Bekijk het origineel

Let op uwe taal en uwen stijl

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Let op uwe taal en uwen stijl

4 minuten leestijd

In onze dagen, waarin zooveel geschreven wordt, is een dergelijk vermaan, als hierboven staat zeker niet geheel overbodig. Intusschen, als het nog slechts bij schrijven blijft, is het bezwaar in taal- en stijlfouten gelegen, voor den ontvanger van het geschrevene nog zoo groot niet, maar anders en ernstiger wordt het, als men het geschrevene laat drukken. Een gedrukte dwaasheid op het gebied van stijl en taal is wel meer dan dubbel zoo erg als een geschreven taal- of stijlfout.

Eigenlijk behoeft men slechts willekeurig allerlei dag- of weekbladen op te nemen en te doorloopen, om al spoedig een zekere keurgarve van stijl- en taalbloempjes te verzamelen. Charivarius doet zoo iets iedere week voor den groenen Amsterdammer. En allergeestigst is veelal zijn keuze. Zoo citeerde hij een paar weken geleden uit een onzer bladen: „Hij zond hem Dante's Inferno thuis, waarin de beschon-kene begon te lezen”. Bedoeld was natuurlijk degene, aan wien het boek geschonken was, maar de uitdrukking „de beschonkene” rechtvaardigde volkomen de opmerking: indien eenig geschrift, dan mag het genoemde gedicht van Dante wel in nuchteren toestand gelezen worden.

Eenigen tijd geleden las ik ergens de passage: „wijlen Lord Kitchener sprak de menigte toe”! En hoe menigmaal heb ik de uitdrukking aangetroffen: hij rusrre in vrede, i. p. v. hij ruste in vrede. Zelfs op grafzerken. En zonder dat er bij vermeld werd, waardoor de rust verstoord was en de overledene niet meer in vrede rus/re. In een geschiedenisboek stond te lezen dat Karel de Stoute bij Nancy sneuvelde en hoe „zijn lijk het slagveld bedekte”. Dat moet dan wel een zeer klein slagveld geweest zijn!

In advertentiën wemelt het van dergelijke onnauwkeurigheden. Een mevrouw, die een half dagmeisje vroeg, bedoelde vermoedelijk een meisje voor halve dagen en een beschaafde dame, die iemand voor de huishouding vroeg en er bij voegde „kleeding geen vereischte”, zou daardoor allicht twijfel gewekt kunnen hebben of zij wel tot de beschaafde natiën behoorde, indien de bedoeling niet volkomen duidelijk ware geweest, dat een zekere voorgeschreven kleeding niet speciaal geeischt werd.

Vermakelijk! zijn ook enkele anecdotes, die verhalen van een verkeerd verstaan of begrijpen van hetgeen gehoord of gelezen werd. Zeker redenaar had eene lezing gehouden over lbsens „Brand”. Een juffrouw, die er over had hooren spreken, vertolkte den niet volkomen juisten indruk, dien zij ontvangen had in de vraag, die zij een andere juffrouw van hare kennis deed: of zij ook gehoord had dat er zoo'n brand bij van Nispen geweest was! In Schiedam gebeurde het eens dat een predikant over het woord van Paulus gepredikt had: wij zijn alle uren in perikel (1 Kor. 15 :30 Statenvertaling). Toen men de dienstbode, die onder de prediking geweest was, vroeg over welk onderwerp de predikant gesproken had, was het antwoord : precies weet ik het niet meer, maar hij was elk oogenblik in een vreemde stad! Zeker wel een waarschuwing te meer om toch vooral op den kansel niet te veel vreemde woorden te gebruiken. Van dat verkeerd begrijpen van vreemde woorden geeft Mr. Jacob van Lennep, de vermaarde romanschrijver een paar aardige staaltjes ten beste. Jan ten Brink verhaalt in zijn Geschiedenis der N. Nederl. letteren hoe van Lennep eenmaal de zitting van het achtste Letterkundig Congres te Rotterdam bijwoonde in Augustus 1865. Er werd daar beraadslaagd over de bastaardwoorden. Van Lennep merkte o. a. op, dat het, volgens hem niet aanging de f door ph te doen verdringen in eigennamen en bastaardwoorden. Hij vertelde hoe hij als jonkman een zangspel „Saffo” geschreven had, maar hoe de regisseur zijn spelling in Sapho gewijzigd had, zoodat de acteurs zongen: „O Sap, ho, wees gegroet”. Hij verhaalde hoe een Amsterdamsche dienstmaagd door haar mevrouw gezonden, om eens te zien welk stuk men in de komedie op het Leidscheplein zou geven, terugkwam met de boodschap: „ze spelen de Mophondjes”, terwijl in werkelijkheid het treurspel Demo-phontes gegeven werd. Hij besloot zijne mededeeling met de vraag eener jonge dame, die hem in zijne waardigheid van vrijmetselaar vroeg, wat de orde toch bedoelde met de woorden prophanen, waarop hij antwoordde dat daarmede waarschijnlijk de mannetjes van de prophennen werden aangewezen.

Dat vooral van Lennep sterk was in dergelijke anecdotes kunnen wij van den schrijver der Vermakelijke Spraakkunst en van de Vermakelijke Vaderlandsche Geschiedenis en van het Staatsexamen best begrijpen. Er zou echter op dit gebied nog heel wat te noemen zijn. Doch wij haalden reeds genoeg aan ter nadere motiveering van ons opschrift: let op uwe taal en uwen stijl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1925

De Wartburg | 4 Pagina's

Let op uwe taal en uwen stijl

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1925

De Wartburg | 4 Pagina's

PDF Bekijken