Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Spiegel en spanningsbron

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Spiegel en spanningsbron

6 minuten leestijd

Op maandag 1 oktober 2018 is ds. J.M.D. de Heer (predikant van de gereformeerde gemeente van Middelburg-Centrum) gepromoveerd op het proefschrift Spiegel & spanningsbron: opinievorming in reformatorische kerken over de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing. De auteur verdient een felicitatie voor een kloek boekwerk van 682 bladzijden. Zijn proefschrift, waarin tal van belanghebbende onderwerpen aan bod komen, verdient bespreking in het Kerkblad. We verkennen in dit eerste artikel in een serie van drie hoe de auteur zijn studie heeft opgebouwd en welke vragen hij in zijn studie aansnijdt.

De Heer plaatst zijn studie in de inleiding van zijn proefschrift in het veld van het onderzoek naar de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing (en hun verhouding tot de reformatorische kerken). Hij laat in kort bestek zien hoe de opinievorming in reformatorische kerken in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw langzaam op gang kwam, in de tachtiger en negentiger jaren gestaag in omvang toenam en in de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw uitgroeide tot een veelheid aan publicaties, conferenties en studiedagen over deze thematiek. Het proefschrift van De Heer is de jongste loot aan deze ‘onderzoeksboom’ en is door zijn grondigheid een onmisbare bron voor verder onderzoek naar de onderlinge verhouding tussen reformatorische kerken, de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing.

Begrippen

Wat bedoelt De Heer met de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing? Hij definieert de evangelische beweging als ‘datgene wat zich vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de twintigste eeuw begon te ontwikkelen tot een herkenbare stroming in christelijk Nederland’. Hij merkt daarbij op dat de herkenbaarheid van de evangelische beweging zowel in theologische kenmerken (de onvoorwaardelijke aanvaarding van de Heilige Schrift als het gezaghebbende Woord van God aan ons, het belang van de persoonlijke geloofsrelatie met Jezus en de nadruk op de missionaire taak van alle gelovigen) als in sociologische kenmerken (vorm van netwerkchristendom waarbij koepelorganisaties fungeren als platforms van ontmoeting en uitwisseling, minder gericht op een gedeelde theologie of belijdenis en meer gericht op de praxis en het doorleefde geloof) gezocht moet worden.

De Heer bespreekt de charismatische vernieuwing in samenhang met de grote protestantse kerken in Nederland. Het eigene van de charismatische vernieuwing is de gerichtheid op de charismata (gaven van de Geest). De Heer merkt op dat dit onderwerp in de tweede helft van de twintigste eeuw ‘meer weerklank kreeg in de grote protestantse kerken’. Hij definieert de charismatische vernieuwing als ‘de geestelijke stroming binnen de historische kerken die nadruk legt op het werk van de Heilige Geest en de gaven die aan de gelovigen gegeven zijn’. De Heer laat op verschillende plaatsen in zijn proefschrift zien dat de grenzen tussen de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing meer en meer vervagen.

Waarnemer

In de inleiding van zijn proefschrift beklemtoont De Heer dat hij als onderzoeker de rol van waarnemer inneemt. Hij doet niet zelf aan opinievorming, maar geeft weer wat opiniemakers in reformatorisch Nederland over de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing opgemerkt hebben. Ik begrijp dat hij, gezien zijn onderzoeksvraag, geen andere positie kan innemen dan die van waarnemer. Hij heeft daarmee echter voor een veilige plaats gekozen.

Ik merkte tijdens het lezen van zijn studie op een aantal momenten bij mijzelf de wens dat hij achter de rug van de opiniemakers die hij beschrijft uit zou komen om aan te geven waar hij zelf staat. De Heer heeft zich in het verleden weliswaar meer dan eens over de evangelische beweging uitgelaten. Hij bespreekt deze uitlatingen ook in het hoofdstuk waarin de opinievorming in de Gereformeerde Gemeenten ter sprake komt. Dit neemt echter niet weg dat je als lezer van dit proefschrift soms uitziet naar een meer theologische bespreking van de spiegel die de evangelische beweging en charismatische vernieuwing de reformatorische kerken voorhouden en de spanningen die dit in deze kerken oproept. Ik voeg daar echter meteen aan toe dat de besproken opiniemakers de lezer in veel gevallen genoeg aanreiken om te lezen, te herlezen en te laten bezinken.

Liedcultuur

Ik besluit dit artikel met drie dingen die mij tijdens het lezen van de eerste hoofdstukken van Spiegel & spanningsbron zijn bijgebleven. De Heer benoemt de evangelische liedcultuur als een belangrijke katalysator van evangelische integratie. Hij noemt verschillende liedbundels en constateert dat deze bundels ‘inmiddels breed gebruikt worden in zowel de evangelische beweging als in reformatorische kerken’. Ik leer van deze zin dat evangelicalisering reformatorische kerken niet overkomt, maar dat zij daar voor een deel zelf aan bijdragen door ruimte te geven aan evangelisch gedachtegoed dat de kerk binnenkomt door het zingen van evangelische liederen in de eredienst. Wij moeten niet alleen zuinig zijn op een eredienst waarin alleen Psalmen gezongen worden, maar ook kritisch bezien welke liederen op clubs en verenigingen gezongen worden.

Relativeren

Ik wil, in de tweede plaats, stilstaan bij wat De Heer opmerkt over de vervagende grenzen tussen reformatorisch en evangelisch. Hij verwijst in dit verband naar EO-voorzitter Van der Veer, die spreekt over de ‘oecumene van het hart’. Reformatorische, evangelische en charismatische christenen moeten gericht zijn op het hart van het Evangelie en niet op dat wat hen van andere christenen onderscheidt. Het is een gevaar van onze postmoderne tijd, waarin niemand de waarheid in pacht heeft, om de leer te bagatelliseren en onderlinge verschillen te relativeren. De eerste christengemeente in Jeruzalem is een gemeente waar nogal eens vol weemoed aan gedacht wordt. Was het nu nog maar zoals toen. Het was een gemeente vol godsvrucht en eendracht. Wij mogen echter niet vergeten dat het eerste wat over deze gemeente opgemerkt wordt hun volharding in de leer van de apostelen is.

Behartigenswaardig

Wij mogen onderlinge verschillen tussen reformatorisch, evangelisch en charismatisch niet maskeren. Ik werd mij daar weer van bewust tijdens het lezen van het hoofdstuk over de opinievorming over de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing in de grote protestantse kerken (Nederlandse Hervormde Kerk, Gereformeerde Kerken in Nederland). De Heer haalt theologen uit deze kerken aan die indringende dingen zeggen over de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing. Hij verwijst, als het over de evangelische beweging gaat, naar dr. A. van de Beek die evangelischen ultra-arminiaans noemt. De kern van het arminianisme ziet hij in een boedelscheiding tussen God en mens: ‘God een beetje, wij een beetje’. God en mens worden op deze manier bondgenoten. Van de Beek zegt dat de evangelischen ‘met een optimistische visie op de gelovige mens die kiest voor Jezus en door de Geest actief wordt in de wereld steeds dichter bij de liberalen komen’. Hij ziet deze ‘arminiaanse tendens’ doorwerken in theologie en prediking ‘binnen de hele gereformeerde gezindte’. Wij moeten deze waarschuwende woorden ter harte nemen door de soevereiniteit van God, de onmacht van de mens en het onweerstaanbare werk van de Geest te blijven thematiseren.

Het motorblok van het proefschrift van De Heer zijn de hoofdstukken vier tot en met acht waarin de opinievorming in de reformatorische kerken besproken wordt. In het volgende artikel staan wij stil bij de opinievorming van hervormd gereformeerden over de evangelische beweging en de charismatische vernieuwing.

Wordt vervolgd

Rouveen, ds. D.J. Diepenbroek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2019

Kerkblad | 24 Pagina's

Spiegel en spanningsbron

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2019

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken