldsche gezin gezonken was.

Met het oog hierop nu is het zoo hoog noodig, en hebben weer nadruk op te leggen, (3at Christus onze Koning is, volstrekt niet alleen over onze ziel, maar even beslist ook over ons lichaam. Het eenzijdig geestelijk drijven wordt in de Schrift nergens gesteund, maar steeds bekampt en bestreden. Het lichaam is evenzoo Gods schepping als onze ziel. Enkel geest te zijn, is het deel der engelen, wij menschen daarentegen hebben een tweeledig bestaan, onzienlijk en zienlgk te gelijk. Er mag tijdelijke scheiding intreden, het lichaam mag evenals de boom in den herfst vallen laten, wat het in de lente weer in hooger en rijker vorm weergeeft. Evenals rups ea kapel, kan de vorm van het lichaam worden afgelegd, om straks in edeler vorm te ontplooien. Maar nooit geeft de Schrift toe aan de valsche meening, alsof ons lichaam ons slechts voor dit leven ware gegeven, en oer alsof ons onsterfelijk leven enkel een leven «1 zou zijn. • Straks komt veeleer opstan-< ^"g; in die opstanding komt het lichaam g weer uit; uit in hooger gedaante; en gelijk gemaakt aan het veirheerlijkte lichaam van Christus. Bij den Christus zelf is het lichaam zoo weinig bijzaak dat we den lofzang beluisteren: „Mij hebt Gij het lichaam toebereid, " Dit lichaam van Jezus is de openbaring van de menschelijke natuur die hij aannam. In dit lichaam is hij gezien. Door dit lichaam kon hij spreken en zich openbaren. Alleen door dit lichaam was zijn Kruis en zijn werk der verzoening mogelijk. En als hij den zoen volbracht heeft, wordt dit zijn lichaam niet als nu voortaan onverschillig afgelegd, maar op den derden dag hernomen; gelijk eens op Tabor, nu in duurzame heerlijkheid verhoogd; en in dien verheerlijkten toestand vaart hij ten hemel op, om daarboven in het Vaderhuis niet alleen een menschelijke ziel, maar oo\ieen menschelijk lichaam in te dragen.

In verband hiermee nu vraagt de apostel aan de Kerk van Corinthe: Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn.'" Esn zser sterke uitdrukking, niet dat onze ziel, maar dat ook ons lichaam een lid van Christus is, en dan nog wel vlak voorafgegaan door het niet minder krasse zeggen: Het lichaam is voor Christus, en Christus voor het lichaam." Er staat niet eens: Ook voor het lichaam" maar kort af: Christus is voor het lichaam." Want wel staat er letterlijk: Het lichaam is voor den Heer e, en de Heere is voor het lichaam", maar het staat vast, dat Heere hier niet God, maar Christus aanduidt, en wel den Christus als Heere, d. i. in zijn Koninklijke Majesteit, Er volgt dan ook onmiddellijk op: En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ook ons opwekken door zijne kracht", wat vanzelf op Jezus slaat, en op niets anders slaan kan. Zoo sterk zelfs is de nadruk, die hier op het lichaam, in verband met Jezus Koningschap, wordt gelegd, dat het kapittel eindigt met den oproep: Zoo verheerlijkt dan God (eerst) in uw lichaam, en (voorts) in uw geest welke Godes zijn". Alzoo het lichaam - voorop. En hiermee hangt dan ook rechtstreeks saam de hooge opvatting van het lichaam der geloovigen ais een tempel des Geèstes. „Of weet ge niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, die in u is, dien gij van God hebt, en dat gij uzelfs niets zijt? " In zeer eigenlijken zin wordt hier alzoo op het lichaam der geloovigen voor Christus als onzen Koning beslag gelegd. Het lichaam van een kind Gods is voor Christus, evengoed en niet minder dan zijn ziel of zijn geest. Ook in dat lichaam moet Christus verheerlijkt worden. Wie in Christus wordt ingelijfd, wordt ingelijfd niet alleen met zijn ziel, maar ook met zijn lichaam. En zoo komt 't dan tot de belijdenis in I Cor. 6:15, dat „onze lichamen leden VAD Christus zijn."

Hierin nu, dat in het Christelijk gezin Christus ook over het lichaam Koning is, ligt, met name wat den kuischen levenswandel betreft, voor het gezin een onmetelijke schat. Niets verontrust en verwoest het gezin meer dan het insluipen van alles wat met het booze woord van ontucht genoemd wordt, Ontuchtin de gesprekken, ontucht in de lectuur, ontucht in den omgang, ontucht in de daad. Is het gezin door God gefundeerd in de trouw van man en vrouw, dan spreekt het vanzelf dat het fundament van het gezinsleven gescheurd wordt, zoodra die trouw op breuke uitloopt, hetzij van den man, hetzij van de vrouw. „Aile zonde die de mensch anders doet, is buiten het lichaam, maar die ontucht bedrijft zondigt tegen zijn eigen lichaam." Niets is er dat zoozeer ais die trouwbreuke het gezinsleven verwoest. Het voorbeeld der ouders slaat op de kinderen over. Heel de levenstoon wordt in het gezin verpest. JDoor niets zoozeer, als door de betuiging des apostels: „Uw lichaam, o, - man en vrouw, is hetuwe niet meer, het is nu van Christus geworden", is aan het insluipen van die ontucht in het Christelijk gezin paal en perk gesteld. Met opzet hebben we daarom de beteekenis van Christus Koningschap over het lichaam, niet bij het persoonlijk leven behandeld, maar bespraken we het liever bij het gezinsleven. En mits men het maar in al zijn diepte peile, dat ons lichaam niet buiten Christus staat, maar in Christus is ingelijfd, ea niet meer ons toekomt, maar een lid van Christus is geworden, doorziet men terstond, hoe 't waarlijk geen overdrijving is, zoo we zeggen, dat het Koningschap van Christus over ons lichaam, niet minder dan zijn Koningschap over ons zieleleven, de stut en steun is van het Christelijk gezin.

Ook al weet toch meer dan een zich voor de daad van ontucht te bewaren, ook de eest van ontucht doet in het gezin reeds zooveel kwaad. Die geest voedt onheiUge neigingen; geeft smaak in onkuische en on kiesche toespelingen; kweekt een levenstoon aan, die niet he'H^, voor God is; bederft daardoor de goede iseden; geeft smaak voor onreine lectuur en onreine platen; en doet een dikken nevel opstijgen over het geestelijk leven. Zelfs is het in overgeestelijke Christelijke gezinnen meer dan eens gezien, dat men, het lichaam voor Christus niet rekenende, onder den schijn van broederlijke en zusterlijke vertrouwelijkheid, in verregaande onkuischheid verviel, en ten leste zich niet schaamde een soort lichamelijke gemeenschap te prediken, die met allen eisch van kuischheid spotte. Men weet wat de naaktloopers in de i6e eeuw te Amsterdam aandorsten. Men herinnert zich, hoe onder de dusgenaamde heiligen der laatste dagen gemeenschap der vrouwen was uitgebroken. En ook uit onzen tijd zijn de gevallen bekend, dat deze overgeesteHjke broederschap tot algeheele opzijzetting van den huwelijksband geleid heeft. Ook onder de Antinomianen zijn de voorbeelden hiervan maar al te dikwijls aan het licht gekomen. En dit alles nu komt er van, zoo men wei met < & ^^w/rekent in haar gemeenschap met Christus, maar met het lichaam ais van ondergeschikte waardij naar goedvinden solt, en zich dan ook ten opzichte van dit gedegradeerde lichaam alles veroorlooft, wat de zinnen ingeven. Het is uit dien hoofde geen bijzaak, dat de apostel Paulus zoo scherpen nadruk op het Koningschap van Christus ook over ons lichaam legt. Jezus zélf had er op gewezen, dat satan èn lichaam èn ziel verderft in de hei. Ook hier het lichaam voorop, omdat de schade die aan de ziel toekomt, in den regel (de gevallen van hoovaardij nu daargelaten) met het lichaam begint; vooral zoo we onder het lichaam tevens verstaan heel de sfeer die met het lichaam in het zinlrjke en zienlijke saamhangt. Het is daarom een stellige fout, zoo men die beteekenis van het lichaam terugdringt, en In de predicatie niet aandurft. Gezegd mag, dat juist de Gereformeerde belijdenis althans in haar oorspronkelijke zuiverheid ten deze een zuiveren toon aangaf. Calvijn's optreden was ook hier meesterlijk. Maar evenmin mag er het oog voor gesloten, dat deze echt Gereformeerde geest ook uit de Gereformeerde Kerken, met name in de tweede helft der i8e eeuw, geweken was, en plaats had gemaakt voor een geestelijke eenzijdigheiden overdrijving, die zoo nameloos veel kwaad heeft gesticht.

Maar hiermede is de hooge beteekenis voor het gezinsleven van het Kosingschap van Christns over het lichaam nog in 't minst niet uitgeput. Veeleer is ook voor die gezinnen, waar, Gode zij dank, de duivel der ontucht buiten de deur bleef, die beteekenis allerminst zonder gewicht, met name voor de huishouding van het gezin en voor de vrouw. Vergeet toch niet, dat verreweg het grooter deel van de huishouding zich om het lichaam beweegt. Van de 24 uren van elk etmaal gaat in 't gezin een derde weg aan den slaap; dan een niet zoo gering deel aan de maaltijden, aan het zich wasschen en zich kleeden; en voorts is een overgroot deel van den dan nog vrijen tijd aan de huishouding gewijd, aan de verzorging van de woning, aan de zorge voor de kleeding, aan het bereiden van het voedsel, en aan de zorge voor de kleine kinderen, bij wier opvoeding van hoogere geestelijke ontwikkeling nog slechts voor zeer klein deel sprake is. Als ge in een druk gezin de dagclijksche beslommering van de huismoeder nagaat, zult ge dan ook bevinden, dat schier al haar tijd en bemoeiing gewijd is aan de verzorging van het lichaam, en aan de woning die bij het lichaam hoort, en er als 't ware het omhulsel van is. Vooral zoo de middelen niet toelaten, andere vrouwelijke hulp in huis te nemen, en de moeder met haar dochters voor alles opkomt, is het één slaven en sloven van den vroegen morgen tot den laten avond, om in de zorge voor het lichaam niet te kort |te schieten. Bij velen wordt hulp ingeroepen, en ontstaat hierdoor gelegenheid, om ook enkele uren aan hoogere ontwikkeling te wijden, maar bij 80 pet. gaat schier geheel de dag voor de vrouw in de zorge voor lichaam en woning op. De goedkoope gereedmaking van de kleeding buitenshuis spaart thans heel wat tijd, die vroeger aan het stoppen, verstellen en naaien heenging, en werkte in zooverre zegenrijk. Maar reeds de booze stof is pp zichzelf zulk een vijandin van het vrouwelijk leven, dat het rein-en zuiverhouden van heel het huis vaak zwoegen doet. De zorge voor een pasgeboren wicht, die zooveel van de moeder vergt, is de eerste drie jaar bijna uitsluitend zorge voor het lichaam, De wasch en wat hiermee saamhangt, strekt om de bekleeding van het lichaam en dus ook de linnenkast, die evenzoo voor het lichaam en de woning is, in staat van netheid en zuiverheid te houden. De slaapvertrekken met al wat er toebehoort, en die eiken morgen en eiken avond nieuwe verzorging vragen, dienen allereerst het lichaam. De verwarming in den winter van de vertrekken, en het zorgen voor warmer kleeding, dient het lichaam. Zelfs de tuin bij het huis, zoo er een tuin met bleekveld is, dient om het goed te bleeken, vrucht van een enkelen boom te plukken, of frissche lucht in te ademen, en ook dit alles doelt op het lichaam. We zeggen daarom natuurlijk niet, dat het leven van de huismoeder in de zorge voor het lichaam opgaat; ze kent gelukkig ook oogenblikken van hoogere verheffing, dat ze ter kerke gaat, en Gods Woord leest, door goede lectuur zich verrijkt of een ontspanning geniet; maar met dat al valt 't niet weg te cijferen, dat het leven van de huismoeder, vooral in die duizenden gezinnen zonder vrouwelijke hulp, voor steilig drie vierde in de zorge voor het lichaam opgaat.

Dit nu zoo zijnde spreekt het vanzelf, dat ge het leven van de vrouw en haar gezin naar beneden drukt, zoo ge het lichaam, waaraan haar zorge bestendig gewijd is, voor onbeteekenend in den dienst van Christus verklaart. Maar dan ook omgekeerd, dat ge het leven van de vrouw in het gezin adelt, zoo ge met de Heilige Schrift belijdt, dat ook het lichaam een „lid van Christus" is, en dat zijn Koningschap ook over dit zoo vaak geminacht deel van ons wezen gaat. Zindelijkheid krijgt dan veel hooger beteekenis, en de zorge daaraan besteed wordt geheiligd. Voor gezond, goed verteerbaar, naar eisch toebereid voedsel te zorgen, wordt dan een eereplicht. Op reine, in den winter goed verwarmde kleeding toe te zien, wordt dan een lust. Goede nachtrust te bevorderen, te waken voor een frissche, zuivere atmosfeer en zooveel meer, het wordt dan al één zorgen voor iets dat niet buiten Christus omgaat, maar hem "toebehoort; voor iets waarvan de Schrift getuigt, dat het „een lid van Christus" is. Zoo valt de scheiding weg. Niet nu en dan een kwartier uurs in den dienst van Christus verkeeren, om dan weer uren lang voor dat laagstaande lichaam te zorgen, maar heel den dag in dienst van onzen Koning verkeeren, zoowel in de oogenblikken van geestelijke bezigheid als in de uren die aan de zorge voor lichaam en woning worden besteed. Altoos onder het Koningschap van Christus leven. In alles voor hem bezig zijn. Heel den dag en heel den nacht wijden aan wat zijns is. Dan toch eerst zijn we zijn eigendom naar lichaam en ziel; gaat zrjn heerschappij over heel ons leven, over heei ons bestaan, en zoo ook over heel de huishouding, en als verzorgster daarvan de bezigheid der vrouw daarmee in zijn dienst ingeschakeld. De o vergeestelijke zienswijze verlaagt de vrouw, de Schriftuurlijke opvatting die lichaam en ziel beide onder Christus plaatst, verheft geheel haar leven. En niet 't minst daaraan is het toe te schrijven, dat in goed Gereformeerde kringen de vrouw zoo veeiszins hooger staat, niet omdat ze haar huishouding als bijzaak beschouwt, maar juist doordat ze zich in hoofdzaak schier uitsluitend hieraan toewijdt.

In het bijzonder moet hier nog op de ziekte van het lichaam worden gewezen. Alle krankheid vraagt om bijzondere verzorging, en juist op dit terrein toont heel Jezus leven, hoe hij zich ook het lichaam aantrok, en volstrekt niet alleen voor de ziel zorgde. Steeds verzamelden zich de kranken om hem, en al de dagen van zijn omwandeling op aarde ging het gerucht uit van de zorge die hij aan de kranken wijdde en hen door zijn wondermacht genas. Dit heeft hier beteekenis. Ware in Jezus die eenzijdige overgeestelijkheid geweest, die zoovelen thans op het dwaalspoor leidt, zoo zou hij tot hen die hem de kranken brachten, hetzelfde gezegd hebben wat hij zijn moeder ten antwoord gaf: „Wist ge niet dat ik zijn moest in dedingen m.rjns Vaders? " Maar zoo doet Jezus volstrekt niet. Altoos komt hij op voor ziel en lichaam beide. De hongerigen voedt hij door een wonderdadige spijziging, en de kranken van alle gading laat hij tot zich komen, en geneest ze. En als Johannes zijn jongeren zendt, om te vragen of hij wel waarlijk de Messias was, antwoordt hij niet: „Zeg aan Johannes dat ik het Evangelie predik, en ook nu en dan een kranke genees", maar omgekeerd: Zeg aan Johannes dat de blinden zien, de dooven hooren, de stommen spreken, de kranken genezen worden, én dan ook, dat aan de armen het Evangelie wordt verkondigd." Van verwaarloozing van het lichaam is alzoo in heel het Evangelie geen sprake. Veeleer kan men zeggen, dat de Chris­ tus aan het lichaam zijn wondere kracht heeft besteed. Op niet één punt treedt bij Jezus het dualisme tusschen geest en lichaam op den voorgrond. Als het lichaam roept tegen den geest, dan, ja, wordt het lichaam teruggedrongen. Maar op zich zelf genomen wijdt, Jezus aan het lichaam minstens evenzeer zijn aandacht als aan de ziel. Nooit en nergens is het lichaam voor Jezus een hoegrootheid die veronachtzaamd kan worden. Als het dochterke van Jaïrus is opgewekt, zegt Jezus, dat men „het dochterken wat te eten zal geven, "

Dit optreden van den Christus Consolator geeft zijn terugslag op heel het huislijk leven, met name wat gezondheid en krankheid betreft. Krankheid moet niet alleen waar ze uitbrak genezen worden, maar zooveel dit mogelijk is worden voorkomen. Het sana mens in sano corpore, d. w. z. een gezonde geest kan alleen in een gezond lichaam huizen, geef hier den maatstaf aan, en al de zorge die de huismoeder aan haar gezin besteedt, om aller gezondheid in stand te houden, wat schaden kon te voorkomen, en krankheid verre te doen blijven, is zorge in dienst van Jezus onzen Koning, is doen wat hrj deed, en treden in zijn voetstappen. De vrouw des huizes moet de mater consolatrix, de moeder der vertroosting, in haar gezin zijn. En breekt er krankheid uit, dan is haar plaats bij het krankbed, en gaat in de zorge voor het kranke lichaam van man of kroost, haar dagtaak en vaak haar nachtrust op.

Voor het lichaam te zorgen wordt in dien zin niet maar een stoffelijke bezigheid, maar een heilige roeping Eensdeels omdat goede zorge voor het lichaam den gezonden geest in het gezin onderhoudt, tot meer krachtsontwikkeling leidt, tot hooger ijver bekwaamt, tijd doet uitsparen, en tot hooger betoon van veerkracht in staat stelt. Maar ook anderdeels, omdat goede gezonde ontwikkeling van het lichamelgk leven het pessimisme bant, een frisschen levenstoon in het gezin onderhoudt, en, wat men vooral niet vergete, op het nakomende geslacht gunstig inwerkt. Een geslacht leeft niet alleen voor zichzelf. Wat er uit het thans levende geslacht zal voortkomen, hangt zoo goeddeels af van de vraag, of het tegenwoordig geslacht in gaven welstand van het lichaam leeft, dan wel ziekelijk is, dan verzwakt, en in frissche levenskracht achteruitgaat. Aan de kinderen worden de zonden der ouders bezocht, en ook de verwaarloozing van het lichaam wreekt zich maar al te bitter aan het nakomend geslacht. De sport wordt thans overdreven, en neemt een veelszins zondig karakter aan, in zooverre ze beoogt, om een titanische lichaamskracht te ontwikkelen, om de pbysische kracht van zijn lichaam te kunnen roemen. Maar op zichzelf heeft ook de poging om door flinke beweging en opzettelijke oefening het lichaam te sterken tegen de schadelijke invloeden die er van alle zijden op inwerken, wel terdege hare beteekenis. Want al is het waar, dat een goede verzorging van het lichaam vooral daarin haar loon vindt, dat ze de kracht van den geest verhoogt, toch blijft het naar luid der Schrift vaststaan, dat ook het lichaam op zichzelf, ook afgezien van den geest, zijn hooge beteekenis in het Koningschap van Christus heeft. Het is onzen Koning niet enkel om het lichaam als voertuig van het geestelijke te doen, maar ook om het lichaam zelf. Ook ons lichaam zelf is een wonder kunstproduct van Gods scheppende mogendheid, en ook dit lichaam heeft evengoed als de ziel een eigen bestemming. Er schuilt ook in dit lichaam een kiem van wat eeuwig zijn zal, en het is Christus die, als de laatste ure gekomen is, ook in ditlichaam zichzelf zal verheerlijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 juni 1909

De Heraut | 4 Pagina's

Peo Rege.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 juni 1909

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken