Bekijk het origineel

Wat dunkt u van de Christus? (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wat dunkt u van de Christus? (II)

1 minuut leestijd

Wanneer we de kerkgeschiedenis van de vierde en vijfde eeuw overzien, dan valt op hoe deze twee eeuwen geheel in het teken staan van de strijd rond de Persoon van de Heere Jezus Christus. Wat betekenen bijvoorbeeld de woorden uit Johannes 1:14: ‘En het Woord is vlees geworden’? Hoe liggen de verhoudingen tussen de Goddelijke en menselijke natuur, ook in relatie tot die ene Persoon Jezus Christus? Echter, wie meent, dat het in deze christologische strijd om spitsvondigheden gaat, verstaat niet wat hij zegt (dr. G.C. Berkhouwer, Dogmatische Studiën: De Persoon van Christus, Kampen 1952, blz. 51). In deze strijd gaat het om zulke fundamentele zaken, dat de kerk daarmee staat of valt. Wanneer we de besluiten die de kerk in deze strijd gedwongen was te nemen, rustig overwegen, dan is het opmerkelijk te zien hoe zij steeds weer trachtte te verwoorden wat de Schrift in dezen openbaarde. Dit in tegenstelling tot hen die in haar uitspraken veroordeeld werden. In hun worsteling tot het verstaan van de Schrift zochten zij met hun verstand in te dringen in de verborgenheid van die eenheid tvan die twee naturen in die ene Persoon Jezus Christus. Met als gevolg dat zij ten slotte terechtkwamen in het moeras van de speculatie en hun opvattingen terecht als grove dwalingen werden verworpen (zie dr. C. Graafland, Wie zeggen de mensen dat Ik ben?, Kampen z.j., blz. 29 e.v.).

Dit alles geldt nu ook met betrekking tot het zogenaamde vierde oecumenisch concilie, dat in 451 te Chalcedon werd gehouden. De aanleiding om na het oecumenisch concilie van Efeze (431) opnieuw zo’n grote vergadering bijeen te roepen, waarvoor de vertegenwoordigers uit de gehele toenmalige kerk uitgenodigd werden, was een zekere Eutyches (378-454). Deze tot priester gewijde monnik was in zijn tijd zeer gezien en woonde als archimandriet (dat wil zeggen: als abt) in een klooster in de buurt van Constantinopel. Door zijn connecties aan het hof van keizer Theodosius II (401-450) had hij niet alleen in kerkelijke maar ook in politieke kringen grote invloed. In tegenstelling tot Nestorius legde hij in zijn onderwijs niet de nadruk op het gescheiden zijn van de Goddelijke en de menselijke natuur, maar juist op de eenheid. Hij ging hierin zelfs zo ver, dat hij ten slotte leerde dat de Heere Jezus slechts één natuur had. Dat wil zeggen: hij bracht de Goddelijke en menselijke natuur zó dicht bij elkaar, dat de menselijke natuur werd opgelost in de Goddelijke. In deze eenheid vindt men de menselijke niet meer terug (zie dr. A. van den Beek, Jezus Kurios, Kampen 1998, blz. 85 e.v.). Zijn leer wordt dan ook aangeduid als monofysitisme, dat wil zeggen met een Grieks woord waarvan monos alleen betekent en phusis natuur. Overeenkomstig dit Griekse woord staan zijn aanhangers bekend als monofysieten.

Ondanks zijn grote kerkelijke en politieke invloed werd hij in 448 afgezet, maar met steun van de keizer van het West-Romeinse Rijk (Valentinianus III, 423-455) riep de keizer van het Oost-Romeinse Rijk in 449 een concilie te Efeze bijeen. Op deze synode kreeg Eutyches de steun van de patriarch Dioscurus, de opvolger van Cyrillus te Alexandrië. Vooral omdat deze zag dat in de opvattingen van Eutyches de leer van Cyrillus (zie het vorige Kerkblad) werd gehandhaafd en tot in zijn uiterste consequenties doorgetrokken. Om de veroordeling en de afzetting van Eutyches ongedaan te krijgen, schrok men er niet voor terug om hiervoor ook de hulp in te roepen van gewapende monniken. Gezien nu deze gehele gang van zaken staat deze synode dan ook bekend als de zogenaamde ‘roverssynode’. Echter, de overwinning van de patriarch van Alexandrië en zijn medestanders was maar van zeer korte duur.

Zo ongeveer in het midden van het jaar 450 viel Theodosius II van zijn paard en overleed hij korte tijd daarna aan de gevolgen daarvan. Hij werd opgevolgd door zijn zuster Pulcheria, die in het huwelijk trad met een generaal. Door dit huwelijk verstevigde zij niet alleen haar positie als keizerin van het Oost-Romeinse Rijk, maar werd nu ook haar man Marcianus tot keizer verheven. Daar in die dagen kerk en staat nauw verweven waren, zagen zij het al direct als hun verantwoordelijkheid om een grote kerkelijke vergadering, een zogenaamd concilie, bijeen te roepen. Dit nu vanwege de grote ontevredenheid in het gehele Rijk over de onlangs in Efeze gehouden synode. Een ontevredenheid die ook in het Westen de gemoederen bezighield. De bisschop van Rome, Leo de Grote, was er sterk voor dat deze kerkelijke vergadering in zijn stad zou bijeenkomen, maar ondanks al zijn pogingen daartoe, besloten Pulcheria en Marcianus dat het in de buurt van de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk, dat wil zeggen in Chalcedon moest plaatsvinden. Hier kwamen dan ook in het jaar 451 van oktober tot en met 1 november zeshonderd bisschoppen bij elkaar. Ook was er een groot aantal ambtenaren aanwezig, bij wie de leiding berustte inzake de agenda. Daar dit concilie niet in Rome plaatsvond, was Leo de Grote niet aanwezig. Wel namen zijn vertegenwoordigers onder de leden de eerste plaats in en overeenkomstig hun positie stemden zij als eersten. De eerste zitting begon wel rumoerig, maar reeds op de vijfde zitting kon toch een eigen nieuw belijdenisgeschrift opgesteld worden, dat onder leiding van keizer Marcianus op de zesde zitting (25 oktober) werd aangenomen. Het geheel was een vrij uitvoerig stuk geworden, waarin we niet alleen brieven van Cyrillus tegenkomen, die hij in 430 aan Nestorius geschreven had, maar ook zijn instemming met het eenheidssymbool van 433. Bovendien vinden we ook de bekende brief van paus Leo I daarin terug, waarin hij stelling nam tegen de opvattingen van Eutyches. Deze brief van 13 juni 449 was gericht aan een zekere Flavianus, patriarch van Constantinopel. Het zal echter duidelijk zijn, dat de kern van deze belijdenis van Chalcedon gericht was tegen zowel de leer van Nestorius als die van Eutyches. Deze kern zien we ook terug als we lezen, dat men in dit concilie bijeenzijnde beleed, dat in die ene Persoon Jezus Christus twee naturen onderscheiden worden en dat die twee naturen: onvermengd en onveranderd, ongedeeld en ongescheiden zijn.

Helaas bracht ook dit besluit niet wat men hoopte. In plaats van rust en vrede kwam er een diepe, ingrijpende scheur met verstrekkende gevolgen tussen Oost en West. NB! Ondanks het feit, dat we kunnen spreken van een oecumenisch concilie, is dit belijdenisgeschrift nooit door alle kerken aanvaard. En zelfs in het Westen – waar het wel aanvaard werd – heeft dit belijdenisgeschrift nooit een plaats gekregen in de liturgie van de kerk. In tegenstelling tot de belijdenis van Nicea alsook die van Athanasius zoekt men achter in het Psalmboek tevergeefs naar de belijdenis van Chalcedon. Maar al heeft het dan als belijdenisgeschrift geen bekendheid gekregen, dan betekent dat nog niet dat het hiermee ook geen invloed heeft gehad. Integendeel, we zien niet alleen de formuleringen terug in onze belijdenisgeschriften, maar ook kan niemand heen om hetgeen de kerk eeuwen geleden door diepe worstelingen heen mocht getuigen aangaande die grote verborgenheid dat ‘het Woord vlees geworden is en onder ons heeft gewoond’ (Joh. 1:14). Een verborgenheid die met het verstand niet is te bevatten, maar waar het geloof in verwondering amen op mag zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 augustus 2012

Kerkblad | 20 Pagina's

Wat dunkt u van de Christus? (II)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 augustus 2012

Kerkblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken