Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Donkere dagen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Donkere dagen

7 minuten leestijd

Het machtsinstituut, dat Roomsche kerk heet en zijn souverein in Vatikaanstad bezit, beleeft donkere dagen. Het kreeg in de laatste jaren geweldige klappen. Ik noem maar Oostenrijk en Mexico. Vanouds twee door en door Roomsche landen. En in dezen tijd vestigen we onze oogen op Spanje. Dat is door de eeuwen heen een bolwerk van de pauselijke kerk geweest. Karel V en nog veel meer zijn kleinzielige zoon Filips II waren als marmeren steunpilaren voor het machtige bouwwerk der kerk. 't Gelukte Filips met behulp van de Inquisitie en zijn beruchte Auto-da-fé's het Protestantisme in zijn land met wortel en tak uit te roeien.
Tot vóór enkele jaren was Spanje het land van de priesters, de monnikenorden, bovenal van de Jezuitenorde. Daarin is nu radicaal verandering gekomen. Zelfs al winnen dt nationalisten den strijd en komt dientengevolge de kerk weer in een bevoorrechte positie te staan, zooals vroeger wordt het nooit weer. Dat is maar eenmaal, dat komt niet weer. Ook in Duitschland ligt de kerk sinds 1933 aan banden. Daar heeft ze onder het nieuwe regiem heel wat veren moeten laten vallen. Haar positie wordt er — trouwens dit geldt evengoed van de Evangelische Kerk in Duitschland — telkens opnieuw bedreigd. Geen wonder, dat in de eerste plaats de Jezuitenorde daarvan de schadelijke gevolgen ondervindt. Immers, zij is in de meeste gevallen de krachtige motor die het kerkelijk apparaat in beweging brengt.
Zoo las ik dezer dagen, dat in Berlijn sterke geruchten loopen, dat een speciale Jezuitenwet zal worden uitgevaardigd. Dit behoeft nog geen uitwijzing der Jezuieten, zooals onder Bismarck, te beteekenen. Het verdriet de Duitsche overheid, dat de Jezuieten buiten Duitschland vrijwel zonder uitzondering tegen het nieuwe Duitschland ageeren.
De terugslag van den Duitschen toestand, voornamelijk omdat Duitschland ook den monnikorden geen deviezen (= geld)- uitvoer toestaat, wordt zelfs in ons land, overigens het Eldorado van de Roomsche kerk, ondervonden. Ik denk nu aan het St. Ignatius-college te Valkenburg. Wie Valkenburg wel bezocht, heeft, staarjde bij het station, aan de overzij van den spoorbaan ongetwijfeld dat groote Duitsche Jezuïetenklooster opgemerkt.
In de dagen van den zoogenaamden „Kulturkampf" in Duitschland, toen Bismarck's ijzeren hand sterk drukte op de kerk van Rome en haar Jezuitenpaters, weken velen uit naar ons land en vestigden zich in het Zuiden. Kort na 1890 werd het bovenaangeduide Jezuitencollege te Valkenburg gebouwd. Ik las, dat de inrichting een kerk met 31 altaren, een sterrewacht — de derde in ons land —, een bibliotheek met 200.000 boeken, laboratoria en niet minder dan 350 kamers bevat. Heel de bezitting beslaat een oppervlakte van 18 hectaren. De oorspronkelijke bouw kostte een millioen Mark.
Langen tijd zijn de 350 kamers alle bewoond geweest. De deviezen-moeilijkheden hebben het aantal huisgenooten evenwel aanmerkelijk doen slinken, tot bijna een derde. Het gebouw is dan ook reeds half onbewoond en gesloten. De geldelijke moeilijkheden maken het immers onmogelijk nog veel studenten uit Duitschland te laten overkomen. Ook van de leeraren zijn er sommigen gerepatrieerd, terwijl andere maar korten tijd hier doceeren.
Wanneer dan ook een Duitsch orgaan schreef, dat de Duitsche paters Jezuieten naar hun vaderlad terugkeerden, omdat de Nationaal-socialisten daar weer geordende toestanden geschapen hadden, moeten de paters te Valkenburg bij 't lezen daarvan toch wel een gezicht getrokken hebben als een boer die kiespijn heeft. Immers, geldelijke moeilijkheden zijn de eenige oorzaak; en geen andere. Neen, het is geen weelde, wanneer dit klooster, misschien wel het grootste en invloedrijkste van ons land, nu te koop staat. Maar wie zal het koopen? Trouwens, of er liefhebbers voor zulk een uitgestrekt pand zullen gevonden worden, doet hier minder ter zake. Een of andere orde zal in het roomsche Limburg waarschijnlijk wel weer beslag leggen op dit studiehuis. Doch ik wilde er alleen mee aantonen, dat het, zelfs in ons Roomsch paradijs, nog niet alles botertjetot- den-boöm is voor de Jezuitenorde. Deze feiten mogen ons echter niet verblinden en tot traagheid verleiden. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Eén klooster te koop, wil nog niet zeggen: alle kloosters failliet. Verre van dien!
Ook Rome heeft in dezen tijd haar tegenslagen zoo goed als ieder ander, die zich door de branding van den crisistijd heeft heen te worstelen. Toch kan men gerustelijk zeggen, dat Rome naar verhouding het meest floreert. Zij haalt geleidelijk den oogst aan burgemeestersplaatsen, notariaten, rechterszetels en wat dies meer zij aan hoogere en lagere functies binnen, opgekomen van het zaad dat de laatste tientallen jaren niet alleen door Rome, maar ook door ons, dwaze Protestanten, welig uitgezaaid is. Rome gaat stillekens haar gang. Zij beschikt nog altijd over geld; denkt alleen maar aan de achtmillioen uit de Staatskas voor haar bijzonder onderwijs, meest door kloosterlingen gegeven. Zij gaat voort met bouwen. Haar arbeid staat nooit stil.
Rome schijnt dan ook bij officieele gelegenheden wel den toon aan te geven. Hoe meer de Roomsche kerk in Roomsche landen lijdt en vervalt, des -te meer neemt zij in de Protestantsche landen haar kansen waar. Wie dat niet ziet in ons eigen vaderland, heeft een blinddoek voor de oogen, door hemzelf of een ander hem voorgebonden. Zoo klemt de vraag of Nederland nog een Protestantsche natie is, al pijnlijker. Zeker, het karakter van ons volk, de zeden en gebruiken van ons land, de historische traditiën, de wetten die ons volksleven beheerschen, ons Vorstenhuis, het wijst Goddank! alles nog naar den Protestantschen oorsprong.
Doch vergeet niet, dat, wanneer Roomsche geleerden en volksleiders altijd weer den kant van de Roomsche Middeleeuwen uitwijzen, dit niet toevallig is. De tijd der kerkhervorming moet overgeschilderd en vergeten worden. We moeten weer bij de Middeleeuwen aanknoopen. We moeten weer van Roomschen oorsprong worden. Is dat nu niet meer dan een waandenkbeeld van sommige Protestanten? Zoo stelt men 't gaarne van Roomschen kant voor. En Protestanten genoeg, die zich daarbij om eenige reden aansluiten, 'k Zag in het aardige boekje Dr. Colijn in de Karikatuur een spotplaat, waarop Ds. Kersten en Ds. Lingbeek afgebeeld staan als twee kleine jongetjes in hun nachtponnetjes. Met bange gezichtjes staan ze voor moeder-Colijn en zeggen, dat ze in de slaapkamer niet durven blijven, want ze hebben er een spook gezien. Het Roomsche spook!
Zou 't inderdaad een spook, een schim, een waan zijn, wat zij gezien hebben? Zou 't verstandig zijn, maar een beetje te lachen om zulk een kinderachtige bangheid? Wij weten, dat dit zoogenaamde Roomsche spook geen spook is, maar een werkelijkheid. En een werkelijkheid, waarmee niet valt te spotten. Er dreigt inderdaad gevaar! Daarom moge ieder Protestant zich het woord van den minister-president, ter verklaring van zijn anti-revolutionair program, herinneren:
,,Ook wat de staatsopvatting betreft, zijn we een Protestantsch, een Calvinistisch land. Uit den strijd om de vrijheid van consciëntie, zijn we als zelfstandige Staat geboren. Die roep om gewetensvrijheid kwam in de Hervorming tot uiting. De Staat, die haar verleent, handhaaft, waarborgt, mag zich daarom een Staat van Protestantsch karakter noemen. Dat in later eeuw ook in landen met een overwegend Roomsch-Katholieke bevolking, gewetensvrijheid is geëerbiedigd, doet niet te kort aan het feit, dat het beginsel van de vrijheid van consciëntie niet van Roomschen, doch van Protestantschen oorsprong is. Er is in Nederland niet slechts vrijheid van godsdienst, omdat de Grondwet zulks voorschrijft, maar omdat die Grondwet in een Calvinistisch-Protestantschen Staat eigenlijk niet anders kan voorschrijven."
Was dit woord in de politiek maar altijd betracht. Er ligt zulk een oneindige afstand tusschen het woord en zijn toepassing. Doch dit neemt niet weg, dat dit gulden woord van den minister-president zijn nut kan doen. We willen het ons telkens weer te binnen brengen. Donkere dagen!
Voor het Sint-Ignatius-college te Valkenburg. Voor het imperialistisch besef van Rome's kerk. Maar ook voor het Protestantisme in ons vaderland.

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1936

De Klok | 4 Pagina's

Donkere dagen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1936

De Klok | 4 Pagina's

PDF Bekijken