Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Opgebaren baar Nij te boren was.”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Opgebaren baar Nij te boren was.”

9 minuten leestijd

[HEMELVAARTSDAG.]

Wat zoude het dan zijn, zoo gij den Zoon des menschen zaagt opvaren, waar hij tevoren was. Joh. 6 : 62,

Tweeërlei gewaarwording moet op hetoogenblik, dat Jeïus ten hemel opvoer, in het hart der aposiden geworsteld hebben. Ëenerzijds een pijnlijk gevoel van scheiding, omdat hun Heere en Meester van hen ging, maar tegelijk een hoog gestemd gevoel van vreugde, dat voor Jezus het einde van zijn vernedering was gekomen en dat zijn heerlijkheid nu inging.

Van zijn ontvangenis af tot aan zijn hemelvaart was die staat van vernedering slechts één. kort oogeablik door de verheerlijking op Tabor onderbreken, maar voor het overige had ze tot aan zijn Opstanding voortgeduurd. Sinds was Jezus slechts enkele malen aan zijn jongeren verschenen, nog met de litteekens in de handen, nog etecds en nog drinkende, en alzoo nog aan onze menschelijke behoeften onderworpen. Maar nu eerst, nu hij ten hemel opvoer, zou het kleed der vernedering geheel worden afgeschud, en keerde hij terug in de heerlijkheid, waar hij te voren was.

Zoo icch heeft Jezus zelf zijn hemelvaart gekaraktesiseerd, toen hij, reeds kort na zijn optreden, te Kapernaum aan zijn discipelen vroeg: „Wat zou 't dan zijn, zoo gij den Zoon des menschen zaagt opvaren, waar hij te voren was." Ojk Henoch was zonder sterven van deze aarde weggenomen, en Elia de profeet was voor Eliza's oog in glorie verhoogd, maar èn Hencch èn Elia gingen zóó voor 't eerst ten hemel in. Bij Jezus daarentegen is de hemelvaart een terugkeer naar het Vaderhuis, en daarin spreekt het zich uit wat het voor Jezus moet geweest zijn, drie en dertig jaren lang naar dezE aarde gebannen te zijn geweest, en de heerlijkheid van den hemel te hebben moeten missen.

Iets van wat die vernedering op deze aarde, en daarra zijn hemelvaart, moet geweest zijn, kunt ge u voorstellen, door u in te denken, dat ge, na eerst de pracht dezer natuur gekend te hebben, werd afgelaten in een duizelend diepe onderaardsche mijn; dat ge in die mijn bij tanend lamplicbt dertig jaren lang hadt moeten teevee; en dat men nu eindelijk u weer naar boven ophaalde, en u het genot herschonk van het liefljk zonlicht en van Gods prachtige natuur om u heen. Het is zoo, de vergelijking zou nog veel te flauw te zijn, maar iets doet ze toch door uw ziel gaan van wat het voor Jezus moet geweest zijn, eerst-het volzalig hemelleven gekend te hebben, toen naar deze aarde te zijn neergelaten, hier in deze door zonde en ellende verdonkerde wereld drie en dertig jaren geleden te hebben, en nu van den Olijfberg weer als te worden opgetrokken naar die zonnige heerlijkhtid der hemelen, waarin hij van te voren was. De apostel wijst er zoo met nadruk op, als bij zegt: „Nu dat hij is opgevaren, 'wa is het, dan dat hij ook is nedergedaald in d nederste deelen der aarde." Schier letterlijk het beeld van die mijn.

En toch voer Jezus niet op, gelijk hij nedergedaald was.

Toen hij te voren in den hemel was, schitterde hij van eeuwig in de majesteit van het Eeuwige Woord, maar onze menschelijke natuur was hem vreemd. Na zijn nederdaliug op deze aarde daarentegen had hij uit de Moedermaagd onze menschelijke natuur aangenomen, en was alzoo in zijn vernedering ingegaan, om in dien staat van vernedering tot op de ure van zijn Verrijzenis te volharden. Eén doorloopend lijden van de Kribbe tot aan het Kruis, van Bethlehem tot Golgotha en het graf.

En nu is dit het voor ons alleszeggende, dat hij bij zijn hemelvaart die menschelijke natuur niet weer afljgt, maar in die uit Maria ontvangen natuur de^e aarde verlaat om in den hemel terug te keeren.

Hij nam ons in Maria aan, en het ons op den Olijfberg niet los. Zijn menschwording is geen tijdelijk, voorbijgaand aantrekken van een kleed, dat hij weer aflegt, ais hij naar het Vaderhuis terugkeert. Het aannemen van onze natuur is blijvend. Hij zal de Godmensch voor eeuwig blijven, en zeiis bij zijn terugkeer tot deze aarde onze menschelijke natuur uit het Vaderhuis, uit het docrluchte paleis der hemelen me4dri^en.

En hierin lag zijn verheerlijking.

Als het Eeuwige Woord, als Zone Gods en zelf God, kon hij niet verheerlijkt worden, maar hierin bestond zijn ; verheerlijkicg, dat de vernederende menschelijke natuur die hij aannam, gelijk reeds op Tabor geprofeteerd was, uit haar aardsche gestalte uitging en een hemelsche gestalte aannam. Wat zeggen wil, dat al wat zonde door smaad en ellende in onze menschelijke natuur jammerlijk had gemaakt, haar vernedering afschudde, en nu in hooger glorie, dan ze eens in het paradijs bezat, zou schitteren in den hemel bij God. Naar Gods beeld geschapen, was onze natuur in het paradijs gezet, bestemd om uit de paradijsglorie zich tot nog veel hooger glorie op te heffen. Het eens voltooide ideaal van het kind Gods, dat naar de gelijkenisse Gods gemaakt was.

En die verheerlijking nu, in zijn Verrijzenis reeds aangevangen, gaat uu in zijn opvaren ten hemel door, door tot hij daarboven gezet wordt aan de rechterhand Gods, en zijn heerlijk Koningsschap als het Koningsschap van den Middelaar ingaat, Zooals de mensch, in de ure der Schepping, in majesteit voor de aanschouwing Gods had gestaan. zoo werd onze natuur, toen hij terugkeerde waar bij te voren was, in den hemel verwezenlijkt, De Middelaar in de voltooide menschelijke natuur, gelijk ze door God vooruit bepaald was.

Eu juist dit nu maakt, dat Jasus opvaren ten hemel geen scheiden is. Skchts wordt de orde nu omgekeerd. Bij zijn nederdalen is het een ons zoeken in onze vernedering, bij zijn hemel vaart is het een zich zetten in den hemel, om ons tot zich op te heffen. Het groote werk der Verlossing is met de hemelvaart niet afgeloopen, maar treedt daardoor een geheel nieuw stadium in. Eerst is het een nederdalen tot ens, nu wordt het voor ons een opklimmen tot hem. Hij iaat ons niet aan ons lot over, maar zal uit den hemel op ons inwerken, ons bezielen, ons verheffen, en straks, is 2ijn ure gekomen nogmaals tot deze aarde nederdalen, doch dan niet om nogmaals in onze vernedering in te gaan, maar om het oordeel te voltrekken, en heel deze wereld, gereim'gd en geheiligd, in het leven der heerlijkheid op te nemen. Een nieuwe aarde onder den nieuwen hemel, waar niets dan Goddelijke gerechtigheid glinsteren zal.

Met zijn hemelvaart gaat Jezus niet tot de ruste in, maar klimt hij op tot verhoogde werkza'^.mheid. Met een kracht, die in de jaren van zijn omwandeling niet van hem kon uitgaan zal hij van nu af, alle eeuwen door, tot aan de voleinding, deze wereld regeeren en heiligen, en eenmaal, is het einde daar, haar met den hemel één maken. Dan valt alle scheiding weg. Dan zal 't al één zijn, de hemel zal tot ons nederdalen, en onze aarde in de heerlijkheid worden opgenomen. En dan zal 't zijn God alles en in allen, en daarmee eerst het groote werk der Verlossing voleind zijn.

Op aarde was Jezus' werkzaamheid beperkt tot één land, tot één enkele plek waar hij heden of morgen vertoefde, en tot een klein gehoor, dat zich om hem verzameld had. Alles eng, klein en bepaald. Maar nu gaat zijn werkzaamheid naar alle land en alle volk uit. Na heerscht hij over alles. Nu is hij bekleed met alle macht in gansch den hemel en over de gansche aarde. En dit was het, wat hij zijn discipelen aanzei, toen hij tot hen sprak: Hei is u nut dat ik wegga. Neen, zijn hemelvaart is geen van ons scheiden, maar een ons nader komen. Een ons allen steeds nabij zijn in den Heiligen Geest. Zelf zei Jezus het immers: „Ik en de Vader zullen komen en woning bij u maken" en voor wie sterft eer hij wederkomt, „ik zal ze allen tot mij trekken".

Een tot zich trekken, zelfs eer ge steift. Immers een kind van God denkt niet alleen aan Jezus in zijn gedachten, en maakt zich van Jezus, aan de rechterhand Gods gezeten, niet slechts een voorstelling, maar hij heeft hier op aarde reeds met Jeius levensgemeenschap. Hij weet zich Jezus mystieke lichaam ingelijfd. Hij bloeit als rank op den wijnstok. Je^us laat hem niet varen, om eerst bij zijn sterven zich weer aan hem te openbaren. Krachten uit den hooge zendt Jezus uit om in hem te werken. Hij is van zijn Jezus, en Jezus woont in hem. Het is één trekken naar boven in de ziel van Gods kind, uit deze wereld uit, altoos naar Jezus toe. Ons leven is met Christus nu reeds verborgen in God.

Met Jezus' hemelvaart begint onze hemelvaart, om te zoeken niet de dingen die beneden zijn, maar de dingen die boven zijn, waar Christus is.

Zoo wordt het een vooruit inleven in de hemelen. Op aarde in deze wereld vreemdeling, maar in de hemelen thuis. Met Jezus hemelvaart verplaatst zich voor al Gods kinderen het centrum van het leven van beneden naar boven En dit duurt tot we worden afgeroepen. En dan is ons eigen sterven het opvaren ten hemel van Gods kind. Het is zoo, alles geeste lijk. Afgesneden van al 't zinlijke van onze zintuigen. Maar toch een ingaan in het Vaderhuis, met bekwaamheid om Jezus te zien in , !ijn majesteit, en in het Vaderhuis het voltooide kindsleven te genieten.

Eu dan wachten we, en dan beiden we, tot de ure der voleinding komt. Tot de Koning van zijn troon naar de aarde wederkeert, en hij ook ons verderfelijk lichaam in heerlijkheid zal doen verrijzen, om ons eerst alsdan in onze t volkomen menschelijke natuur, en van alle e smet en vlek ontdaan, eeuwiglijk in de glorie van onzen Heiland de zaligheid met volle teu gen te doen indrinken.

o, Jezus hemelvaart is zoo rijk voor het heden reeds, en zoo overrijk aan profetie van wat komen zal. Van wat komen zal voor hem en voor u.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1910

De Heraut | 4 Pagina's

„Opgebaren baar Nij te boren was.”

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1910

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken