Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dan was er geen heil, op geen enkele manier.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dan was er geen heil, op geen enkele manier.

7 minuten leestijd

IN HET VORIGE ARTIKEL HEBBEN WE BENADRUKT DAT DE RECHTVAARDIGMAKING EEN DAAD VAN GOD IS. EEN RECHTERLIJKE DAAD, EEN VRIJSPREKEND VONNIS. WE HEBBEN OOK GEZIEN DAT GEEN ONSCHULDIGE, MAAR EEN GODDELOZE GERECHTVAARDIGD WORDT DOOR GOD. DE VRAAG IS DAN: HOE KAN GOD, DIE DE SCHULDIGE GEENSZINS ONSCHULDIG HOUDT, DE ZONDAAR VRIJSPREKEN? HOE KAN GOD HEN DIE VIJANDEN ZIJN VAN HEM, OPSTANDELINGEN TEGEN ZIJN GEZAG, OVERTREDERS VAN ZIJN GEBODEN, VRIJUIT LATEN GAAN? DENK U EEN OGENBLIK IN DAT DE VRIJSPRAAK NIET UIT GENADE WAS. DAN MOET DE RECHTER VONNISSEN NAAR RECHT. ALS ER VOOR DE RECHTERSTOEL VAN GOD IETS IN ONS MOEST ZIJN OF DOOR ONS GEDAAN ZOU MOETEN WORDEN OM OP TE PLEITEN EN DAT ER DUS ENIGE GROND VAN VRIJSPRAAK IN DE SCHULDIGE, VERLOREN ZONDAAR ZOU MOETEN ZIJN, WIE ZOU ER DAN AAN DE WREKENDE GERECHTIGHEID VAN DE EEUWIGE RECHTER ONTKOMEN? ZO GIJ, HEERE! DE ONGERECHTIGHEDEN GADESLAAT; HEERE! WIE ZAL BESTAAN? (PSALM 130) NIEMAND!

Geen werk

Wij moeten de rechtvaardiging dan ook niet willen kopen door welk werk dan ook. Paulus gebruikt één en andermaal de uitdrukking: ‘zonder de werken van de wet’. Die uitdrukking wil zeggen dat de mens gerechtvaardigd wordt zonder enige verdienste van zijn kant. Niet alleen de Heere Jezus, ook Paulus had genoeg te stellen met de farizese gezindheid. Zijn brieven maken duidelijk dat die geest de gemeenten doortrokken had. Hoe klinken de waarschuwingen, de vermaningen, de scherpe verwijten erin door. Hij noemt de Galaten zelfs uitzinnig. Het zit er nóg diep in en doortrekt nog de gemeenten. Iets te hebben en iets te zijn, als grond voor de zaligheid en dat wij door ons doen en laten voor God kunnen bestaan. De zuurdesem van het oprichten van eigengerechtigheid moet uitgebannen worden. Dat neemt de Heere ons allemaal af. Hij doet dat met zoveel kracht dat we er niet meer aan denken dat wat ons uit handen is geslagen weer op te pakken. Het komt van God, het is om niet en uit genade.

Bedenk ook dat berouw, schuldgevoel, schuldbelijdenis, het erkennen zondaar voor God te zijn de grond voor de rechtvaardiging niet is. Want voor de rechterstoel van God wordt geen berouw maar allereerst betaling geëist. Vereffening van schuld. Er is geen verzoening zonder voldoening. De eis luidt: Betaal wat u schuldig bent. En wie kan de prijs der ziele, dat rantsoen, aan God in tijd noch eeuwigheid voldoen? Er is nog nooit één zondaar tot berouw gekomen, tot erkenning van zonde en schuld, dan door de Heilige Geest. Er is geen ware vernedering buiten Christus en buiten het geloof.

En het geloof dan? De Bijbel leert ons toch de rechtvaardiging door het geloof? Vast en zeker. Maar het geloof – hoe noodzakelijk ook – is de grond van de vrijspraak niet. En het geloof én de vrijspraak komen uit een en dezelfde bron. Het moet duidelijk zijn dat allen die zichzelf rechtvaardigen dit doen op dezelfde wijze. Zij zoeken en hebben voor hun bewustzijn een gerechtigheid uit de wet. Ze zoeken werkelijk rechtvaardigheid, maar door de werken van de wet. Juist daarom zei Jezus: Indien uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën, gij zult het Koninkrijk van God geenszins ingaan. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat als de mens gerechtvaardigd wordt, hij op een andere grond wordt vrijgesproken dan op die van zijn eigen werken.

Wordt nu de mens gerechtvaardigd zonder de werken van de wet, dan wil dat niet zeggen dat hij met die wet niet van doen heeft. De wet van God klaagt hem aan. Hij voelt die wet, neemt de werkingen ervan waar, verbergt die niet, maar erkent met droefheid schuldig te staan. De mens die gerechtvaardigd wordt is in zijn bewustzijn een zondaar. Zijn geweten klaagt hem aan. In Psalm 32 en Psalm 51 wordt de toestand van zo’n mens getekend. Hij belijdt zijn zonden, erkent het goddelijk recht om te straffen en de roep uit die diepte klinkt: ‘Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed.

Wordt nu de mens gerechtvaardigd zonder de werken van de wet, dan wil dat niet zeggen dat hij met die wet niet van doen heeft. De wet van God klaagt hem aan. Hij voelt die wet, neemt de werkingen ervan waar, verbergt die niet, maar erkent met droefheid schuldig te staan. De mens die gerechtvaardigd wordt is in zijn bewustzijn een zondaar. Zijn geweten klaagt hem aan. In Psalm 32 en Psalm 51 wordt de toestand van zo’n mens getekend. Hij belijdt zijn zonden, erkent het goddelijk recht om te straffen en de roep uit die diepte klinkt: ‘Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed.

Het offer van Christus

Maar waar het om gaat is de Bijbelse grond voor de rechtvaardiging aan te wijzen. Op de genade van de drie-enige God rust al het heil van de zondaar. Daarop steunt zijn rechtvaardigheid. De zondaar die vrijgesproken wordt van schuld en straf, die een recht ontvangt op het eeuwige leven, ontvangt dit alles van God. Door het schenken en toerekenen van de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. Hij is de Borg, de Middelaar, de Zaligmaker. Daarom wil Paulus van niets en vooral van Niemand anders weten dan Christus en Die gekruisigd.

In het raadsplan van God is het feit van de plaatsbekleding opgenomen. Christus heeft Zich Borg gesteld. Aan dit tussentreden van de Borg hangt alles. Hij heeft de losprijs betaald. Hij heeft de wet volkomen gehouden, volmaakt gehoorzaamd en de vloek van de wet heeft Hij gedragen. Hoezeer dit alles ook is en wordt aangevochten en bestreden, Jezus is gekomen om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Hij heeft Zijn ziel tot een schuldoffer gesteld. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze smarten heeft Hij gedragen. Hij is om onze overtredingen verwond; om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. De Heere heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt (Jes. 53).

Om het te zeggen met de woorden van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Jezus Christus, de eeuwige Hogepriester, heeft Zich in onze naam voor de Vader gesteld, om Zijn toorn te stillen met volle genoegdoening, Zichzelf opofferende aan het hout des kruises en vergietende Zijn dierbaar bloed tot reiniging van onze zonden (art. 22). Zo heeft Christus gestaan in de plaats van de ware christen. Hij is zijn Plaatsbekleder geworden. In Hem wordt de gerechtigheid van God gehandhaafd en wordt Sion door recht verlost. De Rots waaruit de rechtvaardiging en de vrede met God vloeit is Christus. De bevrijdende boodschap van het Evangelie is dan ook dat Christus de grond van onze rechtvaardigmaking voor God is. Hij is tot zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. God rekent niet alleen toe over de lijn van de eerste Adam, maar ook wat de tweede Adam heeft gedaan. Vanuit Christus rekent God al de Zijnen rechtvaardig. Hij rekent toe de volmaakte gehoorzaamheid en genoegdoening van Christus. Hij spreekt hen vrij van de verdiende straf en neemt hen aan tot kind en erfgenaam in de Geliefde.


Wordt nu de mens gerechtvaardigd zonder de werken van de wet, dan wil dat niet zeggen dat hij met die wet niet van doen heeft.


De zondaar wordt vrijgesproken, wordt gerechtvaardigd enkel en alleen vanwege de dood en de verzoening van Christus, de Zoon van God. Hij is onschuldig ter dood veroordeeld opdat wij in het gericht van God zouden vrijgesproken worden. Hij heeft Zijn gezegend lichaam aan het kruis laten nagelen, opdat Hij het handschrift van onze zonden daaraan zou hechten. Hij heeft de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegening vervullen zou (Avondmaalsformulier). Christus’ bloed en gerechtigheên, die zijn mijn bruidskleed, die alleen.

Ridderkerk, ds. K. ten Klooster

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 20 August 2015

Kerkblad | 24 Pagina's

Dan was er geen heil, op geen enkele manier.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 20 August 2015

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken