Bekijk het origineel

Hij gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hij gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden

1 minuut leestijd

‘... en bonden Hem.’
Johannes 18:12b

De Heere Jezus wordt meegenomen, geboeid als een misdadiger. Hij is weggegaan uit de zaal waar de paasmaaltijd gehouden was. Hij is op weg gegaan naar de hof van Gethsémané. Na een intense gebedsworsteling is Hij de vijanden tegemoet gegaan. Ze hebben Hem vastgebonden. Ondanks dat ze zojuist achterwaarts gevallen waren, toen Hij sprak: ‘Ik ben het.’ Ze waren overeind gekrabbeld. Nu laat Hij ze begaan. Hij zal gaan. Hij wíl gaan. Hij weet wat komen gaat. Hij gaat Zijn kruislijden tegemoet. De vijanden stappen toe. Ze binden Hem. Hoe verhard! In het neerwerpen was hun kracht wel gebroken, maar hun hart niet. Ze grijpen Hem en binden Hem vast. Handen die niet anders deden dan goed. Milde handen, uitgestrekt naar zondaren. Ze worden gebonden.

Is Hij nu de Koning van Israël? Is deze Gebondene de wens van de vaderen? Toch wel. God Zelf draagt zorg voor het Lam ten brandoffer. Want juist zo gaat Hij in de weg van Zijn Vader. Hij liet Zich binden door mensen, omdat Hij gebonden was door de banden van gehoorzaamheid aan en liefde tot de Vader. En bovendien was Hij gebonden in de banden van liefde tot de Zijnen. Hij had hen lief tot het einde (Joh. 13:1). Het Lam wordt genomen en geofferd. Hij is de Kruiskoning en juist zo dierbaar. Nee, niet voor het natuurlijk oog. Al is het dan een vroom oog. Dan zijn we alleen bezig Hem opnieuw te binden. Omdat we van nature niet als een goddeloze willen buigen voor Hem. Toch is Hij dierbaar. Juist voor hen die zich gebonden weten. Wij dachten in Adam de banden van God van ons af te werpen. We dachten vrij te worden. Om eigen meester te zijn. Maar we kwamen niet in de vrijheid. Integendeel, onze wijsheid is dwaasheid, onze deugd is een wegwerpelijk kleed, onze rijkdom is armoede en onze vrijheid is gebondenheid. We zijn gebonden in banden van de duivel, de zonde, de dood en het oordeel. Wij hebben verdiend om geboeid te worden meegenomen en tijdelijke en eeuwige straffen te ondergaan. En we beseffen het niet, totdat Gods Geest onze ogen opent. Waar dat gebeurt, krijgt het gebonden zijn van Christus zo’n waarde. Want die banden waarin wij gebonden zijn, zijn in eigen kracht niet te breken. Niet door onze eigen vroomheid, eigen tranen, of door ons eigen draaien en worstelen. Integendeel, in dat draaien en worstelen gaan die banden juist des te vaster zitten en des te meer knellen. Gekneld in banden van de dood.

Hoe verlost te worden uit deze banden? Niet door ons of iets van ons. Dat leert de Heere wel af. Losgemaakt worden kan alleen in Hem. Omdat Hij Zich liet binden. Daarmee wordt dit ontzettende beeld, een ontzettend héérlijk beeld. Omdat Hij gebonden werd in plaats van de Zijnen. Hij gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden, zegt het avondmaalsformulier zo kernachtig. Hij gebonden in mijn banden. Waar de Heilige Geest in de nood van onze eigen gebondenheid het oog voor Hem opent, daar mag het klinken: ‘Gij hebt, o HEERE, in het dood’lijkst tijdsgewricht, mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen’ en ‘Gij slaaktet mijne banden’ (Psalm 116:5 en 9 berijmd). Dan zijn het niet meer mijn banden, maar de Zijne. Zo voldeed Hij aan het recht van God en bekleedt Hij met het kleed van Zijn gerechtigheid. Wie verbonden is aan Christus door de band van geloof en liefde is juist daarin vrij. Vrij van schuld en straf, omdat Hij die droeg. De oude banden kunnen ons nog wel benauwen en op ons aandringen en zeggen dat we nog gebonden zijn. Het kan wel donker worden, zodat we de troost van Zijn banden missen. In tijden van vervolging kan zelfs het lichaam gebonden worden. Maar de vrijheid ligt in Christus en alleen in Hem. Om telkens vanuit de nood weer de toevlucht tot Hem te mogen nemen.

De Heere Jezus wordt meegenomen, geboeid als een misdadiger. Wie aan Hem voorbij leeft, is ten dode gebonden. Maar Hij heeft nog Zijn handen dagelijks uitgebreid tot een wederstrevig volk. Bid dat Zijn genade u zal overwinnen. Dat u Hem zo nodig krijgt. Deze Gebondene is mijn Koning, zegt het geloof. Er is niemand die mij meer heeft liefgehad dan Hij. Wat ligt er dan een rijkdom in Zijn banden. Dan is toch alles aan Hem gans begeerlijk. Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde. Zegt u daar amen op?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2011

Kerkblad | 16 Pagina's

Hij gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2011

Kerkblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken