Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Heilig Avondmaal (8)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Heilig Avondmaal (8)

(1 Korinthe 11:17-34)

1 minuut leestijd

… dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt …
(1 Korinthe 11:24)

Bij de instelling van het Avondmaal sprak Christus de woorden: Dit is Mijn lichaam. Daarbij wees Hij op het brood. Op enigerlei wijze is er dus een relatie tussen het Avondmaalsbrood en Christus’ lichaam. Over deze relatie mogen we niet te stoffelijk denken, maar ook niet te zakelijk spreken. Zonder de Heilige Geest en het geloof is er voor ons niets, dan zal het ons geen nut doen. Maar Christus ís in elk geval tegenwoordig, wanneer in het geloof het Avondmaal wordt gevierd. Dat Hij tegenwoordig is, is van belang, want dat maakt nu juist de troost uit van de viering. De vergeving van de zonden is immers nooit los van Hem verkrijgbaar. Alleen als Christus werkelijk tegenwoordig is bij het Avondmaal, dan zal de viering, als teken en zegel van de gemeenschap met Hem, zinvol zijn en kracht hebben. Want in het geloof worden aan de Avondmaalstafel Christus én Zijn weldaden ontvangen. De vraag is dan wel: Hoe moeten we ons deze tegenwoordigheid van Christus, na Zijn hemelvaart, denken? Hoe is deze nu eigenlijk?

Rome
De kerk van Rome leert, dat als de priester de instellingswoorden spreekt, er dit wonder geschiedt, dat het brood en ook de wijn veranderen in het werkelijke lichaam en bloed van Christus. Niet wat de bijkomende en uiterlijke eigenschappen betreft, zoals smaak, reuk en gewicht, maar wel wat het wezen betreft. Als een wonder van God worden brood en wijn dus omgezet in het lichaam en bloed van Christus en dan ook verder door de priester opnieuw aan God geofferd. In de visie van Rome heeft het eenmalige offer van Christus alleen uitwerking als het op onbloedige wijze steeds herhaald wordt. Een gruwelijke miskenning van het volkomen en eenmalige werk van de Heere Jezus. Deze eigenaardige leer, die we de leer van de transsubstantiatie noemen, heeft een hele ontwikkeling doorgemaakt. Kortweg kan gezegd worden, dat twee dingen daarop van invloed zijn geweest: menselijk handelen en menselijke gaven zouden enige verdienstelijkheid voor God hebben en ook, dat de voorganger van de gemeente weer priester zou zijn, die stond tussen God en het volk. Zo komt bij Rome eigenlijk de priester van het Oude Testament weer terug, die opnieuw een offer brengt aan God. Het Avondmaal wordt dan een nieuw offer van Christus, naast Diens offer op Golgotha. En de priester treedt dan als bemiddelaar tussen God en het volk op. Dat verklaart ook waarom in een roomse kerk niet de kansel, het Woord, centraal staat, maar het altaar (!). De mis verdringt de verkondiging van het Woord. En dat is mis!

Luther
De Hervormer Luther is in zijn leven door grote aanvechtingen heen gegaan. Hij hechtte dan ook sterk aan een zeer wezenlijke tegenwoordigheid van Christus, Zijn Zaligmaker, aan het Avondmaal. Op het ‘is’ in de woorden van de Heere Jezus legde hij daarom sterke nadruk. Dat kwam ook, omdat de Hervormer Zwingli het Avondmaal slechts zinnebeeldig opvatte, puur als een gedachtenismaal. Volgens hem zouden de woorden van Jezus alleen maar bedoelen: ‘dit betekent Mijn lichaam’. Luther heeft zich hiertegen sterk verzet, alsook tegen de roomse leer van de transsubstantiatie. Het Avondmaal is geen gave van de mens, maar gave van God, Die ook daarin de rechtvaardiging van de goddeloze betuigt. Het verwonderlijke is echter, dat Luther vervolgens zelf tot een heel merkwaardige Avondmaalsleer is gekomen: de leer van de consubstantiatie. Oneens met de leer van Rome, meende hij wel te mogen zeggen, dat, al verandert het brood dan niet in het lichaam van Christus, dit wel als het ware daardoor vergezelschapt wordt. Bij het Avondmaal is de Heere Jezus met Zijn verheerlijkt lichaam tegenwoordig. Dit lichaam is mét, ónder, ín de elementen van brood en wijn aanwezig, zoals het vuur het ijzer doorgloeit. Dat Luther tot deze leer kwam, had te maken met een andere, onbijbelse leer van hem, dat de menselijke natuur van Christus na Zijn Hemelvaart deel had gekregen aan de eigenschappen van de goddelijke natuur, en nadien alomtegenwoordig was geworden. Zo kan Christus dus ook met Zijn verheerlijkt lichaam mét, ónder, en ín brood en wijn tegenwoordig zijn. Naast alle waardering voor Luther, omdat hij zo sterk de nadruk legt op de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen, moeten we toch zeggen, dat hij op dit punt afwijkt van de Schrift.

Calvijn
De leer van het Avondmaal is toch het beste vertolkt door Calvijn. In de strijd tussen Zwingli en Luther staat hij wezenlijk aan de kant van Luther, maar hij deelt niet Luthers leer van de consubstantiatie. Wel gaat het Calvijn evenzeer om de wezenlijke tegenwoordigheid van Christus bij het Avondmaal. Brood en wijn zijn maar niet puur zinnebeelden, zoals Zwingli zei. Nee, het zijn instrumenten, waardoor Christus werkelijk met de Zijnen gemeenschap oefenen wil. Echter, die tegenwoordigheid van Christus wordt gewerkt door de Heilige Geest, even zeker als ‘de Zijnen het zichtbare teken en zegel van brood en wijn met de mond tot zich nemen’. Zo dus, op geestelijke wijze, betoont ze haar kracht en zegen in hun leven. We mogen de uitwendige handeling en de gemeenschap met Christus dus niet scheiden, maar ze moeten wel worden onderscheiden. We mogen met onze harten niet aan de uiterlijke tekenen blijven hangen, maar die opwaarts heffen in de hemel, waar Christus is. Christus is te groot om Hem opnieuw in de tekenen op te sluiten (Rome) of bij de tekenen te voegen (Luther). Bij het gebruik van de tekenen heeft het gelovig hart zich vertrouwend, biddend, tot Hem op te heffen. Zo wil Hij dat hart, door Zijn Geest, spijzigen en laven tot het eeuwige leven. En dat is niet minder werkelijk! Mocht u zo weleens aanzitten aan de tafel des Heeren? Als de Geest u door het gelovig gebruik van brood en wijn, drukte aan het hart van de Middelaar, en u met Hem waarachtig gemeenschap mocht oefenen? Dan is dat toch een (geestelijke) werkelijkheid!?

Dit artikel werd u aangeboden door: Hersteld Hervormde Kerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2014

Kerkblad | 20 Pagina's

Het Heilig Avondmaal (8)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2014

Kerkblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken