Bekijk het origineel

Ingezonden Stukken.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ingezonden Stukken.

6 minuten leestijd

(Buiten veratiiwoordiiykheid van de Redactie.) Gtachte Redactie!

Naar EÏanleiding 'van het stuk «Orgelbegé^ leiding, geen orgelconcert", voorkomende in De Heraut van 19 Maart 1.1., zou ik gaarne eenige op-en aanmerkingen willen geven, die mij het veeljarige organistschap aan de hand gedaan hebben. Laat ik vooraf zeggen, dat ik het volmaakt eens ben met de hoofdstrekking: rgelbegeleiding, geen orgelconcert, - doch voor afschaffing van voor-, na-en tusschenspelen ben ik heel niet te vinden. Als de geachte schrijver beweert, dat de te lange voorspelen den kerkedienst fekken, dan zou ik in de eerste plaats •willen •vragen: aar worden voorspelen van een half kwartier gegeven? Bijna nergens, zoodat de lange duur van de godsdienstoefening ergens anders aan toegeschreven moet worden. Zoo heb ik wel eens opgemerkt, dat het voorgebed in de gemeente duurde van 10.13 tot 10.37^ In dien tijd behandelen we in onze school de 5ijbelsche geschiedenisles. Dan wordt er in het stuk op aangedrongen, om naar het model van de Fransche kerken vlugger te gaan zingen. Reeds vroeger heb ik uitvoerig in de Goudsche Kerkbode betoogd, dat men in dezen de middelmaat moet houden. (Zelf ben ik ook voorstander van vlug zingen). Doch laat ik mijn ondervinding van de godsdienstoefening van . 26 Maart 1, 1. in den voormiddag eens mededeelen. Voorzang Ps. 22 : 1, duur 3 minuten met voorspel; vervolgens Ps, 42 : 4, duur 3V8 minuut met flink voorspel; daarna 2 verzen van Ps. 69 (een tamelijk lange psalm), zonder voorspel, maar met tusschen-en naspel 7 minuten, en eindelijk een vers van Ps. 16, SVs minuut, totaal 17 minuten, dus geen 30 minuten, waartoe de schrijver komt. Het voorgebed duuVde pl.m. 10 minuten, zoodat de predikant reeds vóór half elf aan de predikatie begon en de traditioneele 2 uren niet behoefden vol gemaakt te worden.

Bij elk vers behoort rn. i. een voorspel, dat zooveel rnogelijk den inhoud van het psalm vers moet weergeven. Heeft men b. v. te zingen; «Hoe zaUg is het volk, dat naar Uw klanken hoort*, - dan moet het orgel alle klanken doen hooren, o. a. den lieflijken, zoeten klank van het Evangelie, maar. ook den bUksem van den Sinai; in Ps. iSO moeten hatp, irompet enz. vernomen worden, Ps. 86 : 6 moet zacht ingezet worden en in forto eindigen, terwijl het koraal dan uiterst zacht inzet. Niet altijd kan de inhoud even goed in klanken omgezet worden, doch dan geve men gedeelten van de prediking weer. Als de leeraar spreekt over den goeden Herder, over den Middelaar Jezus of gedeelten van een gezang aanhaalt, kan man die weergeven in zijne preludiums door zangwijzen, die eraan herinneren, als: e Heer is mijn herder, Ga niet alleen door 't leven. Werkelijk zijn deze klanken dan geen «onnutte* dingen en de gemeente weet ze te waardeeren.

Een voorspel voor den middenzang zijn •wij niet gewoon te maken, doch vele predikanten

voornamelijk de vreemde — neggen van te voren den psalm niet: en wordt nu dadelijk ingevallen met orgel, dan zingt men pas aan 't eind van den eersten regeL omdat het vers eerst moet opgezocht worden. In den regel wacht ik dan eenige minuten, wat ook niet stichtelijk is.

De tusschenspelen kunneii soms gemist worden en vooral, zooals (Ie schrijver zegt, wanneer de verzen bij elkaar hooren. Zoo noemt hij Ps. 116 : 1 en 2 (De bedoeling zal-wel zijn 2 en 3). Toch zijn de tusschenspelen wel eens beslist noodig. Den laatsten keer gaf Prof. Sille vis Smitt op Ps. 107 : 13, 14 en 15 naar aanleiding van »De storm op zee«. Nu moeten ha vers J[4 »de golven« uitgewerkt worden en een liefelij.ke. zachte muziek voorbereiden op vers 15: gt; Hij doet den storm bedaren«. Doet men dit niet, dan is de overgang van sterk naar zacht te groot. Zoo zouden we tot staving van onze raeening meer voorbeelden kunnen aanhalen.

Het naspel kari nietafgeschaft worden. Vooral niet bij den laatsten Psalm, daar de menschen dan nog niet sklaar" zijn bij het uitspreken van den ze'gen. In den regel behoort het, zeer kon te zijn, doch er zijn uitzonderingen. Hoort wat Celo (wijlen Ds. Van Dijk te Oudewater) eens in de Kerkbode schreef. Hij trad eens voor een groote gemeente op en gaf daar een Psalm op met een bede tot slot. Eu wat deed de organist \ De laatste bede, misschien was het wel : »Verlaat niet, wat Uw hand begone enz. werd langzaam tot het einde in zachte tonen herhaald, en de predikant met de gemeente stemden biddend met de slotakkoorden in. l/it dit alles blijkt dus, dat klanken met beteekenis geen onnutte dingen zijn, en men den Heere er wel degelijk mee verheerlijken kan.

Om nog iets anders te noemen. Bij onze traktaatverspreiding geven we den menschen blaadjes met letters, doode teeken op zich zelf, maar ze hebben toch beteekenis, als ze voor het goede doel worden aangewend.

Zoo is het ook op het gebied .der klanken. Wij zijn arm aan liederen, en op feestdagen moeten we onze preludiums putten uit bekende liederen, die niet in de kerk mogen gezongen worden. Gelukkig rijzen er vereenigingen op ter verrijking, en verbetering 'van ons kerkgezang. Wel zullen de ouderen hun stem "daartegen verheffen, evenals de vaderen de orgelen onnutte dingen vonden, doch op den duur is het streven naar verrijking niet tegen te houden.

De gedachten hieromtrent zullen wel altijd '• blijven verschillen, ook omdat er ? oo verschillend over muziek gedacht wordt. De eene predikant zal met genoegen naar een preludium luisteren, een ander voelt er zoo weinig voor, dat hij het naspel soms niet eens kan afwachten en reeds met de preek begint, als het orgel nog niet > klaar» is. (Dit heb ik eens een keer ondervonden). Echter zullen deze af keerigen nog wel tot inkeer komen, want met Ds. Wisse zijn we het' eens, dat muziek en zang meegaan naar den hemel.

Ten slotte moet ik bekennen, dat ik een ideaal-toestand geschetst heb, waarnaar we wel moeten streven, doch die helaas niet altijd bereikt worden kan.

Ie. kan niet elke organist zoo fantaseeren, dat hij aan de klanken beteekenis kan geven, en moeten de meesten zich met een gewoon koraalboek behelpen.

2e. kunnen de meeste kerken niet bogen op zulk een beroemd orgel, als pas in R'dam vervaardigd is geworden, doch zijn het over het algemeen nare, ik zou haast zeggen > onnutte« dingen.

^ Se. Voelt de gemeente nog weinig voor het schoone in de muziek, laat staan in het gezang, dat onze schrijver traag en langzaam noemt.

.Maar laat een ieder er lïaar streven zijn best te doen, om zoowel in zang als in klanken den Heere, naar de gave hem of haar geschonken, te verheerlijken. Zoo zij het.

C. J. V. D. PUTTE,

organist der Geref. Kerk Gouda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 april 1916

De Heraut | 4 Pagina's

Ingezonden Stukken.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 april 1916

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken