Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jongerenpagina

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jongerenpagina

1 minuut leestijd

Een raar trekje
Het schijnt dat de verbazing op mijn gezicht was af te lezen. Na een potje volleybal pakte een jongen een pen uit zijn zak en begon daar heftig aan te zuigen. Als een fopspeen bleef hij er een poosje aan trekken. Het bleek een nicotine-pen te zijn. Om af te kicken van het roken. Ik ben wel benieuwd of hij ook nog van die pen afkomt, dacht ik bij mezelf. Je hebt de pen ook zonder nicotine: de ‘shisha pen’ welteverstaan. Shisha is een Egyptisch woord voor ‘waterpijp’. Je trekt eraan net als een sigaret. De dampen geven een zoete aromatische smaak. Lekker, naast een blikje zoete Redbull. Het is inmiddels een nieuwe trend op het schoolplein. Het is immers een sigaret zonder teer en nicotine. Hoewel het wel een waslijst andere chemische stoffen bevat, waarvan niet duidelijk is wat de effecten zijn. En het lijkt me dat de pen ook een gemakkelijk opstapje is naar een echte sigaret. Niet aan beginnen dus, want het is een snelle gewoonte. Kijk maar naar het kerkplein … Na afloop van de kerkdienst zie je her en der nogal eens wat kringetjes rook opstijgen. Onder jongeren, maar ook ouderen. Voor Bijbelgetrouwe christenen in het buitenland is het ondenkbaar dat hij willens en wetens zijn lichaam beschadigt. Het staat voor hen gelijk aan drugsgebruik. Een ontoelaatbare zonde. Een christen heeft immers te zorgen voor zijn lichaam als een tempel van de Heilige Geest (1 Korinthe 6:19-20). En we kunnen niet ontkennen dat roken zeer schadelijk is, zelfs dodelijk! En het heeft toch ook te maken met het zesde gebod om ‘mezelf niet te kwetsen’ (Heidelbergse Catechismus vr. 105). Maar ongezond eten is toch ook niet goed? Oké, maar dit maakt roken toch niet beter? Laten we daarom als jongeren, volwassenen, ambtsdragers en dominees een ‘goede reuk’ van ons doen uitgaan.

Gerbrand de Jong

Ik ben met U!
‘Toen zeide Mozes tot God: Wie ben ik, dat ik tot Farao zou gaan en dat ik de kinderen Israëls uit Egypte zou voeren? Hij dan zeide: Ik zal voorzeker met u zijn.’
Exodus 3:11, 12a

De Heere heeft tegen Mozes gezegd dat Hij hem naar de Farao zendt. Daar is Maozes van geschrokken. Hij? Moet hij naar Farao, de wereldleider van die dagen? Mozes beseft: Wie ben ik om dat te doen? Maar Mozes vergeet dat hij niet hoeft te verlossen. De Heere zal dat doen. En Hij doet dat door Mozes. Wat antwoordt de Heere? Hij zegt niet: Je hebt nu genoeg geleerd, je bent er klaar voor. Hij zegt: ‘Ik ben met u.’ Wat is dat rijk! Mozes heeft gelijk; hij kan het niet. Maar daar gaat het niet om. De Heere zal Israël bevrijden en Mozes is een middel in Zijn hand. Dan heeft Farao’s macht niets meer te betekenen.

Dat is nog zo. God gebruikt mensen. Wat kunnen we opzien tegen het ambtswerk, geven van jeugdwerk, het doen van evangelisatiewerk, preken, spreken op je werk, op school of thuis over de dienst aan de Heere etc. Dan kunnen we vragen: Wie ben ik? Nietig en tot zonde geneigd. Als we op onszelf zien: Wat komt ervan terecht? Wie ben ik om daarvan te spreken? En terecht! Het is goed en nodig om dat steeds te beseffen. Maar daar gaat het niet om: want Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Als we een waar christen zijn, geldt ook ons wat de Heere Jezus tegen de discipelen zei: ‘Ik ben met u’ (Matth. 28:20). Dat is groter dan wat wij wel of niet kunnen of hebben geleerd. Wat is het een zegen als dan ervaren wordt dat de Heere uit Zijn volheid schenkt genade voor genade. Genade voor alle omstandigheden. Heb jij die genade nodig? Juist omdat je beseft dat je zondaar, zwak, onmachtig en onwetend bent. Het is zo. Jij kunt het niet. ‘Heere, geef mij kracht en wijsheid om te zaaien en leer mij het aan U over te laten.’ Dan is het een troost: het is niet in mijn, maar in Zijn hand.

Christelijke vrijheid (3)
Is de christelijke vrijheid eigenlijk wel wervend voor de buitenkerkelijken?

‘Staat dan in de vrijheid’, zegt Paulus (Gal. 5:1). Mag een christen dan zomaar alles doen? Het is een vraag die opkomt als het Evangelie wordt verkondigd. Juist omdat het Evangelie spreekt van genade zonder enige verdienste van onze kant: een christen is in Christus gered, zonder dat hij de wet hoeft te houden om zalig te worden. Zijn werken kunnen niets toebrengen en tellen niet mee. En van die genade te leven heeft een christen zijn of haar leven lang nodig. Dat is dus niet alleen zo wanneer iemand tot bekering komt, maar voortdurend. Zie bijvoorbeeld vraag en antwoord 115 van de Heidelbergse Catechismus. Een christen zal altijd helemaal aangewezen blijven op wat God in Christus heeft gewerkt.

Maar dat roept dus een vraag op. Paulus stelt die vraag bijvoorbeeld in Romeinen 6:1. Hij heeft gesproken over de genade in Christus zonder onze werken. Dan stelt hij een vraag die hem blijkbaar tegengeworpen was: ‘Zullen wij dan in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?’ Het antwoord daarop is: ‘Dat zij verre.’ Paulus werpt dat ver van zich. Trouwens, in Galaten 5 schrijft Paulus dit ook. Hij heeft daar gesproken over de vrijheid, maar hij zegt daar dan bij: ‘Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees, maar dient elkaar door de liefde’ (vers 13).

Dus vrij? Ja! Alles doen? Nee! Niet de vrijheid misbruiken als reden om de werken van het vlees te doen. Paulus noemt die werken in Galaten 5:19-21. Luther schreef dat zonder de verkondiging van de genade niemand zalig kan worden, maar dat als dit gepreekt wordt het grootste deel van de mensen de vrijheid misbruikt voor het vlees. Hij zegt: ‘Allen beroemen zich erop dat zij evangelisch zijn, ze beroemen zich op de christelijke vrijheid en in werkelijkheid volgen ze hun begeerten na en keren zich tot gierigheid, wellust, hoogmoed, jaloersheid enz. Niemand doet wat hij schuldig is te doen, niemand dient de ander door de liefde enz.’ Niet misbruiken dus. In het leven van een christen is er juist strijd tegen het vlees. Wat dan? De christelijke vrijheid is een dienende vrijheid: dient elkaar door de liefde.

En dat brengt ons zo langzamerhand dichter bij de concrete vraag. Want er zijn dingen waarvan iedereen weet dat ze zondig zijn. Maar er zijn ook dingen waarvan de een overtuigd is dat ze zondig zijn en de ander denkt van niet. Ook daarin geldt: dient elkaar door de liefde. Daarover de volgende keer verder.

Hardinxveld-Giessendam, ds. A. Kos

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2013

Kerkblad | 16 Pagina's

Jongerenpagina

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2013

Kerkblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken