Bekijk het origineel

JUAN PEREZ … Spaanse reformator en Bijbelvertaler

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

JUAN PEREZ … Spaanse reformator en Bijbelvertaler

6 minuten leestijd

Tijdens de conferentie in Sevilla werd vaak gesproken over de Troostbrief van Juan Perez. De broeders in Spanje hebben ons dringend gevraagd om die opnieuw uit te geven en te verspreiden onder de abonnees van on/.e Spaanse editie.

We kregen van Rafael Gonzalez een uitgave van deze Troostbrief mee van 1874, die voorafgegaan is van een inleiding over de historische achtergrond van waaruit die brief geschreven is. Uit die geschiedkundige inleiding vertalen wc voor u uit het Spaans:

Juan Perez werd tegen het einde van de 15de eeuw - men weet niet het juiste jaartal - geboren in Montilla (Andalucia - Spanje).

Hij kwam in contact met Cassiodoro de Reina en Cipriano de Valera, de vertalers van de Bijbel in het Spaans die, als een soort Staten-Vertaling bij ons, nog steeds het meest gebruikt wordt in de Spaans-sprekende landen. Hij werd overtuigd reformatorisch christen.

In 1551 moest hij vluchten voor de razzia's van de Inquisitie. In Genève vertaalde hij het Nieuwe Testament en de Psalmen. Hij liet die vertaling voorafgaan van deze opdracht:

Aan de almachtige Koning van hemel en aarde, Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens, gestorven voor onze zonden en opgewekt voor onze rechtvaardigmaking, verheerlijkt en gezeten aan de rechterhand van de Majesteit in de hemelen, gesteld tol Rechter over levenden en doden, Heere en Maker van alle schepselen; aan Hem zij de heerlijkheid en de eer en aanbidding in de eeuwen der eeuwen!

De vertaling van de Psalmen die in 1557 werd gedrukt, droeg hij op aan de zuster van Karei V, Maria van Oostenrijk, koningin van Hongarije en Bohemië, regentes van de Nederlanden.

Het dappere Juliaantje

De grote moeilijkheid was echter om die Bijbels in Spanje in te voeren. De Inquisitie lag overal op de loer. De Heere bracht echter een Spanjaard op zijn pad, die dat aandurfde: Julian Hernan

dez, geboren in Villaverde, die vanwege zijn korte gestalte met het verkleinwoord Julianillo (Juliaantje) werd aangesproken.

Julianillo verhandelde flessen wijn, Vlaamse (Delftse?) tegels en andere handelswaar, maar in het onderste gedeelte van de lading verborg hij de Bijbels. Vanwege zijn koelbloedigheid en slimheid wist hij geruime tijd de douanebeambten van de Inquisitie in Spanje om de tuin te leiden. In Sevilla deponeerde hij zijn kostbare 'handelswaar' in het huis van Don Juan Ponce de León (die 24 september 1559 levend werd verbrand).

Ook bracht hij Bijbels naar het klooster van S. Isidoro del Campo in Santiponce. Men heeft in dat klooster achter een overkalking een fresco ontdekt, waarin zichtbaar is dat de monniken van dat klooster onder leiding van de overste Garcia Arias hun brevier (r.-k. getijdenboek, vooral voor de priesters) verwisselen voor een Bijbel, terwijl men de als koopman uitgedoste Julianillo ziet vertrekken. Rafael Gonzalez gaf mij daar een kopie van, maar ze is te vaag om in IRS af te drukken. Veel van die monniken zijn later verbrand.

In Vlaanderen had Julianillo een exemplaar van het Nieuwe Testament aan een smid gegeven. Deze gaf dat aan een priester, die nauwkeurig de persoonsbeschrijving noteerde en ze doorgaf aan de agenten van de Inquisitie in Spanje. Gevolg: hij werd gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis van de Inquisitie in Sevilla.

Vaak werd hij daar gefolterd om hem ertoe te bewegen andere reformatorische christenen te verraden. Maar in plaats daarvan bleef hij getuigen van Jezus Christus als zijn enige en volkomen Zaligmaker.

Als hij na de martelingen naar zijn cel werd teruggebracht, zong hij bij het passeren van de cellen waarin andere christenen gevangen zaten, om hen te bemoedigen deze verzen: Vencidos van los frailes, vencidos van, corridos van los lobos, corridos van. (De monniken druipen overwonnen af, de wolven gaan er vandoor).

De christenen in Sevilla verraden

Maar iemand die zich had voorgedaan als een tot de hervorming bekeerd christen en daarom de geheime samenkomsten bezocht, verraadde hen. De Inquisitie schrok ervan dat hun aantal zo groot was. Meer dan 800 christenen uit Sevilla, Valladolid en de omliggende dorpen werden opgepakt.

Er waren niet voldoende gevangeniscellen voor zo'n groot aantal. Daarom werd een gedeelte ondergebracht in particuliere huizen. De bewaking was daar echter niet zo nauwgezet en daarom wisten enkelen te ontsnappen naar het buitenland, waar ze het gebeurde verhaalden.

Toen Juan Perez dit alles in Genève hoorde, was hij diep geschokt. De voornaamste oorzaak van deze verwoesting van die groeiende gemeente van reformatorische christenen was zijn vertaling geweest van het Nieuwe Testament en de Psalmen. Zijn trouwe helper Julianillo en veel van zijn intieme vrienden waren gegrepen.

Vanuit die bewogenheid met deze slachtoffers schreef Juan Perez toen zijn Epistola Consolatoria (= Troostbrief) met de bedoeling om door allerlei toepasselijke teksten uit de Bijbel zijn vrienden te versterken in het geloof en in de standvastigheid te midden van de wrede pijnigingen, die ze zouden moeten ondergaan.

Een geloofsheld

Op 24 september 1559 werden in het eerste auto-da-fe 21 personen verbrand (zie elders in dit nummer) en op 22 december 1559 ondergingen nog eens 11 christenen de vuurdood, plus drie in effigie (= ze werden bij verstek verbrand, doordat men een afbeelding van hen in de vlammen liet opgaan). Eén van die drie was Juan Perez. Van die elf waren er acht vrouwen, vijf van één gezin: Maria Gomez, haar zus, en haar drie dochters.

Onder hen was ook Juliaantje. Hij had drie jaar van folteringen in de verschrikkelijke gevangenissen van de Inquisitie overleefd. Onverschrokken ging hij de weg naar de brandstapel. Toen hij uit de gevangenis werd geleid naar de plaats van de terechtstelling, zei hij tot zijn medegevangenen:

Broeders en zusters, deelgenoten in hetzelfde lijden en sterven, blijft standvastig in uw besluit. Nu komt het erop aan dat wij ons strijders van onze Heere Jezus Christus betonen. Wij gaan nu ten overstaan van veel toeschouwers getuigen van Hem en van Zijn waarheid. Binnen enkele uren zal Hij ons feestelijk ontvangen in Zijn heerlijkheid, waar we voor altijd bij Hem mogen zijn.

Een prop in de mond

De inquisiteurs stopten hem een prop in de mond, zodat hij niet meer in staat zou zijn met woorden van Christus te getuigen. Maar hij probeerde het nog zoveel mogelijk met gebaren en met mimiek.

Toen hij bij de brandstapel aankwam, knielde hij neer, kuste de paal en de ijzeren ring waaraan men hem zou gaan vastbinden.

Een priester, Fernando Rodriguez, gaf opdracht hem de prop uit de mond te nemen, zodat hij zijn reformatorische geloof zou kunnen afzweren. Maar Juliaantje begon opnieuw te getuigen. Daarop werden de soldaten die bij de brandstapel waakten, zo geprikkeld en ongeduldig dat ze hem met hun lansen doorstaken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

JUAN PEREZ … Spaanse reformator en Bijbelvertaler

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken