Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Mijn ziel uitgegoten”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Mijn ziel uitgegoten”.

7 minuten leestijd

Doch Hanna antwoordde en zeide: een, mijn heere, ik ben eene vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn noch sterken drank gedronken; maar ik ~ heb mijne ziele uitgegoten voor het aangezichte des HEEREN. 1 Samuel 1 : 15.

Oas ik, dat verborgen in onze ziel woont, kan in zeer verschillenden graad door droefenis bevangen zijn. Er kan ons iets overkomen dat ons hindert, en waarover we bij het vriendenoor klagen. Er kan iets zijn, dat ons deert en grieft, en waar onze ziel niet over heen kan. Banger reeds wordt het, als ons innerlijke krenking benauwt oVer een smartelijke gewaarwording, die wé maar niet van ons kunnen zetten. Het kan nóg pijnlijker worden, als een ander ons in wat ons grieft, door bittere woorden tergt. En ten slotte kan de bangheid ons zóó beklemmen en benauwen, dat de ziel in ons vol van'droefenis wordt, overloopt van verdriet, en dat we ten slotte • op de knieën vallen, om onze ziel als uit te gieten voor den Kenner van ons hart. Dan kunnen we het ten slotte niet meer bedwingen, dan faalt 't ons aan zelfbeheersching om 't nog langer vol te houden. En als er dan eindelijk opening komt, dan is het niet als met druppels, en met een enkelen beker vol, dat 't er bij ons uitkomt, maar dan is het ons of ons hart 't eindelijk niet meer kan inhouden, maar 't uit moet storten, en dan kornt 't spannend oogenblik dat we, zooals er van Hanna in den Tabernakel staat, onze van droefenis als versmeltende ziel uitgieten voor den Heere.

Hanna deed toch zoo vreemd. Eli kwam zelfs in den waan, alsof ze half in dronkenschap ver-

vallen was. En daarop nu was het antwoord, dat opwelde uit haar geprangd gemoed: «Neen, mijnheer, ik heb geen wijn en ik heb geen sterken drank gedronken, maar ik ben een vrouw bezwaard van geest, en ik heb mijn ziel uitgegoten voor den Heere!«

De gemoedstoestand, waarin de arme Hanna verkeerde, niet enkel omdat ze kinderloos bleef, maar omdat Peninna haar om die kinderloosheid tergde en bespotte, en dat 't scheen, alsof God haar gansch niet aanzag, dat was 't wat ten slotte zulk een overmaat van droefenisse in haar hart had opgehoopt, dat ze eindelijk het niet meer kon inhouden, dat haar hart er als 't ware van berstte. En toen, toen golfde in haar smeekgebed haar bittere droefenis als met vollen golfslag uit haar ziel naar buiten. Toen was ze zelve over haar zielsverdriet geen meester meer, en toen ja, toen eindelijk kwam er ontspanning, want toen goot ze haar ziel uit voor haar God.

Zulke lijderessen, en ook lijdeis, zijn er alle eeuwen door geweest, en zijn er nog. Dan is er een wee in de ziel dat meest voor de wereld verborgen blijft, en dat de benauwde ziel in zich zelve opkropt. En dan eindelijk, als het te bang wordt, en er een oogenblik van verademing in den verborgen omgang met God is, dan berst het, dan kan 't niet langer bezworen worden, dan wordt 't als uit de fontein van \haxt uitgegoten^ en juist die uitgieting voor God geeft ons weer vrede en rust.

Alleen maar, ook die slingeringen in het innerlijk zielsverdriet zijn zoo ongelijk.

We verstaan niet waarom, maar het is zoo, dat God de Heere deze bangste zielesraarteh met zoo ongelijke mate toebedeelt. Er zijn er in massa, die nu ja, wel eens hinder ervan hebben, dat iets niet naar hun wensch gaat, maar voor 't overige toch een onbezorgd leven lijden, en aan alle booze kwelling gespeend blijven. .Onder de jongeren is dit zelfs bijna regel, en op latereii leeftijd ontmoet ge telkens vroolijk gestemde lieden, wien het lachen nader dan 't huilen staat, en die ja met oppervlakkige verdrietelijkheden ook op hun manier hebben kennis gemaakt, maar die van hartaangrijpende droefenis bijna niet weten. Zelfs over het verlies van huisgenooten en vrienden is het wonderbaar zoo spoedig als velen zich heen zetten.

Maar er is en blijft toch ook altoos een Jobsgeslacht, en de aschhoop kent nog altoos zijn melaatschen. Dat kan aan krankheid liggen, dat kan opkomen uit 't zielsverdriet dat man en kind aandoet, dat kart bestaan in boozen laster die ons vervolgt, dat kan schuilen in ziels grievingen over een zondig verleden, dat kan in bezorgdheden en tegenheden schuilen; maar ze zijn in elke stad en op elk dorp te vinden, diep bedroefde en innerlijk gekwelde zielen, die niet weten waar ze zich met hun verdriet' bergen zullen, en die 's avonds niet kunnen inslapen van hun tranen, en in den morgen zuchten tegen den dag die komt.

Het ergst hierbij is, dat al zulk diepgaand zielslijden aan hem of haar, die er bijna onder bezwijkt, in den regel door anderen veroorzaakt wordt. Veelal weet en merkt die harde hand van die vrouw met een Peninna-ziel 't niet, hoe ze haar slachtoffer verbitteren en vergallen. Haast zou men zeggen: als ze 't wisten, zouden ze ervan aflaten. Maar toch kan niet ontkend, dat er altoos ten minste enkelen onder loopen, die zich op al zulk kwellen toeleggeti^ en er een zondig genot in smaken, zoo ze ontwaren dat de gekwelde er schier onder bezwijkt.

En daarom kan er niet ernstig genoeg op gedurig zelfonderzoek worden a, angedrongen. o, Smeek uw God dat Hij u beware van ooit een zoo giftig verwoester van anderer levensgeluk te zijn.

Maar al is het vaak bij zulk diep wondend zielehjden een zaak onder menschen, toch blijft het daar niet bij. Al zulk neerdrukkend zielelijden is altoos tegelijk een zaak tusschen onze ziel en onzen God.

Dat ziet ge even goed aan Hanna als aan Job. Hanna laat niet af, en haar God schenkt haar de verhooring van haar bede. En-bij Job gaat het wel veel hartstochtelijker toe, zoodat hij ten slotte in zelfvervloeking vervalt, maar ook door dien stroom heen, mag toeh ook Job ten slotte in de haven der ruste weer ankeren, zoo zelfs, dat zijn nieuw opkomend leven nog rijker aan zegen wordt, dan zijn eerste.

Maar zelfs dat is lang niet altijd de afloop en het einde. Ook nu nog kunt ge ze als met den vinger aanwijzen, die tot aan hun sterven toe met de smart hunnej ziel worstelen blijven, en eerst in het Vaderhuis verademing vinden. De wereld merkt er niets van, en ziet het niet, maar er wordt in de verborgen uithoeken van 't leven naar lichaam en naar ziel nog vaak zoo bang en.zoo bitter geleden. Zoo bitter, dat het haast gebroken hart 't niet meer verzetten en niet meer dragen kan.

En toch zal dit Gods lieve kind niet inzielsvertwyfeling doen bezwijken.

Trof ook u misschien zoo bitter lot, dan staat 't toch onder al uw lijden nu reeds voor u vast, dat er geen druppel uit den beker des lijdens ooit door u werd uitgedronken, of straks, als ge bij uw God in het Vaderhuis zjjt, zult ge den heilschat dien Hij u beloofde, als een erfenis der heiligen ontvangeji.

Haast zou men zeggen kunnen, dat vne. straks in 't Vaderhuis aanschouwen zal, hoe juist de meest geplaagden en wreedst gekrenkten, de rijk sten in heiliger genieting zullen zijn, jaloersch op die eens zoo diep gekrenkten en wreed gekwelden zal wezen, en, aan zijn leven terugdenkend, zich bijnaden wensch zal laten ontglippen: Ware zoo diep en bitter lijden ook maar mijn deel geweest.

Dit nu is voor de eeuwigheid.

Maar ook hier reeds fluistert onder dit bange zielelijden Gods trouw u toe. Wat Hanna genoot toen ze haar ziel voor haar God kon uitgieten^ heeft een vrouw als Peninna nooit gekend.

En zoo is 't nog.

Dan is er een ziel zoo diep gekrenkt, dat ze bijna niet meer kan. Doch dan juist in die aangrijpende oogenblikken gaat er een adem Gods door die lijdende ziel, die haar zoo onberekenbaar zaligt.

En dan is 't uw God die zijn Heiligen Geest u bereid had in uw gefolterd hart

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 januari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

„Mijn ziel uitgegoten”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 januari 1916

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken