Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Onze wandel is de hemelen”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Onze wandel is de hemelen”.

7 minuten leestijd

Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker Terwachten, namelijk den Heere Jezus Christus. Fhilippensen 3 : 20.

De beeldspraak van 't „wandelen" loopt door heel de Schrift. Het begint reeds bij Henochj van wien we lezen: „Henoch wandelde met God"; iets wat koit daarop evenzoo van ïfoach herhaald wordt; en zoo gaat 't heel de Schrift door, van de patriarchen, over Israel, tot 't ten slotte op Jezus uitloopt en Johannes in zijn blief zijn lezers bezweert^ om alzoo te wandeleuj gelijk onze Heiland 't deed. Er staat toch: „Wie zegt dat hij in Jezus blijft, moet Vanzelf alzoo wandelen, gelijjc hij (Jezus) gewandeld heeft".

Wij drukken wat de Schrift hiermee bedoelt, gemeenlijk anders uit, en spreken in den regel niet van iemands „wandel", maar van iemands gedrag, van iemands „doen in de wereld", of korter nog, van iemands leven. Als van een die stierf, bij zijn graf kan getuigd worden: Hij heeft een schoon, een rijk en een vruchtbaar leven achter zich, beduidt dit geheel 't zelfde,

als wat de Schrift „wnadel" noemtj een woord door ons kerkelijk overgenomen, als de attestatie spreekt van „iemands belijdenis en wandel"; en een zeggen waaruit ook het ietwat deftiger woord van „levenswandel" is opgekomen.

Het lag aan het Oosten, aan bet oadtijds gewone leven in bet Oosten, dat dit spreken van „wandel" was opgekomen. Nomadische volken spreken er nog van. Het is dan de trek, de gang door het leven dien men er mede aanduidt. Niet een haastig trekken, maar een rustig wandelen door de woestijn van 't leven, gelijk de Arabier dat nog kent. £n een woord, dau' door ook voor ons nog zoo kostelijk, juist omdat wij ciet meer nomadisch trekken, maar rustig wonen. Onder dit rustig wonen vergeten we toch maar al te licht, dat het leven niet stilstaat, veelal altoos voortgaat, en dat het een wezenlijke, lange levensweg is, die bij onze wieg begint en bij ons graf eerst wordt afgesneden. Zoo ligt er dan voor ons juist een vermaan in, om ons leven niet op een stilstaand moeras te doen gelijken, maar op steeds voortvlietende wateren. Altoos vooruit, en altoos verder. Steeds op den weg waarop we ons voortbewegen, verder, edoch zoo voortbewegen, dat 't geen overhaast jachten zij, waarbij alle denken en nadenken vergaat, maar een kalm, rustig wandelen op ons levenspad, om steeds verder te komen, aldoor te vorderen op den weg, en zoo eens 't einde te bereiken waar de Euwige God ons opwacht.

Maatschappelijk genomen, kan 't nu zijn, dat iemand hier woont, en toch zijn zaken elders heeft. In een land als 't onze met Koloniën komt dit zelfs gedurig voor. En is dan iemand die hier woont, maar zijn zaken drijft in onze Oost, En die zich hier met 't kleine, maar ^nds met het groote bezighoudt, zoodat hij wel hier is en uitgaat, maar toch met zijn overleggingen, met zijn gedachten, met zijn 'berekeningen steeds verre van hier weg is, en verkeert op Java of op Sumatra. Past ge nu ook op zoo iemands leven het Schriftuurlijk woord van „wandelen" toe, dan zoudt ge zoo iemand kunnen invoeren onder het zeggen: „Hij was wel hier, maar zijn wandel is eigenlijk in het verre Oosten".

En zoo nu ook laat de apostel zich uit, als hij aan de kerk van Philippi schrijft: „Onze wandel is niet hier, maar in den hemel, van waar wij ook den Heiland verwachten". Ontkend is hiermede in 't minst niet, dat we, tot aan ons sterven, ook hier op aarde huishouden moeten. Let er maar op, hoe de apostolische brieven aan man en vrouw, aan ouders en kinderen, aan heeren en dienstboden steeds de ernstige waarneming van de aardsche plichten op 't hart binden. Maar, terwijl de lieden der wereld, als we ons zoo mogen uitdrukken, alleen hier beneden zaken doen, en nimmer winste voor den hemel te boeken hebben, is dit met wie gelooven mag, zoo heel anders. Wie gelooft, woont nog wel op aarde, en leeft nog wel hier beneden, maar zijn eigenlijk levensbedrijf, waarin heel zijn leven opgaat, is niet hier op aarde, maar hoog in de hemelen, daarboven, waar zijn Heiland is.

Het beduidt dus niet, wat zoovelen er van maken, dat we nu en dan, in ons gebed en onder de lectuur van Gods Woord, ook aan de hemelsche dingen denken zullen. Noch ook beteekent het enkel, dat we af en toe verheffingen der ziel naar boven hebben, zoodat we, geestelijk er aan afgestorven, ons aardsche leven schier verwaarloozen zouden, gelijk kloosterzin en mystiek hierin niet zelden vervielen. Veeleer stelt de apostel tegen dit onpractische zinnenspel, de hemelsche realiteit over. De man die hier woont, en ginds in het verre Oosten zijn zaken heeft, is niet maar mei het gindsche land bezig, maar er in bezig. Hij zendt er heen, hij trekt er van. Daarginds is zijn bedrijf. Hij heeft met dat verre land een geregeld doen, een steeds doorloopende rekening, hij ontvangt van daar zijn orders, en voert die orders uit, en als ge vraagt naar zijn kapitaal, dan zal hij u antwoorden: „Daar ginds zit 't". Et is dan volstrekt niet alleen sprake van een gedachtenen zinnenspel, noch van een werk der voorstelling en verbeelding, maar het geldt een volle, wezenlijke realiteit daar ver in het Oosten, die hem hier beheerscht, en waaraan zijn leven en de uitoefening van zijn krachten gewijd zijn.

En in dien zin nu moet ook uw wandel, terwijl ge nog op aarde leeft, niet hier, maar in de hemelen zijn. Op alles wat ge op utv geestelijk kantoor verhandelt, moet het merk van hemelsche herkomst en het adres van hemelsche bestemming staan. Al wat ge op aarde beleeft en doorleeft, slechts voorloopige oefening en voorbereiding, maar uw wezenlijke handel en wandel niet hier, doch daar boven Hier de uitgaven, daar de winsten in de hemelen gemaakt, en hier slechts voorloopig geboekt, om ze straks daarboven uit de hand van uw Vader die in de hemelen u opwacht, te ontvangen.

Niet dus onze wandel hier, en als die wandel bier voleind is, een schuilplaats na ons sterven daarboven zoeken. Zoo doet de afgewerkte loonknecht hier beneden, die, zijn eenmaal de krachten verteerd, in het gesticht van ouden van dagen ilijting van zijn levensavond zoekt. Doch zoo mag 't u niet zijn. Wat u in de hemelen wacht, is niet uw levensavond, maar veeleer het pas beginnen van uw voller, rijker even. Ge kunt niet eerst hier op aarde uw even uitleven, om, is 't hier gedaan, te zien of er daarboven niet nog een tweede leven voor u te vinden is, maar uw leven hier moetelken dag en eiken nacht een van hieruit inleven in de hemelen te zijn. Ten slotte moet 't u hier zelfs vreemd worden, zóó thuis als ge u boven in 't Vaderhuis gevoelt. Utv kapitaalswaarde neemt dan hier steeds af, maar niet de hooge winste, die zich bij den Troon der genade voor u ophoopt. Uw schat hier neemt met elk jaar af, omdat uw gehechtheid aan 't aardsche steeds minder wordt, maar onderwijl voelt ge u steeds rijker in den schat, dien ge daarboven in het Vaderhuis optast. £n op 't laatst voelt ge n als de reiziger op een msiilboot uit het veire Oosten, die op heel 't kolossale schip niets anders zijn eigen mag noemen, dan een weggestopte bedstede, maar die 't weet: Nog tien, nog drie, nog twee dagen, dan landen we, en dan ontsluiten zich voor mij de poorten van mijn prachtige woning, waar al mijn lieven me opwachten.

En zoo nu als de reiziger op da golven denkt, zoo wandelt 't geloofskind naar den hemel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1913

De Heraut | 4 Pagina's

„Onze wandel is de hemelen”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1913

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken