Bekijk het origineel

Aan Sardis, Openbaring 3:1-6

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aan Sardis, Openbaring 3:1-6

1 minuut leestijd

Bent u een naamchristen?
Als u in Sardis geleefd had, zou u geen last hebben gehad van Joden die het u moeilijk maakten. U zou ook van de heidenen geen noemenswaardige moeite hebben ondervonden. Maar ook hoefde u niet erg bang te zijn voor dwaalleringen. U zou wel last gehad hebben van iets anders en misschien is dat voor u die dit leest op dit moment niet anders: u was een naamchristen. Christus zegt tegen Sardis dat Hij de zeven geesten Gods heeft en de zeven sterren. Deze Zelfopenbaring vinden we terug in Openb. 1:4. Met de zeven geesten Gods bedoelt Christus dat Hij de volheid van de werkingen en gaven van de Heilige Geest heeft. Het is alleen door de volheid van het werk des Geestes dat de zeven sterren licht geven. De zeven sterren zijn de zeven voorgangers van de gemeenten. Nu brandt in Sardis nog wel het licht des Geestes, maar het is zwak. Sardis heeft de naam dat zij leeft, maar zij is dood. Ze is niet zo dood dat er geen enkel geestelijk leven meer is. In vers 2 lezen we over het overige, dat sterven zou. Nog niet de volle dood is ingetreden, maar dit is wel duidelijk: de gemeente bestaat vooral uit naamchristenen. Misschien is dit bij u niet anders. Misschien is er bij u, evenals in Sardis, veel uitwendige werkzaamheid, terwijl u en uw gemeente innerlijk dood zijn. U waakt voor de zuivere leer, u hebt weinig last van vijanden, u bent actief. Maar voor God bent u dood.

Wanneer bekeert u zich (eindelijk)?
Christus gebiedt Sardis te waken, vers 2. Letterlijk: word wakker zijnde, wakende. De gemeente moet wakker worden en wakker blijven. Ze moet alert blijven. Het geestelijk leven dat nog overig is, moet ze versterken, want het is niet vol voor God. Letterlijk: uw werken zijn niet vervuld. Maar ons geestelijk leven is toch altijd onvolkomen en kan toch niet volmaakt worden op deze aarde? Nee, maar Christus bedoelt dat er wel werken zijn, maar zonder inhoud. Er is wel geestelijk leven, maar het kwijnt als een slap hangend plantje. Zo mag het in uw leven niet zijn! Daarom klinkt de oproep aan Sardis om te gedenken hoe ze haar geestelijk leven heeft ontvangen, vers 3. Ze kreeg het uit de doorboorde en verhoogde rechterhand van Christus! Ze hoorde woorden van leven uit Zijn mond! Dat moet ze zich in herinnering roepen en bewaren. Ze moet zich bekeren, terugkeren tot haar Middelaar en waken. Maar Sardis bekeerde zich niet. In het jaar 400 werd Sardis door de Goten ingenomen en is van de gemeente niets overgebleven. Christus kwam als een dief in de nacht tot Sardis’ oordeel. Dat oordeel staat ook u te wachten, als u zich niet bekeert. Misschien vannacht al.

Hoe schoon is uw kleding?
Toch zijn er ook te Sardis kinderen Gods die zich niet hebben bevlekt met een uitwendig leven dat van buiten wit is, maar van binnen vol dorre doodsbeenderen. Het zijn enige weinige namen, vers 4, maar ze zijn er toch. Omdat ze hun klederen niet hebben bevlekt, zullen ze met Christus wandelen in witte klederen. Als u een christen bent en dan niet slechts in naam, zult u met Christus in eeuwige heerlijkheid wandelen, overmits zij het waardig zijn, zegt vers 4. Kunt u het dan waardig zijn om met Christus te wandelen? Nee, onmogelijk! U bent alleen de verdoemenis waardig. Herinner u het goddelijk Woord dat het geloof van de goddeloze tot gerechtigheid wordt gerekend. De goddeloze grijpt door genade Christus’ gerechtigheid aan dat hem als de zijne wordt toegerekend. Zo noemt Christus u waardig om met Hem te wandelen als u door genade Zijn goddelijke waardigheid aangrijpt. U besmet voortdurend uw klederen met uw vuile zonden. Maar Christus reinigt u voortdurend met Zijn bloed, zodat u toch rein bent. Hij bekleedt u met Zijn gerechtigheid, zodat u eens in witte klederen met Hem zult wandelen in Zijn heerlijkheid.

Troost u de verkiezing?
In Openbaring 19 lezen wij hoe de Bruid van het Lam bekleed wordt met rein en blinkend fijn lijnwaad. Dit zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen, door Christus aan hen geschonken. Dat is de belofte van Christus aan de Zijnen die in Zijn kracht overwinnen, vers 5. Hij zal hun naam geenszins uitdoen uit het boek des levens. Als u de Zijne bent, is de verkiezing een troost voor u. U kunt twijfelmoedig zijn, aangevochten, door en door verdorven, maar uw naam staat in het boek des levens. Uw naam staat in Christus’ beide handpalmen gegraveerd. Niemand kan uw naam uitwissen. Uw zaligheid ligt vast in Christus. Ze hangt niet af van uw geloof of ongeloof, uw macht of onmacht. U kunt niet uw eigen naam uitwissen, want het boek des levens ligt buiten uw bereik. Ze wordt als een schat in de hemel bewaard. Rust dan op Christus, Die de zaligheid zonder u en voor u heeft volbracht. Hij zal uw naam belijden voor Zijn Vader en Zijn engelen, zo zegt vers 5. Wanneer u, met alle lek en gebrek, Christus’ Naam voor de mensen hebt beleden, zal Hij u niet verloochenen voor Zijn Vader, Mat. 10:32,33. Hij kent u. Hij verloste u. Hij schonk u genade. In de hemel zal Hij Zijn eigen werk in u gedenken. Of bent u zelf nog aan het werk om zalig te worden? Dan is de uitverkiezing een slagboom die u de toegang tot de hemel verspert, want het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods, Rom. 9:16.

Onderzoek uzelf!
Ook tot Sardis komt de oproep om te horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Deze oproep komt ook tot u. Onderzoek uzelf of u (1) niet een naamchristen bent, (2) nog steeds onbekeerd bent, (3) nog steeds niet gereinigd bent door Christus’ bloed en (4) in eigen kracht probeert zalig te worden. Als u nog onbekeerd bent, vraag ik u dringend vandaag nog uw schuldige ziel in Christus’ handen te leggen.

Gespreksvragen
1. Kunt u aan de hand van de Schrift de kenmerkende verschillen aangeven tussen naamchristenen en oprechte christenen? Denk ook aan Mond-christen in Bunyans Christenreis. Waarom worden Gods kinderen christenen genaamd? Denk ook aan vraag en antwoord 32 van de HC.
2. Het is niet de wil des Heeren dat u tevreden bent met slechts een weinig geestelijk leven. Onderzoek wat de Schrift hierover zegt in Efeze 4 en 1 Petrus 2, waar het gaat over het opwassen in Christus en Zijn genade.
3. De uitverkiezing is voor Gods kinderen tot troost. Waarom? Maakt de leer van de uitverkiezing niet zorgeloze en goddeloze mensen? Lees DL 1.13. Waarom is de uitverkiezing voor de eigengerechtige Farizeeër een ergernis? Hoe worden Gods eigenschappen verheerlijkt in de eeuwige verkiezing Gods? Denk ook aan art. 16 NGB.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 2005

Kerkblad | 12 Pagina's

Aan Sardis, Openbaring 3:1-6

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 2005

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken