Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dr. A. Kuyper heeft zijne breede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dr. A. Kuyper heeft zijne breede

9 minuten leestijd

Amsterdam, 3 Nov. 1911.

Dr. A. Kuyper heeft zijne breede studie over Onze Eeredienst, die hij indertijd in de Heraut begon, maar, door anderen . arbeid verhinderd, ter helfte afbreken moest, thans voltooid en in den vorm van een lijvig boekdeel uitgegeven. Zeker is daarmede voldaan aan den wensch van velen, die met b^'zondere belangstelling deze artikelenreeks gevolgd hadden, en die het daarom te meer betreurden, dat het slot ontbrak, n waarin zeker niet het minst belangrijke o deel van den eeredienst nog behandeld moest worden. Wie een hart heeft voor onzen eeredienst en dien gaarne ook in onze Gereformeerde Eerken meer tot z^n recht wilde doen komen, kan thans nog beter dan in een reeks artikelen een beeld krijgen, van wat Dr. A. Kuyper zich als ideaal voorstelt en daaraan de in onze Kerken gevolgde practijk toetsen.

Zonder onzen zeis te willen slaan in het maaiveld van onzen redacteur-recensent, meenen we juist met het oog op het groot belang van dit werk voor de practijk onzer Gereformeerde Kerken, op dit werk de aandacht onzer lezers te mogen vestigen Dr. A. Kuyper heeft toch niet alleen een verklaring en toelichting gegeven van den onder ons bestaanden eeredienst en de daarbg gevoegde liturgische formulieren, maar hij heeft ook critiek geoefend; critiek op de wijze, waarop onze eeredienst was ingericht; critiek op de voor dien eeredienst voorgeschreven gebeden, psalmen en formulieren; critiek ook op hetgeen wel niet officieel was voorgeschreven, maar toch door eeuwenlange usantie als een soort wet onder ons gold. Hij wees op ernstige leemten en gebreken in onze U-turgische formulieren, die vooral met het oog op de. Zending dringend aanvulling behoefden; hg wees op veel in onze liturgie wat thans verouderd was, en bij onze tijdsomstandigheden niet meer paste en daarom door iets beters behoorde vervangen te worden, zooals met name ons Huwelijksformulier en de wijze van tucht te oefenen; hij wees er op, hoe het eigenlijkt element van den cultus in onze godsdienstoefeningen veel te weinig tot zijn recht komt, en hoe hierin verbetering kan worden aangebracht, ook door de gemeente meer actief aan den eeredienst te lateo deelnemen. Hij toonde daarbij aan in zeer gelukkig gekozen voorbeelden, aan buitenlandsche Kerken ontleend, hoeveel rijker de ontwikkeling der liturgie kan zijn, zonder in den vormendienst der Roomsche Kerk te vervallen. En al mag men in een enkel onderdeel misschien met den schrijver van gevoelen verschillen, niemand die dit met gloed en bezieling geschreven werk doorleest, zal niet gevoelen, hoevee) beter onze eeredienst aan zijn bestemming zou voldoen, wanneer hij naar dit beeld kon worden gereformeerd.

We hopen daarom van harte, dat onze Gereformeerde Kerken met deze studie haat winst zullen doen. Ook voor onzen eerediensi geldt, wat Prof. Bavinck in zijn meesterlijke oratie ons herinnerde, dat we niet orthodox zijn d.w.z. niet zweren bij het eenmaal be staande en vastgestelde, maar het „ecclesia semper reformanda": de Kerk moet steeds meer gereformeerd worden om aan haar hoog ideaal te beantwoorden, — tot ons paroot hebben gekozen. Terugkeer naar hetgeec onze Vaderen als kostelijk erfdeel ón.'hadden nagelaten, was noodig, opdat di historische lija weer werd opgezocht en wt dien band met ons glorieus verleden weer zouden voelen. Aan de willekeur, waarmede men in de Hervormde Kerk jarenlang met de liturgie onzer Gereformeerde Kerken had omgesprongen, moest een einde gemaakt ook om weer scherp te doen uitkomen, dat rt, de liturgie niet het privaat jachtveld var den predikant is, maar het eigendom der gemeente. Een bad in de kloeke taal door onze Gereformeerde vaderen in hun liturgie aangeslagen, was noodig, om van alle valsche mystiek, overdreven sentiment en verkeerde beschouwing der sacramenten ons te reinigen. Maar we zouden onze roeping ontrouw worden, wanneer we alleen in repristinatie kracht zochten, zwoeren bij hetgeen onze Vaderen hadden vastgesteld en geen moed hadden om verder te bouwen op het door hen gelegde fundament, of te verbeteren, wat niet meer past in de lijst van onzen tijd.

Ongetwijfeld legt daarom dit werk van Dr. A. Kuyper over onzen eeredienst een " ernstige vraag voor aan onze Kerken. Hij wil toch niet alleen in een schoon beeld ons laten zien, hoe de eeredienst wel kan zijn, maar zijn doel is tegelijk, reformatorisch op den bestaanden eeredienst onzer Kerken in te werken. Zeker behoort daarbij groote omzichtigheid te worden betracht. Dr. A. Kuyper zelf raadt aan, hier niet ruw in te grijpen. Waar het conservatisme op liturgisch gebied zoo machtig is, dat zelfs de kleinste verandering zoo licht tot ernstige conflicten in de gemeente kan leiden, daar mag men niet ter wille van een vorm de eenheid der gemeente in gevaar brengen. Ook schuilt in dit conservatisme, al mag het dan soms op kleinzielige wijze zich uiten, toch een zeer kostelijk element. Zooals elk volk vasthoudt aan zijn nationale gebruiken; elke provincie aan haar eigenaardige gewoonten gehecht is, en zelfs in eiken familiekring een zekere vaste traditie zich doet gelden; zoo is het ook in de gemeente van Christus. Juist in die vormen en gebruiken spreekt zich de continuïteit van zulk een lering uit, de band met het voorgeslacht, en daarom is het eer te prijzen dan te laken, wanneer men niet te spoedig 't de palen door de vaderen 'gesteld, verzetten wil.

Toch mag daarom het malum benepositum non movere, het verkeerde, wanneer het eenmaal zich vastgezet heeft, moet ge niet veranderen, niet onze regel wezen. Gold het hier alleen enkele bijkomstige vormen, die tot het wezen der zaak niet af-of toedoen, dan kon men voor dit Conservatisme uit den weg gaan. Maar dat Is niet zoo. Het is niet eenvoudig een quaestle van vorm, of het element van den cultus in onzen eeredienst beter tot zijn recht behoort te komen; niet eenvoudig een quaestle van vorm, of de hinderlijke wijze waarop in onze Kerken gecollecteerd wordt en waardoor niet zelden de aandacht van de prediking wordt afgeleid, bestendigd blijft; iet eenvoudig een quaestle van vorm, of ns huwelijksformulier wel op voldoende wijze het Christelijk huwelijk ons voor oogen stelt; niet eenvoudig een quaestle van vorm, of ons doopsformulier van volwassenen wel voor de Zending past. Al deze vragen, en ze zouden met nog zoo vele te vermeerderen zijn, raken wel degelijk het geestelijk belang der gemeente.

We hopen daarom dat dit werk van Dr. Kuyper een invloed ten goede zal hebben. Voor alle dingen is noodig, om eiken schijn van opgelegden dwang te voorkomen, dat ons volk ook in dit opzicht worde voorgelicht. Ds gemeente zelf moet eerst leeren inzien, wat nog aan haar eeredienst ontbreekt. Èa de prediking èn de catechisatie èn de pers kan mede helpen om den weg tot verbetering voor te bereiden. Voor zoover ver betering of aanvulling onzer liturgische formulieren dringend behoefte is, zou nu reeds van de Kerken zelve een verzoek kunnen uitgaan tot de eerstkomende Synode om deze zaak ter hand te nemen. Ot^erlader. is het agendum onzer Synode niet meer; eer valt er te klagen, dat onze jongste Synode te weinig te doen bad. Tal van vraagstukken die met het werkelijk belang belang onzer Kerken al zeer weinig te maken hadden, namen haar tijd in beslag en wat zoo broodnoodig besproken had moeten worden, werd niet behandeld, omdat de Eerken dienaangaande geen gravamina hadden ingezonden. Neem het agendum van de Nationale Synode van Dordrecht «.'an 1618, zie daar hoe elke provinciale Synode een reeks van belangrijke onderwerpen had ingezonden, die rechtstreekt aet leven der Eerken raakten, en ge zult voelen, hoe metterdaad onze Kerken dit maal in gebreke zijn gebleven en zelf de '^chuld dragen, wanneer van een magere Synode gesproken werd. Op onze volgende Synode moge het vraagstuk van den eeredienst daarom een eerepiaats innemen.

Maar ook in afwachting van wat de Synode beslissen zal, kan toch nu reed» joor onze Kerken zelf zeker wel naat ^verbetering worden gestreefd. Het is voor or-ze Kerken toch wel ietwat beschamend. dat de Hervormde Kerk ons het voorbeeld moet geven, hoe de eeredienst beter kan worden ingericht. Zooals toch 'va.é.iNieuvüe Rotterdammer werd medegedeeld, heeft Dr Gerretsen bij den Kerkeraad te 'sGravenhage een proeve van liturgie voor den hoofddienst der gemeente ingediend. Het bericht luidde aldus:

„De Kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te 'sGravenhage, gezien hebbende de proeve eener liturgie voor den hoofddienst der gemeente, door Dr, Gerretsen ingediend op zijn vergade riig van 5 October, betuigt gaarne zijn symps.thie met den inhoud dezer proeve vac liturgie."

De voorsteller lichtte deze motie toe en liet ai-komen, dat hij in de godsdiecstoefeningen, nis nu al te veel leerdiensten zijn, meer he= "kment der aanbidding op den voorgrond wilde pl'iatsen.

Naar de bedoeling van Dr. Gerretsen zou \x> de Kloosterkerk gedureoden eenigen tijd de dient liturgisch zijn ingericht. Het gebed, de 'schuldbelijdenis, het gezang, de Belijdenis des G loofs, enz. zou dan door een korte preek nrofden gevolgd, en alzoo een grootere plaats tan de aanbidding des Heeren worden inge uimd.

Het doel van den voorsteller der motie vond bijna algemeen bijval. De „proeve van liturgie" verwierf die bijna eenstemmige goedkeuring oiet, zoodat de motie met 33 stemmen werd asügenomen. 8 leden verklaarden zich tegen h».ar en 4 wenscliten buiten stemming te blijven.

Natuurlijk kunnen we over deze „proeve v? aa liturgie" niet oordeelen wat de bijzonderheden aangaat. Ook sch^nt het ons niet zonder bedenking, dat in een bepaald kerkgebouw een aparte liturgische dienst wordt gehouden, al wordt daaraan een korte predikatie toegevoegd. Met Luther houden we vast aan het beginsel, , dat de prediking van Gods Woord het eerste en voornaamste stuk van elke godsdienstoefening der gemeente wezen moet. Maar het is tcch al te dwaas, wanneer Dr. de Lind wan Wijngaarden, die in het Gereformeerde Weekblad dit bericht bespreekt, daarboven plaatst: Op den weg naar Rome. Het is juist Calvijn geweest, die te Straatsburg den eeredienst aldus heeft ingericht, dat daarin ook een afzonderlijk gedeelte werd g : wijd aan gebed, schuldbelijdenis, gezang, voorlezing der wet en de geloofsbelijdenis, en in de liturgie onzer vroegere Gereformeerde Kerken in Nederland was dit evenzoo voorgeschreven. Op weg naar Rome had dus eigenlijk moeten luiden: Naar Calvijn terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 november 1911

De Heraut | 4 Pagina's

Dr. A. Kuyper heeft zijne breede

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 november 1911

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken