Bekijk het origineel

„De gedachtenis des rechtbaardigen zal tot zegening zijn”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„De gedachtenis des rechtbaardigen zal tot zegening zijn”.

7 minuten leestijd

De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddeloozen zal verrotten. Spreuk. 10:7.

Er is tusschen menschen en menschen een kennelijk onderscheid, wat hun beteekenis voor hun omgeving betreft. Verreweg de grootste meerderheid zijn ordinaire personen, die komen en gaan, zonder veel sporen in het leven achter te laten. Dat heeft God alzoo besteld. Jezus zelf teekende het in zijn gelijkenis van de talenten zoo duidelijk uit. Drie soorten van personen waren er. Personen die slechts één talent hadden ontvangen, en daartegenover anderen wien vijf talenten waren toevertrouwd, en tusschen deze beide soorten in was er nog een derde klasse, die over twee talenten beschikken kon. Eén talent nu is ook thans nog altoos het meest gewone, de vijf talenten blijven ook nu nog hooge exceptie, en tusschen deze groote en deze zeer kleine groep staat ook nu nog altoos een middengroep, die wel niet overtalrijk is, maar toch overal en in eiken kring gevonden wordt.

Met dit sterk sprekende onderscheid nam men vooral in de laatst verloopen eeuw steeds minder vrede. Dat onderscheid tusschen mensch en mensch, zoo wist men te vertellen, lag alleen aan 't verschil in opvoeding en in het rijker of armer zijn. Geef, zoo riep men, aan een ieder even hooggaande opleiding, en irfeak aller levenspositie gelijk, en ge zult 't zien hoe de verschillen eerst inkrimpen, en ten slotte geheel wegvallen. En dan zal 't worden: Gelijkheid, Vrijheid, Broederschap.

Het onzinnige van dit beweren springt terstond in het oog, zoo ge er op let, hoe ook onder de best opgevoede en rijkst voorziene familiën telkens de onbeduidendste personen optreden, en hoe omgekeerd uit den dienenden stand telkens , geniaal aangelegde personen zich aanmelden."'En dit verschilt niet alleen onder de mannen doch ook wel onder de vrouwen.

In de zeer sterke ongelijkheid der personen van één, twee en vijf talenten, hebben we met een beschikking Gods te doen. Hem heeft 't beliefd, de kinderen der menschen, in stee van gelijk, zeer ongelijk te scheppen. Ge ziet 't dan ook, hoe soms in 'tzelfde gezin, uit dezelfde ouders, drie kinderen geboren worden, die geheel gelijke opvoeding erlangden, en over gelijke middelen beschikten, en dat er toch slechts één van drie onder uitkwam, terwijl de beide anderen niet boven de twee en het ééne talent haalden.

Die sterk-sprekende verschillen te willen loochenen, en aller onderlinge gelijkheid te beweren, is dan ook weinig anders dan een spotten met de historie en een zich blinddoeken voor de werkelijkheid.

Wat Jezus als regel voor de verhouding tusschen de drieërlei voorziening met talenten stelde, was niet anders dan de afspiegeling der werkelijkheid.

Zoo en niet anders is 't alle eeuwen door, en onder alle volken, geweest. En zoo is het nog.

God schiep zóó en niet anders heel ons menschelgk geslacht, en de kunst is nu maar, dat een ieder woekere met wat hem is toevertrouwd. Op een iegelijk rust van Godswege een zeer ernstige verantwoordelijkheid, 't Meest natuurlijk op den man of de vrouw van de vijf, maar toch ook op de ordinaire personen met het ééne talent. En > een iegelijk zal in den dag des oordeels eens rekenschap hebben te geven van wat hij met de hem toebetrouwde talenten heeft gedaan.

Maar nu is er behalve het verschil in talenten nog een tweede onderscheid tusschen mensch en mensch gesteld, hierin bestaande, dat er enkelen zijn die ook bij volgende geslachten in herinnering blijven, terwijl de overigen na hun sterven zich verhezen in Vergetelheid.

Ook dit hangt met de talenten wel saam, maar het gaat er toch niet in op. Neem slechts de vrouw die Jezus met de kostelijke Narduszalf zalfde. Van haar betuigde Jezus, dat overal waar zijn Evangelie zou gepredikt worden, aan haar gedacht zou worden. En toch bUjkt uit niets, dat haar juist de vijf talenten waren toevertrouwd.

Het stellen van een voorbeeld, dat op heel de omgeving diepen indruk rnaakt, en nog tot in verre geslachten leiding aan de geesten geeft, kan ook van Godswege zijn toevertrouwd aan wie zich te behelpen heeft met de twee talenten. Dit kan afhangen van de bijzondere omstandigheden waaronder men optreedt, van de bepaalde richting die ons talent heeft genomen, en van 't langere leven, waarin 't ons gegund werd, om zulk een talent zijn volle ontwikkeling te geven. Toch vallen gemeenlijk beiden saam. De man, wiens gedachtenis in zegenende herinnering blijft, was in den regel ook met de vele talenten bedeeld. Alleen maar kwam bij die vele talenten dan een geheel bijzondere plaats in het leven, een geheel bijzondere taak, waaraan hij zich kon wijden, en hierdoor een geheel bijzonder effect in het optreden, dat dan bij het nageslacht ïn heugenis meeging, en ook onder het nageslacht zijn historische nawerking deed.

Israel vooral was in dit opzicht rijk voorzien. Vooreerst in de drie patriarchen van ouds. Dan in machtige Koningen zooals David en Salomo. Niet minder in Mozes en de profeten. En nn nog werkt onder de 11 en 12 millioen joden, die verspreid in alle wferelddeelen wonen, de heugenis van deze profeten en koningen bezielend na.

vHet zijn deze extra-ordinaire^ profeten en k& ingen die in geestelijken zin de organische eenhéW, van heel 't volk moeten steunen, en het is de iieugenis van deze zeldzaam höö^^ persoonÜjkh'-dên, die nu nog Israel, ook na zijn afval, geestelijk en intellectueel op zoo hoog tempo houdt.

Zelfs als Christenen gebeurt 't ons telkens, dat er van de heugenis-van Mozes of Jesaja een prikkelende bezieling op heel. ons ^YF^g'n-üitgaat, en juist dit lijft ^ons pp'-röö interessante manier dan in _\n , hc!; : , "^oflfsverband.

Toch beelde men zich niet in, dat deze bezieling door het hooge voorbeeld van het verleden alleen op geestelijk gebied zou werken. De Ruyter en Tromp bestendigen door hun geschiedenis nog altoos de heugenis van Nederlands vloot. De Zwijger en Prins Maurits doen nog steeds onder de vrienden van Oranje een verheffenden invloed van zich uitgaan. Geleerden als Boerhave spreken nog steeds tot het nageslacht. Toch reikt de geestelijke invloed van historische genieën nóg altoos het verst. Denk slechts aan een man als Paulus, aan een bezield prediker als Chrysostomus en aan een denker als Augustinus. En ook daarna zijn het L.uther en Calvijn geweest, die als geniale leiders en voorgangers, aan de Christenheid gegeven, nog steeds door hun naam en hufl voorgang het leven onder hun volgelingen zoo hoog houden.

Toch bepaalt wat de Spreukendichter zegt, dat de gedachtenis der rechtvaardigen in zegening zal blijven, zich in 'tmipst niet tot deze hoogmikkende genieën, die blad na blad van de historie hebben gevuld.

Ook onze bijzondere vaderlandsche historie; we wezen reeds op De Ruyter en Tromp; bleek van zulke voorgangers op nationaal gebied te verhalen. En zelfs daarbij blijft het niet.

Schier in elk deel van ons land, in elke provincie, ja in elke stad van beteekenis zijn op den door God gewilden tijd mannen of vrouwen opgestaan, die er aan het leven leiding gaven, en wier nagedachtenis nog in eere blijft, en nog op veler bewust leven inwerkt.

Ja, tot zelfs van schier elk dorp kan dit betuigd. Daar hoort dan de historie wel niet van, en het groote publiek merkt het niet op. Maar wie in zulk een dorp woont, de opeenvolging der geslachten bespiedt, en de geestesrichtingen die er invloed oefenen, naspeurt, weet maar al te goed, wie de mannen of vrouwen, van hooger aanleg waren, die in zulk een dorp de ontwikkeling beheerscht hebben. Dat kan een prediker, het kan een burgervader, het kan een onderwijzer, maar het kan ook een boerenknecht zijn geweest.

En wat nog sterker spreekt, ook in een familie, en zelfs in het gezin ziet men vaak zoo kennelijk een vader of de moeder verschijnen, wier nagedachtenis in zoo dankbare zegening blijft. Al mag er in een familie onder vijf op elkaar volgende geslachten ook maar één zoo eminente man of vrouw optreden, dan kan nog van zulk een eminent persoon in drie, vier opeenvolgende geslachten zegen uitgaan.

Hoe heerlijk zou 't zijn, zoo ook thans de vaders en moeders er meer op bedacht waren, om zulk een zegen achter te laten, en indien hun zonen en dochteren op 't indrinken van dien zegen meer bedacht waren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 november 1915

De Heraut | 4 Pagina's

„De gedachtenis des rechtbaardigen zal tot zegening zijn”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 november 1915

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken