Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het getuigenis des HEEREN over Kaleb

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het getuigenis des HEEREN over Kaleb

1 minuut leestijd

‘Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen…’ <br /> Numeri 14 vers 24a

Doch Mijn knecht Kaleb… Dat woordje ‘doch’ wijst op een tegenstelling. Heel Israël, vanaf 20 jaar en ouder, zal omkomen in de woestijn. Waarom? Omdat het niet geloofd heeft aan het Woord des HEEREN. Zij mogen het land Kanaän niet ingaan vanwege hun ongeloof. Kaleb zal het beloofde land wel ingaan, hij en zijn geestverwant Jozua, de zoon van Nun. Dat is het getuigenis des HEEREN over Kaleb. De Heere noemt hem Mijn knecht. Eens waren wij allen knechten van de Heere in het paradijs. Door onze val en ongehoorzaamheid in Adam zijn wij van dienstknechten des HEEREN tot dienstknechten van de duivel en de zonde geworden. Een knecht kenmerkt zich door gehoorzaamheid aan zijn baas. Gehoorzamen, dat ligt ons van nature niet. Wij zijn liever baas, dan knecht. Ni Dieu, ni maître! Geen God en geen meester. Gehoorzamen aan de Heere kunnen wij alleen leren op Zijn leerschool. Kaleb is op die leerschool genomen en daarom zegt de Heere van hem: ‘Mijn knecht’. Bent u al een knecht van de Heere geworden? Kan Hij ook van u zeggen: ‘Doch Mijn knecht…’?

De Heere getuigt van Kaleb: Omdat een andere geest met hem geweest is… Kaleb was anders dan de anderen. Na 40 dagen komen de twaalf verspieders terug bij Mozes en Aäron. Zij brengen verslag uit van hetgeen zij gezien hebben. Deze tien hebben alleen maar gelet op het zichtbare. Ze zeggen: ‘Het land is goed en vruchtbaar, maar het volk is een sterk volk, er zijn grote steden en er wonen reuzen. We komen er nooit in!’ Kaleb zag door het geloof over de zichtbare werkelijkheid heen. Hij had een kinderlijk vertrouwen in God. Hij zegt tegen het volk dat ze niet wederspannig tegen de Heere moeten zijn en dat zij het volk van dat land niet moeten vrezen. Waarom? Zij zijn ons brood, hun schaduw is van hen geweken (ze zijn hun bescherming kwijt) en de HEERE is met ons. En als de HEERE nu met ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hoe kan Kaleb zo spreken? De HEERE getuigt van hem dat er een andere geest in hem was. De Heilige Geest, Die ons leert om af te zien van onszelf en op de HEERE alleen te zien. Door welke geest wordt u/jij geleid? Door de geest van de wereld of door de Geest, Die uit God is? De geest van de wereld, van het ongeloof, stelt altijd Gods Woord ter discussie. Die geest zegt: ‘Ik moet het eerst allemaal zien.’ Dat is de geest uit de afgrond, de geest, die God tot een leugenaar verklaart. De Geest Die uit God is, leert ons dwars door ons ongeloof heen het nochtans van de HEERE alleen te verwachten. Dit geldt ons persoonlijk leven, maar ook ons kerkelijk en maatschappelijk leven. Die Geest leert Gods kinderen goed en groot van de Heere spreken.

Hoe weet ik nu dat die Geest mij leidt en in mij woont? Hoor, wat de Heere verder zegt: en hij volhard heeft Mij na te volgen. De kanttekenaren van de Statenvertaling zeggen hierbij: Kaleb heeft de Heere gestadiglijk, trouwelijk en met een oprecht hart gehoorzaamheid bewezen. Kaleb heeft door de genade van de Heilige Geest Gods Woord voor waarachtig gehouden. Hij heeft aan Gods belofte niet getwijfeld. Hij heeft ook niet kunnen bekijken hoe en wanneer hij in het beloofde land zou komen. Hij heeft de vervulling van die belofte aan de Heere overgelaten. Hij is met de Heere niet beschaamd uitgekomen. Voor zijn vlees zal dat niet altijd gemakkelijk geweest zijn. Al die jaren in de woestijn de Heere navolgen. Met een kleine minderheid stond Kaleb samen met Jozua tegenover een grote meerderheid. ‘Hoe heeft hij dit vol kunnen houden?’ Alleen door Gods volhardende genade: Omdat hij volhard heeft Mij na te volgen… De grond van die volharding ligt in Hem, Die uit het geslacht van Kaleb, uit de stam van Juda, is voortgekomen. Hij, Jezus Christus, is de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Die het volgehouden heeft tot het einde. Die alles volbracht heeft. Die gesproken heeft: Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Want: maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. Omdat de grond der zaligheid buiten onszelf ligt in het volbrachte offer van Hem.

Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest!
Mocht die mij op mijn paân ten leidsman strekken!
‘k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;
Dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,
Wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest,
Hoe Uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.

Psalm 119 vers 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 2004

Kerkblad | 12 Pagina's

Het getuigenis des HEEREN over Kaleb

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 2004

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken