Bekijk het origineel

Binnenlandsche Actie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Binnenlandsche Actie

6 minuten leestijd

Het laatste B. A. (Binnenlandschc-Actie) stukje voor dit jaar! Als wij ons tot het gereedmaken ervan zetten, slaan wij onwillekeurig een blik op den weg, die achter ons ligt, en vragen wij ons af, in hoeverre dit jaar, voor wat betreft onze B. A., voldaan heeft aan de verwachtingen, die wij gesteld hebben.

Bij den aanvang van het jaar hebben wij, zooals ieder dat van ons verwachten mag, een doel gesteld, om dat met Gods hulp te bereiken.

Dit doel wordt, als wij over de B. A. spreken, onwillekeurig uitgedrukt in cijfers, omdat het resultaat van al ons pogen om de liefde en belangstelling voor ons werk te doen toenemen, voor het grootste deel wordt omgezet in daden, die heel nauw verwant zijn aan finan-ciëele offers.

Groote, zeer groote dankbaarheid vervult ons, als wij denken aan den toch eigenlijk zoo kleinen kring, waardoor ons werk gedragen en gesteund wordt; wij zijn er ons zeer wel van bewust, dat wij telkens weer bij ongeveer dezelfde vrienden aankloppen, zóó, dat het ons niets verbaast, dat men een enkele maal hier en daar eens ontstemd is over ons herhaald vragen.

Welk een groote voldoening moet het evenwel voor dezen betrekkelijk kleinen kring zijn, zulk een groot werk in Indië te mogen doen. Als wij op de achter ons liggende maanden terugzien en nagaan, hoe het bedrag van de giften stijgende was, hoe wij ons doel ten aanzien van busjes, kalenders, lectuurverspreiding, enz. bereikt hebben, en hoe dit alles eigenlijk gegaan is door de hulp van zoo vele meelevende predikanten en een groote schare van vrienden, dan kunnen wij niet anders dan met hartelijke dankbaarheid aan dit alles denken.

Een woord van groote erkentelijkheid past ons daarom jegens alle vrienden, die telkens weer bereid waren, om onze vragen niet alleen in overweging te nemen, maar bovendien telkens zoo vriendelijk waren aan ons verzoek te voldoen.

Waarschijnlijk zal nu hier en daar gevraagd worden, of wij voldaan zijn. Als wij op deze vraag moeten antwoorden, haasten wij ons dit met een herhaald „neen” te doen. Nu mag evenwel niet aan ondankbaarheid gedacht worden, terwijl ook ons ontkennend antwoord niet verkeerd uitgelegd moet worden.

De zaak is deze: Als wij zeggen, dat wij niet voldaan zijn, bedoelen wij hier klaar en onomwonden mee uit te spreken dat, voor zoover als wij de dingen van ons bureau uit zien, Christelijk Nederland nog lang niet aan de grens is van zijn geestelijk en financieel kunnen.

M. a. w., wij zijn er diep van overtuigd dat honderden, of beter duizenden in ons vaderland, die behoorden geabonneerd te zijn op ons Zendingsblad, tot op heden nalieten zich te abonneeren. Dat duizenden, die gemakkelijk iets van het hunne voor den zendingsarbeid zouden kunnen afstaan, niets bijdroegen of althans niet naar vermogen. Dat in ontelbare huizen nog wel een plaatsje te vinden is voor een zendingsbusje.

Wij noemen hier nu enkel maar de meest materiëele dingen, maar willen daarbij toch ook denken aan datgene, wat het fundament van onzen arbeid moet zijn, nl. zuivere liefde tot den Heer en als gevolg daarvan een hartelijk verlangen om den naam van den Christus te doen verkondigen over het rond der aarde.

Het past ons niet om iets te zeggen ten laste van vele „goede” Protestantsch Christelijke gemeenten in ons vaderland. Maar wel vragen wij met groote vrijmoedigheid, of men zich inderdaad diep en ernstig ervan bewust is, dat vooral in onze dagen een groote en grootsche taak in Indië gereed ligt? Het is niet de vraag, wat er van Oost- en West-Indië komen zal, als wij de tijden en gelegenheden, die God ons geeft, laten voorbijgaan. Wat wij wèl ernstig hebben te overwegen is dit: hoe zal het met òns, Europeesche Christenen van de 20e eeuw gaan, hoe met onze Westersche beschaving, hoe met zoo velerlei, waarop wij ons thans laten voorstaan ten opzichte van den Oosterling?

Hoe ook staan wij, als wij de gelegenheden niet benutten, tegenover God, in Wiens Woord wij op bijna elke bladzijde kunnen lezen, dat wij, hetgeen wij om niet ontvangen hebben, ook door te geven hebben aan anderen?

In onze B. A. zijn wij tekort geschoten, wij erkennen het met ootmoed. Ons werk was niet altijd, zooals het behoorde; het heeft niet tot datgene kunnen leiden, wat wij ervan hadden willen zien groeien.

Wij kunnen niet anders dan aan het einde van dit jaar God en menschen dankbaar zijn, dat ons werk er toe heeft mogen bijdragen, om den zendingsarbeid in Oost- en West-Indië voor een groot deel mogelijk te maken.

Een volgende vraag is nu, of misschien voor ons en de lezers van dit blad in de weinige weken van dit jaar nog iets goed te maken is? Nog slechts korten tijd en de Kerstklokken zullen ons herinneren aan de geboorte van den Heiland der wereld. Als er iets aan ons gebed, aan onze toewijding of aan ons offer ontbroken heeft, welnu, voor ons allen staat alsnog de gelegenheid open, om het verzuimde goed te maken, om met onze voorbede te gaan tot God, om in de ware toewijding ons te zetten tot den arbeid — niet van ons en enkele andere beroepsarbeiders — maar tot den arbeid, die gevraagd mag worden van al onze lezers en van allen, die belang behooren te stellen in den zendingsarbeid, om te brengen het offer, waarop de zendingsarbeid recht heeft. Al onze lezers weten, dat door het Zendingsbureau, ieder aanbod om ons hulp te verleenen in onzen arbeid, of om ons werk te steunen met een geldelijke bijdrage, dankbaar geaccepteerd wordt.

Wij nemen voor dit jaar afscheid van onze lezers, nu niet met een concrete vraag om een boekje te koopen, een busje te nemen, een abonné voor ons te winnen, een kalender van ons te koopen; wij hebben reeds zooveel gevraagd dit jaar. Dankbaar zien wij elkaar in de oogen, dankbaar slaan wij het oog omhoog.

In de stellige verwachting, dat wij in het komende jaar met alle bij ons gereed liggende plannen niet tevergeefs bij U zullen aankloppen, gaan wij den Oudejaarsavond tegemoet, verwachtende den Nieuwjaarsmorgen, daarbij vertrouwende op U! Wij rekenen, zooals gezegd, opnieuw op veler steun en zijn ervan overtuigd dat, als wij doen wat wij kunnen, God wel zal zorgen voor wat boven onze krachten gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1929

Nederlands Zendingsblad | 20 Pagina's

Binnenlandsche Actie

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1929

Nederlands Zendingsblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken