Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

10 minuten leestijd

Engeland.

Een liberaal prediker beroepen door de City Tempi e. Een' advies over de.verhouding van Kerk en Staat. Kindersterfte in Edinburgh. ^

De leden van de City Temple hebben op een »church-meeting" met algemeene stemmen Dr. Newton, »liberaal" predikant uit Amerika, tot hun herder en leeraar beroepen. Er is beweerd, dat dit beroep uitgelokt is door een perscampagne. Maar dit neemt niet weg, dat het bedroevend is, dat een modern predikant in de voornaamste kerk der Congregationalisten te Londen begeerd wordt. De/City Temple is voor de Engelsche Dissenters of Nonconformisten wat de St. Pauls Cathedraal voor de Anglicanen is. Ze is meer dan een lokale kerk. Zij wordt het sklankbord" van de Nonconformisten geoemd-Bijna drie honderd jaar lang is in die kerk en in die daar vóór stond, de rechtzinnige leer verkondigd. Op haar kansel heeft Dr. Parker gepredikt. Het optreden van den modernen predikant Campbell was een jammerlijk interludium, maar ten slotte verliet hij de Congregationalistische kerk. Het blijkt echt^, dat het zaad, door Campbell uitgestrooid, vruchten gedragen heeft. Anders ware het onmogelijk, dat een' gemeentevergadering met algemeene stemmen-een > liberaal", hetgeen in Engeland vrijwel hetzelfde' is als een Unitarisch predikant, beroept.

Een Engelsch' blad zegt, dat het de vraag is, of de City Temple nu een te huis worden zal vóór het liberalisme, of dat zij een g'roöt, breed centrum voor het Evangelie blijven zal. In bedoeld blad wordt het vermoeden uitgesproken, dat de personen, die Dr. Newton beriepen, niet de Vrije kerken vertegenwoordigden, maar een kliek vormen, die er op uit was het Uberalisme in , het centrum van de Nonconformistische wereld op den troon te verheffen. Dit is een doekje voor het bloeden. In de Nonconforistische kerken, niet het'minst in de Congregationalistische kerk, is de invloed van het modernisme duidelijk merkbaar.

Door den aartsbisschop van Canterbury werd eene commissie benoemd om-te onderzoeken, welke veranderingen wenschelijk zouden zijn in de verhouding van de Kerk tot den Staat, om de geestelijke onafhankelijkheid der kerk tot haar recht te laten komen.

De Anglicaansche kerk is alles behalve onafhankelijk. Zij staat onder den Koning van Engeland en onder het Parlement. Als bijv. een predikant der Staatskerk Roomsche ceremoniën in de kerk invoert, kan hij deswege voor de rechtbank ter verantwoording geroepen worden. Een vijf en twintig jaren geleden werden deb romaniseerenden Anglicaanschen predikanten tal van processen aangedaari, waarop steeds veroordeeling volgde. In den tegenwoordigen tijd hoort men daarvan niet meer, denkelijk omdat gebleken is, dat de Ritualistische beweging niet te stuiten is, doordat zij sommige harer voorstanders tot gevangenisstraffen daat veroordeelen.

De door d, en aartsbisschop benoemde commissie wil echter den band die de Engelsche staatskerk aan den Staat verbindt, niet losgemaakt zien. Zij. stelt voor dat een soort van Synode of Opperkerkeraad zal ingesteld worden, bestaande • uit predikanten en gemeenteleden, en daarnevens nog een „Priv); Council", eene kerkelijke commissie, door middel van welke men wil onderhandelen met kroon en parlement. Die „Privy Council" moet dan beslissen in welke gevallen men de toestemming van het Parlement voor in te voeren veranderingen noodig heeft, of wanneer men alleen de Kroon heeft te raadplegen. Er is niet veel kans op, dat het advies van de commissie gevolgd wordt. Op den duur zal het in Engeland tot losmaking van den band die de Anglicaansche kerk en den staat vereenigt, komen.In Ierland heeft zij reeds plaats gehad, in Wales is' zij weldra eéh voldongen feit, Schotland en Engeland zijn dan aan de beurt.

In een scherp artikel wees dezer dagen Dr. C. W. Saleeby in een Löndensch dagblad er op, dat er een scherp contrast bestaat tusschen Parijsche en Edinburghsche toestanden in betrekking tot de zorg voor jeugdige kinderen. Hij betoogt, dat toen in 1871 de Duitschers Parijs belegerden, de kinderbevolking zoo goed als vernietigd werd. Maar in 1914 namen de autoriteiten, dóór de ervaring geleerd, krachtige maat­ regelen om het gevaary dat het leven van jonge kinderen bedreigde, tot een minimum te herleiden. En dit is gelukt. De kindersterfte verminderde op in het oog loopende wijze, en dat, terwijl op een afstand van een vijftig mijlen de oorlog woedde. Vergelijk daarmede, zegt Dr. Saleeby, den toestand gelijk die in Edinburgh is, waar geld in overvloed is en welvaart heerscht. »De kindersterfte in het voorspoedige Schotland was 126 per duizend, een hóoger cijfer dan in .1855. Het geboortecijfer in Edinburgh was verreweg het laagst dat in een stad bereikt werd, het was beneden de achttien per , duizend. De sbabies" werden als gewoonlijk afgemaakt, ja meer dan gewoonlijk, ofschoon het geboortecijfer slechts de helft bereikt .van dat voor veertig jaar. En dit, terwijl in het laatste jaar er meer geld dan ooit te voren vcor moeders en kinderen in ons land toebedeeld werd«.

Dr. Saleeby schrijft dit bedroevend resultaat toe aan het buitensporig drinken van whisky door vrouwen, sedert de oorlog uitbrak. Er wordt in Engeland door den oorlog veel geld verdiend, en daarvan is het gevolg, dat vele vrouwen meer sterken drank gebruiken dan vroeger. Als al deze dingen niet in een Engelsch Christelijk blad, n.l. The Christiany te lezen stonden, wij zouden ze niet gelooven. Hetzelfde blad klaagt er over', dat er algemeen bekende mannen in' Engeland gevonden worden, welke hen, die er voor ijveren dat het fabriceeren en verkoopen van sterken drank in Engeland verboden worde, sfanatieken" noemen. Engeland en ook Nederland zou er wel bij varen, indien het voorbeeld van Rusland gevolgd werd.

N. Amerika.

Het besluit der. Synode van de Chr. Geref. Kerk omtrent de werkliedenvereënigingen.

Reeds lang wordt er in de Chr. Geref. Kerk een strijd gevoerd over Labour Unions, of werklieden-vereenigingen. Ook in de nieuwe wereld heeft de arbeid zich georganiseerd en werden er overal z.g. 'neutrale Labouj-Unions opgericht. De Synode van de Chr. Geref. kerk van 1904 besloot echter als ideaal vast te stellen, dat men Christelijke werklieden-vereenigingen zou stichten. En er werden eenige zwakke Christelijke werklieden-vereenigingen opgericht. Men had nu kunnen verwachten, dat de Synode van 1916 die kleine vereenigingen zoude hebben aangemoedigd, er op aandringend dat er meerdere werden opgericht. Doch niet alzoo. De Synode die in Juli 1.1. vergaderde, besloot in deze het .volgende:

„Inzake de Labor Unions werden twee rapporten geleverd, een meerderheids-en een minderheids-rapport. Uw Commissie was van oordeel, dat de bespreking van de moeilijkheden tusschen de leden der Commissie in zake de Labor Unions niet op haren weg lag, wijl deze slechts Èen methode van werken raakt waar de Synode geen belang bij heeft.

Uw Commissie kan geen bevrediging vinden in een der rapporten (bedoeld is waarschijnlijk „in geen dèr .beide rapporten". Red.) evenmin in het besluit van 1904. Zij besloot eindelijk 't volgende aan de Synode voor te leggen :

Met da"k aan de broeders, welke in het verleden de kerken gediend hebben met voorlichting over de Unions, en na inzage van meerderheids-eu minderheidsrapport en de instructie van Sheldon, Iowa, .en na breedvoerige toelichting van het meerderheidsrapport door Rev. B. Einink, en van het minderheidsrapport door Rev. J. Groeil—

adviseert uwe Commissie de Synode :

a. Het synodaal besluit van. 1904 in betrekking tot de Unions voorloopig te wijzigen, omdat:

I. Volgens het oordeel uwer Comm. er geen genoegzame gegevens aanwezig zijn om aan te toonen, dat het lidmaatschap der Kerk onvereenigbaar is met lidmaatschap van de zoogenaamd neutrale Unions, tenzij vastgesteld kan worden dat een Union een zonde of zonden reglementeert of in haar doorloopende handelingen betoont de zonde voor te staan.

II. Zoolang men niet tot volkomen zekerheid in deze zaak gekomen is en men het ingenomen standpunt niet kan handhaven, de tegenwoordige „standing" van vele onzer kerkleden als „dragelijk" ongewenscht is.

III. Uit beide rapporten en uit de toelichtingen bleek, dat er een zeer uiteenloopende opvatting bestaat over de solidariteit in den arbeiderskring. Bij sommigen is het dé overtuiging, dat leden van de Labor Unions verantwoordelijk zijn voor alle handelingen van ziilke Unions of van de foederatie er van, terwijl anderen oordeelen dat zulks niet het geval was.

In dezen kon ook, uwe Comm. niet tot volkomen helderheid komen.

Zij adviseert daarom de Synode het volgende:

I. Men wekke alle, leden onzer kerken en in het bijzonder oiize leiders op, om van dit gewichtig punt een meet bijzondere studie dan voorheen te maken, opdat men onder leiding en voorlichting des Geestes tot eenheid van gedachten moge komen.

c. Met het oog opfiden tegenwoordigen stand van zaken en als aavies aan de arbeiders en werklieden, leden onzer kerken, beveelt uwe Coram, het volgende aan:

I. Indien men gedwongen is aan een zoogenaamd neutrale Union'te behooren, ten einde in zijn onderhoud te kunnen voorzien, dan legge men in het midden zijner Union en medearbeiders en werklieden ten allen tijde door woord en daad een krachtige getuigenis af van den Christus Gods toe te behooren en zijn eer te zoeken, en indien men hierin verhinderd wordt, dan breke men met een dergelijke Union;

II. Dat op plaatsefï waar zelfstandige Chris-

lijke Unions wenschelijk zijn, men zal trachten zoover mogelijk met andere Unions samen te werken, om maatschappelijk recht en gerechtigheid te verkrijgen of te behouden."

Opmerkelijk is het, dat het synodaal besluit van 1904 gewijzigd wordt, zonder dat er van uit de Kerken of Classen bezwaren tegen werden ingebracht.

En waarom wordt nu het besluit van 1904 gewijzigd? Omdat er geen genoegzame gegevens zijn om aan te toonen, dat het lidmaatschap der kerk onvereenigbaar is met het lidmaatschap der neutrale unions, tenzij vastgesteld worde dat zij een zonde reglementeeren. Maar dit ligt in het besluit van 1904 niet in. In de acte van 1904 wordt den leden der Chr. Geref; Kerk geraden, buiten de Union te blijven als zij op eénige wijze zonde reglementeert, waarbij dan eenige voorbeelden worden gegeven, hoe zij de zonde kan reglementeeren. Dan volgt er:

»Vindt hij deze ingrijpende kwaden in de plaatselijke union niet, maar wel gebreken, het zou hem kunnen worden toegestaan zich aan te sluiten, mits hij gelegenheid zal ontvangen hervormend als naar zijn roeping als lid op te treden.« En even later: ' »Dat de kerkeraad overigens drage degenen die door den drang der omstandigheden tot een neutrale dragelijke union behooren."

In 1904 is dus volstrekt niet uitgesproken, dat het lidmaatschap eener neutrale Union en het lidmaatschap der Kerk onvereenigbaar zijn.

Gelukkig dat de z.g. neutrale unions door het synodaal besluit van 1915 toch nog geoordeeld worden, omdat het uitgaat van de onderstelling, dat men alleen door den nood gedrongen er lid van kan zijn. Maar vreemd is het, dat den leden der Chr. Geref. kerk opgedragen wordt in hun Union van Christus krachtig te getuigen Dit wordt juist in die neutrale Unions volstrekt niet toegelaten. Voor Christus is daar de deur gesloten. En zij die het gewaagd hebben voor den Christus in hun Union op te komen, werden uitgesloten.

Het kwaad van het synodaal besluit van 1916 zit in den staart. Het spreekt, „waar zelfstandige Christelijke Unions wenschelijk zijn." Dus zijn ze niet overal wenschelijk. Maar waar zij wenschelijk zijn, sdaar zullen deze trachten met andere Unions samen. te werken om maatschappelijk recht en gerechtigheid te verkrijgen en te behouden.« Men had kunnen verwachten, dat de Synode die Christelijke vereenigingen in de eerste plaats zou vermaand hebben om de banier van den Heere toch hoog te houden. Malar neen, zij krijgen de opdracht om met de neutrale Unions saam te werken. En dat, terwijl die neutrale Unions steeds samenwerking met Chr. werkliedenvereenigingen. hebben geweigerd.

Het komt ons voor, dat het besluit van de Synode van 1916 inzake de Labour Unions niet gelukkig is geweest, al liet zij het beginsel waarvan men in 1904 uitging, onaangetast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 augustus 1916

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 augustus 1916

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken