Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat dunkt u van de Christus? (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wat dunkt u van de Christus? (I)

1 minuut leestijd

Luther was niet de eerste die zijn bezwaren via een kerkdeur in de openbaarheid bracht. Ongeveer 1100 jaar eerder gebeurde hetzelfde in Constantinopel. Op deze wijze verzette zich ook toen een zekere Eusebius tegen bepaalde leerstellingen die in de kerk werden geleerd. Echter, hierin stond Eusebius niet alleen. In deze tijd (429) braken in Constantinopel en Efeze zelfs hevige rellen uit. En dit alles naar aanleiding van een preek. In Constantinopel – tot 330 bekend als Byzantium en na 1453 als Istanbul – was op voordracht van Theodosius II (408-450) een bisschop benoemd, die al direct na zijn wijding met betrekking tot de leer de puntjes op de i zette. Temeer daar het ging om het rechte belijden van de Kerk!

Al had de Kerk reeds belangrijke uitspraken gedaan over hetgeen zij op grond van Gods Woord beleed aangaande Christus, toch werd zij gedwongen zich nog nader uit te spreken. Terugziende had zij eerst tegenover Aríus beleden dat Christus van hetzelfde Wezen is met de Vader (homo-ousios). Vervolgens had zij – om bij de leer aangaande Christus te blijven – tegenover Apollinaris van Laodicea uitgesproken, dat Hij én waarachtig God én waarachtig (rechtvaardig) Mens is. Na deze twee fundamentele uitspraken werd de Kerk genoodzaakt zich nog verder te verdiepen in die grote verborgenheid aangaande die twee naturen. Met andere woorden: de strijd om de waarheid was nog niet gestreden. In deze strijd, waarin ten slotte het concilie van Efeze (431) en dat van Chalcedon (451) beslissend waren, speelde onze bisschop uit Constantinopel een belangrijke rol.

Zijn opvattingen vonden vooral in het oosten zeer grote aanhang, terwijl ze ook door middel van monniken in Egypte bekend werden. Kortom, vanuit Constantinopel kreeg deze uit Perzische ouders geboren Nestorius grote invloed in het gehele Midden-Oosten, tot zelfs in China toe. Ondanks alle vervolgingen waardoor door de eeuwen heen veel leed hun deel geweest is, worden er wereldwijd nog steeds aanhangers van Nestorius, ook wel Nestorianen genoemd, gevonden. Zo ook in ons land. Evenals de bisschop van Constantinopel leren ook zij dat er in Christus twee naturen zijn én dat die twee naturen één zijn, maar die eenheid is niet meer dan een eenheid in de wil. In het leven van de Heere Jezus werd deze eenheid wel steeds inniger, zoals bijvoorbeeld ook in een huwelijk. Als het recht ligt, vormen daarin man en vrouw een eenheid (namelijk in liefde), die steeds inniger wordt. Kortom, de verhouding tussen de goddelijke en menselijke natuur in Christus is bij Nestorius meer een verbondenheid dan een eenheid. Zo leerde hij dat het Woord Gods in Jezus woont als in een tempel. Of: ‘Zoals het Woord Gods in de harten van al de vromen woont, zó, alleen nog voller, woonde Het in Jezus.’

Voor Nestorius en zijn volgelingen kwam alles aan op de volle menselijkheid en op de zuivere scheiding van de twee naturen. Terecht merken hierbij dr. H. Berkhof en dr. O.J. de Jong op, dat er in deze zienswijze geen sprake is van een werkelijke eenheid. ‘Christus wordt gedeeld in een Goddelijke en een menselijke Persoon’ (zie Geschiedenis der Kerk, Nijkerk 1973, blz. 66).

Uit bovenstaande zal het eenieder duidelijk zijn waarom Nestorius er zijn afkeer over uitsprak als Maria aangeduid werd als ‘moeder Gods’. Immers in deze uitdrukking wordt Maria vereerd als degene ‘die God gebaard heeft’. Reeds in zijn eerste preken hield hij in Constantinopel zijn gemeenteleden voor, dat zij deze term ‘theotokos’ niet mochten gebruiken. Het moest afgelopen zijn met deze dwaling, waarin hij niet méér zag dan een restant van het heidendom (zie dr. A. van de Beek, , Kampen 1998, blz. 17 e.v.). Wilde men toch een dergelijke uitdrukking gebruiken, dan kon over Maria gesproken worden als over de ‘Christotokos’ of de ‘theodoxos’.

Maar hoe scherper hij het vanaf de kansel verbood, des te sterker hield men eraan vast. Er kwam dan ook veel verzet. Niet alleen in de volksbuurten van Constantinopel en Efeze, maar ook in de hoogste kerkelijke kringen. Zijn voornaamste tegenstander werd de bisschop van Alexandrië! In verschillende studies wordt erop gewezen dat in dit conflict – zij het op de achtergrond – de oude tegenstelling tussen Alexandrië en Antiochië een rol heeft meegespeeld en dat er bovendien vanuit het verleden nog wat oud zeer lag tussen Alexandrië en Constantinopel. Echter, we zouden Cyrillus tekortdoen als we het daarbij zouden laten. Integendeel, voor hem was het wezenlijk van belang om de eenheid van Christus te benadrukken. Juist ook met het oog op de verlossing. ‘Werkelijke verlossing – zo leert hij – is er alleen als God ons menselijk bestaan aanneemt. Al het menselijke moet door Hem aangenomen worden. Want wat niet is aangenomen, dat is niet verlost. Alleen het door God aangenomen menszijn kan het menszijn zelf volkomen maken, door zelf de dood, de schuld, het lijden van het menselijk bestaan op zich te nemen.’ Omdat God Zelf het menselijk bestaan draagt, kun je ook zeggen, dat Hijzelf werd geboren uit Maria. Daarom is zij ‘moeder Gods’ (theotokos). Als je dat ontkent, ontken je dat God werkelijk ons bestaan, dat immers bestaat door de geboorte, draagt’ (NB! Al deze citaten uit dr. A. van de Beek, a.w., blz. 20 en 21).

In de visie van Cyrillus speelde ook mee, dat hij dieper besef had van het kwade in de mens dan zijn tegenstander Nestorius. Bovendien benadrukte hij ook de eindigheid van de mens. Hij is niet alleen aan de dood onderworpen, maar hij is ook in alles beperkt. Het menselijk bestaan is een bestaan onder de zonde en de dood. Daaruit kan geen mens ontsnappen. Alleen de Heere kan de mens daaruit redden door Zelf zijn lot te delen. Echter, in zijn worsteling om de eenheid van de twee naturen vast te houden, kwam het accent toch te liggen bij de goddelijke natuur, waarbij hij – zij het tegen zijn wil – tekortdeed aan de menselijke. In de menswording – zo leerde hij – sloeg de Zone Gods de menselijke natuur als een kleed om zich heen. En ‘de (onpersoonlijke!) menselijke natuur is in de goddelijke opgegaan als een melkdruppel in de oceaan’ (citaten uit dr. H. Berkhof en dr. O.J. de Jong, a.w., blz. 66).

Deze strijd, die geheel de Kerk beroerde, werd beslist op een zeer roerige bijeenkomst, namelijk in 431 op het derde oecumenisch concilie te Efeze. Met steun van de bisschop van Rome wist Cyrillus gedaan te krijgen, dat de zienswijze van Nestorius werd veroordeeld. Echter, deze veroordeling was al uitgesproken voordat Nestorius en de zijnen aanwezig waren. Dit alles weerhield Cyrillus er niet van om als eerste dit besluit te ondertekenen. Dit in de diepste overtuiging, dat er geen woord te veel staat van wat we in de acta van deze synode kunnen lezen: ‘Onze door hem gelasterde Heere Jezus Christus beslist door de aanwezige heiligste synode dat deze Nestorius is ontheven van de bisschoppelijke waardigheid en van enig priesterlijke samenkomst’ (zie dr. A. van de Beek, a.w., blz. 21). Hoe het ook gelopen was, door alles heen zag de bisschop van Alexandrië op de leiding des Heeren. Echter, met deze veroordeling was binnen de Kerk de rust nog niet wedergekeerd …

(wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: Hersteld Hervormde Kerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 juli 2012

Kerkblad | 16 Pagina's

Wat dunkt u van de Christus? (I)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 juli 2012

Kerkblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken