Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meditatie

1 minuut leestijd

Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan.
Job 19:25

Het bijbelboek Job is geschreven tot troost en bemoediging van Gods Kerk. Job heeft waarschijnlijk geleefd ten tijde van de patriarchen Abraham, Izak en Jakob. Dat is nu bijna 4000 jaar geleden. Helaas wordt er vaak maar over een enkele tekst gepreekt, terwijl de 42 hoofdstukken vol zijn van wijsheid en geestelijke leidingen. Bekend is de uitspraak ‘zo arm als Job’, maar Job was niet arm, want hij leefde in de vreze des Heeren. Hij had God tot zijn deel. En u en jij?

In één dag tijd verloor hij zijn tien kinderen, zijn knechten en zijn vee. Hij hield vier boodschappers van het onheil over, plus zijn vrouw die hem niet begreep. Na die dag vol rampen, kreeg de satan van God ook de toestemming heel zijn lichaam te verzieken, zodat hij op de ashoop terechtkwam. Iedereen liep met een boog om hem heen. Zijn beste vrienden verstonden hem ook niet. In deze beproevingsweg van rouw, gemis en lijden bleef hij helemaal alleen over. Op één dag werd hij van de rijkste de armste! Zal Job zijn God vloeken en afzweren? In deze diepe beproevingsweg die Job niet kan doorgronden, is een groot geheim verborgen. Met de ene hand geeft God Job over aan de martelingen door de duivel. Met de andere hand houdt de Heere Job vast en beproeft Hij Job tot het einde. In hoofdstuk 42 lezen we hoe de grote Koning het voor Job opneemt. De almachtige God komt tussenbeide en wendt de gevangenis van Job (Job 42:10). Zijn liefdevolle en barmhartige God vermeerdert al wat Job voorheen gehad heeft tot dubbel zoveel. Job kon het, van achteren bezien, niet verliezen.

Zwaar was zijn zielenstrijd. Scherp waren de pijlen die vanuit de spelonk van de duivel op hem werden afgevuurd, allereerst door zijn drie vrienden, maar ook door de voorbijgangers. Deze grote lijder uit het Oude Testament had het zwaar te verduren, maar geloofde en getuigde: Als goud zal ik uitkomen (Job 23:10). Heerlijk éénzijdig Godswerk! God houdt vast, al laten wij los. Mag u, lezer/lezeres, ook geloven dat u met zo’n God hebt te doen? Misschien moet u door een diepe weg van lijden en het niet begrepen worden. Troost u dan vanuit dit bijbelboek. Gods uitverkorenen komen er wel door, maar allen die niet wederom geboren worden, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden (1 Petr. 1:3), die verliezen het en komen voor eeuwig om. Zij worden gebonden aan handen en voeten en worden geworpen in de buitenste duisternis.

Onderzoek u nauw, want er zijn meer mensen dan u denkt binnen en buiten de kerk, die zich voor eeuwig zullen bedriegen! Te midden van het lijden mag Gods kind en knecht Job getuigen: ‘Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan.’ Zo’n losser en verlosser was ook Boaz, die niet alleen het stuk land terugkocht dat eigendom was geweest van Elimelech en Naomi, maar ook Ruth de Moabietische. Boaz was de verlosser van Ruth en Naomi. De Verlosser van Job gaf ook alles terug. De duivel heeft het verloren! In het geloof van Job is de grote Verlosser Jezus Christus verborgen. In dat waarachtige zaligmakende geloof zit het uitzicht en het zielsverlangen van de opstanding der doden en het verlangen naar de toekomst, die wel ver weg is, maar dichtbij wordt gebracht door het geloof. Hij gelooft vast dat hij na dat lijden God zal aanschouwen, zal zien, ja meer dan zien. Een kind van God verzinkt bij dit aanschouwen in aanbidding en verwondering. Daar op de ashoop verliest Job alles, te midden van het zware lijden. Het is voor hem verloren. Alle hoop ontzinkt hem. Deze doodzieke uitgemergelde man laat zich vallen in de liefdearmen van zijn God en belijdt met het hart: Ik weet: mijn Verlosser leeft.

Herkent u zichzelf in deze weg van verlies en lijden? En waar bent u ermee terechtgekomen? Mocht u ook in uw teleurstellingen en lijden in Gods armen, de armen van het goddelijke Woord vallen? In die liefdearmen is werkelijk troost en uitzicht. Job mocht getuigen: Ik weet … In Psalm 89:1 zingen we: ‘Ik weet hoe ’t vast gebouw …’ In 2 Korinthe 5:1 getuigt Paulus: ‘Wij weten, dat, zo ons aardse huis van deze tabernakel (ons lichaam) gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.’ Die heilige wetenschap moge de Heilige Geest u leren en doen ondervinden. Strijd dan de goede strijd des geloofs en grijp naar het eeuwige leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 2007

Kerkblad | 12 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 augustus 2007

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken