Bekijk het origineel

Vierde kruiswoord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vierde kruiswoord

SERIE KRUISWOORDEN

5 minuten leestijd

HET DIEPSTE LIJDEN VANAF HET KRUISMARKUS 15:34B: ELOÏ, ELOÏ, LAMMA SABACHTANI, … MIJN GOD, MIJN GOD! WAAROM HEBT GIJ MIJ VERLATEN?

Er is geen put zo diep, of Gods liefde gaat altijd dieper.’ Dat is een uitspraak van Corrie ten Boom. Als Jezus hangt aan het kruis, verscheurt de pijn Zijn lichaam. Maar het allerdiepste lijden is het lijden aan Zijn ziel. We horen het in het vierde kruiswoord. Het middelste van de zeven. Het enige kruiswoord dat twee keer in de evangeliën voorkomt. Mattheüs en Markus hebben het beschreven. Terwijl juist die evangelisten geen enkel ander kruiswoord noemen. Zij noemen alleen de kern waar alles om draait.

Het was 9 uur ’s morgens. Toen klonken de hamerslagen over Golgotha. En dan gaat Markus opeens over op de zesde ure. Midden op de dag werd het plotseling aardedonker. De zon verdween. De vogels stopten met fluiten. De mensen werden stil. Wat er toen gebeurde is met geen pen te beschrijven, met geen verstand te bevatten en met een engelentong niet uit te spreken. Het centrum van de dag werd het centrum van Zijn lijden. Er kwam duisternis over de hele aarde. Wat hier gebeurt, raakt niet een paar mensen of maar één volk. Wat hier gebeurt, raakt de hele schepping. De natuur is geschokt. De zon trekt een rouwkleed aan. Nadat Jezus afscheid van moeder en vriend genomen had. Toen Hij echt niemand meer had. Op dat moment werd ook de hemel gesloten. Eenmaal kwamen de engelen in koren naar beneden. Toen werd het licht, terwijl het donker was. Nu wordt het donker, terwijl het licht was. Toen werd de nacht dag. Nu werd de dag nacht. De hemel zwijgt in alle talen.

Op het heetst van de dag gaat de Zoon van God ten onder in de toorn van God over onze zonde. Daarom die duisternis. Omdat Hij is gegaan tot op de bodem van ons bestaan. Hij is gegaan in onze diepe verlorenheid. Drie uren lang heeft Hij gehangen in de hitte van Gods toorn. Het was drie uur lang zeer rumoerig geweest. En toen werd het drie uur lang ijzig stil. Plotseling wordt de stilte doorbroken door een hartverscheurende schreeuw. Al in de hof van Gethsémané begon Hij zeer beangst te worden. Daar perste Hij grote druppels bloed uit Zijn lichaam. Hier perst Hij een grote schreeuw uit Zijn ziel. Hier drinkt Hij de laatste druppel uit de lijdensbeker leeg. Hier wordt de hitte van Gods toorn geblust.

Het eerste kruiswoord was zo vol overgave. Vader, hier ben Ik. Maar het vierde kruiswoord is zo vol uitputting. Al Uw golven en Uw baren zijn over Mij heen gegaan. Jezus had wel geweend bij het graf van Lazarus. Maar nog nooit had Hij geschreeuwd. Niet toen de hamerslagen Zijn lichaam verscheurden. Niet in die eerste uren aan het kruis. Niet toen Hij familie los moest laten. Maar wel toen God Hem losliet. ‘Eloï, Eloï, Lamma Sabachtani.’ Dat is niet Grieks, maar Aramees. Dat is Zijn moedertaal. Het Kind schreeuwt vanaf het kruis tot Zijn Vader in de taal van Zijn moeder. Markus heeft het voor ons vertaald. Want het is niet maar wat brabbelen. De wereld moet het horen. Het moet vertaald en vertolkt worden.

En toch kunnen we het in woorden niet vatten. ‘God van God verlaten!’, zo heeft Maarten Luther gezegd, ‘Wie kan dat verstaan?’ David heeft het eens gezongen. ‘Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?’ Voor David leek de hemel van koper. Voor Jezus was de hemel van koper. Niet Abba, maar Eloï. Het eerste woord vanaf het kruis was Vader. Maar het middelste woord vanaf het kruis begint met Eloï. Toen allen zich van Hem afkeerden, hield Hij alleen Zijn Vader over. Maar nu, nu is Vader van Hem geweken. En toch klemt Hij Zich vast aan deze God. Mijn God. Vader verlaat de Zoon. Maar Jezus verlaat God niet!

Mijn God, Mijn God! Waarom? Het is niet een waarom met gebalde vuisten. Het is niet een waarom van onwetendheid. Het is een noodkreet. Hij is opgebrand in de kolkende toorn van God over onze zonde. Het was niet genoeg dat Hij doorboord werd aan handen en voeten. Het was niet genoeg dat Zijn opengereten rug moest bloeden tegen die ruwe paal. Het was niet genoeg dat Hij bespot werd door mensen. Drie uren lang golft de bittere toorn van God over onze zonde over Zijn lichaam. Totdat Zijn ziel is verscheurd.

‘Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.’ Dat had Jezus zojuist gezegd. Gij met Mij. En nu: ‘Waarom hebt Gij Mij verlaten?’ Gij Mij. Om moordenaars aan Zich te binden. Daarom zwijgt God in Zijn toorn. In Zijn door ons gekwetste liefde. Gods liefde bracht Hem in die put. Maar de bodem van die hel werd de poort naar de hemel. ‘Waarom hebt Gij Mij verlaten?’ ‘Opdat wij tot God zouden genomen, en nimmermeer van Hem verlaten worden.’ Dat is de taal van het avondmaalsformulier. Het is eigenlijk te groot om waar te zijn. ‘Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn.’ In de eeuwigheid zal het een vraag van verwondering zijn. Waarom? Waarom ben ik niet in de hel? Omdat Hij is neergedaald tot in de hel. De diepste kreet wordt eenmaal het hoogste lied.

Hoor ik, hoe Hij klaagde, dat
Hem Zijn God verlaten had,
’k weet dan, wat mij ook ontvall’,
God mij nooit verlaten zal!

Schiedam, ds. L. Krooneman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2016

Kerkblad | 24 Pagina's

Vierde kruiswoord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2016

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken