Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Ik ben’-woorden (3/7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Ik ben’-woorden (3/7)

Ik ben de Deur der schapen

1 minuut leestijd

Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.
Johannes 10:9

Deur in de Bijbel
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen en wijzen over deuren. De deur van de hof van Eden werd door God afgesloten met cherubs (Gen. 3:24). De deur van de ark werd door God toegesloten achter Noach (Gen. 7:16). In gedeelten van Gods Woord zoals in Psalm 118 vers 20 heeft de deur (de poort) een messiaanse lading. In het Nieuwe Testament wordt er ook over een deur gesproken. Mattheüs 21:42 betrekt het beeld van de deur op Christus. In Mattheüs 7:7 en 25:10 is de deur de toegang tot het Koninkrijk van God. Jezus zei tegen Nicodemus: ‘Tenzij iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet ingaan’ (Joh. 3:3,5). De eerste conclusie die we trekken is: wij staan van nature buiten. Wij hebben de deur naar God toe vrijwillig en moedwillig gesloten. Het is niet meer vanzelfsprekend dat er een deur is om het Koninkrijk der hemelen in te gaan. Daarom zei de Heere Jezus: ‘Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen’ (Luk. 13:24). Zo klinkt op verschillende plaatsen in de Bijbel dat we moeten ingaan. Soms gaat het over letterlijke deuren en andere keren over figuurlijke deuren.

Ik ben de Deur
Jezus zegt: ‘Ik ben de Deur.’ In het gedeelte waarin de Heere Jezus deze woorden uitspreekt, treffen we herderlijke beelden aan. Bij het beeld dat de Heere Jezus gebruikt, moeten wij niet aan de schaapskooi denken zoals wij die in ons land aantreffen. We moeten bij een schaapskooi meer denken aan een omheining. Een afbakening door een stenen muur. En in die muur zat een opening. En in die opening zat niet zozeer een deur zoals wij die kennen. Nee, wanneer alle schapen geteld waren en allemaal binnen waren, maakte de herder soms gebruik van een soort portier. Een deurwachter. Die deurwachter fungeerde als deur, doordat hij in de opening stond. Maar meestal stond de schaapherder er zelf. En als hij dan ’s nachts ging slapen, dan lag hij voor de deuropening. Wie dus die schaapskooi binnen wilde gaan, moest eerst langs de herder of deurwachter. Anders kon je er niet in of uit. In Johannes 10:7 en 9 lezen we: ‘Ik ben de Deur.’ Vers 7 zet in met: ‘voorwaar, voorwaar’. Daar staat in het Grieks: Amen, amen. Wat Ik nu ga zeggen, zal waar en zeker zijn. Met andere woorden: Let op, Ik ben de enige Deur!

Onbruikbare deuren
Er zijn mensen die de indruk wekken zelf op hun tijd over deze Deur te beschikken. Maar dat is een grote vergissing. De Bijbel leert: ‘Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent’ (Openb. 3:7). Wat is het een mens eigen om zelf deuren te maken. Een deur van historisch geloof. Als zou het binnengaan in Gods Koninkrijk berusten op alleen Bijbelkennis. Anderen maken zich een deur door werken die zij gedaan hebben. Een mens kan ook een ingebeelde deur maken. Dat we onszelf voor een kind van God houden. Je hoort wel: Ik geloof, maar de bekering van de zonde ontbreekt. Niet vernieuwd. Niet gereinigd door het bloed van Christus. Dan bedriegen we onszelf. Dan zullen we het horen: ‘Vriend, hoe zijt gij hier, geen bruiloftskleed aanhebbende?’ (Matth. 22:12) Onze eigengemaakte deuren missen de grond om uiteindelijk de hemelpoort binnen te gaan. Lezen we niet: ‘Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd …? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!’ (Matth. 7:22, 23)

Hebben we wel eens voor een gesloten deur gestaan? Dat de nood verstaan werd een buitenstaander te zijn? Dat veronderstelt toch immers de oproep in Matt. 7:7: ‘Klopt, en u zal opengedaan worden.’ Waar de Heilige Geest een zondaar aan zichzelf ontdekt, ga je jezelf zien als een buitenstaander. Nooit erg in gehad. Wel altijd gehoord en mee ingestemd, maar niet verstaan. Gods Geest leert roepen: ‘Wat moet ik doen opdat ik zalig/behouden worde?’ (Hand. 16:30) En dan gaat Christus betekenis en waarde krijgen als Hij zegt: ‘Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden.’ Welke voorwaarden zijn daaraan verbonden? Christus zegt: ‘Indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden.’ Er staat niet: indien een dorstige en vermoeide, een belaste; maar: indien iemand ingaat. Iemand, dat betekent: wie dan ook.

Hoe gaat die Deur Bijbels gezien voor ons open?
In het openbare leven van onze tijd zijn er gebouwen, die je moeilijk kan bereiken. Als je moeilijk ter been bent, kun je zelfs moeilijk ingaan. Voor Christus ligt geen dorpel. Geen hoge muur. Hij heeft alle belemmeringen tussen God en de zondaar door Zijn kruisverdienste weggenomen. De boodschap van het Evangelie is: de Deur is geopend. Opvallend is dat er op de deur geen deurknop of grendel aangebracht is. Hij is niet door ons toedoen te openen. Het is een Deur Die opengaat, voor wie komt. Zo heeft Christus dat immers Zelf gezegd: ‘Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.’ (Joh. 6:37; Openb. 3:20). Het geheim daarvan is de verkiezende liefde van God: ‘Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage’ (Joh. 6:44). Er is echter ook de eigen verantwoording. Wie wegblijft, weet zeker dat de deur gesloten blijft. De Deur is niet toegankelijk omdat ik klop, maar omdat in die weg Christus een Waarmaker is: ‘Die klopt, dien zal opengedaan worden.’

Openingstijden
Wat is de geschiktste tijd om gebruik te maken van deze Deur? Op dit moment. U kunt heden door Christus in de schaapskooi van Gods Koninkrijk komen. De Schrift zegt: ‘Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!’ (2 Kor. 2:6) De Dordtse vaders hebben goed begrepen dat het geen uitstel kan leiden. Zij zeggen in H3/4 par.8: ‘Doch zovelen als er door het Evangelie geroepen worden, die worden ernstig geroepen. Want God betoont ernstig en waarachtig in Zijn Woord wat Hem aangenaam is, namelijk dat de geroepenen tot Hem komen. Hij belooft ook met ernst allen, die tot Hem komen, en geloven, de rust der zielen en het eeuwige leven.’ Thomas Watson zegt ergens: ‘Als ooit de poort van de hemel openstaat, is het onder de prediking op de dag des Heeren.’ ‘Ik ben de Deur’, zegt Jezus, ‘indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden.’ Bedenk welk een ernst er in dit appel ligt. Binnen is de zaligheid. Buiten is de rampzaligheid. Binnen leven we in vrede met God. Buiten verkeren we onder de toorn van God. Binnen is er eeuwig leven. Buiten is de eeuwige dood. Binnen zijn er volgelingen van Jezus. Buiten zijn er volgelingen van de duivel.

In- en uitgaan
De tekst zegt ons nog meer: ‘en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.’ Dat is een Hebreeuwse spreekwijze. Die komen we in het Oude Testament meer tegen. Denk aan Psalm 121: ‘De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.’ Het beeld verplaatst zich vanuit de schaapskooi het weideveld in. Er is niet alleen levensbehoud in Christus, ook levensonderhoud. Wat een voorrechten zijn er voor de schapen van Christus’ weide. In Christus is er vrijheid: en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. We zien het voor ons. Elke morgen gaan de schapen uit de beschermende omheining. Ze kunnen echter geen voedsel ontvangen, wanneer zij niet door de deur naar buiten gaan. Een les. Er is geen geestelijk leven buiten de Heere Jezus. Welk voedsel wordt er op deze weide gevonden? De kanttekeningen zeggen: ‘Dat is het geestelijk voedsel voor de ziel.’ Vanuit Psalm 23 is eenvoudig te zeggen dat met de grazige weide Gods Woord wordt bedoeld. Door het Woord van God wordt de kudde onderhouden. Bij geestelijke versterking kunnen we ook denken aan de bediening van het Heilig Avondmaal. ‘Dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt tot een volkomen verzoening van al uw zonden.’ Woord en sacrament vormen samen Zijn weide. Door Christus is er gemeenschap met God en worden heilgeheimen meegedeeld (Ps. 25:7 ber.). Het is een ingaan tot de voorraadschuur van Zijn beloften (2 Kor. 1:20). Het is een leven uit Hem en een leven door Hem. Welk voedsel ontvangen de schapen dan? De Heere zorgt voor menigerlei genade (1 Kor. 1:30).

Kenmerk van het geestelijk leven is, dat de Heilige Geest een geestelijke honger wekt naar het Woord van God. Zó, dat in de harten van Gods kinderen een trekking is naar Christus en Zijn verworven weldaden. Naar Zijn Persoon en werk. Gods kinderen zijn niet rijk, worden ook niet rijk, maar blijven arm in zichzelf. ‘Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam des HEEREN betrouwen’ (Zef. 3:12), of anders gezegd met Paulus: ‘Niets hebbende, doch alles bezittende.’ Arm en hongerig, dat zijn ware kenmerken van Christus’ kudde (Matth. 5:6). God heeft een weide bereid in Zijn Zoon. Een kind van God mag delen in alle voorrechten van het schaap. Wanneer wij het eigendom zijn van Christus (HC 1), delen we in Zijn verworven heil. Het is een uitgaan en een ingaan in Christus. Het geestelijk leven is een leven van Zijn genade, totdat geloof overgaat in aanschouwen:

Mag ik ingaan op Uw Woord,
Ik, een zondaar, door de poort?
’k Zal uit dankbaarheid U loven,
Op de weg en eens hier boven.

Lezen: Johannes 10:1-21

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 juli 2012

Kerkblad | 16 Pagina's

‘Ik ben’-woorden (3/7)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 juli 2012

Kerkblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken