Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

tag:IRS,19720701:newsml_e5b1cccd8c0043f9c60c50169984c656

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

tag:IRS,19720701:newsml_e5b1cccd8c0043f9c60c50169984c656

6 minuten leestijd

Toen koning Jesio van Juda de tempeldienst in Jeruzalem herstelde en het Pascha weer liet vieren, gaf hij de levieten opdracht om het Pascha gereed te maken „overeenkomstig het woord des HEEREN door de dienst van Mozes" (2 Kron. 34:6).

Ook zijn voorvader Hizkia had het als een eerste vereiste gezien bij het reformatiewerk: de dienst van de HEERE moet zijn zoals Hij dat zelf gewild heeft. Anders is het Hem niet aangenaam.

De grootste afdwaling van de kerk lag steeds op het gebied van de godsdienst. De indrukwekkende eredienst van Jerobeam bij de gouden kalveren, waar hij zo diep religieus bezig was, wordt in de Heilige Schrift de zónde van Jerobeam genoemd. De hardnekkigheid van de Farizeeën en Schriftgeleerden en overpriesters en hun haat tegen Christus waren van godsdienstige aard. 't Ging over hun godsdienst, waarin zij zo gróót geworden waren. Daarom waren zij ook zo fel! De eigenwillige godsdienst „uit de wet" en de godsdienstige eer, die Israël aan andere goden gaf… dat alles heet in de Schrift „overspelig de HEERE verlaten".

Wanneer nu koning en volk luisteren naar de roep van de profeten: „Keert weder, afkerige kinderen" (Jer. 3:14; Jes. 31:6; Zef. 2:1-3) en tot de HEERE wederkeerden, dan was het eerste wat zij deden: de dienst van Jahwe herstellen, de tempel reinigen, de priesters en levieten opdracht geven zich te heiligen „overeenkomstig de woorden des HEEREN" (2 Kon. 29:15). Bij Hiskia's Paasfeest wordt dat meermalen met nadruk vermeld: „Zij heiligden zich … zij stelden de levieten op, priesters en levieten stonden op hun plaats, volgens de verordeningen, overeenkomstig de wet van Mozes, de man Gods" (2 Kron. 29:15, 25; 30:16). „De hand Gods bewerkte, dat zij een van zin waren, om het gebod des konings en der vorsten naar het woord des HEEREN te volbrengen" (2 Kron. 30:12).

Hier is zichtbaar wat ik in de titel schreef: Reformatie is weer beginnen bij de Schrift. Want de vraag is dan: hoe wil de HEERE Zelf dat Hij gediend zal worden? Het is een van de eerste gevolgen van de besnijdenis des harten, zoals die reeds in Deuteronomium werd beloofd: „De HEERE, uw God zal uw hart besnijden en het hart van uw nakroost. Gij zult u bekeren en weer naar de stem van de HEERE luisteren en al Zijn geboden volbrengen" (Deut. 30:1-10).

Reformatie is heel wat anders dan restauratie, zoals we die bij Rome zien, in nieuwe opvattingen en ontwikkelingen. Daarbij wordt het verouderde gerestaureerd, anders georganiseerd, zonder verootmoediging en bekering, die in de dagen van Hiskia zelfs nog bij mannen uit het tienstammenrijk gevonden werd. Immers toen de ijlboden met brieven van koning Hiskia door geheel Juda en Israël gingen en zeiden, zoals de koning hun opgedragen had: „Israëlieten, keert weder tot de HEERE, weest niet als uw vaderen … weest thans niet hardnekkig, geeft den HEERE de hand", toen verootmoedigden een aantal mensen uit dat noordelijk rijk zich (2 Kron. 30:10).

De profeet Hosea had moeten klagen: „mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis" (4:6). Maar de HEERE heeft later het overblijfsel, de „rest", in Juda verblijd — toen het boek des verbonds gevonden werd. Mozes had al de woorden van het verbond tussen Jahwe en Zijn volk daarin opgeschreven. Koning Josia las ten aanhore van de priesters, de levieten en heel het volk van groot tot klein al de woorden van dat verbondsboek dat in het huis van de HEERE gevonden was (2 Kron. 34:10). En zij gingen doen naar het verbond.

Na de ballingschap was het Ezra die het boek opende in tegenwoordigheid van de mannen en de vrouwen en van de jongens en meisjes die het al konden begrijpen. De levieten onderwezen het volk in de Schrift. Zij lazen nl. uit het boek, uit de wet van God, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep (Neh. 8:4, 9).

Later heeft Johannes de Doper de doop van de bekering tot vergeving van zonden gepredikt. Het volk werd toen geroepen zich te bekeren van de eigengerechtige wetsvervulling van de synagoge, om door het geloof alles van de Messias te verwachten.

Bij de Schriften heeft Gods volk de weg weer leren kennen.

In de dagen van afval kenden zelfs de leidslieden de weg des HEEREN niet meer — hoeveel te minder het volk (Jer. 5:4, 5).

Maar toen Ezra van de zegen en de vloek van het verbond voorlas, toen werd — door Gods ontferming — voor het gehele volk duidelijk, wat de oorzaak van de ellende, van de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap geweest was: zij en hun vaderen hadden de HEERE verlaten en niet naar Zijn geboden gedaan. Daarom was hun dit overkomen. Vgl. Deut. 28.

Zo gaven de Schriften licht over de situatie.

En vandaaruit ontstond verootmoediging en bekering. Een hele reeks maatregelen heeft men toen kunnen nemen om de zonde weg te doen. (Zie Ezra en Nehemia).

Met het verlaten van de HEERE op godsdienstig gebied ging steeds gepaard een inzinking op alle terrein. Onzedelijkheid, sociaal onrecht, losse zeden, onrechtvaardige bezitsvermeerdering, dronkenschap, aardsgezind leven nemen dan de overhand Wie zal het keren?

Dat kan alleen gekeerd worden als het volk weer de weg des HEEREN leert verstaan, uit de Schrift. De weg waarop men gaan moet — naar Zijn geboden.

In tijden van reformatie heeft God telkens velen tot de Schrift teruggebracht — tot het geloof in de volkomen offerande van Christus, zodat zij niet meer steunden op hun godsdienst. En uit het geloof brachten zij vruchten voort, bekeerden zich van allerlei kwaad dat in hun dagen welig tierde — tot de weg van het leven.

Tot de wet en de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit Woord is er geen dageraad! (Jes. 8:20).

Wie reformatie van kerk en volksleven wil, zal met het lezen en voorlezen van de Heilige Schrift moeten beginnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1972

In de Rechte Straat | 36 Pagina's

tag:IRS,19720701:newsml_e5b1cccd8c0043f9c60c50169984c656

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 1972

In de Rechte Straat | 36 Pagina's

PDF Bekijken