Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Duitschland. Afwijkend antwoord van het B r a n d ea b u r g s c h Koasistorium aan eea vereenigiag van orthodoxe ledea der kerk.

De orthodoxe vereenigiag der Triniteitsgemeente te Ctiarlottenburg had op ii Dec, 1912 aaa het Konsistorinm der Provincie Brandenburg gevraagd, aan de predikanten der laadskerk toe te staan om de vereeaigiog bij het orgaaiseereo vaa eigea godsdleastoefeaiagea te dienen.

Ia deïe Tiiniteitsgemeente is aiet ééa predikant meer te vinden die op het standpunt vaa de belijdenis der Ëiraogelische kerk sta*t, vandaar het versoek der orthodox j of „positieve" vereeniging.

Dea 25ïten Juli 1813, dus les en eea halve maand later, antwoordt het Konsisloiium, het „in oyereeastemmiDg mei dea Opperkerkeraad om der wille van de kerkelijke crde ea ia verband met elders gevallen beslissingen aiet oorbaar te achïea, dat sond er of tegen den wil der heeren prediksatea van de Trioitei-.sgemeeats, andere predikantea der laadskerk bisnea het bereik der bedoelde gemeente godsrüsnstoefeciügea houden ea het A'/ondma? .l bsdienen, gelijk dit door de vereenigiag gewei; scht wordt."

Dit «ntwoord is kort, laaar het legt veel. De Opperkerkeraad ea het Corisistorium van Brandeabarg verklaart, dat de „kerkelijke orde" niet toelaat, dat de orthoioxsn van de Triaiteitsgemeeiite ia hunae kerkgebouwea een prediking kuanen hooren ea esa sacraraentsbedieaiag genieten die in overeecstemmlDg is met de belijdeais huoner kerk. Maar geen hand wordt uitgestokea ora dia orde te veranderen, zelfs wordt er geen belcf e gedaan dat die veiaaderiag ïal overwogea worden. Met aadere woorden: wij aanvaarden dea bestaaaden toestaad, waardoor de gelooviea leden der kerk ia huaae kerkgebouwea aiet kuaaen opgaaa om het Woord Gods te hoorea verkoadigea.

Nu kuaaea de orthodoxe leden der Tïiniteitsgemeeate tot de predikaatea die ia de iaweadige leadiag dienst doen, gaan om bedieciag des Woords ea der Sacramealea. Het is wel abaormaal, dat vanwege de icwendige s; ecdiBg bedieajïsg van Wootd en Sacrameat plaats heefs, maar men troost zich met de gedachte dat mea ia abnormale tijdea de toevlucht nemea moet tot abnormale middelea. Of mea daarmede gered is uit den ontredderdea toestand waarin men te B: rlijn kwam, is voor óns geea vraag meer.

Ook heeft men den orthodoxen dea raad gegevea, cm s»a de moderae predikaatea te verzoekea toe te staan, dat orthodoxe leeraars ia de kerkgebouwen voorgaaa. Ea er wordt verwacht, dat die moderne predikaatea dit wel zullea toestaan. Immers die moderae predikanten hebben het parool afgegeven: „levea ea latea levea". Het is wel erg, dat zij, die de kern der gemeeate uitm? .kea, asa hea die lij beschouwea als bestrijders vaa huaae belijde& is, als eea gaast iets raoetea vragea wat hun rechteas toekomt; maar mea troost ïich weder met de gedachte, dat mea ia dezea verwardea tijd diagea doen moet die „irregaliei" zijn!

Mocht ia Duitschlaad eaas de msia opstaaa die dea belijders des Heerea dea weg wijst om te komea tot eeae veraisuwde refosmatie der kerk. Dat vaa de bepturea der kerk alets ia deze te verwachtea is, zal vaa lieverlede wel duidelijk gewordea ïija Doch aeea, er heeft eeae vergadeticg plaats gehad vaa alle orthodoxe miaderhedea vaa Groot-Betlijn, waar eeastemmig beslotea werd bij de door de kerkorde daartoe verordende orgaaea het voorstel te doea, de kerkorde lóó te wijsigea, „dat de positieve miaderhedea eeae geenelijke verzorging kunnea hebben, die ia oyereenstemming is met den belijdeaisstaad der laadskerk".

Een tweede besluit had tot strekking om, tot tijd en wijle dat dit doel bereikt was, door zichzelvea te helpea, de positieve miadethedea ïooveel mogelijk met Woord ea Sicrament te dieaea ea daarvoor de aoodtakelijke toebereidselea te makea. Tot uit-j'oeriDg van de^e twee besluitea werd eea bestuu? gekozen, waarin de miaderheidsgeraseaiea vertegenwoordigd zijn.

Zweden. Theologische st r ij d.

Gelijk Noorwegea, soo heeft ook Zwedea ia 1912 ïija professoreastrijd gehad, ai is het ook, dat dete aiet als ia Chtistiaaia geleid heeft tot stichtisg eeaer gemeente-faculteit, ai is daarover ook ia Zweden reeds gedacht.

Aaaleidi^g tot dea strijd was de door dea Rijksdag goedgekeurde beaoeming vaa T. Ssgevstedt tot hoog!eer«.ar ia de Tneol. Encyclopedie ea Wijsbegeerte vaa dea godsdienst aaa de Uaiversiteit te Lund, In 1912 schreef deze een boek, getiteld: „Het religieuse waarheidsptobleem" om dsardoor de professorale waardigheid te vetktijgea.

Ia dit geschrift betoogde Sjgerstedt, dat bij geea religie vaa eea eigenlij se opeabariag ge sprokea wordea kaa en dat mea wel sou doea, de waarheidselementea ia aiet Christelijke religiëa hooger daa tot hiertoe te laten geldea. Strikt genomea moest mea we! aanoemea, dat eea opeabaring mogelijk is, maar dAt rij ook wetkelijk gegevea werd, kaa aiet bewezen wotdea. Nog metr opiiea d? a dit geschrift baarde Segerstedts verdedigicg vao eea geschrift vaa den boiaaist Litfotst te Luad, getiteld: „het Christeadom vroeger ea tegeawoordiè". IQ dit geschrift werd gehandeld over het vetwceiingsproces van het Cadsteadom, terwijl beweerd werd dat het oatstaaa vaa het Chri-steadom zoo in duisterais gehuld was, dat mea met recht van eea „religieuse ea zedelijke miadetwaardigbeid" vaa het Caiisteadom sprekea koa. Vetscheideae godgeleerden vaa verschilleade richtlag tooadea aaa, dat de methode die de boiaaist gevolgd had, oaveraatwoordelijk was, terwijl tij ook bstoogdea dat de methode vaa bewijs ïoeriug kaat noch wal taakte, maar Sjgerstedt zocht hea te verdedigea. Dit verhiaderde aiet, dat eea deel der Tneologische faculteit vaa Laad hem tot hocgleeraar beriep, aa eerst aaa vijf geleerdea advies gevraagd te hebbea, waarvaa drie de beaoemiag aaarieden, terwijl twee die oatriedea. Tea slotte kreeg Sjgerstedt in de Taeologischs faculteit slechts twee stemmea, terwijl de O'^etige drie ledea der faculteit tegea hem stemden, deels in de overiuigiag, dat § 28 der G: oadwst behoorde gehandhaafd te worden, volgens welke eea hoogleeraar de „zuivere Evangelische leer" moet toegedaaa ïija, deels op formeels gronden. Het professoraat werd au, volgens Zweedsch gebruik, voor vacaat verklaard, ea Segetstedt solliciteerde er aaar ea ditmaal met voor hem gunstig gevolg.

Nu ontstond eea persdebat over de beteekeais vaa § 28 vaa de Groadwet. De meeste liberale bladea beweerden, dat deze bepaling slechts inhield dat mea lid zija moest van de laadskerk vaa Zwedea. Terecht werd daartegen aaagevoerd, dat de Zweedsche laadskerk toch eischt dat mea persoonlijk de belijdenis der kerk beaamt, ïoodat dexulkea zeker niet tot hoogleeraar te benoemen sijn, die stetk onder verdenking liggen dat zij de belijdenis de/ kerk verwerpen. Dit standpunt werd ook door Juristen krachtig verdedigd.

Hierop meagde zich de theologische hoogieeraar Billing van Upsala in den strijd, welke in het orgaan der Christelijke studentenvereeuigicg zich verklaarde voor de opname van Ssgerstedt ia de theologische faculteit, omdat „de geschiedeais vaa dea godsdienst eeagreaswetenschap is, die voor de theologie vaa de grootste beteekeais moet geacht worde», welke weteaschap ook door een niet-theoloog kaa gedoceerd wordea". Overigens behoorde het wetenschappelijk onderzoek volledige vrijheid te hebben, terwijl men toch § 28 moest respecteeren, welk artikel echter door dea hoogleeraar aiet werd uitgelegd. De beschouwiagea van Billing loktea een energiek protest uit van drie theologische professoren van Upsala, als onvereeaigbaar met de zelfstaadigheid aiet alleen vaa de theologie maar ook vaa de kerk". Ook '/erklaardea de hoogleerarea, dat de Christelijke studenteavereeniging door het verschijaen vaa genoemd artikel ia hun orgaan sterk gecompromitteerd was, waarop de redactie weer verklaarde, dat zij de beschouwingen van Ptof. Billiag aiet beaamde. Vaa aadere zijde werd wrdet beweerd, ' dat de kerk in geen geval de hulp van den staat bij leerafwijkingen mocht inroepen, terwijl daartegen Prof. Norström betoogde, dat de theologie zonder eenige bedenking hea moest uitsluitea die haar uitgaagspuat niet etkennen; aaa Segerstedt had een piofesaotaat in de wijsbegeerte aangeboden moeten zijn.

Uit alles blijkt, dat de hoogescbool te Lund, wat de theologische faculteit betreft, aaders gewordea is dan zij vroeger was, ten minste, nergens heeft de moderne richting zooveel terrein veroverd als in het Stift Lund. Het is het eenige Stift waarin de modernen zich georganiseerd hebben. Daar is eene vereenigiag gesticht die, ouder leiding van den hoogleeraar Pfanneastill, strijdt voor de z.g, „aieuw-Protestaatsche opvatting van het Christendom".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 augustus 1913

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 augustus 1913

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken