Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gemengde huwelijken.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gemengde huwelijken.

4 minuten leestijd

Het vraagstuk der gemengde huwelijken heeft in den laatsten tijd èn in onze kerkelijke pers èn op onze kerkelijke vergaderingen bijzonder de aandacht getrokken. Ook aan onze redactie werden vragen gezonden om inlichtingen, hoe de Kerken tegenover zulke gemengde huwelijken hebben te handelen. Nu kunnen we dit onderwerp hier niet breedvoerig behandelen, maar een enkele opmerking over dit vraagstuk worde ons toch veroorloofd. Gemengde huwelijken zijn over 't algemeen genomen natuurlijk te ontraden. Er moge eenige overdrijving schuilen in 't bekende volksrijmpje:

Twee gelooven op één kussen.

Daar slaapt de duivel tusschen, maar zeker is, dat een huwelijk tusschen twee personen, die ieder tot afzonderlijke kerken behooren, tot veel moeilijkheden aanleiding geeft. De rechte eenheid van het huwelijksleven lijdt er schade door, wanneer man en vrouw elk naar een eigen kerk gaan; en bij de opvoeding der kinderen leidt dit verschil in geloof of in kerkelijk standpunt tot nog grooter moeilijkheden, omdat zoowel de vader als de moeder liefst zien, dat de kinderen in hun kerk gedoopt en opgevoed worden.

Maar al zijn zulke gemengde huwelijken niet wenschelijk, toch kan de Kerk ze daarom niet absoluut verbieden of degenen, die tegen den raad der Kerk in, toch zulk een huwelijk aangaan, daarom onder kerkelijke censuur zetten, gelijk de Roomsche Kerk doet. Wat de Schrift alleen, en dat absoluut, verbiedt, is dat een geloovige een ongelijk juk zal aantrekken met een ongeloovige (II Cor. 6:14). Dat hier onder „ongeloovige" natuurlijk niet een andersgeloovige, - maar alleen een heidensche echtgenoot bedoeld is, is duidelijk. Hoogstens zou men dit Schriftwoord in onze dagen kunnen toepassen op een huwelijk van een Christen met een beslist ongeloovige, d.w.z. iemand, die met de Christelijke religie naar de Schriften gebroken heeft, of tot volslagen ongeloof is vervallen of er een eigengemaakten godsdienst op na houdt, onverschillig of hij dien godsdienst nog christelijk noemt of niet. Maar in geen geval gaat het aan dit Schriftwoord toe te passen op huwelijken tusschen twee personen die, al behooren ze tot verschillende Kerken, daarom toch wel degelijk voor geloovigen zijn te houden. De Roomsche Kerk, die geen andere Kerk erkent dan de hare, kan hier een absoluut standpunt innemen, maar de Protestant, die de pluriformiteit der Kerk erkent, kan dat niet. Een huwelijk bijv. tusschen een Gereformeerd lid onzer Kerken en een persoon die van harte de Gereformeerde belijdenis is toegedaan, maar nog tot de Hervormde Kerk behoort, kan niet veroordeeld worden als in te gaaii tegen dit woord van den Apostel. Van een ongelijk juk aantrekken met een ongeloovige is hier geen sprake.

Er zal dus in deze gevallen wel onderscheid moeten gemaakt worden. Een algemeene regel, die voor alle gevallen gelden zou, is hier niet te geven. Een huwelijk van een Gereformeerde met een Roomsche zal, vooral om de eischen, die de Roomsche Kerk voor 7ulk een huwelijk stelt, veel beslister zijn af te keuren, dan een huwelijk met een Protestant, ook al behoort deze niet tot onze Kerk. En evenzoo zal het weer groot onderscheid maken, of zulk een huwelijk gesloten wordt met een Protestant, die nog in vollen zin als een geloovige erkend kan worden, zelfs al zou hij op een of ander punt anders denken dan wij, dan wanneer zulk een huwelijk gesloten werd met iemand die van de hoofdwaarheden der Schrift afwijkt, zooals onze Kerk die verstaat. Ook de Kerk heeft er rekening mede te houden, dat de kerkelijke scheidslijn niet evenwijdig loopt met de geloofsscheidslijn. En al kan de Kerk zulke gemengde huwelijken nooit anders dan ontraden, van elk afzonderlijk geval hangt het af, hoe de Kerk hiertegenover heeft op te treden, d.w.z. of ze dan tucht heeft te oefenen en weigeren moet zoo iemand ten Avondmaal toe te laten. Anders staat het natuurlijk met de vraag, of de Kerk zulk een gemengd huwelijk heeft te bevestigen, wanneer dit door beide echtgenooten wordt verlangd. Ook de beantwoording van deze vraag hangt ten deele daarvan af, of de Kerk nog in zedelijken zin kan aannemen, dat de andere partij, al behoort deze tot een andere Kerk, als geloovige kan worden beschouwd. Een huwelijk van een lid der Kerk met een beslist ongeloovige kan de Kerk niet bevestigen, omdat zulk een huwelijk ingaat tegen Gods Woord. En in de tweede plaats hangt dit daarvan af, of de partij - die niet tot onze Kerk behoort - er in bewilligt, dat zijn echtgenoot tot onze Kerk behooren blijft en de belofte aflegt, dat de kinderen uit het huwelijk geboren, in onze Kerk zullen opgevoed worden. Dit is dan ook de algemeene regel, die door onze Kerken gevolgd wordt en waarmede we ons kunnen vereenigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 juni 1920

De Heraut | 4 Pagina's

Gemengde huwelijken.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 juni 1920

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken