Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HET MOEILIJKE BIJBELBOEK PREDIKER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET MOEILIJKE BIJBELBOEK PREDIKER

10 minuten leestijd

Er is weer een boek van dr. W. Aalders verschenen: „Luther en de angst van het westen"; ondertitel: „Een pleidooi voor de rechtsstaat" (uitg. Voorhoeve-Den Haag, ƒ 22,50 155 blz.).

Dit boek handelt over Prediker, een boek waar we het allemaal wel eens moeilijk mee hebben gehad.

Aalders beschrijft hoe Luther daarmee geworsteld heeft. En zoals bij de bestudering van de brief aan de Romeinen het licht voor hem daagde, toen hij ineens begreep wat bedoeld was met de woorden „gerechtigheid Gods", zo kreeg hij ineens vat op de bedoeling van Prediker, toen hij begreep wat de eigenljke inhoud is van het kernwoord van dit boek nl. „IJdelheid". Over die ontdekking schrijft Luther naar aanleiding van Prediker 1:

„IJdelheid der ijdelheden is een Hebreeuwse wijze van uitdrukken. Het betekent: de grootste en opperste ijdelheid als een niet meer te overtreffen volledigheid. Dit woord gebruikt Salomo echter niet tegen de dingen zelf, maar tegen het menselijk hart dat alle dingen tot zijn schade gebruikt… En daarmee geeft hij met deze eerste woorden al terstond de strekking van het hele boek aan en het thema, waarover hij het hebben wil. Hij zegt namelijk, dat hij zal spreken over de grootste en opperste ijdelheid, de ijdelheid van het menselijk hart, dat gans en al ijdel is in al zijn voornemens, waardoor de mens nimmer tevreden is met het tegenwoordige en dat ook niet dankbaar benut. Echter ook het toekomstige is de mens niet bij machte te gebruiken en te genieten. Hij verkeert alles, ook het beste, in ellende en ijdelheid. De schuld ligt dus bij de mens, niet bij de dingen."

Deze nieuwe visie op Prediker grenst Luther scherp af van de oude opvatting: „Doordat sommige dwaze lieden dit niet verstonden, hebben zij met dit bijbelboek de ongerijmde leer verbreid van wereldverachting en wereldvlucht, en zij hebben op grond daarvan ook veel ongerijmde dingen gedaan, zoals te lezen is in de levensbeschrijving der kerkvaders, dat er lieden geweest zijn, die de zon niet meer hebben willen zien; zij verdienden, dat om die reden hun de ogen uitgerukt werden! Anderen waren er, die om godsdienstige reden zich op het allerkarigst voedden. Het zal ons duidelijk zijn, hoe wij daarover hebben te oordelen. Want niet die mens veracht op de rechte wijze de wereld, die leeft als een kluizenaar en zich afzondert van de mensen. Niet die mens veracht het goud, die het wegwerpt of die zich verre houdt van geld of goed, gelijk de Fransiscanen. Neen, zij doen het, die leven temidden van al die dingen en nochtans niet door de begeerte ernaar overheerst worden. Dat is het voornaamste, wat Salomo onder de aandacht van zijn lezers wil brengen." (pag. 47)

Luther wijst dus een interpretatie van Prediker af, die tot konsekwentie heeft dat de wereldvlucht in een klooster de hoogste vorm van volmaakte vervulling van Gods wet zou zijn. Hij schrijft:

„Zeer velen der heilige vaders en uitnemende leraars der kerk hebben door dit boek Prediker, dat zij verkeerd verstonden, niet weinig schade aangericht, doordat zij er van uitgingen, dat Salomo in dit boek zou hebben geleerd, de wereld te verachten, wat dus zou inhouden de verachting van al wat God geschapen heeft en van al de verordeningen, die Hij heeft ingesteld. Eén van hen is de heilige Hiëronymus, die het boek Prediker benutte om de jonkvrouw Blesila aan te sporen in het klooster te gaan en het geheel in die zin uitlegde. Dit nu was er de oorzaak van, dat zich als een zondvloed over heel de kerk uitbreidde die monnikentheologie en kluizenaarsleer, waarin het als zeer christelijk wordt voorgesteld om het gezinsleven, het wereldse beroep, ja zelfs het bisschopsambt, of beter gezegd het apostolische ambt, achter zich te laten en de woestijn in te trekken, zich af te zonderen van de omgang met mensen, en in stilte en zwijgzaamheid te leven; en dat op grond van het feit, dat het niet mogelijk zou zijn om in de wereld God te dienen. Alsof Salomo de gehuwde staat, de roeping van de overheid en het ambt van dienaar des Woords ijdelheid zou noemen, welke taken hij in zijn boek juist ophemelt en ze gaven van God noemt… Kortom, zij hebben uit dit bijzonder mooie en bijzonder nuttige boek niets anders dan afschuwelijke dingen opgedolven en van goddelijk goud akelige afgodsbeelden gegoten, (pag. 28)

Prediker daarentegen is vooral bedoeld als troostboek voor hen, die de zorgen, moeiten en lasten van hun beroep, ambt of handwerk hebben te verduren, en die dan moedeloos, ongeduldig, geërgerd, of misschien zelfs wel wanhopig dreigen te worden en geneigd zijn er de brui aan te geven en te deserteren. Salomo leert hen, om standvastig te zijn, moedig vol te houden ondanks teleurstellingen, tegenslagen en mislukkingen; de gelegenheden die zich voordoen, dankbaar te benutten; en wat niet te veranderen is, zo te laten, zonder zich daarover het hoofd te breken, (pag. 34)

Het is duidelijk, aldus Aalders, dat de Navolging van Christus door Thomas aKempisgeïnspireerd is door de interpretatie van Prediker als een oproep tot wereldmijding (a.w. bl. 43 e.v.) De wortels van de ijdelheid liggen dus volgens Luther in het menselijk hart.

Toch mogen wij daaruit niet de conclusie trekken, dat daarom de ijdelheid louter een innerlijke, subjectieve gesteldheid zou zijn. Neen, voor Salomo is de ijdelheid ook een wereldse realiteit. Vanuit het menselijk hart treedt de ijdelheid naar buiten; zij verwerkelijkt zich in de geschiedenis en wordt zo tot een historische, objectieve aanwezigheid. Ontluisterd en perverterend werkt de ijdelheid in op de schepping. Zo krijgt zij op aarde gestalte en bestand. Ja, voortdurend breidt zij zich uit in de ruimte en tijd van de wereld. Op grond daarvan rept Luther terecht van een „rijk der ijdelheid (regnum vanitatis)." (pag. 50-51).

Prediker, een boek over de staat

Juist deze visie van Luther op het boek Prediker die door Aalders wordt weergegeven, maken zijn boek zo aktueel. Dat is één van de redenen, waarom ik dit boek in veler handen wens. (U kunt het ook bij ons kantoor bestellen, postbus 131, Velp G.; in dat geval graag plus portokosten). Aalders op pag. 72:

Volgens Luther is het voor koning Salomo zelfs de voornaamste reden geweest voor het op schrift stellen van het boek Prediker, om tegenover een algemene ondankbaarheid en achteloosheid ten aanzien van staat en samenleving (zoals Luther die ook bij veel reformatorische christenen aantrof!) nadrukkelijk in het licht te stellen, dat zij scheppingswonderen zijn. Wat hij dus beoogt, is dat alle mensen, vorsten en onderdanen, magistraten en volk, boeren en stedelingen, predikers en gelovigen, zullen gaan inzien, dat staat en maatschappij ons geschonken worden door de hemelse Vader, opdat de mensen in de wilde baaierd van de geschiedenis een burcht, een citadel zouden hebben, waarbinnen het leven zich kan ontplooien. Zij moeten gaan beseffen, dat Gods scheppingstrouw zich waarljk niet alleen manifesteert in huwelijk en gezin, in kerk en school, maar zeker niet minder in staat en maatschappij.

Dat Luther het boek Prediker onder deze belichting stelt, hangt ongetwijfeld samen met de schokkende ervaringen van de revolutionaire woelingen in het jaar 1525- Want wat was bij de turbulente gebeurtenissen van de boerenoorlog en wat eraan was voorafgegaan het meest opvallende geweest? Toch wel de haat tegen en radikale afwijzing van staat en overheid, het volk ingeblazen door de doperse stroming. Klaarblijkelijk ontbrak het deze christenen aan ook maar het geringste besef, dat staat en samenleving een goddelijke orde zijn tot ons bestwil. Zij waren niet in staat in te zien, dat zij door gehoor te geven aan deze hetze tegen het staatsbestel de fundamenten ondermijnden, waarop alle leven gebouwd was: huwelijk en gezin, kerk en school, handel en nijverheid. Wat blijft er over van het beroep als goddelijke roeping, wanneer de kaders, waarbinnen het functioneert, ineen storten? Zonder de rechtsorde van staat en samenleving is niet alleen elk beroep zinloos geworden, maar verliest ook het gebod van de naastenliefde elke concrete vulling en praktische toepassing. Met andere woorden: staat en samenleving scheppen de mogelijkheid en gelegenheid voor de gehoorzaamheid aan het liefdesgebod. Op grond daarvan duidt Luther ze met zoveel nadruk aan als een orde van God (ordinatio Dei).

Aalders past dit allemaal ook toe op allerlei huidige stromingen op politiek gebied. Zo schrijft hij:

Wij moeten immers vaststellen, dat er niet weinig simpele, vrome zielen zijn, die zich op grond van hun vroomheid afzijdig houden van de staat. Zij kunnen staat en geloof niet met elkaar verenigen. Hun redenering is: macht is uit den boze; geweld is in strijd met het Evangelie; de eer en hoogheid van de staat zijn niet in overeenstemming met de nederigheid en armoede van Christus. Zij beweren: men kan met het Evangelie toch geen vloot, tanks en kanonnen kopen; toch geen hermelijn en kroon dragen; toch geen paleis bewonen! Het ware beter dat het daaraan bestede geld aan de armen geschonken werd. Ook deze simpele, vrome zielen leven dus in een klimaat van wantrouwen en afwijzing van de staat. Voor hen is vaderlandse geschiedenis een bedenkelijke zaak. Liefde en respect voor de nationale symbolen van de staat, als vlag, volkslied en vorstenhuis, rieken volgens hen al naar afgoderij. Welnu, Luther's uitleg van het bijbelboek Prediker maakt het duidelijk, dat hier sprake is van kortzichtigheid, die het Evangelie simplificeert en die het wereldlijke regiment Gods ontkent. Men droomt van een christelijke anarchie en speelt daardoor onbedoeld de boze chaosmachten in de kaart. Men is blind voor staat en samenleving als scheppingswonderen, door God geschonken en in stand gehouden, opdat de mensen in de wilde baaierd van de geschiedenis een burcht, een citadel hebben, waarbinnen het leven zich overeenkomstig Gods geboden kan ontplooien. Men ziet niet, dat kerk en staat, staat en kerk, in eikaars verlengde liggen en dat zonder de staat als rechtsorde de hele tweede tafel van de Wet in de lucht komt te hangen, elk beroep zinloos is geworden, en het gebod van de naastenliefde zijn concrete vulling en praktische toepassing heeft verloren. In wezen verachten en verwerpen zij de mogelijkheid, ons in de staat geschonken, om te leven binnen de omheining van de Wet Gods.

Tegen die onnozele, vrome zielen keert Luther zich met zijn uitleg van Prediker. Hij ziet hun vroomheid als monniken-vroomheid. Hun vroomheid is vertwijfeling, wereldvlucht.

In het bovenstaande heb ik slechts een greep gedaan uit het zeer waardevolle geschrift van Aalders. Ik hoop echter dat u daardoor de smaak hebt te pakken gekregen en het uzelf aanschaft. En in elk geval behoort dit boek te prijken in de boekenkast van iedereen, die zich voor politiek interesseert. En moet de politiek niet ons aller belangstelling hebben, voorzover we daar tijd vrij kunnen maken?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

HET MOEILIJKE BIJBELBOEK PREDIKER

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1983

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken