Bekijk het origineel

Brussel en Antwerpen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Brussel en Antwerpen.

7 minuten leestijd

De diepe ellende die België trof, en waarmede heel ons Nederlandsche volk deernis heeft, heeft ook onze Gereformeerde Kerken in Brussel en Antwerpen in niet geringe financieele moeilijkheden gebracht. Vandaar, dat namens de Kerkeraden van beide Kerken een beroep gedaan wordt op de offervaardigheid van de Kerken in Nederland. Gaarne verleenen we aan dit verzoek om hulp daarom hier een plaats, en we hopen, dat waar God de Heere ons land nog bewaarde en in zoo menig opzicht ons nog zegende, aan dit verzoek met mildheid zal worden voldaan.

Brussel Januari 1915. Antwerpen, ^-' Weleerwaarde en Eerwaarde Broeders, Wie zich in dezen tijd van velerlei zorg met eene bizondere bede om hulp tot de kerken wendt, moet daarvoor wel buitengewone redenen hebben.

Maar zeer buitengewoon zijn dan ook inderdaad de redenen, die de Gereformeerde kerken van Belgiü er toe bewegen zich met eene bede om steun tot hare zusterkerken in Nederland te richten.

Want de kerken van Brussel en Antwerpen zitten, bij allen dank die haar past voor de ondervonden sparende goedheid Gods, te midden van de diepste ellende.

Het zijn toch kerken in een land, waar groote schatten moeten worden opgebracht voor de wanhopige verdediging van het nationaal bestaan; waar verscheidene steden en een menigte dorpen geheelof ten deele verwoest en vernietigd zijn; waar alle bronnen van welvaart zijn verstopt en heel het oeconomisch leven voor geruimen tijd met algeheele verlamming is geslagen; en waar door den aanvankelijken overwinnaar altoos rnaar door ontzettende ooriogslasten gelegd worden op het reeds uitgemergelde volk.

Dat zuike jammerlijke maatschappelijke toestanden ook den gang van het kerkelijk leven moeten verstoren, spreekt voor ieder van zelf.

Met het, 'weleer zoo bloeiende leven van Brussel's en Antwerpen's kerk is het in deze donkere dagen dan ook in finantieel opzicht zeer treurig gesteld.

Het grootste deel van beidp gemeenten is naar Nederland uitgeweken.

Zij, die-achtergebleven zijn, zijn haast allen in hun zaken-en bedrijf zoo zwaas .getroffen, dat zij zich onmogelijk dezelfde groote opofferingen als vroeger voor het kerkelijk leven kunnen getroosten.

En natuurlijk worden op diaconaal terrein de uitgaven steeds grooter.

De kerk van Brussel, die bovendien voor een tweetal jaren den Evangelisatie-arbeid krachtig ter hand genomen heeft, en daarvoor toen een lokaal met woonhuis gehuurd, alsmede een vasten arbeider in haar dienst heeft genomen, staat dan ook nu reeds voor zeer belangrijke tekorten: voor een tekort in de kas der kerk, voor een tekort in de kas voor het Evangelisatiewerk, en voor een tekort in de kas der Diaconie.

Zonder krachtige hulp van buiten af kunnen die tekorten onmogelijk worden gedekt en kan voor de toekomst al die kerkelijke arbeid eenvoudig niet gaande worden gehouden.

En wat de kerk van Antwerpen betreft: die heeft in deze dagen wel geen uitgaven voor den Dienst des Woords, daar zij juist vacant is en ook geen Dienaren des Woords van elders kan doen optreden ; maar bij haar sterk verminderde inkomsten zucht zij toch onder de rente en aflossing der hypotheek op-liaar kerkgebouw, terwijl zij zonder sterken steun uit Nederland onmogelijk weer een eigen Dienaar zal kunnen beroepen.

Hóewei zoodoende de kerk van Brussel reeds aanstonds en de kerk van Antwerpen voornamelijk in de naaste toekomst de hulp harer zusterkerken noodig heelt, geven wij et^ toch de voorkeur aan ons thans gezamenlijk met een dringende bede om hulp tot de kerken in Nederland te richten.

Waar in Nederland en door Nederland in deze dagen zoo heel veel gedaan wordt voor het geteisterde België in het algemeen, daar zijn wij vol goede verwachting, dat ook het Gereformeerde Nederland tegenover het Gereformeerde België in het bizonder zich niet onbetuigd zal laten.

Te meer, wijl het denkbeeld om aan de Belgische kerken in haren nood krachtigen steun uit Nederland te verleenen, reeds in Nederland zelf is geopperd, en de Heiaut van den lOden dezer met zooveel beslistheid verzekert: „Het zal onze Gereformeerde kerken in Nederland een eere zijn, de zusterkerken van Brussel en Antwerpen te helpen".

Zelfs werd in de Standaard voor een „Kerstcollecte" gepleit, die de Nederlandsche kerken voor hare beproefde zusterkerken in België zouden houden ; eene gedachte, die aanstonds'door andere bladen met instemming overgenomen en ook door hen in ernstige overweging gegeven werd.

Een absolute weigering van reispassen door de Duitsche Commandatuur maakte het voor de kerken in België onmogelijk de besprekingen te houden en de maatregelen te treffen, die noodig waren voor de tijdige uitwerking van dit door Nederland ons aan de hand gedane plan. Van het aanvragen eener Kerstcollecte kon daarom niet komen.

Nu echter, door de vriendelijke bemiddeling van het Nederlandsch Gezantschap te Brussel indelijk een reispas verkregen werd voor de verdere ontwikkeling van dit plan, zijn de kerken van Brussel en Ant-vyerpen thans in staat zelve hun bede om steun tot hare zusterkerken in Nederland te richten.

Met allen aandrang bidden wij u, broeders : och, wilt, indien het ook maar eenigszins mogelijk is, ons door het houden van een collecte geldelijk steunen en het ons zoodoende mogelijk maken ons kerkelijk leven en onzen kerkelijken arbeid voor te zetten, ook in de donkere dagen, die het arme België doorleeft.

Voor de andere Protestantsche kerken in België, de Belgische Zendingskerk en de Staatskerk, wordt in de Protestantsche kerken van Zwitserland en Engeland gecollecteerd; wij zijn voor onze bede om hulp op de Gereformeerde kerken in Nederland aangewezen.

Nu zijn wij er van overtuigd: ook in Nederland's 4erken zijn in deze tijden de behoeften groot en de zorgen zwaar.

Maar zoo sterk als in onze kerken, nijpt bij u, Gode zij dank, de nood toch niet.

Door Gods goede gunst zijn aan Nederland en dies ook aan het kerkelijk leven aldaar de vreeselijke jammeren van den oorlog bespaard.

Welnu, laat een dankoffer voor die goddelijke weldaad ten goede komen aan die kerken des Heeren, die zulk een zware bezoeking wèl moeten ondervinden.

Wanneer dat geschiedt, dan stelt gij bovendien de kerk van Brussel in staat een arbeid te verrichten, die feitelijk toch ook ten deele de roeping der kerken in Nederland is.

Immers in Nederland verkeeren nog altoos tienduizenden Belgische soldaten en honderdduizenden Belgische burgers.

Tegenover al die zonen en dochteren vaii een zoo diep beklagenswaardig broedervolk heeft Nederland, en met name het Christelijk Nederland, toch eene roeping niet enkel op stoffelijk maar ook op geestelijk gebied.

Nu zijn van Hervormde zijde reeds een tweetal Belgen, de predikant der kerk van Mechelen en een Evangelist van een der Brusselsche Evangelisatie-posten, aangesteld, om onder hun gémterneerde of uitgeweken landgenooten te arbeiden.

Maar vanwege de Gereformeerde kerken wordt, tenminste voor zoover ons bekend is, voor de geestelijke belangen dier ook geestelijk zoo arme menschen weinig of niets gedaan.

Nu wenscht echter de Gereformeerde Kerk van Brussel haren arbeider in den Evangelisatiedienst juist onder die in Nederland vertoevende Belgen te doen werken, in de hoop dat in deze voor hen zoo droeve dagen menig hart wat ontvankelijker dan anders voor de blijde boodschap des heils zal zijn.

Door den dringend benoodigden en vriendelijk gevraagden steun aan België's kerken te verleenen, vervullen de kerken in Nederland dus ook eenigermate hun roeping tegenover menschen, die toch niemand minder dan de Heere zelf op haar pad heeft gebracht.

En zoo kwijten zij zich tevens van een dankbaarheidsplicht, die reeds sinds meer dan drie eeuwen op hen rust. Want zijn zij na Antwerpens val in 1585 door zooveel geestelij k-rijke vluchtelingen uit België rijk gezegend, thans kunnen zij in dezen weg tot eenigen zegen worden Voor een geestelijk zoo arme menigte, als na Antwerpens val in 1914 wederom een toevlucht gezocht heeft op Neerlands grond.

En ook daarom hebben wij volle vrijmoedigheid, broeders, met onze dringende bede tot u te komen.

De Voorzitter onzer jongste Generale Synode, Dr. J. C. de Moor, wil gaarne de gelden en giften voor dit doel in ontvangst nemen en voor de verdere bezorging er van zorgen.

De verbreking van het postverkeer met België maakt een dergelijken maatregel natuurlijk noodzakelijk.

Het adres van Dr. de Moor is: van Blanken-' burgstraat 32, 's-Gravenhage.

Broeders, "géëffaaH önza dringende bedege^ hoor; doet, indien dit ook maar eenigszins mogelijk 1%-eene inzameling houden; en zendt aan bovengenoemd adres voor uwe Belgische zusterkerken een milde gave.

Vergeet ook thans de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want aan zoodanige offerande heeft God een welbehagen.

De Heere doe u dat welbehagen in ruime mate ervaren en doe voorts op uwen arbeid en den onzen Zijn rijken zegen rusten!

Namens den Kerkeraad der Gereformeerde Kerk van Brussel:

• Namens den Kerkeraad der Gereformeerde • Kerk van Antwerpen:

•CHR. WARNER, Praeses. -

J. MULDER, ƒ•/•«««. - ' - F. VERBRUGGHE, Scriba.-

G. v.'VN DETH AZN., Scriba.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Brussel en Antwerpen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 januari 1915

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken