Bekijk het origineel

„Hw volk en de schapne uwer weide”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Hw volk en de schapne uwer weide”.

8 minuten leestijd

Zoo zullen wij, uw volk en de schapen uwer weide, ü loven in eeuwigheid, van geslachte tot geslachte; wij zullen uwen roem vertellen. Psalm LXXIX : 13.

Het trekt de aandacht, dat in het begin der historie der menschheid de herder der schapen de verfoeilijke booswicht was, die in Kain op zijn broeder aanviel en hena vermoordde; en dat daarentegen, met name in het Evangeliën, de herder der schapen in den Middelaar optreedt, en de redding aanbrengt voor Gods uitverkorenen. Zelfs wordt reeds in het Oude Verbond Jehova zelf als de herder ingeleid. Immers de zoo rijke 89ste Psalm sluit met de betuiging: »Zoo zullen wij, uw volk en de schapen uwer weide, U loven in eeuwigheid!"

Vooral echter in het tiende hoofdstuk van Johannes Evangelie wórdt de beeldspraak van den herder en de kudde der schapen op het breedst door Jezus zelf ontplooid, als hij zegt: »Ik ben de goede herder, de goede herder stelt zijn leven voor de schapen; maar de huurling en die geen herder is, wien de schapen niet eigen zijn, ziet den wolf komen en vliedt. Maar ik ben de goede herder, en ik ken de mijnen en worde van de mijnen gekend. Ik heb nog and.ere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet ik ook toebrengen; en zij zullen mijne stem hooren, en het zal worden ééne kudde en één herder." Laat nu deze beeldspraak u niet misleiden. Voorzooveel ook in ons land door den landbouwer schapenkudden worden onderhouden, trekt hij bijna nimmer zelf met zijn schapen uit, doch neemt een huurling om de wacht bij zijn kudde te houden, en zelfs mag niet verheeld, dat men hiervoor gemeenlijk een uiterst eenvoudigen loondienaar huurt, te meer daar in ons land het gevaar om door den wolf overvallen te worden, voor onze schaapskudden geheel denkbeeldig is. Wolven zijn er in ons land niet.

Ten zeerste hebben we daarom op OKze hoede te zijn, dat we hetgeen Jezus van zich zelf in 't beeld van den herder zegt, niet misverstaan. De herder is hier te nemen, gelijk hij in Israel noggevonden wordt, en daarbij' met de'gevaren waaraan reeds toen in Israels valleien de kudde bloot stond. Waar de kudde gevaar loopt, indien ze niet voldoende-bewaakt wordt, om prooi van het wild gedierte te worden, daar moet de eigenaar der kudde wel zelf als herder zijn kudde verzorgen, en het is op dien toestand dat de beeldspraak, hier door Jezus gebezigd, terugwijst.

Toch mag dit niet zóó verstaan, alsof we hier eeniglijk met aangewende beeldspraak te doen badden. Wat in de Schepping verordend werd, had op zich zelf een eigen beteekenis en eigen doel. Ge moogt daarom niet zeggen, dat de kudde schapen vanzelf als een der kleine diersoorten geschapen werd, en dat eerst later hetgeen met de schapen voorvalt, door den psalmist en door de profeten, en zoo ook door Jezus, als beeld gebezigd is; doch veeleer hebben we 't ons voor te stellen, dat ook in de soorten van het plantenrijk en dierenrijk reeds door de Schepping zelve een zinbeeldige beteekenis gelegd was, en dat het deze door God bedoelde beduidenis was, die later de beeldspraak in het leven deed treden.

Wie de kudde der schapen met eenigen ernst waarnam, kon het denkbeeld niet van zich zetten, dat in de schapen en lammeren een soort dieren optrad, dat van meet af een geestelijke afspiegeling in zich .droeg. Een kudde schapen is iets geheel eigenaardigs, het schaap en zoo ook het lam wekken een geheel eigen gedachte in u op, en het is in verband met die eigendommelijkheid van deze soort kudde, dat de beeldspraak zich van zelf aan ons aanbood. Er is in het schaap en in het lam iets zachts en teeders, iets dat door zijn stilheid en zachtheid boeit en aantrekt, en de schier volkomen weerloosheid van deze soort dieren geeft ons de meest aangrijpende uitdrukking van de volkomen lijdelijkheid, die op anderer hoede wacht, en buiten zulk een verzorging door wie.als wachters optreden, zich niet denken laat.

Juist in verband hiermede nu trekt het de aandacht, hoe Kain als de in zijn tegendeel omgeslagen herder zijn broeder Abel het leven beneemt, en niet minder hoe onze Heiland op 't rijkst in het beeld van den herder zijn Middelaarschap vertolkt, , en hoe dan toch weer ten slotte de verhouding in haar tegendeel wordt omgezet, en op den Heiland zelf het beeld van het lam wordt toegepast, om uit te drukken hoe hij als 't Lam Gods zich zelf ten offer gaf, ons ter behoudenis

Door op te treden als de herder zijner kudde, verwerkelijkt de Meere tegelijk een tweeledige gedachte. Er ligt toch eenerzijds in uitgesproken, dat hij zich zelf voor de zijnen ten offer geeft, als hij betuigt: iGelijkerwijs de Vader mij kent, ken ik ook den Vader en ik stel mijn leven voor 'de schapen". Maar ook anderzijds spreekt 't ons zoo diep ernstig toe, dat Jezus niet wijst op de vele herders der schapen, en nu zich zelf als een dier vele herders aandient, doch dat hij veeleer optreedt in, het hoog besef, dat hij, en hij alleen, van Godswege als de herder der schapen, als de redder van Gods uitverkorenen op aarde is verschenen. Jezus zondert zich geheel van alle overige geestelijke verzorgers af. Hij betuigt niet dat er vele herders der schapen zijn, en dat hij één van deze is, doch alle overige sluit hij uit en snijdt hij af, en alle beteekenis van het herderschap voor zich zelf en voor zich zelf alleen nemend, spreekt de Heere het zoo beslist mogelijk uit: »Ik ben de goede herdei".

Wat anders nu ligt hierin uitgedrukt, dan dat er vele herders onder de kinderen der menschen optreden, doch dat hij alleen geroepen en in staat is, om de schapen van Gods heilige kudde te kennen, te beveiligen, en door de deur der behoudenis in den stal der schapen in te leiden.

Natuurlijk is hiermede niet bedoeld, om de zorge van de ouders voor hun kroost, van de meesters voor hun scholieren, ot van de geestelijke voor de leden der gemeente uit te sluiten. Alleen, deze velerlei zorgen lijden aan velerlei gebreken. Bij alle deze leiding va, n de kinderen der menschen wordt gedurig het hoog en heilig doel gemist. En daarom, de doeltreffende verzorging der kudde komt alleen tot stand, zoo de Christus zelf het herderschap uitoefent, en zoo van hem de zorge uitgaat, om ook de creatuurlijke verzorging haar doel te doen bereiken. Zoo moet 't alles saatn één kudde onder één van God verordenden herder blijven. Zoo beslist als 't kon, sprak Jezus 't daarom ook uit, dat het alles saam worden moest één kudde en één herder. Maar dan natuurlijk alzoo, dat in ouders en leeraren, als we ons zoo mogen uitdrukken, ondergeschikte, aangestelde herders optraden, die de leiding van den Oppersten herder te volgen hebben, die hem trouw bleven, en zoo de zorge van den Oppersten herder aan de schapen der kudde ten goede deden komen.

Het zoo telkens gebruikte beeld van het Lam Gods, dat zelfs bij de Voleinding in de Openbaring van Johannes gedurig gebezigd wordt, ontvangt juist daardoor zijn zoo rijke beduidenis. Was de Middelaar toch door den Vader gezonden, om als herder der schapen de kndde der verkorenen te redden, zelfwas hij hiertoe mensch geworden; 'wat hier derhalve aUoo moest uitgedrukt, dat de herder zelf zich bij de kudde gevoegd en als een schaap der kudde had aangediend. Toch wordt hierbij de uitdrukking van schaap en kudde nimmer gebezigd, maar wordt steeds gesproken van het Lam; iets waar tegelijk twetërlei in ligt uitgedrukt. Ten eerste d< menschwording, waardoor de Zone Gods als mensch onder de menschen optrad; wat hier dan wordt, dat hij optrad als schaap onder de kudde, doch met deze teedere wijziging, dat isi het Lam nog veel meer dan in 't Schaap eenerzijds de aantrekkelijkheid en aanminnigheid van 't dier wordt uitgedrukt, en dan in de tweede plaats dat de Schrift, door niet van een schaap der kudde, maar steeds van het Lam te gewagen, 't ons nog teederder gevoelen doet, hoe Jezus als een geringe onder de kinderen der menschen is opgetreden, niet al.s een Keizer te Rome, noch als een Pontius Pilatus te Jeruzalem, maar als levende te Nazareth onder de kleine burgerij. Maar dan ook ten andere, dat Jezus als mensch onder ons menschen, of hier dan als tot de kudde behoorende, onder de kudde optrad in dien meest aantrekkelijken vorm, die. in het lam veel meer dan in 't schaap tot uiting komt. .

Zoo is het in zijn samenhang de schoonste en meest boeiende beeldspraak, die tot ons komt. Christus is de Zone Gods en tegelijk kind des menschen, en daarom treedt hij eenerzijds als de eenige herder over de geheele kudde op, maar dan ook anderzijds als zelf in de kudde ingegaan, en daarom als onzer éèa voor ons tredend, doch dan als H Lam^ om in dit rijke beeld van 't Lam, ons tegelijk èn zijn diepe zelfvernedering, èn zijn geheel eenige aantrekkelijkheid zoo wonderbaar in de ziel te doen doordringen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 februari 1919

De Heraut | 4 Pagina's

„Hw volk en de schapne uwer weide”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 februari 1919

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken