Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bijbelstudie n.a.v. Openbaring 10

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bijbelstudie n.a.v. Openbaring 10

8 minuten leestijd

‘EN HIJ ZWOER BIJ DIEN, DIE LEEFT IN ALLE EEUWIGHEID, DIE DEN HEMEL GESCHAPEN HEEFT EN HETGEEN DAARIN IS, EN DE AARDE EN HETGEEN DAARIN IS, EN DE ZEE EN HETGEEN DAARIN IS, DAT ER GEEN TIJD MEER ZAL ZIJN’ (VERS 6).

De achtergrond

Het boek Openbaring mag door de Kerk van Christus worden gelezen als een troostboek. In verschillende beelden maakt de Heere Johannes op Padmos duidelijk welke dingen er met haast moeten geschieden, voordat Hij terugkomt op de wolken van de hemel. Eén boodschap staat in dit boek telkens weer centraal: door welke moeiten en verdrukkingen christenen ook heen moeten, zij die het eigendom van Christus zijn hoeven niet te vrezen. Het loopt de Heere nooit uit de hand. Al deze dingen moeten medewerken ten goede en lopen uiteindelijk uit op Christus’ wederkomst en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarin gerechtigheid woont.

Nu lezen sommigen het boek Openbaring als een doorgaand verhaal, waarbij de gebeurtenissen elkaar in chronologische volgorde opvolgen en uiteindelijk uitlopen op de wederkomst van Christus. De beschrijvingen in Openbaring zouden zo samen een tijdlijn vormen, waarbij de ene gebeurtenis al in het verleden heeft plaatsgevonden en andere nog staan te gebeuren. Door het boek op deze manier te lezen en de gebeurtenissen in het verleden te duiden, lijkt het mogelijk te zijn om na te gaan waar wij ons ergens op die tijdlijn bevinden en wat er ons in de toekomst nog te wachten staat. Een andere lezing van het boek Openbaring heeft echter de voorkeur. De gebeurtenissen staan namelijk beschreven als cyclussen, die vaak bestaan uit series van zeven. Zo lezen we over de zeven gemeenten, de zeven zegels, de zeven bazuinen en de zeven fiolen. Op deze manier worden we gedurende het Bijbelboek telkens weer bepaald bij de wederkomst van Christus. Iedere cyclus beschrijft de moeiten die de Kerk van Christus door moet maken vanuit een ander gezichtspunt, alsook de uiteindelijke overwinning bij Christus’ wederkomst.

Met dat in ons achterhoofd hebben we hoofdstuk 10 te lezen. In hoofdstuk 9 heeft Johannes de zesde bazuin horen blazen. Het is een bazuin die Gods oordelen aankondigt. Vanaf vers 13 wordt ons voorgesteld hoe de vorst der duisternis met zijn demonen onrecht en geweld voortbrengt. Hun macht en verwoesting zijn ontzettend. Een groot deel van de wereldbevolking heeft te maken met oorlog en geweld, zo blijkt uit vers 15. Maar in al die ontzettende gebeurtenissen is er één troost: de Heere heeft weet van deze oordelen. In vers 13 lezen we dat Hij het is Die de demonen hiervoor de ruimte geeft. Voor iedere gebeurtenis bepaalt Hij de exacte maat en tijd, zo blijkt uit vers 15. En dan komt hoofdstuk 10. Het vormt een onderbreking tussen het blazen van de zesde en zevende bazuin. Ook bij het ontsluiten van het zesde en zevende zegel was er sprake van zo’n pauze (7:1-17). Nu weer. Voordat de laatste bazuin wordt geblazen wordt de verwachting opgevoerd. Wat gaat er nu komen? Tegelijkertijd maakt deze onderbreking ook duidelijk hoe de Heere in alles zorgt.

In de tijd tussen het openen van het zesde en zevende zegel werd ons voorgesteld dat God te midden van alle ellende zorgt dat er een volk is dat Hem blijft dienen. In deze onderbreking tussen het blazen van de zesde en zevende bazuin maakt God duidelijk dat Christus regeert. Ondanks het briesen van satan, zal Christus’ koninkrijk komen overeenkomstig Gods besluit. Dat laat de Heere ons in Openbaring 10 zien.

De Engel

In vers 1 beschrijft Johannes hoe hij ‘een anderen sterken Engel’ uit de hemel ziet komen. Gelet op de beschrijving van deze Engel is er veel voor te zeggen om Hem als de verheerlijkte Christus te duiden. We lezen over een wolk, een regenboog, Zijn aangezicht dat is ‘als de zon’ en Zijn voeten die zijn als ‘pilaren van vuur’. De wolk staat symbool voor Gods gerechtigheid. De regenboog is een teken van Gods verbondstrouw én genade. Zijn aangezicht en voeten wijzen ons op Openbaring 1:14-16, waar Christus op eenzelfde manier beschreven wordt. En Hij blijkt vol majesteit te zijn.

Zijn majesteit

In vers 2 en 3 wordt duidelijk dat de Engel Zijn rechtervoet op de zee zet en Zijn linkervoet op de aarde. Het tekent Zijn macht en majesteit. Ondanks alles wat er op aarde en in de zee gebeurt. Ondanks alle moeiten, rampen en oorlogen, blijkt Christus’ macht. Hij staat boven alle gebeurtenissen. Hij heeft werkelijk alle macht in hemel en op aarde. Ze zijn in alles aan Hem onderworpen. Wat een troost voor hen die het eigendom van Christus zijn. Hun Heere en Meester heeft in alles het laatste woord. En Hij draagt ‘een boeksken’, zo blijkt uit vers 2.

Zijn Boek

Het is een boekje dat Gods eeuwige besluiten bevat. Johannes ziet dat Christus het in Zijn ene hand vastheeft, waarbij Hij Zijn Vader met Zijn andere hand zweert om niets anders dan de waarheid te vertellen. Hij zweert bij de Almachtige God dat de dingen die vanouds door de profeten zijn uitgesproken, waarheid zullen worden. In vers 6 merkt Hij op ‘dat er geen tijd meer zal zijn’. Het betekent dat er nu geen uitstel meer is. Op het moment dat de zevende bazuin klinkt, zal Gods koninkrijk komen. Dan zullen al Gods beloften vervuld worden. De hemel en aarde zullen vervuld zijn met Gods genade en gerechtigheid. Dan zal het oordeel plaatsvinden.

Zijn spreken

We lezen in vers 3 dat ‘Hij riep met een grote stem, gelijkerwijs een leeuw brult’. Johannes hoort Zijn spreken als zeven donderslagen. In het spreken van deze Engel openbaart God iets aan Johannes. Maar als hij deze dingen op wil schrijven wordt het hem verboden, zo blijkt uit vers 4: ‘Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf dat niet’. Het laat ons zien dat niet alles ons bekend wordt gemaakt. Gods volle raad is alleen Hem bekend. Nu nog zijn er dingen voor Zijn gelovigen gesloten. Dat wat Hij ons wil ontsluiten staat in het kleine boekje. Anders dan het boek met zeven zegelen, dat alleen door Christus geopend kon en mocht worden (Openb. 5:9), wordt dit boekje voor Johannes geopend. Deze raadsbesluiten mag hij inzien. De donder alsook het spreken ‘gelijkerwijs een leeuw brult’ wijzen in Gods Woord op Gods oordeel (Amos 3:4 en 8 en Joël 3:16). In Spreuken 19 vers 12 lezen we: ‘des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws’. Het tekent ons de ernst van de laatste bazuin. Het zal Gods oordeelsdag blijken te zijn. Zijn wij die dag geborgen in het bloed van het Lam?

Zijn aansporing

Johannes wordt aangespoord om het kleine boekje te eten. Zoals eerder opgemerkt bevat dit boekje Gods geopenbaarde wil. Het spreekt over de ernst van onze zonde. Het spreekt over Gods oordeel dat wij verdiend hebben. Maar het spreekt ook van Gods genade, in Christus Jezus. Hij stierf voor zondaren, opdat zondaren die in Hem geloven zalig worden. Die boodschap moet Johannes tot zich nemen. Opeten, zoals eerder Ezechiël de opdracht kreeg om Gods boodschap te eten (Ezech. 3:3). Johannes moet deze boodschap zich eigen maken. Deze boodschap zal bitter zijn in zijn buik. Het zijn ernstige oordelen die verkondigd moeten worden. Die woorden brengen moeite en tegenstand teweeg. Maar de woorden van dit boekje zullen ook zoet zijn in zijn mond. De woorden zorgen voor vreugde en vrede.

En als Johannes zelf gevoed is door het Woord, dan heeft hij het door te geven. Dat blijkt uit vers 11. ‘En hij zeide tot mij: Gij moet wederom profeteren voor vele volken, en natiën, en talen, en koningen’. Johannes mag de boodschap van dit boekje niet voor zichzelf houden. Anderen moeten ervan horen. Hij heeft uit te gaan om anderen voor te stellen dat de eerste zes bazuinen reeds werden geblazen. Nog even en de zevende, de laatste bazuin zal klinken. De Christus zal in heerlijkheid verschijnen. Gods oordeel zal worden voltrokken. Daarom moet het Evangelie van Gods zaligmakende genade aan alle mensen verkondigd worden. Opdat allerlei soorten van mensen hun behoud in Christus zouden zoeken én vinden.

Het laat ons zien dat de Heere geen lust heeft in de ondergang van zondaren, maar juist in hun behoud. Daarom moeten de waarschuwing én de nodiging uitgaan. Voordat de laatste bazuin zal klinken moet ons leven geborgen zijn in Christus Jezus. Alleen dan kan er met een groot verlangen naar die dag worden uitgezien. Is het ook uw verlangen dat de tijd zal verdwijnen en over zal gaan in Gods eeuwigheid?

Hardinxveld-Giessendam, ds. B.D. Bouman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2018

Kerkblad | 24 Pagina's

Bijbelstudie n.a.v. Openbaring 10

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2018

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken