Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

10 minuten leestijd

Duitschland. De stem m ing in Christelijke kringen.

In Duitschlands Christelijke kringen is men er van overtuigd, dat Rusland, Frankrijk, Enge­ land en België zich vereenigden om de macht van Duitschland te verzwakken of te vernietigen. Met groote slimheid heeft Engeland al jaren lang het net gesponnen, van Frankrijk af over Rusland tot aan Japan, en nu zal het saamgetrokken worden. Engeland maakt daarvan geen geheim, het heeft zijn sterke vloot en een groot leger tegen Duitschland mobiel gemaakt. Vooral dit optreden vanEngeland heeft Duitschland pijnlijk aangedaan. Want het Engelsche volk is het Duitsche stamverwant; banden van religie, wetenschap, beschaving, handel en van persoonlijken aard verbinden de beide volken, en bovendien, het Engelsche en het Duitsche volk hebben de Heidenen het Evangelie gebracht. En met dat volk oorlog i' Wat heeft Duitschland Engeland gedaan ? Daarop kan niemand antwoord geven. Nu komt de Boerenoorlog weer voor den geest, toen Engeland aUeen stond en Engelands zonen in het zand beten. Toen heeft Duitschland het verhinderd, dat iemand Engelands nood gebruikte om het aan te vallen; Duitschland was toen de beschermer van de Britsche zusternatie, en tot dank valt het nu Duitschland in den rug aan !

Wij kunnen ons begrijpen, hoe bitter dit voor Duitschland is. Doch Duitschland ontvangt nu het loon der wereld. De Duitsche keizer had den president der Transvaalsche republiek een telegram van gelukwensching gezonden, toen het aan de Transvaalsche boeren gelukt was den inval van Jameson met wapengeweld te keeren. Het bleek later, dat dit sympathiebewijs niet een persoonlijke opwelling van den keizer geweest was, maar een daad waarmede zijn ministers accoord gingen. Doch toen Transvaal op onrechtvaardige wijze door Engeland aangevallen werd en de grijze Paul Kriiger de Europeesche hoven tot interventie zocht te bewegen, heeft Duitschland's keizer geweigerd hem te ontvangen, terwijl de Rijkskanseher in het parlement verklaarde, dat de Duitsche politiek niet voor altijd door een telegram kon gebonden worden. Daarna heeft Duitschland het moeten aanzien, hoe na den dood van Koningin Victoria, Engeland met Japan, Frankrijk en Rusland zich tegen Duitschland verbonden heeft.

Wat daarvan zij, diep wordt het nu in Duitschland gevoeld, dat het omringd is door vijanden. In Christelijke kringen heerscht de overtuiging: als God genadig is, dan worden de vijanden verslagen; wanneer hij Duitschland wil straffen, dan baat geen sterkte den grootsten held. Gelukkig, dat daarbij ook gevoeld wordt dat Duitschlands schuld tegenover God groot is. Het vervallen van de vreeze Gods is niet alleen bij de Duitschland beoorlogende volken, maar ook in Duitschland zelf schrikbarend groot geworden, zoodat men niet alleen openlijk voor zijn Godloochening uitkomt, maar ook de ordeningen Gods bespot door het onderdrukken der geboorten. Beschaafden en onbeschaafden, geleerden en ongeleerden wedijverden om het volk zijn geloof te ontnemen. En de kerk ? Ook de kerk en de school hebben medegewerkt om het gezag van Gods Woord en daarmede dat van Godzelven bij het volk te breken. Er is niemand, die niet heden op de borst slaan moet en erkennen: mijn schuld, mijn groote schuld! Heere, ontferm u onzer! God is een barmhartig God, en de hoop blijft over, dat Hij Zijn barmhartigheid aan het volk van Duitschland zal betoonen.

Dan gaat bijv. de Allgem. Ev. Luth. Kztg. na, of er ook teekenen aanwezig zijn, waaruit men kan afleiden, dat God in zijn toorn nog des ontfermens gedenkt. En dan wijst dit blad in de eerste plaats er op, dat het Duitsche volk er van overtuigd is, dat het voor een rechtvaardige zaak strijdt. Niet • daarom is te verwachten, dat de overwinning zal behaald worden, maar het is Genade, wanneer een volk het zwaard opneemt in het bewustzijn, dat het rein van hart en hand in deze is. Het andere' teeken is de verrassende eensgezindheid, die het Duitsche volk heeft getoond. Men had verwacht, dat de sociaal-democraten zich op den gedenkwaardigen 4den Augustus, toen de Rijksdag vergaderd was, zich tegen den Keizer zouden stellen; doch alle afgevaardigden hebben zich rondom den troon geschaard. Dit is Gods hand.

Voornamelijk ziet men de goede hand Gods over Duitschland in het toenemend kerkbezoek; niet alleen op den grooten bededag voor den oorlog, toen de menschen tot buiten de kerkgebouwen stonden, maar ook nu nog. Het volk heeft weder den weg naar het bedehuis gevonden, en het zoekt het Avondmaal. Te Leipzig kwamen sociaal-democratische familiën om het sacrament te ontvangen. Men mag daaruit niet te veel afleiden; er kan bijgeloof onder schuilen, en menigeen wordt met den grooten stroom medegesleept. Maar men achte het toch ook niet gering, dat bij de groote, schier algemeene Goddeloosheid, nu een zoeken van God en Zijn Woord zich openbaart. Het kan een nieuw tijdperk zijn, dat voor de kerk des Heeren is aangebroken. De herders en leeraars hebben tegenwoordig handen vol werk.

Maar het meest ziet men in Duitschland de hand des Heeren in de veranderde stemming in Elzas-Lotharingen. Smadelijk werd aan Duitschland opgemerkt, dat het in 44 jaar niet instaat geweest was deze provinciën die van Frankrijk waren afgenomen, te winnen. Nog voor weinige maanden wisten de Duitschgezinde Elzassers geen raad; de klove tusschen Elzassers en Duitschers werd steeds breeder. Geen Staatsmanskunst hielp, alle inwerking door vereeniging was tevergeefs; persoonlijke bewerking baatte niets. De Duitschers waren en bleven in den Ezas vreemdelingen. Maar de critieke Julidagen kwamen: het volk voelde voor Oostenrijk en was gekant tegen de Vorsteiimoorders in Servië. Men begon sympathie te koesteren voor den Duitschen Keizer en hield zich overtuigd, dat hij den vrede voor zijn volk wilde bewaren, en men kon zich de houding van Frankrijk niet begrijpen, dat met Rusland en Servië één lijn trok. En toen de oorlog verklaard was en ook de mannen van Elzas en Lotharingen geroepen werden om op te trekken, heeft niet één man geweigerd'; het bleek, dat de Duitsche Keizer aller hart gewonnen had, zoodat allen onder zijn banier tegen Frankrijk wilden optrekken. Honderden vrijwilligers meldden zich aan, zelfs uit de Franschsprekende grensbewoners. De oiificieren roemen de stemming des volks; de stadhouder looft de bevolking' bij den rijkskanseher. Van dezen ommekeer wordt gezegd, dat zij van den Heere is en een wonder in de oogen van het Duitsche volk.

Dit mogen we reeds constateeren, dat én in Engeland én in Duitschland de oorlog, met welke ontzettende verschrikkingen en rampen ook gepaard, een invloed ten goede wat het Godsdienstig leven aangaat, heeft uitgeoefend. Veler gebed dat de toenemende Godverzaking zou worden gestuit en dat eene opwekking van het leven Gods mocht plaats hebben, is verhoord, ofschoon wel niemand heeft kunnen denken, dat dit in den weg zou geschieden, waarvan wij in deze dagen getuige zijn.

Engeland. De crisis in de Anglicaansche kerk.

De strijd, die in de Anglicaansche kerk verbonden is aan den naam »Kikuju«, zal in de volgend^ maanden op de kerkelijke samenkomsten ter sprake komen. De gebeurtenissen van de laatste weken hebben de belangstelling van het volk voor de queastie op het zendingsveld gerezen, wel verminderd, maar in de kringen der Anglicaansche geestelijkheid is zij aan de orde gebleven. De Anglicaansche bisschop Gore van Oxford heeft daarover een vlugschrift in het licht gegeven, onder den titel van »De beginselen der Anglicaansche Kerkgemeenschap in leer en organisaties. De bisschop, die voor een van de geleerdste en invloedrijkste kerkvorsten der Anglicaansche kerk gehouden wordt, heeft de zaak Kikuju aangegrepen, orn aan te toonen, op welken grondslag de Anglicaansche kerk staat. Hij betreurt het, dat zijn kerk den strijd over beginselen ontwijkt, waardoor zij in drie opzichten in gevaar gebracht wordt. Er dreigt gevaar van de zijde der liberale partij, van de zijde der Evangelischen, die aansluiting zoeken bij de Protestantsche kerken en van de zijde der Romaniseerende richting, die eene aansluiting met Rome beoogt.

Volgens bisschop Gore is het wezen der Anglicaansche kerk een sBijbelscli Katholicisme*, en van dezen grondslag uit, toont hij aan welke punten de Anglicaansche kerk moet vasthouden om zich tegenover het Liberalisme, het Protestantisme en het Romanisme te handhaven. Tegenover de liberalen moet de Anglicaansche kerk vasthouden aan de wonderbare feiten die in de beUjdenis worden genotmd. Tegen de Evangelischen behoort de nadruk gelegd te worden op de leer van de bisschoppelijke successie, in het bijzonder op de leer dat lo. de bisschoppelijke wijding voor het ambt in de kerk noodzakelijk is ; dat 2o. slechts een door den bisschop gewijd persoon het HeiHg Avondmaal bedienen mag; dat 3o. zij slechts tot het Avondmaal mogen toegelaten worden, die door handoplegging van den bisschop geconfirmeerd zijn. Ten slotte is tegenover de Romaniseerende partij vast te houden, dat alleen zulke leeringen in de Anglicaansche kerk mogen toegelaten worden, die voor alle Christenen verbindend zijn en welke op den Bijbel gegrond zijn; dus bijv. niet de leer van het vagevuur en van het gebed voor afgestorvenen. Ook moet de Anglicaansche kerk de pauselijke autoriteit in zake de leer niet erkennen, wel die der apostolischen leer van het Nieuwe Testament.

Bisschop Gore is er van overtuigd, dat het gevaar dat de Anglicaansche kerk van het modernisme of liberalisme dreigt, niet zoo groot is. Immers door de uitgebreide liturgie hebben de predikanten weinig gelegenheid, hunne afwijking van de belijdenis der kerk te uiten. Veel gevaarlijker, acht hij de EvangeHsche richting, welke aansluiting zoekt bij de niet episcopaal georganiseerde kerken, benevens de Ritualistische of Romaniseerende richting, die het er op toelegt om in de Roomsche kerk op te gaan. De officieele leer der Anglicaansche kerk daaromtrent is duidelijk genoeg, doch men moet niet vergeten, dat deze kerk eene staatskerk is. De Koning van Engeland is als zoodanig het hoofd der Anglicaansche kerk; maar zoodra hij naar Schotland reist, wordt hij lid van de Presbyteriaansche Schotsche Staatskerk. De vroegere minister Balfour werd als geboren Schot een Presbyteriaan, maar als ministerpresident van Engeland, moest hij bisschoppen voor de Anghcaansche kerk benoemen. Wanneer Presbyteriaansche Schotten in Engeland grondbezitters zijn, oefenen zij het patronaatrecht bij de benoeming van geestelijken bij de Staatskerk uit. Op het zendingsveld worden de Episcopalen er toe gebracht met mannen saam te werken, die de bisschoppelijke successie verwerpen. Maar de Anglicanen, die vast willen houden aan hunne kerkehjke organisatie, willen van een toenadering tot saamwerking met zendelingen van dissentieerende kerken niets weten, omdat zij de Anglicaansche kerk beschouwen als eene, volgens den Bijbel gereinigde, voortzetting der Roomsch-Kathoheke kerk. Eene kerk die de bisschoppelijke organisatie als een wezenlijk kenmerk der kerk beschouwt, kan niet officieel samenwerken met Protestantsche kerken, die geen bisschoppen hebben.

Dit is consequent en mag door niemand

euvel geduid worden. Maar aan de andere zijde b staat ook een klip, die wellicht nog moeilijker te d ontgaan is. De Anglicaansche kerk houdt vast t aan de bisschoppelijke successie, maar bezit zij deze f Dit is een historisch vraagstuk, dat g moeilijk is op te lossen. De Roomsche kerk p heeft, om dit te* onderzoeken, eene commissie benoemd, en het resultaat was, dat er geen m bisschoppelijke successie aanwezig is; daarom moeten Anglicaansche geestelijken, die tot k de Roomsche kerk overgaan, opnieuw gevdjd worden. Ook andere geschiedvorschers zijn tot de slotsom gekomen, dat de bisschoppelijke successie in Engeland door de reformatie onderbroken is. Daaruit is te verklaren dat nu en dan in de bladen gemeld wordt, dat de voormalige geestelijke der AngKcaansche kerk N. N. in de Roomsche kerk werd opgenomen.

Nu kan men in de Anglicaansche kerk het een tijdlang dulden, dat een niet bisschoppelijk geordineerd predikant het Avondmaal bedient, maar wanneer daarvoor formeel toestemming verleend zou worden, geeft men het standpunt, waarop de AngKcaansche kerk zich geplaatst heeft, prijs. De moeilijkheden worden niet opgelost warmaer, gelijk bisschop Gore verlangt, de Anglicaansche kerk van den staat gescheiden wordt. Wij denken dat voorshands ook geen principieele beslissing in den Kikuju-strijd genomen worden zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 6 September 1914

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 6 September 1914

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken