Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Pers.

6 minuten leestijd

In de Rotterdamsche Kerkbode schrijft Dr. A. uyper Jr. over het onderscheid tusschen het ebruik van de woorden ziel en geest in den ijbel.

Het is den aandachtigen Bijbellezer altoos opgeallen, dat in de. Heilige Schrift voor het onzichtare deel van het menschelyk wezen twee woorden gebezigd worden, die weliswaar geheel verschillend van klank, maar toch ongeveergelijk van beteekenis ijn.

Wij bedoelen de woorden geest en ziel. Nu eens ordt gesproken van de menschelijke ziel, dan weer an den menschelijken geest. En als van zelf rijst an de vraag, of wij hieronder hetzelfde hebben te verstaan, of het slechts twee verschillende woorden ijn om eenzelfde zaak aan te duiden, dan wel f hier metterdaad aan twee verschillende dingen edacht moet worden.

Men kent de leer van de Trichotomie of van de riedeeling. Van ouds zijn er geleerden geweest, ie het gevoelen voorstonden, dat de mensch bestond uit drie substanties, was saamgesteld uit rie deelen, en wel geest, ziel en lichaam. Een el Ietwat wonderlijke leer, want ten slotte zijn er in het heelal maar twee substanties: geest en stof. ets behoort, öf tot de geestelijke of tot de stoffeijke wereld, tot dé onzichtbare of tot dé zichtbare ingen. En daartusschenin is niets, evenmin als er iets is tusschen eeuwigheid en tijd. Als in de leer van de Trichotomie, of driedeeling, de ziel moet zijn een zeer fijne, bijna niet waar te nemen materie, dan is zij; hoe fijn de materie ook moge wezen, ten slotte toch stof, en behoort dan tot de stoffelijke werelt.

De Gereformeerden hebben die leer van de Trichotomie, volgens welke de mensch bestaan zou uit - geest, ziel en lichaani, dan ook bes ist verworpen, en-uitgesproken dat die leer berust op een pantheïstisch beginsel. Het Pantheïsme wil alle grenzen verflauwen, alle scheidslijnen wegdoezelen, alle tegenstellingen opheffen. De tegenstelling tusschen den onzichtbaren geest en de zichtbare stof mocht niet blijven bestaan, die, klove moest _ overbrugd worden. Vandaar dat men in pantheïstisch-gezinde kringen de ziel stelde als een tusschenschakel, die den overgang vormde van den geest tot het lichaam en aan beide verwant was. Men heeft zich voor de leer der Trichotomie zelfs op teksten beroepen. Iets wat natuurlijk niet veel waard is, want er is nooit een ketterij verkondigd die men niet gepoogd heeft met »teksten« te bewijzen. V.andaar het spreekwoord; elke ketter heeft zijn letter. De Gereformeerde die dit zeer wd weet, vraagt daarom ook nooit of een bepaalde stelling met een „tekst" te bewijzen is, maar wel of zij steunt op Gods Woord in zijn' geheel, of zij overeenkomt met den, doorloopenden zin der Heilige Schrift.

Dé twéé teksten waarop de voorstenders van de B SS leer der Trichotomie bi) voorkeur zich beroepen, zijn 1 Thess. 5 : 23 en Hebr. 4 : 12. .Zij zeggen daar is toch in één tekst sprake van geest en ziel en lichaam. Hier zijn geen paralel-teteten waarbij wij in den eenen tekst het woord geest en in den anderen tekst het woord ziel gebezigd vinden. Neen, in één tekst komen zij naast elkaar en in onderscheiding van elkander voor. In 1 Théss. 5 : 23, zoo zegt men, wordt aan de gemeente toegebeden dat èn de-geest èn de ziel èn het lichaam onberispelijk bewaard mogen blijven in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus. En in Hebr. 4 : 12 wordt uitdrukkelijk gezegd, dat het Woord Gods, scherpsnijdender dan eenig tweesnijdend zwaard, doorgaat tot de verdeeling der Eiel en des geestes en der samenvoegselen des mergs. En dat moet dan bewijzen, dat de mensch niet slechts is saamgesteld uit geest en lichaam, manr uit: eest, ziel en lichaam. Alzoo de Trichotomisten.

De Gereformeerden, die ya.n deze leer der Trichotomie nooit iets hebben willen weten, hebben onmiddelijk het nietszeggende van het bijbrengen van deze teksten gevoeld, en aanstonds uitgesproken dat dan, naar die metliode te werk gaande, b.v. volgens Luk. 10 : 27, waar ons bcKolen wordt God 4en Heere lief te hebben met hetgeheele hart, de geheele ziel, de geheele kracht en het geheele verstand, het menschelijk wezen zou zijn saamgesteld, niet slechts uit geest, ziel en lichaam, maar uit: art, ziel, kracht, verstand en gemoed. En dan voelde een ieder, dat hier niet gedoeld werd op de samenstelling van het menschelijk wezen, m.aarwel dat hier gedoeld werd op de verschillende krachten en functies van den menschelijken geest.

Onze vaderen, die zuiver in de beginselen en streng in de leer waren, hebben altoos gehandhaafd en gepropageerd de, leer van de Dichotomie, de leer van de tweedeeling, welke leer inhield dat het wezen van den mensch niet uit drie, maar uit twee deelen bestond, uit geest en stof. En als zij dan óók spraken van de »zieU hebben zij toch altoos uitgesproken, dat de ziel in substantie geest was, in onderscheiding van en in'tegenstelling met het lichaam.

In het kort komt de leer = der vaderen hierop neer, dat er is «geest» ep «stof»; dat dit is de eenige tegenstelling op dit gebied, en dat er geen plaats is voor eenige andere tegenstelling, welke ook. Voorts dat er is louter geest en louter stof bij al datgene dat enkel als geest of enkel als stof bestaat. God is een geest en al wat in God den Heere is, is geest. De engelen en duivelen zijn geesten, en al w at in hen is, is geest. Maar de aarde zelve, met al hare elementen, is stof, louter stof. Nu is er ook een innige en nauwe band tusschen geest en stof. De geest in de stof wonende-en werkende, brengt in die stof geest en leven. Het onzichtbare, op zich zelven geest heetende, wordt verbonden aan de stof, ziel genoemd.

God is een geest. De engelen en duivelen zijn geesten. Zij zijn het, omdat ze louter geestelijk bestaan en er niet eenig contact, zelfs niet het geringste, met de stoffelijke wereld is. Zoodra echter is dat contact er, of er wordt gesproken van de siel. Men spreekt terecht of ten onrechte van de plantenziel, in elk geval volkomen terecht, dewijl overeenkomstig de^ Heilige Schrift, van de dierenziel, en vooral bijzonderlijk van de menschenziel.

Uit dit alles blijkt dus. voorloopig, dat er, in betrekking tot de substantie, alleen onderscheid te maken is tusschen geest en stof. Voorts dat er iets is, dat alleen geestelijk bestaat en iets dat nitsluitend stoffelijk bestaat. En eindelijk, dat erin het geestelijke iets is dat contact met het stoffelijke zoekt. Alleen bij dit laatste nu kan van siel gesproken worden.

Dus, en deze conclusie ligt thans voor de hand, de ziel is geest, maar in het geestelijke is zij iets eigens, iets afzonderlijks. De geest is in bepaalde omstandigheden en in bijzonder verband ziel. Namelijk vïanneer zij met de stof in aanraking komt, of met de stoffelijke Gereld ? ic; h verbindt. De geest in het dier heet ziel. De geest in der. mensch heet óf ziel ö.f-ziele, al naar gelang het is. In Psalm 116 : 4 lezen .we: ch Heere, bevrijd mijne ziel, (niet ziele) en in v< ^rj 7, , - m.ijn ziele (niet ziel) keer weder tot üjve ruste.

Een volgend maal zullen wij «ijftn op het onderscheid tusschen zie! en ziele, en stilstaan bij het onderscheid tusschen deze twee en den geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1915

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken