Bekijk het origineel

Jongerenpagina

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jongerenpagina

1 minuut leestijd

Beschamend










Vragen staat vrij

De laatste keer hebben we gezien wat we bedoelen met het woordje geloofsbelijdenis. We willen nu iets dieper ingaan op de vraag waarom het geloof beleden moet worden.

Geloven en belijdenis doen van dat geloof, horen bij elkaar. Je kunt het niet losmaken van elkaar. Geloof moet beleden worden. Je kunt en mag dat niet alleen voor jezelf houden. Christus heeft gezegd: ‘Wie Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik belijden voor Mijn Vader Die in de hemelen is.’ Paulus schrijft: ‘Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid.’ De ware belijdenis welt op vanuit het hart. Paulus roept uit in 2 Kor. 4:13 ‘Ik heb geloofd en daarom heb ik gesproken!’ Deze belijdenis moet geschieden in het kinderlijke geloof dat God Zijn Woord waarmaakt, ook voor jou. We zouden kunnen zeggen dat de wortel van de belijdenis het geloof is en de vrucht de belijdenis zelf. Belijdenis doen we in de eerste plaats echter niet voor de mensen, maar voor Gods aangezicht en vervolgens in het openbaar, in de gemeente en in de wereld.

Belijdenis doen wil dus zeggen dat je in de eerste plaats je hart voor de Heere openlegt. Dit sluit belijdenis van zonden en schuld in. Je vindt dit heel de Bijbel door. Ik zou kunnen wijzen op Psalm 32: ‘Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE.’ Maar anderzijds ook belijdenis van de hoop en de blijdschap die je vindt in de Heere als je mag zien op de vergevende liefde van God in Christus. ‘Gij zijt mij een Verberging, Gij omringt mij met vrolijke gezangen.’ Wat een heerlijke belijdenis is dan ook een belijdenis waarin je de diepe tonen van zonde en genade hoort doorklinken! Wat een oppervlakkige, koude en waardeloze belijdenis waarin dit ontbreekt! In het Nieuwe Testament zie je dat het persoonlijk geloof in Christus uitdrukkelijk naar voren komt. Ik kan denken aan de belijdenis van Petrus: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.’ Ik kan ook denken aan de belijdenis van de moorman vlak voordat hij gedoopt werd: ‘Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.’ In dit alles klinkt door, dat het moet gaan om een oprechte belijdenis van zonde en schuld én een oprechte belijdenis van het geloof in Christus. God ziet immers naar waarheid in het binnenste. Ik weet, het kan een hele worsteling zijn, maar laat ons altijd beseffen: De waarachtige God vraagt naar een waarachtig geloof en dus naar een oprechte belijdenis. God vraagt naar je hart!

Even bijpraten

New-York, Madrid, Londen, en nu..? Amsterdam? Volgens velen is het slechts een kwestie van tijd. Aan ouderen en jongeren wordt op straat gevraagd of ze bang zijn. Ben je ook bang? Ik kan het wel begrijpen. We beleven ook bange tijden! We moeten extra alert zijn en de regering moet maatregelen nemen. Maar besef wel dat je pas echt veilig bent als je mag weten voor tijd een eeuwigheid met lichaam en ziel het eigendom van Christus te zijn. Want al komt er geen aanslag, dan is daarmee het gevaar om voor eeuwig verloren te gaan niet geweken. Alleen zij die Christus toebehoren hoeven niet te vrezen. Christus heeft ze beloofd: ‘Niemand zal ze uit Mijn hand rukken.’ Dan ben je pas écht veilig!

Bijbelstudie

‘U dan die gelooft is Hij dierbaar; maar den ongehoorzamen wordt gezegd: De Steen, Dien de bouwlieden verworpen hebben is geworden tot een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots, en een rots der ergernis’, 1 Petrus 2:7

De vorige keer hebben we gezien hoe nu juist die Steen, die de bouwlieden verworpen hebben, dierbaar in het oog van God is. Vanuit de hemel is het gezegd: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon in Dewelken Ik al Mijn welbehagen heb.’ De Vader heeft Zijn Zoon lief met een eeuwige liefde. Maar is Hij nu ook al dierbaar en dus kostbaar voor jou geworden? Kun je Hem niet meer missen? Heb je de Heere Jezus Christus nodig gekregen als jouw Borg en Zaligmaker? Heb je Zijn bloed nodig tot verzoening van al je vuile zonden? Of kun je nog zonder? Alleen bij Hem vind je werkelijk rust voor je ziel. Van Hem zingen we: ‘Vaste Rots van mijn behoud, als de zonde mij benauwt’. Zing je al van harte mee? Is Hij de Hoeksteen van je leven geworden? Want er zijn ook ongehoorzamen volgens onze tekst. En voor hen is deze Rots een steen des aanstoots en een rots der ergernis. Ongehoorzaamheid is moedwil. Je wilt niet horen. Bewust negeer je dat, wat op je hart gedrukt wordt. Nu, dan zal je struikelen over deze Hoeksteen. Deze Hoeksteen is breder dan de andere stenen en steekt naar voren uit. Als je er niet op let, dan struikel je erover. Allen die door ongeloof en ongehoorzaamheid niet letten op deze Steen, die door God gelegd is, struikelen en vallen erover. Haast onvoorstelbaar, overal let je op, overal ben je mee bezig, overal maak je je druk om, maar je let niet op de gekruisigde Christus, die vol liefde Zijn ziel uitstortte in de dood. Ik roep je toe: ‘Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 2005

Kerkblad | 12 Pagina's

Jongerenpagina

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 2005

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken