Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op reis naar  't Vaderland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op reis naar 't Vaderland

15 minuten leestijd

Uit het leven van ds. Pieter van der Heijden

ABel

Ds. p. van der Heijden was een markante prediker. Jarenlang Keeft kij met grote gaven van hoofd en hart gearbeid in Gods Koninkrijk. Hij werd wel omschreven als een stoere man, die wist wat hij wilde. Maar aan het eind van zijn leven was ds. Van der Heijden een gebroken man. De gemeente die hij diende wilde zich in 192O aansluiten bij de Gereformeerde Gemeenten. Ds. Van der Heijden voelde daar niet voor en stichtte een zelfstandige gemeente. Slechts weinigen volgden hem. Op SS'j^J^ig^ leeftijd is hij overleden. Zijn laatste woorden waren: 'En wij, wij zijn in 't Vaderland.'

Pieter van der Heijden werd op 2 april 1865 in Noord-Waddinxveen geboren. Zijn ouders waren Nicolaas van der Heijden en Jacoba van Oord. Na de lagere school werd Pieter, evenals zijn vader, metselaar.

Toen ds. Van der Heijden in 1918 ter gelegenheid van zijn 25"jarig ambtsjubileum terugblikte op zijn leven, schreef hij dat hij op zestienjarige leeftijd "staande werd gehouden op de weg des verderfs.' Hij vervolgde; 'Na vele worstelingen en liefelijke bedruipingen des hemels werd op negentienjarige leeftijd mijn ziel uit de banden verlost.'

Op 7 juli 1887 trouwde Van der Heijden te Alphen aan den Rijn met Cornelia van Donk. Ze was daar geboren op 24 september 1859-^SiYi beroep was ze naaister. Naderhand ging het echtpaar in Aarlanderveen wonen.

Moed en krachten

Van der Heijden was van huis uit hervormd. In 1892 verliet hij de Hervormde Kerk. In deze tijd werd hij geroepen tot het predikambt.

Ds. Van der Heijden schreef hiero-

ver: 'Onder moeiten en zorgen werd mij opgebonden de ernst tot prediking. Te midden van de breuk der kerk, werden mijn worstelingen dag en nacht voortgezet, totdat met krachtige aandrang God mij riep tot prediking. Vresehjk was die strijd. Telkenmale weigerde ik tot zulk een arbeid over te gaan. Zelfs onder de ernst van dit protest sloeg ik tot twee malen toe de hand aan eigen leven. Mijn vak was mij lief en de toekomst in deze weg mij donker. Slechts de lagere school doorlopen en deze reeds op elfjarige leeftijd verlaten hebbende, besefte ik ten volle dat ik onbekwaam was voor deze gewichtige taak. Geen opleiding van welke aard ook had mij de baan voor leraarsarbeid geopend. Al deze bezwaren moesten echter overwonnen en voor mij zelf ten volle aanvaard worden: God zal moed en krachten geven tot zulk een arbeid.'

Alleen maar deze boodschap

Eens stond Van der Heijden op een stelling te metselen, vervuld met gedachten over het predikambt. Hij kende onder het volk van God een boerin. Aan de Heere vroeg hij een teken. 'Heere, als nu die vrouw tot mij kwam met de boodschap dat ik het ambt moet aanvaarden, zal ik het opvolgen.' Een half uur later kwam die boerin met paard en wagen voorbij. Toen Van der Heijden haar zag naderen, riep hij: 'Ik kom naar beneden!' 'Nee', riep ze, 'blijf maar boven. Ik heb alleen maar deze boodschap aan u: Durft gij bestaan te twisten met Mijn kracht? Zal nietig stof Mij 't hoog gezag ontwringen? ' En zo reed ze weg.

Het gevraagde teken was gekomen, maar nog durfde hij het niet te wagen. Toen kreeg hij Een ernstig ongeluk. Hij viel van een hoge stelling af en bleef met een voet tussen het touwwerk hangen, met zijn hoofd naar beneden. Hij liep inwendig letsel op; de rest van zijn leven heeft hij een korset moeten dragen.

Op een zondagmorgen in juni 1892 kwamen enkele personen zijn huis binnen met het verzoek te preken. 'Onder biddend opzien tot de Almachtige, met vreze en beven vervuld, zeide ik: Ik zal spreken. " Gods majesteit was echter zo op mijn ziel gebonden, vervulde zo mijn hart, dat het was alsof een zalving van de zachtste olie mijn hoofd bedrupte. Die morgen sprak ik naar aanleiding van Psalm 16:5 en des avonds naar aan-

leiding van Job 7-I-Zes weken daarna was mijn woning van alle zijden te klein om de hoorders te bevatten. In het openbaar trad ik in verschillende localiteiten op, altijd nog binnen de plaats mijner inwoning. De kameraden waarmede ik dagelijks werkte, maakten des zondags mijn auditorium uit.'

Lemmer en Enkhuizen

Na enkele maanden kreeg hij uit Ter Aar het verzoek te komen preken. Dergelijke verzoeken kwamen ook uit Alkmaar en Enkhuizen. In mei 1893 bracht de Vrije Gereformeerde Gemeente te Lemmer een beroep uit op Van der Heijden. Deze nam het beroep aan. Hij was er beroepen als predikant, maar hij wilde eerst een voorbereidingsjaar. "Wij wensten een proef te doorstaan of wij een gemeente zouden kunnen dienen met frisheid en kracht.' Op 23 juli 1893 verbond hij zich als oefenaar, na door ds. A. Verheij geëxamineerd te zijn; op 17 oktober 1894 werd hij door ds. A. Makkenze tot predikant bevestigd. Lemmer maakte tijdens het verblijf van ds. Van der Heijden aldaar deel uit van een kerkverband waartoe ook gemeenten te Dirksland, Enkhuizen, Vlaardingen en Charlois behoorden.

In juni 1896 ontving ds. Van der Heijden een beroep van de Gereformeerde Gemeente onder het kruis te Enkhuizen. De beroepsbrief vermeldde een traktement van 200 gulden per jaar. Verder zou de opbrengst van de bus voor de predikant bestemd zijn en zou hij vrij wonen genieten. Ds. Van der Heijden nam het beroep aan. Op 6 september nam hij afscheid van Lemmer; een enkele dag later stak hij de Zuiderzee over. Door ds. Makkenze werd hij op zondag 13 september bevestigd.

Een groot deel van de gemeente woonde in Andijk. Daar catechiseerde ds. Van der Heijden ook. Afgesproken werd dat hij bij goed weer zou gaan lopen en dat hij 's avonds thuisgebracht zou worden. Ds. Van der Heijden behield zich echter het recht voor om ook voor de heenreis een rijtuig te laten inspannen.

Een goed recept

In 1899 bevestigde hij Gijsbertus van Reenen als predikant van de Vrije Gereformeerde Gemeente in Zeist. Met Van Reenen was hij omstreeks 1896 in contact gekomen. Deze woonde toen in Utrecht. Van Reenen voelde de roeping tot het predikambt als een vuur in zich branden, maar hij verzette zich ertegen. Zijn lichaam leed eronder, hij kreeg verschrikkelijke maagpijnen. Nu wist hij dat ds. Van der Heijden - overigens een nuchter

man - experimenteerde met allerlei huismiddeltjes. Toen hij bijvoorbeeld op latere leeftijd last van jicht kreeg, stopte hij twee kastanjes in zijn linker broekzak om de pijn tegen te gaan. Van Reenen schreef hem of hij iets wist tegen maagpij n. Spoedig ontving hij antwoord, maar niet het antwoord dat hij verwachtte. 'Niet langer God tegenstaan', luidde het advies. Na verloop van tijd zwichtte Van Reenen; op 9 oktober 1898 hield hij zijn eerste preek. Ds. Van der Heijden leidde hem op tot het predikambt.

Enkhuizen en Rijssen

In 1900 verscheen een 630 bladzijden tellend boek van de hand van ds. Van der Heijden, De

Gereformeerde Geloofsleer, in Vragen en Aniwoorden verklaard voor meergevorderden.

Zijn huisgenoot Reijer Boon had de inhoud van dit boek opgetekend en door J. van Ginkel, hoofd van een christelijke school in Zeist werd het persklaar gemaakt. Uit dit boek blijkt dat ds. Van der Heijden, die alleen de lagere school had bezocht, zich door zelfstudie veel eigen gemaakt had.

Tijdens het verblijf van ds. Van der Heijden in Enkhuizen bloeide de gemeente. In 1900 werd er een galerij gebouwd, waardoor het aantal zitplaatsen met zestig vermeerderde.

Op 18 december 1901 deed ds. Van der Heij­ den intrede in de zelfstandige Kruisgemeente te Rijssen. Hij werd daar de opvolger van ds. J.J. Grass, die naar Kampen vertrokken was en de gemeente in weinig florissante omstandigheden had achtergelaten. Onder ds. Van der Heijden kwam de gemeente weer tot bloei. Onder zijn leiding werd een zondagsschool opgericht.

Kampen

In 1905 leidde de weg naar Kampen. Op 21 januari van dat jaar werd hij bevestigd door ds. H.A. Minderman uit Rotterdam. Ook in Kampen heeft ds. Van der Heijden met zegen gewerkt. Toen hij in 1910 afscheid nam, zei hij: 'Wanneer wij terugdenken aan het begin van onze samenkomsten, onder welke lasten de gemeente gebukt ging, zowel wat hare financiën betrof, als de vermindering in ledental, dan zeker hebben wij weleens gedacht: hoe komt dit alles terecht. Den Heere zij echter dank. Hij bewerkte uw harten. De

gemeente bloeide en groeide in aantal, en de zegen des Evangelies werd ook gezien in de financiën.

Gaat op de ingeslagen weg voort, broeders. Laat kleine verschillen in liefde worden opgelost. Houdt uw belijdenis hoog boven de wereld.' Op initiatief van ds. Van der Heijden werd een jongelingsvereniging opgericht; hij werd voorzitter van deze vereniging. Mevrouw Van der Heijden gaf leiding aan een naaivereniging.

Ds. Van der Heijden is jarenlang consulent geweest van de zelfstandige Oud Gereformeerde Gemeente te Stavenisse. In 1906 bevestigde hij er L.J. Potappel tot ouderling.

Dat men in Kampen grote waardering had voor ds. Van der Heijden, blijkt wel uit het feit dat men na het overlijden van de predikant jaarlijks een collecte hield voor diens weduwe. Nog in 1941 werd er voor haar gecollecteerd.

Vlaardingen

In 1910 nam ds. Van der Heijden een beroep aan van de Vrije Gereformeerde Gemeente te Vlaardingen. Op 17 april 191O werd hij door ds. G.J. Wolbers bevestigd. Hij werd daar de opvolger van ds. C. Densel.

Vlaardingen was geen onbekende gemeente voor ds. Van der Heijden. Op verzoek van ds. A. Verheij had hij er al in 1898 gepreekt. Hij had er toen tegen opgezien 'den kansel te beklimmen van een oud en geoefend man.' Toen ds. Verheij met emeritaat gegaan was, werd hij driemaal beroepen. Na het vertrek van ds. Densel was weer de keus op hem gevallen.

Ds. Van der Heijden werd in Vlaardingen bij jong en oud erg geliefd. Op de catechisatie zaten de jongste kinderen op z'n knieën.

Met prijzen in de vorm van boeken spoorde hij de jongens en meisjes aan de vragen zo goed mogelijk te leren. Onder zijn leiding werden in 1911 een jongelingsvereniging en een jongedochtersvereniging opgericht. De kerkenraad was niet bepaald een voorstander van verenigingen, maar ds. Van der Heijden zette door.

Op 31 oktober 1917 werd in diverse kerken herdacht dat vier eeuwen geleden de kerkhervorming een feit werd. Volgens een bericht uit de plaatselijke krant gaven 'de bijzondere zang en het orgelspel aan de godsdienstoefeningen een feestelijk karaikter.' Dat was met name het geval in de remonstrantse kerk. Men meende daar de kerkhervorming te moeten herdenken met onder meer het spelen van het Allegro uit het concert F-dur van G.F. Handel. De kerkdienst die

aan het Westnieuwland werd gehouden, had een ander karakter. Ds. Van der Heijden sprak een ernstig woord naar aanleiding van Jesaja 63:18: Uw heihg volk heeft het maar een weinig tijds bezeten; onze wederpartij ders hebben Uw heiligdom vertreden.'

Een ernstig ongeluk

Op 28 november I918 werd op verzoek van de regering een dankstond gehouden in verband met de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog. Ds. Van der Heijden, die zich niet helemaal in orde voelde, vroeg aan ouderling A. de Blois of hij wilde voorgaan. Het werd diens eerste preek.

Eind oktober 1919 overkwam ds. Van der Heijden een ernstig ongeluk. In de krant werd vermeld dat hij 'in zijn huis gekomen zijnde, boven van de trap (was) gestort. De buren, die op zijn kreunen ter hulp snelden, daar zijn vrouw buiten de stad was, vonden hem badende in zijn bloed en door dezen werd dan ook onmiddellijk medische hulp ingeroepen. De toestand van zijn Eerw. is zorgwekkend, doch niet hopeloos.'

Dit ongeluk heeft later tot allerlei speculaties geleid. Ds. Van der Heijden zou niet van de trap gevallen, maar geduwd zijn. Dokter Poortman, de huisarts, zou gezegd hebben; 'Er is hier een misdaad gebeurd.' Van een politie-onderzoek is echter geen sprake geweest. Toch is er altijd een zekere waas van geheimzinnigheid over dit onderwerp geweest. Ook werd van ds. Van der Heijden gefluisterd dat hij zich bezighield met spiritisme en dat hij vrijmetselaar was. Klinkklare leugens! Hij heeft zich wel in het spiritisme verdiept, maar juist om ertegen te waarschuwen. 'Vrijmetselaar' zal wel een combinatie geweest zijn van 'vrij' (hij heeft altijd vrije gemeenten gediend) en van 'metselaar' (dat was hij vroeger geweest).

'Waar moet u van leven? '

Geruime tijd kon ds. Van der Heijden niet preken. In januari 1920 preekte hij weer voor het eerst, waarna hij naar Alphen aan den Rijn vertrok, voor verder herstel.

Tijdens zijn ziekte ging De Blois voor, die grote opgang in de gemeente maakte. Toen ds. Van der Heijden weer kon preken, bleek dat zijn krachten gebroken waren. Voorheen preekte hij uit het hoofd, maar nu was hij gedwongen zijn preek grotendeels voor te lezen. Er waren gemeenteleden die hierop kritiek hadden, en daarbij krasse woorden gebruikten. Onder hen waren er die veel aan ds. Van der Heijden te danken hadden en tijdens de jaren I9I4'~l9l8, jaren van voedselschaarste, door hem geholpen zijn.

In deze tijd gingen er stemmen op om zich aan te sluiten bij de Gereformeerde Gemeenten. Ds. Van der Heijden voelde daar niet voor; jarenlang had hij vrije gemeenten gediend en een kerkelijk gareel paste niet zozeer bij hem. Bovendien was er een slechte persoonlijke verhouding met ds. G.H. Kersten, die hij 'die heer uit Rotterdam' noemde. In 1918 werd de SGP opgericht. Ds. Kersten was daarbij de centrale figuur. Veelzeggend is dat bij de Tweede Ka-

merverkiezingen die in dat jaar gehouden werden, er in Vlaardingen slechts vijf stemmen en in Vlaardinger-Ambacht twee stemmen op de SGP werden uitgebracht.

De kerkenraad was in zijn geheel voorstander om zich bij de Gereformeerde Gemeenten aan te sluiten. Volgens overlevering was ds. Van der Heijden aanvankelijk bereid zich dan maar bij het besluit van de kerkenraad neer te leggen. Zelfs zou hij met een aantal kerkenraadsleden op weg naar Rotterdam gegaan zijn, om daar over een toetreding tot de Gereformeerde Gemeente te spreken. Op het station Vlaardingen zou hij echter gezegd hebben: 'Dit hebben de raddraaiers in de gemeente gedaan en ik ga niet over naar de Gereformeerde Gemeenten.' Ds. Van der Heijden bleef zelfstandig en vormde de Hersteld Vrije Gereformeerde Gemeente. De kerkdiensten werden gehou­ den in het lokaal 'Liefde en Vrede'. Ongeveer vijftig mensen volgden ds. Van der Heijden. Op een vraag van een diaken, tevens penningmeester, waar hij nu van moest leven, wees hij als antwoord naar Boven...

'En wij, wij zijn in 't Vaderland'

Op 24 oktober 1920 preekte ds. Van der Heijden voor het laatst. Zijn tekst was toen over Kolossenzen 1:19-In november voelde hij dat hij spoedig zou sterven en hij trof allerlei regelingen voor zijn begrafenis.

Het was zijn wens dat op de rouwkaart vermeld zou worden dat hij ontslapen was op de grondslag van zijn belijdenis. Zijn ziekbed werd een preekstoel. 'De God verheerlijkende taal vloeide hem rijkelijk van de lippen en zijn ziel genoot met volle teugen de voorsmaak der genoegens, die de eeuwigheid hem zou schenken. Toen zijn echtgenote de Hacht uitte dat hij zo lijden moest, gaf hij ten antwoord: "Ik wil de drinkbeker wel drinken, want mijn Borg heeft toch het zwaarste voor mij weggenomen. " Verder zei hij: "Ik word slechts volmaakt afgewerkt om mijn Vader voorgesteld te worden zonder vlek of rimpel.'" Op 9 december 1920 overleed ds.

Van der Heijden. Ds. D.J. van Brummen uit Alphen aan den Rijn vertelde tijdens de begrafenis iets over het sterven. 'Als zijn natuurlijk

oog reeds gebroken was, zodat hij zijn nabestaanden niet meer kon zien, jubelt hij het uit: 'Die hoop moet al ons leed verzachten, Konnt, reisgenoten, 't hoofd omhoog! Voor hen, die 't heil des Heeren wachten, ^jn hergen vlak en zeeën droog.

O zaligheid niet af te meten, O vreugd die alle smart verbant. En als hij aan de laatste regels gekomen is, klapt hij in de handen en spreekt met stervende lippen en bij gebroken oog: Daar is de vreemdelingschap vergeten.

En wij, wij zijn in 't Vaderland.'

De genade Gods

Op dinsdag 14 december werd het stoffelijk overschot van ds. Van der Heijden ten grave gedragen. Een lange rouwstoet bewoog zich door de straten van Vlaardingen. Zeven predikanten uit vijf verschillende kerkgenootschappen voerden het woord. Ds. H.A. Heijer, hervormd predikant te Vlaardingen, sprak de volgende schrijnende woorden: 'Toen ik enkele jaren geleden hier kwam, heb ik ds. Van der Heijden gezien als een man in voUe kracht, gedragen door de liefde zijner gemeente. Maar nog geen vijf jaar later heb ik hem gezien als een gebroken man, door velen zijner liefhebbers verlaten.' Ds. Heijer vervolgde: 'Zalig, zo dacht ik toen, die heeft leren leven, niet bij de gunste van mensen, maar bij de genade Gods. Ook David heeft een ogenblik in zijn leven gekend dat hem alles ontviel, maar - zo staat er bij - David sterkte zich in de Heere zijnen God. Die genade, mijne hoorders, is ook aan ds. Van der Heijden te beurt gevallen. En ruimschoots mocht hij ervaren, dat de Heere hem niet liet gaan, en hem niet overliet, ook niet in zijn ziekte! Als hij in zware bestrijding was en hij van alle kanten werd aangevochten, werd hij ook verwaardigd te getuigen; Daar is de Koning, en die Koning had ook hem vrede geschonken. Voor die Koning zullen alle vijanden moeten wijken, zo ook de dood. De dood brengt Gods kinderen thuis, en zo is ook aan ds. Van der Heijden die heerlijke waarheid toegeëigend: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.' Mevrouw Van der Heijden heeft haar man vele jaren overleefd; zij overleed op I mei 1945 te Apeldoorn. Ze werd eveneens in Vlaardingen begraven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 June 2006

Oude Paden | 64 Pagina's

Op reis naar  't Vaderland

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 June 2006

Oude Paden | 64 Pagina's

PDF Bekijken