Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van de breking des Broods.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van de breking des Broods.

13 minuten leestijd

IV.

We hebben dus twee liturgieën van-Calvijn, die van Geneve en die van Straatsburg. Hoezeer beide in de voorgeschreven gebeden en het leerstellige gedeelte van de sacramentsformulieren overeenstemmen, wij ken ze toch wat het liturgische gedeelte betreft niet onbelangrijk van elkander af. Het gaat daarórn niet aan, de liturgie van Geneve als de liturgie van Calvijn voor te stellen; zelfs mag men niet zeggen, dat de liturgie van Geneve, omdat deze later ontstaan is, een evolutie in de liturgische denkbeelden van Calvijn zou beteekenen, gelijk O. Douen in zijn Clément Marot ou Ie Psautier Huguenot I, p. 350 beweerd heeft. Prof. Doumergue heeft volkomen gelijk, wanneer hij daartegenover stelt, dat de latere liturgie van Geneve juist geen vooruitgang, maar veeleer een achteruitgang is geweest

De schuld daarvan lag niet bij Calvijn, maar bij Geneve, dat tegen Calvijn's denkbeelden omtrent den eeredienst zich ver zetten bleef. En men doet? Calvijn grootelijks onrecht aan, wanneer men het gebrekkige dat deze Geneefsche liturgie aankleeft, op zijn rekening stelt. Calvijii heeft te Geneve onder protest toegegeven, , dat zijn schoone Uturgie verminkt werd, maar wanneer de Kerken buitenaf hem om raad vroegen, hoe de eeredienst moest worden ingericht, heeft hij ze niet naar het voorbeeld van Geneve, maar naar dat van Straatsburg verwezen. En hij deed dat niet alleen toen hij pas Straatsburg verlaten had, en er nog sprake kon wezen van een zekere voorliefde voor deze gemeente, waar hij zoo gelukkig gearbeid had, maar hij deed het evenzeer aan het einde zijns levens, toen hij reeds twintig jaar lang de liturgie van Geneve had gebruikt. Men vergist zich daarom, wanneer men de liturgische denkbeelden van Calvijn wil leeren kennen uit de liturgie van . Geneve; hoe Calvijn den eeredienst wilde ingericht hebben, kan al leen Straatsburg ons toonen.

Opdat hierover zelfs geen zweem van twijfel meer kunne bestaan, heeft] men slechts het advies in te zien, dat Calvijn 12 Augustus 1561 over verschillende ceremoniën heeft gegeven en dat in zijn Opéra omnia, ed. Baum, Cunitz en Reuss t. X2 p. 213, 214 staat afgedrukt. Aan wien dit consilium gericht is, weten we niet; het adres ontbreekt; alleen kan uit den inhoud en het slot worden afgeleid, dat waarschijnlijk de kerkeraad van een der Gereformeerde Kerken hem om raad had gevraagd, hoe ten opzichte van verschillende liturgische gebruiken moest gehandeld worden. Gaan we het antwoord, dat Calvijn gaf, na en vergelijken we tevens wat de liturgie van Geneve en die van Straatsburg ons leeren, dan blijkt hoe Calvijn op elk punt aan de liturgie van Straatsburg de voorkeur geeft, en wel bepaaldelijk aan de liturgie, zooals deze door Poullain in 15 51 was uitgegeven. In dit schrijvenvan Calvijn ligt tevens wel het sterkste bewijs, dat de litufgié van Poullain ons het zuiverst den eeredienst van'Calvijn weergeeft.

De eerste vraag, waarover Calvijn's oordeel was ingeroepen, raakte de publieke absolutie of vergeving der souden, In de liturgie van Geneve komt deze publieke absolutie 'tiiet voor. De regeHng van den gewonen Zondagschen: eeredienst is daar zoo sober mogelijk. Na, het bekende votum volgt de Confession des péchés, — het gebed, dat in onze liturgie den naam draagt van de.«openlijke bekentenis der zonden« —.; vervolgens zong de gemeente : een psal men (Ie predikant ging daarop voor in het gebed om een-zegen over de bediening des Woords af te smeeken. In de liturgie van Straatsburg is de • liturgie veel uitgebreider; aan de belijdenis der zonde gaat hier vooraf, dat de gemeente de tien geboden zong, terwijl na de belijdenis der , zonden, die treffend aan deze verkondiging van de heilige wet Gods zich aansloot, ' de openbare absolutie volgde - met deze woorden: «een iegelijk uwer bekenne zich waarlijk als zondaar voor God, zich voor Hem vernederende, en geloove, dat de Hemelsche Vader hem, genadig zijn wil in Christus Jezus. Aan allen die aldus berouw hebben, verkondig ik, dat de vergeving der zonden hun geschonken is in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes«. Ook in onze oudste 'Nederlandsche liturgie was deze openbare'belijdenis der zonden benevens de publieke absolutie opgenomen, en het is wel zeer te betreuren, dat. later dit aangrijpend schoone gedeelte van Calvijn's liturgie uit onzen eeredienst verdwenen is.

Blijkbaar nu was reeds in Calvijn's dagen strijd over de vraag ontstaan, of men zich ten dezen opzichte naar het voorbeeld van Straatsburg, dan wel naar dat van Geneve richten moest, en Calvijn aarzelt geen oogenblik aan de liturgie van Straatsburg de voorkeur te geven. »Er is niemand onder ons, schrijft hij, die niet erkent, dat het zeer nuttig zou wezen, wanneer men aan de openbare belijdenis (der zonden) de een of andere plechtige belofte toevoegde, waardoor de zondaren werden opgewekt om te hopen op de vergiffenis en verzoening (hunner zonden). Ik heb • ook van den beginne aan dit gebruik hier (nl. te Geneve) willen invoeren, maar aangezien sommigen meenden, dat uit de nieuwigheid (van deze zaak) ergernis zou ontstaan, ben ik al te gemakkelijk geweest met hierin toe te geven En thans zou het niet geschikt wezen, in dit opzicht hier iets te veranderen, omdat het grootste deel (der gemeente) reed# begint op te staan, voordat men aan het einde van de schuldbelijdenis gekomen is«. Te Genèvé was men nl. gewoon de schuldbelijdenis knielend te bidden, iets waar Calvijn zeer sterk op aangedrongen had, en hij wilde blijkbaar, dat ook de absolutie knielende ontvangen werd. De gewoonte te Geneve om, zoodra de schuldbelijdenis gebeden was, op te •staan, maakte, dat Calvijn de absolutie achterwegfe moest laten. Hij voegt er echter aan toe, dat andere kerken zich niet aan het voorbeeld van Geneve moeten houden: «des te meer hopen wij, dat ge uw gemeente aan beide (d. w. z. de schuldbc lijdönis , .en .de, .absoktie)..zult, gewennen, (idaar gij nog de vrije beschikking over de inrichting van den eeredienst hebt«.

Een tweede vraag raakte blijkbaar de sacramenfeele formule bij het Avondmaal. In de liturgie van Geneve komt zulk een sacramenteele formule-niet voor, en uit het antwoord van Calvijn blijkt, dat men ze te Geneve bij het Avondmaal ook niet gebruikte. De dienaren reikten brood en beker uit zonder daarbij te spreken. Te Straatsburg was dat anders, want zoowel de liturgie van Garnier als die van Poullain deelen mede, dat de Dienaar bij het uitdeelen van brood en wijn een sacramenteele formule gebruikte. Calvijn bevestigt in zijn antwoord, dat dit metterdaad eertijds zijn gewoonte was geweest: «bij het uitdeelen van het Avondmaal heb ik vroeger soms de woorden van Paulus gebruikt* en hij geeft • tevens de reden op, waarom hij te Geneve dit gebruik nagelaten had. Om die reden wel te verstaan, moet men in het oog houden, dat de gemeente te Geneve het Avondmaal op een andere wijze vierde dan bij ons. Men, zat niet gemeenschappelijk aan één disch, en de Dienaar gaf het brood en den - beker niet aan de naast hem zittenden, maar men had er de zoogenaamde wandelende communie, d. w. z. ieder stond van zijn zitplaats op, wandelde voorbij den, , predikant en ontving uit zijn hand brood en beker. Nuwas het bij het drukke gebruik van het Avondmaal te Geneve onmogelijk, om bij lederen Avondmaalsganger de sacramenteele formule te herhalen, orndat daarmede te veel tijd zou verloren gaan. «Daarom, zegt Calvijn, heb ik dit gebruik liever willen nalaten, .Wanneer men. toch jdé woorden uitsprak, terwijl meerderen voorbijgingen, dan zou nauwelijks éen op de tien kunnen begrijpen wat ik zeggen wilde., en niemand, zou de geheele formule te , hooren krijgen.

Wanneer Prof. Kruijf schrijft, dat hij slechts gissen kan. naar de reden, waarom Calvijn de uitreikingsformule heeft weggelaten, dan ligt dat alleen daaraan, dat dit advies van Calvijn hèrq niet bekend is , geweest, want Calvijn heeft zich duidelijk genoeg over de reden uitgesproken. Calvijn had blijkbaar geen bezwaar tegen het gebruik van. eeiisacramenteele formule op zich zelf; zijn bezwaar was alleen, dat de eigenaardige wijze, waarop men te Geneve het Avondmaal vierde, maakte, dat het uitspreken dezer formule een onbegrepen ceremonie werd, en dat wilde Calvijn niet. Tevens blijkt uit dit advies, welke sacramenteele formule Calvijn gewoon was te gebruiken en ik wijs hierop met nadruk, omdat ik zelf, toen ik in De Heraut np. 1091 over de sacramenteele formule, bij hiet Avondmaal geschreven heb, door de liturgie van Garnier misleid, een onjuiste voorstelling heb gegeven, die sinds ook door anderen is jiagevolgd. De zaak is.n.l. deze, dat in de oudste S.traatsburgsche liturgie, van 1542 geen sacrarhenteélé formule voorkomt; in, de uitgave van Garnier van 1545, wordt

als formule opgegeven: Prenez, mangez, Ie corps de Jesus qui a esté livré k la mort pour vous» en > c'est Ie calice du nouveau Testament, du sang de Jesus, qui a esté respandu pour vous«. 1) In de uitgave van PouUain van 1551 staat daarentegen, dat bij het uitreiken van het brood zal gezegd worden: Het brood, dat wij breken, is de gemeenschap des lichaams van Christus* en bij den beker : »De drinkbeker, dien wij zegenen, is de gemeenschap des bloeds van Christusc. Ik meende destijds, dat de uitgave van Garnier, omdat deze de oudere was, de sacramenteele formule van Calvijn ons juister bewaard had en dat PouUain's liturgie ons een latere formule gaf, die van de Duitsche gemeente te Straatsburg was overgenomen. Uit het bovenstaande advies van Calvijn zelf blijkt thans, dat deze onderstelling niet juist is geweest. Wanneer CaU vijn toch uitdrukkelijk hier verklaart, dat hij vroeger bij het Avondmaal »de woorden van Paulus" gebruikte, dan kan hiermede niet bedoeld zijn de sacramenteele formule van Garnier, die aan de woorden van Christus ontleend is, maar moet dit blijkbaar slaan op de woorden van Paulus in I Cor. 10 : 16. Poullain blijkt dus ook hier het trouwst de liturgie van Calvijn weergegeven te hebben, en deAvondmaalsformule, die nog altoos in onze kerken gebruikt wordt, is derhalve toch van Calvijn afkomstig. Hoe het komt, dat Garnier een andere formule daarvoor in de plaats heeft geschoven, weet ik niet. Ze is niet de formule, die bij de Duitsche Gereformeerde Kerk te Straatsburg in gebruik was. Nu Friedrich Hubert in 1900 Die Straszburger liturgischen Ordnungen im Zeitalter der Reformation heeft uitgegeven, die mij destijds nog niet bekend waren, staat dit vast. Te Straatsburg was de sacramenteele formule: Gedenkt, gelooft, en verkondigt, dat Christus de Heere voor u gestorven is« (p. 112). In verschillende Luthersche liturgieën uit dien tijd komt daarentegen wel een uitreikingsformule voor, die zeer sterk aan de sacramenteele formule van Garnier herinnert, zoo bijv. in de liturgie van Brandenburg-Neurenberg: > Neem en eet, dat is het lichaam van Christus, dat voor u gegeven is« en bij den drinkbeker: Neem en drink, dat is het bloed des Nieuwen Testaments, dat voor uwe zonden vergoten is«. Het zoogenaamde aanhangsel bij de Avondmaalsformule, dat het eerst bij ii Lasco voorkomt en later in onze liturgie is overgegaan, de bekende woorden: gt; Neemt, eet, gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onzen Heere Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening al onzer zonden* en »Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en gelooft, dat het dierbaar bloed onzes Heeren Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening al onzer zonden«—is derhalve niet van Calvijn afkomstig, maar is blijkbaar ontstaan onder invloed van de liturgie der Duitsche Gereformeerde Kerk te Straatsburg (het: edenkt en gelooft) en de reeds genoemde liturgie van Garnier.

Keer ik na dezen uitstap terug tot het advies van Calvijn, dan kan ik over de beide laatste punten, waarover Calvijn's advies gevraagd werd, kort zijn. Het eerste gold de vraag, hoe dikwijls het Avondmaal bediend moest worden. Toen Calvijn pas te Geneve kwam, was men gewoon het Avondmaal slechts drie maal te bedienen, op Kerstfeest, Paschen en Pinksteren ; met moeite kreeg Calvijn gedaan, dat althans tusschen Pinksteren en Kerstfeest nog één Avondmaalsbediening werd ingeschoven. Calvijn keurde dit echter niet voldoende; het behoorde, zegt hij, dat het Avondinaal althans elke maand bediend werd, en waar hij ter wille van het volk er in toegestemd had, dat het Avondmaal slechts vier maal per jaar bediend werd, had hij althans zorg gedragen, dat in de publieke acten werd opgenomen, dat deze gewoonte niet deugde, opdat degenen die na hem leefden, te gemakkelijker en vrijer dit verkeerde gebruik konden verbeteren. Te Straatsburg daarentegen had Calvijn van meet af zijn gedachte kunnen doorzetten; in de liturgie van Poullain staat dan ook boven het Avondmaalsformulier: het Avondmaal zal bediend worden op den tweeden Zondag van elke maand.

Ook het laatste onderwerp, dat Calvijn in dit advies behandelt, staat met het Avondmaal in nauw verband; het raakt de vraag, of men aan kranken in hun woning het Avondmaal mocht bedienen. Te Geneve was dit geen gebruik en in de liturgie van Geneve wordt hiervan dan ook geen melding gemaakt. Wie daaruit zou willen afleiden, dat Calvijn tegen de krankencommunie was, zou zich echter wel zeer vergissen; Calvijn was er juist een beslist g voorstander van. Reeds in een brief 29 Aug. 1558 aan zijn vriend Zulegergeschreven, zegt hij dit: »Dat het Avondmaaibij ons niet aan de kranken bediend wordt, mishaagt ook mij; het ligt echter niet aan mij, dat degenen die uit dit leven scheiden gaan, van deze vertroosting niet genieten kunnen. Maar omdat hier een ander gebruik de overhand had gekregen, zoodat zonder groote twisting geen verandering kon verkregen worden, heb ik ter wille Van den vrede mij er bij neergelegd*. (Calvini Opera t. XVII, p. 311, 312). Aan de Kerken buitenaf raadt hij echter wel degelijk aan, de krankencommunie in te Voeren: »Vele en gewichtige oorzaken drijven mij er toe, schrijft hij in het bovengenoemde advies, dat ik meen aan de kranken het Avondmaal niet te mogen ontzeggen*. Wel waarschuwt Calvijn tegen allerlei superstitie, die hiermede verbonden kon worden; hij wil niet, dat het heilige brood in plechtigen optocht uit de kerk naar het huis van den kranke zal gedragen worden; de krankencommunie mag voorts alleen geschieden, wanneer er levensgevaar voor den kranke is; dezelfde vorm van Avondiaaalvieren moet onderhouden worden w d d v C V v w b . b z d e z r m r a d h z z g d t z g z e h als in de gemeente gebruikelijk is, en : met name mag de verklaring van de sacramenteele. handeling, zooals deze in het Avondmaalsformulier gegeven werd, niet worden weggelaten; eindelijk eischt Calvijn nog, dat er bij zulk een krankencommunie een soort van samenkomst der geloovigèn zal plaats vinden, waarin allen commnriiceeren, en wil hij daarom, dat de bloedverwanten, vrienden en geburen er bij zulleo komen ; maar hoeveel voorwaarden Calvijn ook stelt om alle misbruik te voorkomen, de krankencommunie zelf raadt Calvijn beslist aan. Bij de Fransche gemeente te Straatsburg nu was ze in gebruik. In de liturgie van Poullain staat: «Indien een kranke het Avondmaal wenscht te ontvangen, wordt op denzelfden dag, waarop de gemeente het Ayondmaal viert, éen der Dienaren met enkele vromen naar den kranke gezonden om niet hem te communiceeren.

Ik ben op dit advies van Calvijn, waarop dusver in ons land te weinig de aandacht is gevestigd, iets breeder ingegaan, omdat Calvijn hier verschillende liturgische quaesties behandelt, die ook voqr onzen tijd nog wel van belang zijn. Mijn hoofddoel was echter om te doen zien, hoe Calvijn op al de hier genoemde punten het niet eens was met de liturgie van Geneve en daarentegen dezelfde practijk aanried, die hij eertijds in Straatsburg had ingevoerd. Tevens zal thans gebleken zijn, waarom de uitgave van Poullain door mij de meest betrouwbare is genoemd; ze is degene die metterdaad het zuiverst ons Calvijn's eeredlenst weergeeft.

De vraag, hoe dan volgens deze liturgie het Avondmaal te Straatsburg bediend werd, zal ik in een volgend artikel beantwoorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 oktober 1913

De Heraut | 4 Pagina's

Van de breking des Broods.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 oktober 1913

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken