Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MOETEN WE STERVEN AAN DE ZONDE?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MOETEN WE STERVEN AAN DE ZONDE?

4 minuten leestijd

Is er geen heil zonder waarachtig „sterven aan de zonde" (Rom. 6:1), sterven aan ons zondige zelf, of hoe we dat ook verder noemen — ieder weet wel wat bedoeld is?

Natuurlijk zal geen enkel reformatorisch christen die de Bijbel kent, beweren dat wij door zulk een „der zonde sterven" (Rom. 6:11) het heil verwerven. De vraag is echter: Is dat niet levensnoodzakelijk verbonden met het zaligmakende geloof? Als ik onze belijdenisgeschriften lees, dan krijg ik de indruk dat ze het zo bedoelen. Zd. 33 stelt bv. deze vraag :„In hoeveel stukken bestaat de waarachtige bekering?". En dan luidt het antwoord: „In twee stukken: in de afsterving van de oude en in de opstanidng van de nieuwe mens". Verder: „Wat is de afsterving van de oude mens?" Antw.: „Het is een hartelijk leedwezen, dat wij God door onze zonden vertoornd hebben en die hoe langer hoe meer haten en vlieden. — Wat is de opstanding van de nieuwe mens? Het is een hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil Gods in alle goede werken te leven". Van de andere kant weten onze belijdenisgeschriften — en weten ook wij — heel goed uit de Bijbel, dat niemand het Koninkrijk Gods kan binnengaan, tenzij hij waarachtig tot bekering is gekomen (Matth. 18:3; Luk. 13:5).

Ik krijg wel eens de indruk dat men die vraag van de Katechismus aldus wijzigt: ..In hoeveel stukken bestaat de dagelijkse bekering?", maar er staat: „waarachtige bekering".

In ons blad willen wij hierover niet gaan diskussiëren. Wij kunnen ook met dis kussies de noodzaak van het sterven aan de zonde krachteloos maken. Dan kunnen we met ellenlange redeneringen ons verstand volproppen, terwijl de katechismus in het licht van de Bijbel terecht spreekt over een hartelijk (niet een verstandelijk) leedwezen en een hartelijk (niet een verstandelijke) vreugde.

Wij willen liever praktisch zijn. Van de ene kant wijzen we altijd weer op de machtige herontdekking van het Evangelie van Gods soevereine genade in de tijd van de reformatie: In het kruis van Christus alleen ligt al ons heil; op geen enkele wijze kunnen wij ook maar iets bijdragen voor de verwerving van het heil; we worden zalig alleen door genade, alleen door geloof, alleen door Christus. Hoe ons geweten en de Boze ons ook aanklaagt, in het offer van Christus vinden we onze heilszekerheid en onze rust en dus niet in onszelf of op grond van iets in ons.

Van de andere kant willen wij ook wijzen op de vrucht die het zaligmakende geloof teweeg brengt: „Wij die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij daarin nog leven?" (Rom. 6:1). Ik kan daar moeilijk iéts anders in lezen dan dat Paulus daarmee bedoelt: Als je door het geloof met Christus levend verbonden bent, dan ben je ook met Hem aan de zonde gestorven en met Hem opgestaan tot het nieuwe leven van de gerechtigheid. En dat betekent ook omgekeerd: Wanneer iemand volledig vrede heeft gesloten met de zonde en ze dus beslist niet „hoe langer hoe meer gaat haten en vlieden", hoe kan hij dart nog de blijde heilszekerheid hebben dat hij als een levend lid ingelijfd is in het lichaam van Christus?

Misschien zal iemand zeggen: Maar zó maakt u de mensen onrustig! Dan is mijn weerwoord: Is er niet veel valse gerustheid onder de christenen? Hun denken is soms volkomen aards, wereldgelijkvormig. Ze verstaan en beleven niets of nauwelijks iets van wat Paulus de gemeente toeroept: „Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God" (Kol. 3:1-3). Zijn zij gestorven aan zichzelf? Is hun leven verborgen met Christus in God? Hoe kan dat, als de noodaak daarvan niet of nauwelijks gepreekt wordt in hun kerken? wanneer ze slechts te horen krijgen: Als u gezondigd hebt, dan is er de vergeving op grond van het bloed van Christus; dan moet u wél proberen tegen de zonde te strijden ,maar maak u vooral niet ongerust over de zonde, wanneer u daar weer in valt, want er is toch altijd weer de vergeving der zonden?

Maar de Bijbel spreekt niet over een strijden tegen de zonde, maar over een sterven aan de zonde. Dat is veel radikaler. Dat is: „een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonde vertoornd hebben en die hoe langer hoe meer haten en vlieden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

MOETEN WE STERVEN AAN DE ZONDE?

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1972

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken