Bekijk het origineel

Tweede Seculairfeest der Herrnhutter Zending

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tweede Seculairfeest der Herrnhutter Zending

5 minuten leestijd

1732 — 21 Augustus — 1932.

De Protestantsche heidenzending is eerst goed op gang gekomen in de 19e eeuw. Voor dien tijd liet men er zich weinig aan gelegen liggen. Uitingen van Luther bewijzen, dat hij de noodzakelijkheid en den plicht der zending erkende, maar de moeilijkheden van zijne dagen, het beperkte wereldverkeer en andere omstandigheden waren oorzaak, dat de reformatoren er bezwaarlijk aan konden denken het zendingsbevel op te volgen. We willen niet miskennen, wat de O. I. Compagnie voor de zending moge gedaan hebben, de ware zendingsgeest kwam echter voorloo-pig weinig tot uiting. Vrij algemeen was de meening, dat men „het vervloekte geslacht van Cham met de roede in de lenden moest wonen” en een der zangers onzer kerk, Erdmann Neumeister (overl. 1756), aan wien wij het alom bekende gezang 177: Jezus neemt de zondaars aan, danken, dichtte ook:

Gaat heel de wereld in, was oudtijs het bevel, Maar nu: blijf waar ge zijt naar ’s Heeren wijs bestel.

Toch heeft ook de groote zendingsbeweging hare voorloopers gehad. John Eliot († 1690), een Engelsch predikant, die met landverhuizers naar Amerika was vertrokken, heeft hier met grooten zegen onder de Indianen gearbeid. Op initiatief van den vromen koning Frederik IV, die 1699-1739 over Denemarken regeerde, gingen 1705 Ziegenbalg en Plütschau naar Tran-kebar in Voor-Indië, en eveneens bewoog de door dezen koning gewekte zendingsgedachte den Deenschen predikant Hans Egede in 1721 op Groenland het evangelie te gaan prediken. Wat door hen tot stand kwam, was te danken aan den ijver van afzonderlijke personen.

Een nieuwe geest kwam in de beweging, toen een gemeenschap de zendingsgedachte als een plicht en taak aanvaardde. Dit te doen was aan de broedergemeente voorbehouden.

De broedergemeente heeft haar oorsprong in de dagen van den martelaar Johannes Huss. Sinds 1457 vormde zij een zelfstandige kerk, die het in den tijd der contra-reformatie zwaar te verantwoorden zou krijgen. De Nijmeegsche je-zuiet Canisius was de ziel der contra-reformatorische beweging, en de door de jezuieten opgeleide keizers en vorsten de willige werktuigen om het streven door de uitgezochtste wreedheden te doen slagen. Een gering overblijfsel der Moravische broeders vond, toen zij om Rome’s druk hun land verlieten, in 1722 een wijkplaats in Saksen op den Hutberg, behoorende tot de bezittingen van graaf Nicolaas von Zinzendorf (geb. 1700). Dit is het begin en de kern van het dorp en de gemeente Herrnhut, waarnaar de broeders Herrnhutters zijn geheeten.

Ook bij Von Zinzendorf had de zendingsgedachte toen reeds post gevat. Als jongeling sloot hij met zijn vriend Von Watteville een verbond tot bekeering der heidenen. Een afbeelding van den gekruisigden Heiland, welke hij op een reis naar Utrecht te Düsseldorf zag en het onderschrift: „Dat deed Ik voor u, wat doet gij voor Mij?” drukten zich diep af in zijne ziel. Voor-loopig kwam er echter van zending niets. Maar eenige jaren nadat de gemeente in 1727 was georganiseerd, deed Von Zinzendorf, die van het werk van Egede vernomen had, een reis naar Kopenhagen. Eenige broeders, welke hem vergezelden, kwamen er in aanraking met een neger, den moor van den opperstalmeester, die hun van de ellende vertelde, waarin zijn volksgenooten op het aan Denemarken behoorende eiland St. Thomas in West-Indië verkeerden. Toen het gezelschap in Herrnhut was teruggekomen, schilderde Von Zinzendorf voor de gemeente zoo aanschouwelijk het lot der zwarten in de West, dat twee broeders zich bereid verklaarden hun het evangelie te brengen. Ook hier wilde de gemeente aanvankelijk niets daarvan weten, de zaak was hun te nieuw en ongehoord. Doch nadat de neger uit Kopenhagen zelf hun van de zonde en geestelijke blindheid der slaven en tevens van hun verlangen naar iets beters en hoogers was komen verhalen, sloeg de stemming om, en verklaarde de broedergemeente zich bereid de hand aan het zendingswerk te slaan.

Leonard Dober en David Nitschmann werden 21 Augustus 1732 uitgezonden. Elk van beiden kreeg 6 daalders reisgeld, verder moest God hen helpen. Onderweg vonden ze weinig aanmoediging, zelfs niet in Kopenhagen. De overtocht werd geweigerd en de vermelde neger was van opinie veranderd. Maar gelukkig waren er ook andere menschen, die door milde giften de overvaart mogelijk maakten. Een Hollandsche kapitein was bereid hen over te brengen. Zoo landden ze 13 December 1732 op St. Thomas.

Het kleine begin groeide uit tot een groot werk. Toen Von Zinzendorf 1760 stierf, had de kleine gemeente reeds 226 zendelingen uitgezonden naar alle werelddeelen behalve Australië. Gedurende twee eeuwen zijn 3000 zendelingen en zendelingsvrouwen afgevaardigd.

’De broedergemeenten in Europa en N.-Amerika tellen thans samen 58.000 leden, die 15 zendingsterreinen verzorgen, waar 225 Europeesche en 459 inheemsche krachten arbeiden, behalve nog de bij het onderwijs dienenden. De gemeenten uit de heidenen tellen thans 135409 gedoopten, 40806 dagschoolkinderen, 25554 Zondagsschoolkinderen. Ook andere takken van werkzaamheid kunnen genoemd worden. Wie weet bijv. niet van de inrichting tot melaatschenverple-ging „Bethesda” bij Paramaribo?

Ook onze kolonie Suriname is n.l. een der arbeidsvelden, reeds sinds 1735. Tot vier jaar geleden heeft Herrnhut er de volle verantwoordelijkheid voor gedragen. Financieele nood noopte toen het werk in onze West over te dragen aan de Zeister broedergemeente alleen.

Nederland, dat zich de zorg der broedergemeente voor Suriname heeft laten welgevallen, heeft te haren opzichte dure verplichtingen. Zij herdenkt nu, dat ze haar zending twee eeuwen geleden begon en in 1935, dat ze zich in onze kolonie vestigde. Tusschen de beide gedenkjaren 1932 en 1935 wil men een bijzondere actie ten behoeve der Herrnhutter zending voeren, waartoe zich een Uitvoerend Comité heeft gevormd. Als middelen denkt het zich geschriftenverspreiding, zendingsfeesten, lezingen, collecten, enz.

Vermoedelijk leeft er nog veel familie van den klimaatschieter, wiens zendingskennis pyramideerde in het advies: „Laat de Papoea’s dansen in den maneschijn.” Den zendingsvrienden zij het een aansporing te voorzien ook in wat de zending door deze wijsbegeerte wordt te kort gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1932

De Wartburg | 4 Pagina's

Tweede Seculairfeest der Herrnhutter Zending

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1932

De Wartburg | 4 Pagina's

PDF Bekijken