Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Zichzelven vernederd”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Zichzelven vernederd”.

7 minuten leestijd

„2itö3EÏtiEn faetncöerii".

En in gedaante gevonden als een mensch, heeft hij zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja den dood des kruises. PhUip. 2 : 8.

Eerst heeft de Zone Gods zichzelven vernietigd, en toen Hij zichzelf vernietigd iiad, is hij voortgeschreden, en heeft in de tweede plaats zichzelven vernederd.

De zelfvernietiging lag in de gesialtenisse. Hij was in de gestaltemsse Gods, en heeft toen die gestaltenisse Gods afgelegd en de gestaltenisse aangenomen van een dienstknecht. Wie in de gestaltenisse Gods is, heerscht, wie in de gestaltenisse van den dienstknecht overgaat, legt alle heerschappij af, aanvaardt het vlak omgekeerde, en is ondtrworfen. Hierin lag altoo voor den Christus de eerste groote verlossingsactie, dat hij, die als God heerschte, nu als dienstknecht in staat van., onderworpenheid overgmg. Hij die schiep, ging over in de gestaltenisse van 't creatuur. £n dit was de zeltvernietigingvui den Zone Gods.

Doch hierbij bleef het niet.

Die in de gestaltenisse Gods was, werd nu mensch en verscheen deswege in de gestaltenisse van een dienend creatuur, maar niet alle creatuur staat op één lijn. Reeds in de starren aan het Firmament is mderscheid. De zon is

meer dain de dwaalsteiren die zich om haar wentelen. In het plantenrijk ziet ge hetzelfde, zoo ge het kruipende mos met den hoog opgaanden ceder vergelijkt. En wie maar het lam in zijn gedachte naast den leeuw plaatst, voelt aanstonds dat de leeuw de meerdere is. En zoo nu is 't ook onder menschen. Zich de menschen als onderling gelijk te denken, is zich verliezen in een droom. ; Zooals er geen twee bladekens aan eenzelfden boom gelijk zijn, zoo ook vindt ge geen tweetal kinderen der menschen, of er is verschil tusschen. Verschil in hun positie, zoo wat hun uiterlijke gedaante als wat hun innerlijk wezen betreft. Er zijn reuzen en dwergen, er zijn zwakke en sterke, er zijn hoogbegaafde en zeer ordinaire menschen, en daar komt nu nog 't verschil in levenspositie bij. De een is machtig door de positie waarin zijn geboorte hem plaatste, den ander loopt ieder voorbij. Er zijn er die zich in overvloed baden, en er zijn er die het noodigstc derven. Er zijn er die macht ontvingen, en er zijn er die vergeten hun dagen slijten. Er is onder menschen een hooge, en er is onder menschen een lage positie. Ook al draagt al wat mensch heet 't type van Adam, toch is de een groot onder de kinderen der menschen en de ander is klein.

Meer nog, wie eerst klein is, wordt niet zelden verhoogd. Denk slechts aan David, eerst als herdersknaap en straks als Koning. Maar er zijn er ook die eerst hoog stonden, en toen vernederd werden, oi zichzelf vernederden, en dit laatste nu spreekt de apostel van den Christus uit. „In gedaante, in gestaltenisse geworden als een mensch, heeft MJ zichzelven vernederd".

Niet, let wel, alsof de Christus eerst onder menschen hoog was, en toen tot lager stand onder menschen afdaalde, maar in zulk een zin, dat de Zone Gods, die, mensch wordende, van veel hooger dan menschen kwam, onder menschen optredende een lagej, een nederige plaats onder hen innam.

Wel zoudt ge kunnen zeggen, dat hij begon met in Bethlehem zeer hoog onder menschen te zijn, toen de Engelen in Efrata zijn lof bezongen, en de Wijzen uit het Oosten hem hun goud en myrrhe brachten, maar noch het een noch het ander maakte hem groot, plaatste hem hoog onder menschen. Reeds in de Kribbe en in de windselen sprak veeleer, in socialen zin genomen, diepe zelfvernedering.

En dit uu is wat hier aangrijpt: de Christus onderging dit lage niet, maar koos en nam 't zelf. Hij werd niet door het bestel Gods, dat over hein beschikte, vernederd, maar koos 't zelf aldus, en daarom legt de apostel er nadruk op, dat de Christus zichzelf heeft vernederd.

Had aan ons de beschikking gestaan, er zou slechts één roep geweest zijn: „Indien de Zone Gods onder ons menschen komt, dan zij voor hem de hoogste eere, die onder menschen denkbaar is. Voor hem dan onder menschen de glorie. Alle schatten der aarde voor hem uitgespreid. En alle macht onder ons menschen, alle heerschappij en alle mogendheid hem op de schouders gelegd"!

Naar menschelijk bestel zou de Christus Koning aller koningen en Keizer aller keizers moeten geweest zijn, en zich in pracht en weelde, in den glans van grootheid en majesteit hebben kunnen baden.

En zulk een positie van macht en glorie had de Christus kunnen kiezen, maar die koos hij niet. Hij koos omgekeerd, wat hem in nederigen stand plaatste. Zoo begon het in den stal te Bethlehem, zoo teekende het zich nog scherper af op de vlucht naar Egypte, zoo bleef het dertig jaren lang te Nazareth in het stille gezin uit den ambachtskring. Niets wat aan hoogheid, niets wat aan grootheid deed denken. Van de 33 jaren zijns aardschen levens heeft Jezus er 30 stil en vergeten doorleefd, in klein burgerlijk bestaan. Zïlfs tot den Dooper was de wetenschap van zijn verblijfnog niet doorgedrongen. Kort na Jezus geboorte was er een kleine opschudding in den kring van Zacharias geweest, maar nu wist niemand buiten Nazareth meer van iets. Jezus scheen geheel vergeten, en tot aan den Doop toe blijkt zelfs van gemeenschap tusschen Jezus en Johannes niets. Voor ons zoo ongelegen die 30 lange j«en, waarvan, op dien éénen tempeltocht na, zelfs het kleinste gerucht niet tot ons kwam.

En nu de drie jaren die daarop volgden. Aangrijpend is de tegenstelling. Nu op eenmaal heel 't land met den Rabbi van Nazareth bezig. De machthebbers en de geleerde scholen te Jeruzalem al spoedig enkel met Jezus doende. Maar ook zoo blijft Jezus maatschappelijke positie als mensch onder de menschen zeer nederig. De vossen hadden holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des Menschen had niet waar hij 't hoofd kon nederleggen. Geen eigen woning. Geen eigen bezit. Geen eigen inkomen. Een leven van liefdegaven. Groot was zijn wonder woord en wonderwerk, maar klein was hij naar de wereld gerekend, Men van gansch nederigen staat onder menschen.

En hierbij bleef het niet.

Zeer koit voor zijn sterven drukte de Christus zijn zelfvernedering symbolisch voor zijn jongeren uit, toen hij zich als een slaaf omgord had, zijn discipelen op de rij af, zooals ze aan tafel zaten, de voeten wies, en met ontroerde stem tot hen sprak: Gij noemt mij Heere en Meester, „maar ik ben onder u als één die dienf.

Lees en herlees het in Johannes 13 hoe diep dat voetwasschen Jezus aangreep. „Jezus dan, wetende dat de Vader hem alle dingen in de hand gegeven had, en dat hij van God uitgegaan was, en tot God heenging, stond op en omgordde zichzelven". En vlak daarop volgt: „Jezus, deze dingen gezegd hebbende, werd ontroerd in den geest". En toen volgde de aankondiging van het verraad.

Telkens en telkens wees Jezus hierop. De discipelen konden er maar niet inkomen, en toch moesten ze 't verstaan: „Wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij aller diensiknechf', want, en dan volgt er weer het wondere mysterie: „ook de Zoon des menschen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen".

Nooit neemt Jezus voor zich de eerste plaats. Altoos vernedert hij zichzelf. Iet wat daarom te hooger stond, omdat Jezus optrad onder gevallen menschen. Zelfs al was hij onder paradijskinderen opgetreden, dan nog zou hem de eerste plaats zijn toegekomen. Maar hoe dan nu niet, nu hij verscheen als éénig zondelooze onder ons in zonde verzonken geslachtl En toch bleef hij in de gestalte der vernedering. Hij zou dienen, om ons te redden, en zijn ziel te geven tot een rantsoen. En dit ook om ons het dienen, het schoon der nederigheid, den prijs der zelfvernedering te leeren verstaan.

Jezus doorzag in de zonde het bcoze weien. Dat booze bedoelen om als God te zijn. Dat zichzelf verheffen. Dat zichzelf voorop dringen. Dat altoos de eerste willen wezen.

En nu leert hij ons niet alleen, dat alleen zelfvernedering ons zuiveren kan, maar hij toont het ons. Hij die boren allen stond, daalde af tot op de voetbank der voeten. Om tweeërlei te doen. Om door de zelfvernedering aan het Kruis ons onze zonden af te wasschen. En ook om door het voorbeeld der zelf vernedering ons tot zelfvernedering te lokken, en zoo den wortel van alle zonde ook uit te snijden uit óns hart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 maart 1912

De Heraut | 4 Pagina's

„Zichzelven vernederd”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 maart 1912

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken