Bekijk het origineel

Tucht in de eredienst (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tucht in de eredienst (2)

Het formulier van de ban of afsnijding

6 minuten leestijd

HET GEBEURT, DENK IK, MAAR ZELDEN DAT IN UW GEMEENTE WORDT BEKEND GEMAAKT DAT IEMAND ONDER CENSUUR STAAT. DE AFKONDIGING DAT IEMAND IN DE BAN GEDAAN ZAL WORDEN, HEBT U HOOGSTWAARSCHIJNLIJK NOG NOOIT GEHOORD. DAT DE FORMULIEREN VOOR BAN EN WEDEROPNEMING IN DE PRAKTIJK NIET VEEL GEBRUIKT WORDEN, NEEMT NIET WEG DAT ZE ER ZIJN. DAAROM KIJKEN WE NU NAAR DIT MOMENT VAN TUCHT IN DE EREDIENST.

Het vorige artikel ging over de schuldbelijdenis en genadeverkondiging. Dat gedeelte van de eredienst is te herleiden tot de misviering. In de Middeleeuwen en ook bij de reformatoren zien we dat het afhouden van het Heilig Avondmaal de hoogste vorm van tuchtoefening is. Levenslang afhouden van het Avondmaal vond Calvijn wel erg streng, bij tucht gaat het immers om de “genezing” van de zondaar. In de Paltz, waar Datheen beïnvloed is, fungeerde de ban als “uitsluiting van het gebruik van de sacramenten”. De ban is dan minder in beeld, al is het uitsluiten van de avondmaalsgemeenschap daar toch ook nauw aan verbonden.

Wellicht verrassend, maar voorschriften voor de liturgie vinden we vanouds terug in de kerkorde. Zo bepaalde de synode van Emden (1571) dat de tucht in het openbaar uitgeoefend moest worden, “op zo’n wijze en vorm als tot opbouw van iedere gemeente het meest bekwaam is”. Uit het voorschrift wat nu volgt blijkt al dat niet alleen de ban een openbaar moment van tucht was, maar ook al de afkondigingen met betrekking tot censuur die daaraan vooraf gingen.

Artikel 31. De Kercken-Dienaer sal den hartneckigen sondaer opentlijcken van den Predickstoel vermanen, hy sal zijn sonde duydelijck verclaren, ende wat naersticheyt men ghedaen heeft hem bestraffende ende vant Nachtmael afhoudende, hy sal de Ghemeente vermanen datse vyerighlijck voor desen onboetvaerdighen Sondaer bidde, eer dat die Ghemeente tot de laetste remedie der uytsluytinghe te comen ghedwonghen werde. Sulcke drie vermaningen samen doen: In d’eerste en sal de Sondaer niet ghenoemt worden, op datmen hem eenighsins verschoone: In de tweede salmen hem noemen: In de derde salmen der Ghemeente aensegghen, datmen hem excommuniceren ofte uytsluyten sal, ten zy dat hy sich bekeerde (…)’.

Tucht oefenen heeft een medisch doel met het oog op de zondaar. Tegelijkertijd raakt de zonde ook de gehele gemeente. Het is Gods gemeente die ontheiligd is, daarom moet de ergernis worden weggenomen. De synode van Dordrecht (1578) besloot daarom dat mensen na het tonen van berouw niet meteen weer toegelaten mochten worden. Het onteren van God en het ontheiligen van Zijn heilige gemeente is geen geringe zaak.

De synode van Middelburg (1581) gaat nog een stap verder. Er is behoefte aan helderheid over de vormgeving van de ban tijdens de eredienst. Ook wordt gevraagd welk formulier het geschiktst is. Er waren blijkbaar diverse formulieren in omloop; helaas zijn de oorspronkelijke teksten niet meer te vinden. De synode geeft hierop als antwoord dat het volgende formulier “met stichting gebruikt kan worden”:

Gheliefde Broeders, wy hebben ulieden menichmael verclaert dat N. de sonde N. beghaen heefft, die welcke hoewel se in haer seluen swaer is, ende der kercken Gods seer schandelyck, so heefft hy nochtans de selue door syne hartneckicheyt groter ghemaeckt ende verswaert, dwelcke so groot geweest is, dat hy niet tegenstaende hy dyckmaels anghesproecken is, ende tot boetfeerdicheyt, so int besondere, als int ghemeene, in de tegenwoordicheyt van feel ghetuyghen vermaent is: maer nochtans noyt tot eenich ghefoelen synder sonden, ende tot teyckenen der boetfeerdicheyt heeft konnen gebrocht worden. Dewyle wy dan te voren ulieden vermaent hebben, dat ghy God voor hem bidden en (…) datmen, ten waere, dat hy hem bekeerde, tot die laeste remedie der afsnydinghe soude moeten voertfaeren: Ende niemant van ulieden ons te kennen gegheuen heefft eenich teycken van leedtwesen aan hem befonden te hebben.

So ist om oorsaecke voorgemeldet, die wy hier inden naem ende uit die macht onses Heeren Jesu Christi vergadert zyn, verclaren dat N. buyten de Ghemeente Gods is, ende van de hope der eeuigher salicheyt (so langhe hy hardtneckich blyft) berooft, en daerom so vander ghemeenschap der Sacramenten als van alle segeninghen ende weldaden Gods, die Hy syne ghemeente bewyst, uitgesloten, ende als een heyden ende tollenaer te houden is. Eyndelick wy gheuen hem (ghelyck Paulus spreekt) den satan over. Opdat so het moghelyck is, die wysheyt ende cracht: so des vleyschs, als des satans, dien hy te feel gehoersaem is gheweest, getemt ende ghedoot synde, hy hem seluen den H. Gheest onderwerpe, ende naer denseluen leve, en also ten laesten de ewyghe salicheyt vercryghe. Ulieden mits desen vermanende, dat ghy u van de ghemeene ende onnoedighe conversatie mit hem wilt onthouden, opdat hy beschaempt ghemaeckt zynde hem bekeere.

Ook werd benadrukt dat deze droevige handeling tijdens de eredienst moet plaatsvinden, zodat iedereen die het Woord kwam beluisteren hier getuige van was. Een openbare zonde moest in het openbaar óf beleden óf “bestraft” worden. Maar ook voor het geheel van de gemeente was het een moment van tucht. Waarom hij of zij wel afgesneden, en ik niet? Komt dat om wie ik ben of is dat enkel Gods genade?

Het definitieve formulier voor de ban of afsnijding is uitgebreider dan het hierboven genoemde uit 1581. Het is onbekend hoe het precies tot stand gekomen is. Wel is het zeker de moeite waard om het formulier in uw bijbeltje eens op te zoeken en te lezen. U zult dan de pijn horen doorklinken over het feit dat een van de leden afgesneden moet worden. Als een lichaamsdeel geamputeerd moet worden, heeft heel het lichaam pijn. Toch moet de afsnijding plaatsvinden, omdat het doel hoger is dan de enkele lidmaat. Het doel is drieledig: allereerst de eer van God, dan de heiligheid van Gods gemeente (met het gevaar op besmetting door een “verrot” lidmaat) en tot slot de behoudenis van de zondaar.

De afsnijding is in de geschiedenis niet vaak voorgekomen. Vaak was de hoogste trap van censuur het afhouden van het Heilig Avondmaal. Een voorbeeld is de gemeente Dordrecht. Daar werden tussen 1572 en 1579 ongeveer honderd gemeenteleden vanwege overtreding voor de kerkenraad geroepen. Van deze honderd werden er 48 de toegang tot het Heilig Avondmaal ontzegd en werden er twee leden afgesneden.

Ook nu is het afsnijden van een gemeentelid een zeldzaamheid. Is dat een reden tot blijdschap of komt dat ook omdat de tucht ontlopen wordt door het zich onttrekken aan een gemeente? De Koning van de Kerk is niet minder heilig dan vroeger. Onheiligheid brengt de gemeente nog steeds grote schade toe. Laten we daarom, ieder voor zich, het gebed uit het formulier voor de afsnijding eens op ons in laten werken:

O rechtvaardige God, barmhartige Vader, wij klagen onszelven aan vanwege onze zonden voor Uw hoge Majesteit, en bekennen wel verdiend te hebben de droefheid en smart die ons is aangedaan in de afsnijding van dezen onzen gewezen medelidmaat, ja, wij zijn allen waardig om van U afgesneden en verbannen te worden, om onzer grote overtreding wil, zo Gij met ons in het gericht wilt treden.

Maar, o Heere, wees ons genadig om Christus’ wil, vergeef ons onze misdaden!

Zaamslag, S. Zwemer MA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2018

Kerkblad | 24 Pagina's

Tucht in de eredienst (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 2018

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken