Bekijk het origineel

Ofschoon we als

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ofschoon we als

6 minuten leestijd

Amsterdam, 11 Juni 1915.

Ofschoon we als kerkelijk blad ons in den regel van politieke beschouwingen onthouden, mag toch om het hoog belang, dat hier op het spel staat, ook onzerzijds een ernstig woord van protest niet achterwege blijven tegen het drijven van enkele , bladen, die niet alleen, van het begin van den wereldoorlog af op de meest krenkende wijze over Duitschland zich hebben uitgelaten, maar die nu al zoover zijn gegaan van ons volk openlijk tot een oorlog tegen Duitschland op te hitsen.

Het gevaar van zulk een drijven onderschatte men niet.

Niet dat we vreezen, dat onze Regeering door dit vogelaarsgefluit zich zou laten verleiden om de neutraliteit, die ze dusver met zoo groote beslistheid handhaafde, prijs te geven. In Den Haag weet men te goed, dat we, door zulk een onverantwoordelijke en roekelooze politiek te voeren, ons nationaal bestaan op 't spel zotiden zetten. Waar men toch als voorwendsel voor dien oorlog tegen Duitschland opgeeft, dat anders dit land, wanneer het overwinnen mocht, niet alleen België, maar ook Nederland annexeeren zou, vergeet men blijkbaar, dat juist zulk een oorlogsverklaring sans rime ni raison aan Duitschland een stok 'in handen zou geven om ons te slaan. En wie meenen mocht, dat Nederland met zijn klein leger de oorlogskaris, die thans nog beslist ten gunste van Duitschland is, zou doen keeren, is wel met grootheidswaanzin geslagen. Het eenige gevolg zou wezen, dat bij Duitschland een haat en bitterheid tegen ons volk zou ontstaan, die hetzelfde lot van België ons zou doen deelen. En het zou niet alleen gebrek aan Staatsmanswijsheid verraden, het zou een misdaad wezen tegenover ons volk, wanneer de Regeering zonder absolute noodzakelijkheid al de jammer *en ellende van zulk een oorlog over ons volk bracht.

Maar al vreezen we niet, dat de Regeering tot zulk een roekelooze en gevaarlijke politiek de hand zou willen, leenen, toch an een stelselmatig 'bewerken van de pulieke opinie, om deze tegen één oorlogoerende Mogendheid op te hitsen, ons and zeer groote schade doen. Al stemmen o e gaarne toe, dat onze Nederlandsche olksaard te bedaard en kalm is, om evenals et Italiaansche volk door zulk een oorlogsuchtige pers tot een oorlogsroes te worden opgezweept, waarvoor tenslotte zelfs de Regeering het hoofd zou moeten buigen, toch doet het optreden van deze pers aan onze nationale positie niet geringe schade. Toen aanvankelijk in Frankrijk en Engeland de gedachte bestond, dat Nederland eigenlijk pro-Duitsch was en wij zelfs onze grenzen hadden laten schenden, om Duitschland's leger België te laten binnentrekken, hebben we ons gehaast, op alle manier deze beide landen te overtuigen, dat van een stil vennootschap met Duitschland geen sprake was. En volkomen terecht. Het wapenschild onzer neutraliteit moest onbesmet blijven. We zijn als volk niet pro-Duitsch. Maar we willen nu evenmin als handlangers dienst doen van Frankrijk en Engeland om Duitschland, dat steeds in goede nabuurschap met ons leefde en dat ons geen het minste kwaad heeft gedaan, verraderlijk in den rug te vallen. De sympathie van > den een moge meer naar de Entente, van den ander meer naar den Tweebond uitgaan, maar voor alle dingen zijn we liefliebbers van ons eigen vaderland en we willen ons volk niet in de ellende van een oorlog storten ten gelieve van welke Mogendheid ook. Dat de Ententemogendheden, nu ze blijkbaar geen kans zien om Duitschlands macht te breken, naar alle zijden om hulp uitzien en liefst alle neutrale landen in dezen oorlog zouden mee sleepen, om voor hen de kastanjes uit het vuur te halen, is voor ons slechts een reden om te meer op onze hoede te zijn. De ervaring heeft maar al te dikwijls getoond, hoe, wanneer de groote Mogendheden na elkaar beoorloogd te hebben ten slotte vrede gingen sluiten, bij zulk een vrede' juist de kleine bondgenooten het gelag moesten betalen.

Maar ook afgezien van dit motief, is er nog een ander, dat ons tot stipt bewaren van onze neutraliteit nopen moet. De roeping van Nederland is niet om als handlanger voor de eene groep der oorlogvoerende Mogendheden op te treden, maar een veel hooger en nobeler, om met alle kracht mee te werken, dat er weer vrede kome. De hooge positie, die onze Koningin inneemt, afstammelinge als ze is van een der oudste en roemrijkste vorstenhuizen, en verwant aan de vorstenhuizen van schier alle oorlogvoerende mogendheden; de onbaatzuchtigheid onzer Regeering, die noch bij de overwinning van de eene noch v.an de andere partij belang heeft; de historische roeping van ons land, waar de. vredesconferentiën zijn gehouden en het vredespaleis staat opgericht; — dat alles maakt, dat Nederland onder de nog weinige neutrale landen wel het meest voorbeschikt schijnt, om op het', geschikte oogenblik de vredesonderhandelingen te helpen inleiden. Maar deze schoone en heerlijke taak, waartoe Nederland zou kunnen geroepen worden, zou door onze eigen schuld onmogelijk worden gemaakt, wanneer we openlijk voor de eene of andere partij in het krijt traden.

' Het is daarom, dat we het betreurd hebben, dat van bet begin van den oorlog af een deel van onze pers, en dat niet alleen de politieke, alle fiolen van haar toorn over één der oorlogvoerende Mogendheden, over Duitschland, uitstortte, en daarmede een anti-Duitsche stemming bij ons volk poogde te wekken. En nog ergerlijker was het, dat vreemdelingen die in ons land gastvrijheid genoten, Belgische vluchtelingen en VVaalsche predikanten, de onkieschheid begingen om in onze pers niet alleen voortdurend een volk aan te vallen, dat met ons in vriendschap leeft, maar zelfs tot oorlog tegen dat volk ons aan te zetten. Van een dergelijke actie tegen Engeland, Frankrijk of Rusland was in geen onzer persorganen sprake. Wie meende, dat in dezen oorlog het recht aan Duitschland's zijde was, zette dit kalm en zakelijk uiteen; de felle beschuldigingen van barbarisme en onmenschelijkheid tegen Duitschland ingebracht, werden weerlegd; maar niemand hunner dacht er aan op zijn beurt een Hetzecampagne tegen de Entente mogendheden op touw te zetten, zooals de anti-Duitsche pers dat tegen Duitschland deed. Toch werd een blad als de 'Nieuwe Rotterdammer, dat volkomen objectief de oorlogsfeiten meedeelde en van elke beoordeeHng zich onthield, alleen omdat het in het koor der Duitschen haters niet meezong, als een pr'^-Duitsch blad verdacht gemaakt, dat eigenlijk in dienst der Duitsche regeering stond. Welk een verkeerde en onjuiste indruk dientengevolge allengs in Duitschland ontstond, alsof eigenlijk heel ons Nederlandsche' volk aan de zijde der Entente-mogendheden stond, weet ieder, die met Duitschers sprak of Duitsche kranten las.

We zijn daarom, dankbaar, dat thans openlijk door meer dan een invloedrijk blad en evenzoo in de Tweede Kamer tegen dit anti- Duitsch drijven is geprotesteerd. Vooral nu deze haat tegen Duitschland zoover ging, dat men ons volk zelfs in den oorlog wilde meesleepen, was het meer dan tijd, dat hiertegen een kloek en beslist protest uitging. Waar God ons land genadiglijk nog den vrede liet behouden, zou het erger dan een roekeloos spel, zou het een verzoeken van God wezen, wanneer Nederland opzettelijk den oorlog zocht, Of onze Regeering aan een dergelijheid geen perk en paal behoort te stellen, willen we hier niet beoordeelen. Maar ons volk kan althans duidelijk te kennen geven, dat het van zulk een pers niet gediend is door zulke bladen niet meer te lezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 juni 1915

De Heraut | 4 Pagina's

Ofschoon we als

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 juni 1915

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken