Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Johannes’ brieven (62)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Johannes’ brieven (62)

1 minuut leestijd

En wij hebben gekend en geloofd de liefde die God tot ons heeft. God is Liefde; en die in de Liefde blijft, die blijft in God, en God in hem.
1 Johannes 4:16

Tweede deel

Geloven
De liefde Gods tot ons hebben we gekend. Het betekent niets anders dan dat we die hebben onderkend en het zeker weten. Tevens, aldus Johannes, hebben wij de liefde die God tot ons heeft, geloofd. Hij spreekt met twee woorden. Kennen en geloven, of, om onze belijdenis waarmee we vertrouwd zijn nog maar eens een keer te citeren: zeker weten en vast vertrouwen. Wie met de Liefde kennismaakt, die gaat ondersteboven. De Heere werkt alle vertrouwen in Zichzelf. Hij overwint, Gods liefde wint in. Verderop komt het nog: wij hebben Hem lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Geloof en bevinding, bevinding en geloof.

De ervaring leert dat de Heere niet liegt, dat Hij volkomen betrouwbaar is, dat Zijn liefde puur is. Dat is ook de ervaring in de praktijk. We hebben ons op die liefde verlaten. We hebben er ons rustpunt in gevonden. We hebben Zijn liefde kinderlijk vertrouwend omhelsd. Wanneer de Heere ons door Zijn Geest en Woord de liefde verklaart, worden alle weerstanden gebroken, alle verzet overwonnen. Als we de dingen gaan zien zoals God ze ziet, is het met ons gedaan. We kunnen niet langer haatdragend zijn; onze voeten die zich tevoren haastten om bloed te vergieten, wandelen om de liefde Gods te boodschappen. Een radicale verandering: we geloven de liefde die God tot ons heeft. We vertrouwen ons Hem toe Die wij tevoren haatten. We schuilen bij Hem onder Wiens vleugels wij eigenwijs vandaan waren gelopen. We kunnen niets anders dan geloven, omdat wij tegen zoveel liefde niet op kunnen. Het is door Hem dat er maar één antwoord mogelijk is: we hebben geloofd.

Onze vaderen omschreven het hele gebeuren met woorden als ‘een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderbare verborgene en onuitsprekelijke werking’ van God, waardoor de wedergeborenen ‘metterdaad geloven’, ‘waarom ook terecht gezegd wordt, dat de mens, door de genade, die hij ontvangen heeft, gelooft en zich bekeert’ (D.L. III/IV,12). Voor de verklaring van het geloven in God, de liefde geloven die God tot ons heeft, is slechts één woord geschikt: genade. Overmeesterend is Zijn liefde, wij weten dat de goedertierenheid Gods tot bekering leidt (Rom. 2:4). Johannes onthult: het was liefde op het eerste gezicht. God verklaarde ons Zijn liefde, Hij zond ons de Zoon van Zijn liefde en we hebben ons gewonnen moeten geven. We zijn tot overgave gebracht, we hebben ons laten zinken en zakken in de liefdesarmen van God.

Hartveroverende liefde
Het kennen en geloven betreft de liefde die God tot ons heeft. We moeten scherp lezen. De liefde is een heilszaak van persoonlijkheid en intimiteit. Schriftuurlijk beschouwd is Gods liefde niet algemeen, zij wordt geadresseerd. In onze belijdenisgeschriften wordt daarom gedurig gezegd dat er gelovigen en ongelovigen zijn, rechtvaardigen en goddelozen, niet alle mensen worden behouden. Geloven is een persoonlijke zaak en genade is geen erfgoed, zeggen we weleens. De briefschrijver scherpt met het persoonlijk voornaamwoord in, hoe strikt persoonlijk geloven is: u en ik, wij kennen en geloven de liefde die God tot ons heeft. Het persoonlijke element staat ook in het antwoord van de Catechismus dat we een paar keer hebben aangehaald: De Heilige Geest werkt door het Evangelie een vast vertrouwen in mijn hart, dat niet alleen anderen maar God ook mij hemelse gaven heeft geschonken. Zelfs wie met een half oor luistert, kan om het geloven in strikt individuele zin niet heen.

De apostel deelt een ervaring die anderen met hem hebben: de liefde die God tot ons heeft. In de voorafgaande verzen van dit vierde hoofdstuk is al het nodige over die persoonsgerichte liefde gezegd. Zij heeft alles te maken met de zending van de Zoon door de Vader. In de tekst lijkt Johannes de kwestie persoonsgericht aan te scherpen en – zo zijn we geneigd te zeggen – nóg een stukje persoonlijker te maken dan zij al was. Bij het gebruik van de kanttekeningen van de Statenvertaling kan iedereen die vaststelling zelf doen. Bij het voorzetsel ‘tot’ is namelijk dezelfde opmerking gemaakt als bij vers 9: Grieks in ons. Letterlijk staat er dus niet in dit vers dat wij de liefde hebben geloofd die van Godswege tot ons is, maar Gods liefde die in ons is. Het zeer intieme leven met God is hiermee in rijke mate onder woorden gebracht. Innerlijk is alles anders geworden, de Heere is in onszelf binnengekomen, Hij is met Zijn liefde in onze eigenste innerlijkheid gedrongen, wij zijn van Zijn liefde in ons binnenste zeker gemaakt. De Heere heeft woning in ons gemaakt. Uit pure en soevereine liefde betrok Hij ons leven. Met Zijn liefde doortrekt Hij nu heel ons bestaan. Met Zijn liefde veroverde Hij ons hart, Hij heeft ons helemaal ingenomen. Paulus omschrijft binnen het geloofskader deze ervaring soortgelijk: De liefde Gods is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest Die ons is gegeven (Rom. 5:5). Johannes is vol van de overvloedige liefde Gods tot hem. Hij is ervan overtuigd dat hij dit met medegelovigen gemeenschappelijk heeft.

De werkwoordsvormen geven aan dat de daad van het kennen en geloven in het verleden geschiedde, waarvan te zeggen is: Het goede begin garandeert Gods volkomen werk. Van de liefde Gods scheiden we nooit meer (vergelijk Rom. 8:38-39). Het moment waarop de liefde Gods in ons baan brak en waarin wij haar kenden en geloofden, stempelt het hele leven. Gods liefde is er en blijft er, jegens ons en in ons. Die liefde Gods, zo weet Johannes heel zeker, is beslissend en doorslaggevend. Als de dood maait en de duivel zijn prooi zoekt, zal het resultaat gezien worden: Mijn Heere en mijn God is door Zijn Vader gezonden om anderen maar ook mij rechtens te halen, Hij zal mij, omdat Hij mijn zonden heeft verzoend, een rechtmatige woning geven in het Vaderhuis (Joh. 14:1-3). Ja, van eeuwigheid hebt Gij mij liefgehad!

Liefdesleven
God is liefde. Johannes valt in herhaling. Dat schreef hij al in vers 8. Jawel, maar het is ook zo geweldig, zo overweldigend. God is zo groot. Serafs herhaalden ook, zongen driewerf heilig (Jes. 6:3). Hoe kunnen Gods kinderen onder de indruk van God zijn, diep onder de indruk. Zeker als het om Gods liefde gaat. Als het Wezen van God wezenlijk gekend en geloofd wordt! Als de ogen Gods op ons zijn, als de hand Gods ons grijpt, als de uitgestrekte arm Gods Zijn Zoon in de kolkende doodswateren onderduwt om ons te trekken uit de dood tot het leven, dan stamelen we, vol verwondering, in aanbidding: God is liefde. Mogen we elkaar de hand geven als we zeggen dat we niets anders weten, geloven en kunnen zeggen dan ‘God is liefde’ als de Heere intiem met ons wordt?

De stap die Johannes dan in de tekst maakt is er eentje die móet volgen: iemand die in God blijft, blijft in de liefde. God is liefde en dus is het blijven in God een blijven in liefde. Gelovigen moeten gekoesterd worden. Dat is: In de verborgen omgang met God worden zij gevonden, omhelsd, vertroost en geliefd. Ze zijn op Zijn liefde aangewezen voor het liefhebben van God en het liefhebben van de naaste. In de liefde blijven: bij Hem schuilen, bij Hem huilen, bij Hem rusten. Zij die in Zijn uitnemende liefde baden (vergelijk Hoogl. 1) zijn verzekerd van God Zelf. Wie blijvend in Gods liefdesarmen ligt, heeft een kostelijke dubbele wetenschap, namelijk dat zijn leven met Christus verborgen is in God en dat God om Christus’ wil in hem woont. God begeeft en verlaat het Zijne niet. Voor wat betreft de samenhang is nog aan te vullen: God koestert Zijn kinderen zeer liefdevol en teder met als Geestelijk gevolg dat zij ten eerste hun Eerste en Grote Liefde en ten tweede elkaar liefhebben.

Vragen
1. Het kennen van God en Zijn daden is noodzakelijk en vereist. Wat is het belang van dit kennen? Wat zijn de gevolgen als die kennis ontbreekt?
2. Voor het vertrouwen in iemand moet aan de omgang met hem gewicht en waarde worden toegekend. Wat leren we hieruit als het gaat om geloof in en vertrouwen op God? Wat zou in dit verband gezegd kunnen worden als de opmerking gemaakt wordt dat aan het gebedsleven de geloofstemperatuur te meten is?
3. God is liefde. Voor de grootste van de zondaren heeft deze zin een schat aan betekenis en een diepe inhoud. Kunt u daar iets van zeggen?
4. Om te weten wat liefde is, moet de Heere je onderwijzen. Begrijpt u deze uitspraak en wat vindt u ervan?

Dit artikel werd u aangeboden door: Hersteld Hervormde Kerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 2009

Kerkblad | 12 Pagina's

Johannes’ brieven (62)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 2009

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken