Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Heilig Avondmaal (12 a)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Heilig Avondmaal (12 a)

(1 Korinthe 11:17-34)

1 minuut leestijd

Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
1 Korinthe 11:27

Als in een voorbereidingsdienst op het Heilig Avondmaal het klassieke Avondmaalsformulier wordt gelezen, dan wordt de gemeente voorgehouden dat al wie ‘onwaardiglijk’ het brood eet en de drinkbeker des Heeren drinkt, schuldig zal bevonden worden aan het lichaam en bloed des Heeren. De praktijk leert, dat mensen hier nog weleens vragen over hebben. Wat wordt in feite bedoeld met ‘onwaardiglijk’? Over de betekenis hiervan willen we nu en de volgende keren nadenken. Al eerder zagen we dat er in de gemeente van Korinthe allerlei misstanden waren rondom de viering van het Heilig Avondmaal. Een scherpe tegenstelling was er tussen arm en rijk en deze kwam zelfs bij de viering van het Avondmaal aan het licht. Bij de liefdemaaltijd, die aan de viering van het Avondmaal voorafging, aten en dronken de rijken zich zat, terwijl de armen het toezien hadden. Zelfs de zonde van dronkenschap kwam voor. Dronken ging men aan het Avondmaal. Bovendien waren er in de gemeente twisten, scheuringen en verdeeldheid. En dan toch Avondmaal vieren? Paulus berispt de gemeente daarover, maar schrijft dan niet dat men zich maar van het Avondmaal moet onthouden of het zelfs maar helemaal niet meer vieren moet, maar: men moet zich beteren, bekeren en deze zonden nalaten.

Onwaardige wijze
Het is belangrijk om te zien dat Paulus in dit verband deze woorden schrijft. Als de apostel schrijft over onwaardiglijk eten en drinken, dan ziet dat woord ‘onwaardiglijk’ dus op de handeling van het eten en drinken. Het is dus niet een kwalificatie van de avondmaalgangers, maar een kwalificatie van hun handelwijze. Het woord ‘onwaardiglijk’ is een bijwoord bij eten en drinken en niet een bijvoeglijk naamwoord bij de avondmaalgangers. ‘Onwaardiglijk’ is dus ook niet een verouderd woord, waar we dan maar ‘onwaardig’ van moeten maken, want dan kom je bij een heel andere betekenis en bedoeling van de tekst uit. Het woord ‘onwaardiglijk’ kan wel vertaald worden in ‘op onwaardige wijze’. Dan geef je precies weer wat Paulus hier bedoelt. Het gaat dus om de wijze waarop de dood van Christus wordt herdacht, die kan onwaardig zijn. Natuurlijk is het zo dat wie dronken aan het Avondmaal komt, dat die persoon nochtans wel onwaardig genoemd moet worden. Dat neemt echter niet weg dat met ‘onwaardig’ toch iets anders is bedoeld dan met ‘onwaardiglijk’. Want wie van Gods kinderen weet niet van eigen onwaardigheid? Dan zou niemand de dood van Christus kunnen gedenken … Het besef van eigen onwaardigheid mag geen excuus zijn om zich van het Avondmaal te onthouden. Het moet ons er juist naartoe drijven. Was Luther het niet, die zei: Hoe meer wij onze onwaardigheid gevoelen, des te meer zijn wij ‘geschikt’ voor het Heilig Avondmaal. En Calvijn kon weleens over het Avondmaal schrijven als een medicijn. Niemand mag het medicijn van het Avondmaal verachten, omdat men zich ziek gevoelt, maar het ziek-zijn moet ons juist des te gretiger naar dit medicijn doen grijpen. Wie in het besef van eigen onwaardigheid deelneemt aan het Heilig Avondmaal, maakt zich geenszins schuldig aan een ‘onwaardiglijk’ eten en drinken; integendeel, die is waardiger dan wie ook maar. De woorden ‘onwaardig’ en ‘onwaardiglijk’ moeten we dus onderscheiden. Het laatste zal als een groot kwaad gemeden moeten worden en het eerste dient door ons in toenemende mate beseft te worden.

Gestalte van het geloof
Het moge dus duidelijk zijn: op onwaardige wijze eten en drinken, doet niet die mens, die in oprecht geloof nadert tot de dis. Hij zal juist nog allerlei gebreken bij zichzelf gewaarworden en daarom verslagen van hart zijn. Hij kan vrezen, dat zijn geloof nog zo gebrekkig en zijn liefde nog zo gering zijn. Hij kan daarover aangevochten worden en het daarmee moeilijk hebben. Maar dat alles behoeft hem geen ‘slagboom’ te zijn op de weg naar het Avondmaal. Integendeel, voor hem is het Avondmaal juist een niet hoog genoeg te waarderen middel om tóé te nemen in geloof en in liefde. De vraag is dan wel: Waar moeten we dan aan denken bij de woorden ‘op onwaardige wijze eten en drinken’? Want in onze tekst schrijft Paulus op zo’n wijze erover dat hij het ziet als een groot kwaad. En dat is het ook. De Schrift zegt dat wij ons daarmee schuldig maken aan het lichaam en bloed des Heeren. Dan vergrijpen we ons eraan. Het is een schenden van het Avondmaal, of beter gezegd: een schenden van Christus Zelf, Die in het Avondmaal aanwezig is. Schuldig staan aan het lichaam en bloed des Heeren is daarom een zware zonde, omdat het feitelijk wil zeggen: het lichaam van Christus verbreken en Zijn bloed doen vloeien. Het is een vorm van vertreden van Zijn kruisdood door het sacrament zondig te gebruiken, zoals de ongelovigen doen, die het zaligmakend geloof missen. Daarmee komen we tegelijk tot de diepste essentie van het ‘onwaardiglijk’ eten en drinken. Natuurlijk heeft het te maken met bijzondere zonden (openbaar en verborgen), waar niet mee gebroken wordt, zoals dat ook in Korinthe het geval was. Door het onmatig eten en drinken bij die liefdemaaltijden werd het Avondmaal onteerd. Toch doelt Paulus in zijn vermaning niet alleen daarop. Nee, hij maakt zijn vermaning algemeen. Alle eten en drinken dat niet in overeenstemming is met de aard van het sacrament, namelijk de gelovige omhelzing van Christus, dat is een onwaardig eten en drinken. Dan bezondigt men zich aan het heilige, ja, aan Christus Zelf. In vers 27 geeft Paulus ons dus een algemene regel, namelijk dat de rechte houding tot het sacrament de houding van het gelóóf moet zijn. Wat daarmee bedoeld wordt, komt de volgende keer.

Dit artikel werd u aangeboden door: Hersteld Hervormde Kerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2014

Kerkblad | 20 Pagina's

Het Heilig Avondmaal (12 a)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 2014

Kerkblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken