Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkeraadsverkiezingen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkeraadsverkiezingen.

10 minuten leestijd

XIV

Hierbij komt in de derde plaats, dat wanneer men aan den regel vasthoudt, dat wie de volstrekte meerderheid verkrijgt, gekozen is, daarvan het gevolg kan wezen, dat er meer personen benoemd worden dan er vacatures te veryullefi zijn.

Bij een enkelvoudige verkiezing kan dit natuurlijk nooit voorkomen, omdat van twee of drie candidaten nooit meer dan één - de volstrekte meerderheid kan behalen. Als er een predikant moet gekozen worden uit een drietal, en honderd gemeenteleden stemmen, dan kan het niet voorkomen, dat twee candidaten de volstrekte meerderheid d.i. 51 stemmen krijgen. Bij een meervoudige verkiezing is dit echter zeer wel mogelijk en komt het, vooral op onze dorpen, waar de gemeenteleden druk stemmen, ook niet zoo zelden voor. Gesteld toch, dat er drie ouderlingen moeten gekozen worden en honderd gemeenteleden aan de verkiezing deelnemen, die elk drie stemmen uitbrengen, dan kunnen de stemmen zich zoo verdeelen, dat van de 6 candidaten A 58, B 56, C 54, I> '$'2, E 40, F 22 en G 18 krijgen. A B C en D hebben dan de volstrekte meerderheid verkregen en zouden dus alle vier gekozen zijn. Feitelijk zouden deze vier gekozenen dan aanspraak hebben om in het ambt bevestigd te woorden, maar waar er maar drie ouderlingen noodig zijn, kan dit natuurlijk'niet. Vandaar dat men dan gewoonlijk een herstemming laat plaats vindeh tusschen degenen, die de volstrekte meerderheid verkregen hebben. Zoo werd het ook vroeger voorgeschreven in-de Conceptregeling voor de verkiezing achter onze Kerkenorde. Maar zulk een-nieuwe stemming is ongeoorloofd en onwettig, want daardoor zou iemand die reeds wettig verkozen is, , voor niet verkozen verklaard worden. Gesteld bijv. dat iemand bij de eerste verkiezing alle stemmen op zich vereenigde, maar de Kerkeraad tot herstemming overging, omdat meer candidaten dan er vacatures zijn de volstrekte meerderheid verkregen hadden dan zou ook deze persoon, hoewel hij reeds met alle stemmen gekozen was, zich nog eens aan een stemming moeten onderwerpen om gekozen te worden, wat natuurlijk een dwaasheid is. Bovendien zou dit in de practijk tot groote moeilijkheden aanleiding kunnen geven. Indien toch degene^ die bij de .eerste stemming de meeste stemmen kreeg en dus wettig verkoZen is, bij de herstemming in de minderheid kwam, zoodat nu een ander in zijn plaats tot ouderling werd verkozen, dan zou de eerstgekozene het volste recht hebben om zich op de Classis te beroepen, ten einde lop te komen voor het wettig recht zijner Iverkiczing.

In de Gemeentewet is deze zaak dan ook heel anders geregeld. Hier staat: »hebben meer candidaten de volstrekte meerderheid verkregen dan-er plaatsen te vervullen zijn, dan s^n zij die de meeste stemmen verkregen, benoemd". In de nieuwe uitgave van de Conceptregeling is deze bepaling thans in overeenstemming met de Gemeentewet • gewijzigd, in zooverre er nu staat: > in geval meerdere^ personen dan noodig zijn voor de vervulling van de vacatures, eene meerderheid van stemmen (bedoeld is blijkbaar eene volstrekte meerderheid) op zich vereenigen, dan worden zij gekozen geacht, die de meeste stemmen verkregen". Al is de uitdrukking : zij worden gekozen geacht, minder gelukkig, omdat zij dan wettiggekozen zijn, toch is zakelijk de bepaling juist. Alleen, heel deze bepaling, die, zooals zij er staat, uitgaat van de onjuiste gedachte, dat wie de volstrekte meerderheid heeft gekozen is, — wat bij een meervoudige verkiezing niet het geval is, — dient eigenlijk weg te vallen. Wat men bedoelt is, dat niemand gekozen wordt geacht.zoolang hij nietminstens de helft plus één der yitgebrachte stemmen heeft. Maar daaruit volgt niet, dat ieder die de helft plus één heeft, daarom gekozen is. Gekozen is dan, wite onder hen de meeste stemoaen heeft.

Het reglement 'op de verkiezingen te Amsterdam heeft de zaak dan ook veel beter geregeld door te bepalen, dat in geen geval iemand als benoemd aangemerkt wordt, die een stemmen cijfer verkreeg kleiner dan één derde van het aantal gemeenteleden, dat aan de stemming deelnam.

Deze bepaling nu verdient verreweg de voorkeur - boven die van de Gemeentewet, niet alleen omdat _ daardoor het misverstand wordt afgesneden, alsoi bij een meervoudige verkiezing ieder, die de volstrekte meerderheid heeft, gekozen zou zijn, maar ook om twee andere redenen.

Vooreerst omdat de eisch hier lager gesteld wordt; niet de volstrekte meerderheid wordt vereischt, maar een derde van de stemmen. Aan het bezwaar, dat in de groote gemeenten het voor de candidaten moeilijk is de volstrekte meerderheid te krijgen, wordt hierdoor tegemoet gekomeni En in de tweede plaats, omdat dopr het slot van deze bepaling, ook aan de blanco stemmen invloed op de verkiezing wordt /toegekend. Indien, zooals in dè Concept-regeling achter de Kerkenorde staat, voor de berekening van de volstrekte meerderheid de blanco-stembriefjes niet meerekenen, dan is daarmede aan de gemeenteleden een zeer belangrijk middel uit handen genomen om op de keuze der ouderlingen invloed uit te oefenen. Indien > de Kerkeraad een dubbelgetal aan de gemeente voorstelt, waarvan het grootste deel der gemeente oordeelt, dat deze candidaten niet de rneest geschikte personen zijn, en daarom blanco stemt, dan zouden deze blanco stemmen, wanneer ze van onwaarde werden verklaard, geen beteekenis hebben. De volstrekte meerderheid zou dan berekend worden naar de stemmen, die - zijn uitgebracht op de voorgestelde candidaten, en degenen, die de volstrekte meerderheid verkregen, zouden voor wettig door de gemeente gekozen ambtsdragers worden verklaard. Op politiek gebied kan men zoo handelen, omdat de candidaten, waaruit de keuze moet gedaan worden, door het volk zelf, zij het dan ook door middel van de politieke kiesvereeiligingen, gesteld worden. Maar op kerkelijk gebied, waar de óandidaten gegesteld worden door den Kerkeraad en de gemeente uit deze voorgestelde candidaten een keuze heeft te doen, is dit zeker niet geheel bill^ en legt het de gemeente ook te veel aan banden, daar ze dan niet ^ te kennen kan geven, wanneer deze candidaten haar niet voor het ambt geschikt voorkomen. Want of verreweg het grootste deel der gemeenteleden bij wijze van protest op het stembiljet geen naam invult, heeft geen invloed op den uitslag der verkiezing, daar blanco stemmen niet meetellen. In de regeling, zooals die te Amsterdam is vastgesteld, is aan dat bezwaar op zeer voorzichtige wijze tegemoet gekomen, doordat hier bepaald is, dat iemand, om gekozen te zijn, een stemmencijfer moet hebbeo, dat niet kleiner mag wezen dan een derde deel van het aantal gemeenteleden, dat aan de stemming deelneemt. Wanneer dus twee derden van de gemeenteleden, die aan de stemming deelnemen, de candidaten door den Kerkeraad gesteld, niet geschikt vinden en daarom hun stem blanco uitbrengen, dan zou van de candidaten niemand gekozen zijn en de Kerkeraad daarin de aanwijzing hebben, dat, deze candidaten niet door de gemeente gewild waren.

Nog twee vragen bespreking over. blijven ten slotte ter

Vooreerst, hoe moet beslist worden, wie gekozen is, wanneer twee candidaten ^en gelijk aantal stemmen op zich vereenigd hebben ? Bij politieke verkiezingen geldt dan de bepaling, dat de oudste in jaren benoemd is, en in geval van gelijken ouderdom beslist het lot. Nu bestaat er op zich zelf geen bezwaar tegen om een dergelijke bepaling ook in de regeling van den Kerkeraad voor de verkiezingen op te nemen, maar omdat bij de politieke verkiezingen deze regel geldt, volgt daaruit niet, dat ook bij de kerkelijke verkiezingen deze regel moet gelden en iemand daaraan zelfs rechten zou kunnen ontleenen. De Synode van Amsterdam 1908 art. 22 heeft uitdrukkelijk verklaard, dat deze regel Taij politieke verkiezingen berust op een Artikel in de wet en zulks geen regel stelt voor de kerkelijke verkiezingen. Kerk en-Staat zijn ieder baas in eigen huis, en een wetsartikel van den Staat heeft geen beslissende kracht voor de wijze, waarop de verkiezingen in de Kerk moeten plaats vinden. Wanneer de Kerkeraad niets desaangaande bepaaldiieeft, kan iemand, dus die met een ander een gelijk aantal stemmen kreeg, niet omdat-hij de oudere in jaren is, als een recht opeischen, dat hij als gekozen moet worden beschouwd. De Kerkeraad is volkomen vrij te bepalen, dat in zulk een geval een tweede „verkjezing zal plaats Vinden, en wanneer ook dan de stemming geen beslissing geeft, ' het lot laten beslissen. Voetius raadt in zijn Pol Eccl. Tom II p. 554, 555 dit laatste aan: indien twee of drie candidaten een gelijk aantal stemmen verkrijgen en een nieuwe stemming geen beslissing, Aengt, zegt hij, dan beslisse het lot. Voordat het lot geworpen wordt, worde echter eerst naar het voorbeeld der Apostelen (Hand. 1:24, 25) door een bijzonder gebed God aangeroepen.* En de reden, die hij hiervoor • aangeeft, is deze : »Als het lot beslist, kunnen allen in de beslissing, die God door het lot' gegeven heeft, berusten. Want wie zou, nadat God door het lot zijn wil te kennen gegeven had, het niet een goddeloosheid achten, nog te twijfelen of deze beslissing wel juist was.« Hiervoor is dan ook meer te zeggen dan voor de bepaling, dat de oudste in jaren gekozen zal worden verklaard, omdat in den meerderen ouderdom nog volstrekt niet altoos een waar-

borg ligt, dat zoo iemand beter voor het ambt geschikt is, en bovendien in zulke gevallen de beslissing niet verkregen moet worden door de toevallige omstandigheid, dat de een iets ouder is dan de ander, maar aan God moet gevraagd worden.

Een andere vraag, die ook vaak besproken wordt, is deze of bloedverwanten in den eersten graad of zwagers wel gezamenlijk in den Kerkeraad sititng mogen hebben ? Voor verschillende staatscolleges is dit verboden: zoo bepaalt bijv. de Provinciale Wet Art. 20: Bloedverwantschap of zwagerschap in den eersten graad mag niet bestaan tusschen de leden der Staten", en evenzoo de Gemeentewet Art. 21. Toch is deze bepaling volstrekt niet algemeen; voor de Staten-Generaal bijv. geldt ze niet.

En in geen geval kan, omdat de politieke wetgeving voor enkele staatscolleges deze bepaling gemaakt heeft, daaruit worden afgeleid, dat deze bepaling ook voor den Kerkeraad zou gelden en dus een verkiezing, waardoor bijv. twee broeders in den Kerkeraad zitting zouden krijgen, onwettig zou wezen, gelijk men wel eens beweerd heeft.

Ook hier is de Kerk niet gebonden aan de bepalingen, die de Overheid heeft gemaakt ; zij is souverein in haar eigen huis.

Een andere vraag is het natuurlijk, of de Kerkeraad wijs handelt met te veel familieleden, vooral wanneer zij elkander te nauw bestaan, in den Kerkeraad zitting te laten nemen, omdat men dan zoo licht een familiè-regeering krijgt. Wenschelijk is dit in het algemeen niet, maar een algemeene regel is hier niet te stellen.

Vooreerst hangt het er van af, hoe groot zulk een college is. Wanneer in een kleinen Kerkeraad bijv, van drie ouderlingen, twee broeders of een vader en zoon gekozen worden, dan is het gevaar voor familieregeering veel grooter dan in een Kerkeraad in een groote stad, die een 50 i 60 ouderlingen telt. En evenzoo zal men rekening hebben te houden met de vraag, of het mogelijk is andere personen te krijgen, die even geschikt zijn ooi het ambt te bedienen. Iemand, die uitnemende gaven voor het ambt heeft, niet te kiezen omdat hij een broeder of zwager in den Kerkeraad heeft, en zich dan te behelpen met een veel minder geschikten candidaat, zou tot "schade van de gemeente zijn. Men vergete ook niet, dat in den kring der Apostelen de Heere Jezus twee broeders heeft gekozen, Johannes en Jacobus, beiden zonen van Zebedeüs.

We meenen hiermede de verschillende vragen, die naar aanleiding van de Kerkeraadsverkiezingen ons gesteld zijn, beantwoord te hebben, en zullen in een slotartikel nog een concept geven voor een reglement voor de verkiezing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 maart 1918

De Heraut | 4 Pagina's

Kerkeraadsverkiezingen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 maart 1918

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken