Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet alleen om een revisie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet alleen om een revisie

6 minuten leestijd

Amsterdam, 16 Maart 1920.

Niet alleen om een revisie van onzen ileerdiensti, of wfil men van onze belijdecisschriften, vroeg Dr. Kuyper in zijn Confidentie, maar evenzeer om een herziening van onzen eeredienst.

Hierbij nu was het niet in de eerste plaats te doen om een herziening van oiize liturgische formulieren, maar wel om het liturgisch element zelf in onze Gods dienstoefening beter tot zijn recht te doen komen. „Dusver, zoo betoogde Dr. Kuyper reeds in 1873, bleef de samenkomst onzer Gemeente veel te eenzijdig dienst der Leer». Het ging alles op in de > preek«. Zoo wel in de week-als in de Zondagsgodsdienstoèfeningen neemt de predikatie de voornaamste plaats in en beheerscht alles. Hierin nu zag Dr. Kuyper een «veelzijdig kwaads. »Het voedt clericalisme en beperkt meer dan mag het actieve deel door de Gemeente zelve aan haar godsdienstoefeningen genomen. Het kweekt onkerkelijken zin, zoo dikwijls een prediker de Gemeente bedient, wiens gave op een ander terrein dan dat der profetie ligt. Het maakt den prediker in stede van den Heer der Gemeente het vereenigingspunt der saamgekomen schare. Het noopt hen, wien het niet gegeven is, twee, soms driemaal telken weke een goed doordachte rede ten gehoore te brengen, in eindelooze herhaling of valsch vernuftspel of vere.niging van gemeenplaatsen ontkoming van het onontwijkbare te zoeken. Het maakt voor kinderen en minder ontwikkelden het kerkgaan tot een verdriettlijke pijniging, een werktuigelijk aanhooren en onbevredigd dienst doen door wezenloos stil te zitten. Kortom, dat preeken, als het een en al der Gemeente-verzamelingen, altijd preeken en niets dan preeken, kan door God niet gewild zijn, • wijl Hij ons de mannen en talenten onthield om het altijd stichtend, waar en zegenend te doen. Het doet geheel de gemeente op de krukken van een redenaar loopen, en ondermijnt, knakt en sloopt zoo veel uitnemende gaven als God in onze leeraars gelegd heeft, maar die nu ..., den tijd niet vinden om zich tot nut der Gemeente te ontplooien.»

Vandaar dat Dr. Kuyper verlangde , , inkrimping van het preeken houden en betere ontwikkeling van den Eeredienst". De vorm van dezen eeredienst was hem onverschillig, maar wel herinnerde hij eraan, dat Sacrament, Gebed, Kerkgezang en verdere Liturgie de daartoe aangewezen bestanddeelen zijn. Niet om den vorm, maar om het beginsel was het hem te doen, dat er naast den Leerdienst ook een eeredienst ter aanbidding Gods moest wezen. »Dat beginsel, dat reeds in Israels eeredienst was gegeven, allerwege in de Schrift zijn bevestiging vindt, door de Christelijke Kerk aller eeuwen met nauwgezetheid bewaard is en ook door onze Gereformeerde Kerken oorspronkelijk wel ter dege is bedoeld.»

Aan de hooge beteekenis van den Leerdienst wilde Dr. Kuyper daarmede niets te kort te doen. Maar hij wilde niet elke samenkomst der Gemeente daaraan dienstbaar maken. „Laat er ook, zegt hij, korte, eenvoudige, liturgische diensten zijn, waar elk lid der Gemeente deel aan kan nemen, tot zelfs het kind der Zondagsschool, Diensten, waarin Gods Woord gelezen, waarin gedankt en gebeden, waarin gezongen en gejubeld wordt en een korte vermaning het geheel besluit." Bovenal echter wilde hij, — in dit opzicht geheel in aansluiting aan wat Calvijn steeds had verlangd, — dat naast dezen Leer-en Eeredienst. „niet maar om de drie maanden, maar telkens en gedurig een sacramenteele dienst voor de geloovigen zou geopend worden, opdat de Heer bij brood en wijn tot zijn Gemeente kome, om zijn lichaam tot spijs en zijn bloed tot drank te geven, haar ter levens-e vernieuwing, haar ter verbonden bezegeling, haar ter sterking van het geloof.”

Het is niet moeilijk aan te geven, hoe Dr. Kuyper aan dit denkbeeld was gekomen. Het waren deels zijn historische studiën, die hem in aanraking hadden gebracht met den zooveel rijker ingerichten liturgischen eeredienst van onze oude Gereformeerde Kerken, het was deels zijn bewondering voor hetgeen de Engelsche Kerk in haar Commonprayerbook aan de Engelsche geloovigen had geschonken. En ook in dit opzicht is Dr. Kuyper aan het program door hem zelf opgesteld in 1873, nooit ontrouw geworden. Wie zijn uitvoerige studie nagaat in Onze Eeredienst uitgegeven, weet hoe dezelfde denkbeelden ook daar teruggevonden worden.

Nu is het inrichten van zulke korte liturgische diensten, gelijk die ook op verschillende plaatsen in de Nederlandsch Hervormde Kerk reeds zijn ingevoerd, niet afhankelijk van een verandering van de liturgische formulieren of van een besluit onzer Generale Synode. Elke plaatselijke kerk heeft het recht daartoe over te gaan. Zelfs werden in de vroegere redactie van onze Dordtsche Kerkenorde in Art. 64 (dat bij de Utrechtsche revisie wegviel) deze liturgische diensten nog uitdrukkelijk genoemd, want de »Avondgêbeden», waarvan hier sprake is, waren zulke liturgische diensten, waarbij niet gepredikt werd. Êo evenzoo staat het natuurlijk aan eiken Kerkeraad vrij, de bediening van hét Avondmaal niet eerst omde twee of drie maanden te doen plaats vinden, maar daartoe meerdere malen de gelegenheid te geven voor degenen, die er behoefte aan hebben.

Maar hiermede zijn wij er niet.

In de eerste plaats is het zeker noodig, dat onze Liturgische formulieren zelf op enkele punten herzien worden. Omtrent de wenschelijkheid van herziening van ons Huwelijks formulier bestaat wel eenparigheid van gevoelen. Dat ook voor ons Avondmaalsformulier een korte redactie naast de langere gewenscht is, zal wel evenmin door iemand betwist worden. Vooral met het oog op die gemeenten, waar op eenzelfden Zondag en in 't zelfde gebouw tweemaal Avondmaal bediend wordt, kan alleen daardoor een herhaling van het lange Avondmaalsformulier vermeden worden. En dat het zeer gewenscht zou wezen, dat er ook een liturgisch formulier kwam voor de openbare belijdenis des geloofs in plaats van de korte aanduiding, die thans aan het einde van ons Kort begrip of (in de editie Rutgers) voor het Avondmaalsformulier gegeven wordt, spreekt evenzeer vanzelf. De »openbare belijdenis des geloofs» is een kerkelijke plechtigheid en evengoed als voor de huwelijksbevestiging, de bevestiging van de ambtsdragers in hun ambt en de oefening der tucht, behoort ook voor deze kerkelijke acte een formulier te worden vastgesteld.

Maar in de tweede plaats zou het ook zeer gewenscht zijn, dat de Synode bij een revisie der liturgie weer den oorspronkelijken Gereformeerden liturgischen dienst van de Zondagsgodsdienstoefening herstelde. In de Gereformeerde liturgie van Geneve, van onze vluchtelingengemeente te Londen, van de Paltz en van alle Gereformeerde Kerken wordt zulk een Zondagsliturgie gegeven, die even eenvoudig als schoon is. Ia de oudste uitgaven van de liturgie onzer eigen K*irken komt deze liturgie evenzeer voor. Eerst later is deze liturgie door de schuld der drukkers weggelaten. Maar het ware zeer wenschelijk, dat de Synode deze liturgie van Calvijn en de oude Gereformeerde Kerken weer herstelde. Daardoor zou vanzelf de eeredienst worden uitgebreid en de »preek» niet meer het albeheerschende element worden.

Onze Generale Synodes, die zooveel tijd besteden aan allerlei andere en veel minder gewichtige dingen, zouden goed doen ook aan deze vraagstukken, die voor het kerkelijk leven van zooveel belang zijn, meer aandacht te wijden. Maar dan moet ook uit den boezem der Kerken zelf daartoe een verzoek tot de Synode uitgann.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1920

De Heraut | 4 Pagina's

Niet alleen om een revisie

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 maart 1920

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken