Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerstfeest: gaan, komen en vinden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerstfeest: gaan, komen en vinden

1 minuut leestijd

En zij kwamen met haast en vonden Maria en Jozef, en het Kindeke liggende in de kribbe.
Lukas 2 vers 16

Het was een nacht vol verrassingen. De herders deden gewoon hun werk, zij hielden de wacht over hun schaapskudde. En midden in hun nachtelijke werk staat plotseling een engel bij hen, omschenen door de heerlijkheid des Heeren. Geen wonder dat zij met grote vrees vervuld waren. Wie zou niet vrezen? Nu is er echter voor hen geen reden om te vrezen, want: ‘Ziet, ik verkondig u grote blijdschap, namelijk: Geboren is u de Zaligmaker, Welke is Christus, de Heere, in de stad van David.’ Het woord ‘geboren’ staat in de oorspronkelijke Griekse tekst voorop. Het gaat om de komst van de beloofde Messias, de Christus, in het broodhuis Bethlehem. Hij is het Brood Gods, Dat uit de hemel is neergedaald. En de herders krijgen er een teken bij, een belofte van God: ‘Gij zult het Kindeke vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe.’ En nadat een menigte engelen God verheerlijkte en getuigde van: ‘Vrede op aarde in mensen van het welbehagen’, besluiten de herders: ‘Laat ons dan heengaan naar Bethlehem’, want dat is het adres dat de engel noemde, ‘en zien het woord, dat er geschied is’. Het gaat de herders om het geschiede woord, om de vervulling van de belofte. Een belofte door de engel verkondigd, maar in het spreken van die engel hebben zij de stem van de Heere gehoord. De Heere sprak door de engel, zoals Hij door Zijn dienaren Zijn stem laat horen in de bediening van het Woord. ‘Wie u hoort, hoort Mij.’

Zij gingen heen en nu … zij kwamen met haast. Zij gingen heen met de belofte: ‘gij zult het Kindeke vinden’, maar het gaat om de vervulling van die belofte, namelijk het zien en dus het vinden van het Kindeke. En van dat Kindeke ging zoveel aantrekkingskracht uit, dat nu niet meer gesproken wordt over het heengaan maar over ‘en zij kwamen’. Zij kwamen met haast en vonden Maria en Jozef en bij hen het Kindeke, liggende in de kribbe. Teken van Zijn nederige geboorte, teken van het begin van Zijn vernedering. Vernederd in ons vlees, ‘de mensen in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde’. Zelf was Hij zonder zonde, maar Hij nam de zonde op Zich en Hij werd ‘de Man van smarten’ van Wie geldt: ‘Hij is een Verzoening voor onze zonden.’

‘Gaan’ en ‘komen’ zijn onmisbaar, maar het gaat uiteindelijk om het ‘vinden’. Wie Hem vindt, vindt het leven, het echte leven. Hij is het Leven en Hij geeft het leven. En dat leven werd bij die herders tot een levend getuigenis. ‘Zij maakten alom bekend het woord, dat hun van dit Kindeke gezegd was.’ Iedereen moet het horen. Hebt u het al gehoord en geloofd, dat er een rijke Christus is, Die arm geworden is om velen rijk te maken? Niet rijk in onszelf, maar arm en hulpeloos in onszelf en rijk in Hem. Van die rijkdom krijgt God de eer: ‘De herders verheerlijkten en prezen God.’ Daar spreekt dankbaarheid en verwondering uit. Wie Hem vinden mag, is een verwonderd mens. Het is niet klein te krijgen. Zou u Hem daarom niet zoeken? Zoeken, zoeken, net zolang tot u Hem vindt: ‘Zo Hij vertoeft, verbeid Hem.’ Dat vinden is noodzakelijk, omdat ‘buiten Hem geen leven is, maar een eeuwig zielsverderf’. En als u Hem gevonden hebt, zult u zeggen: Hij heeft mij als een verloren schaap gevonden. Wat een genade om dan te mogen getuigen: ‘Wij hebben … ik heb Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.’ Vertel het maar aan iedereen in hun eigen taal. Een gezegend Kerstfeest toegewenst.

Op ’t geluid der hemelkoren
Op ’t gelei van Jakobs ster,
Dat wij ’t Kindeke, ons geboren,
biddend naad’ren, schoon van verr’.
Gods- en Mensenzoon tezaam,
Wonderlijk, dat is Zijn naam.

Eeuwig moet dat Kind regeren,
Spruit en Hoofd van Davids huis.
Alles zal hij overheren,
door de zwakheid van een kruis.
Schoon Hij aanstoot brengt, en ’t zwaard.
Vredekoning toch op aard’.

Wonderlijke, Raad, Almachtig,
Eeuwenvader, Vredeheer,
aan de nacht des heils gedachtig,
vallen we in aanbidding neer
voor de Meester van ’t heelal
in de Bethlehemse stal.

I. da Costa

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 december 2009

Kerkblad | 12 Pagina's

Kerstfeest: gaan, komen en vinden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 december 2009

Kerkblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken