Bekijk het origineel

Vragenbus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vragenbus

6 minuten leestijd

Pachtwet

Namens een Diaconie werd mij ter beantwoording doorgezonden een schrijven, waarin o.m. was opgenomen het navolgende:

„Met 1 Mei j.l, verviel van enkele „stukken de pacht. Wij stonden de pach-„ters toe, 50% te betalen, en dachten in „Nov. nog 25% te ontvangen; 25% re-„ductie zou worden toegestaan.

„De halve pacht werd voldaan.

„Nu deed de crisispachtcommissie een „uitspraak, die nog onder de 50% (kwam, „zonder dat er de zinsnede bij voorkomt. „dat de verpachter veroordeeld werd tot „terugbetaling van het teveel ontvange-„ne. Moet dit nu rechtens worden terug„betaald? De Kantonrechter wist, dat de „helft betaald was.”

Wanneer ik het bovenvermelde juist heb gelezen, dan begrijp ik er uit. dat de geheele pachttermijn verviel op 1 Mei 1932 en dat door de Diaconie uitstel aan de pachters werd verleend, wat betreft de betaling van 50% der pachtsom. Om ontvankelijk te zijn in hun verzoek betreffende pachtvermindering hadden m.i. de pachters binnen 14 dagen overeenkomstig artikel 2 der crisis-pachtwet 1932 na 1 Mei j.l. hun verzoek daartoe bij den Kantonrechter moeten indienen, zijnde immers 1 Mei de vervaltermijn.

De datum, tot welken men uitstel van betaling verleent, is nimmer een vervaltermijn, welke volgens de huurovereenkomst vastgesteld is geworden.

Artikel 2 van genoemde wet luidt als volgt:

„De pachter bij eene pachtovereen-„komst, aangegaan voor 1 Januari 1932, „die van oordeel is, dat van hem in ver-„band met de heerschende buitengewone „tijdsomstandigheden niet in redelijkheid „kan gevorderd worden den bedongen „pachtprijs te voldoen, kan telkens uiter-„lijk binnen 14 dagen na het vervallen „van eenen termijn, zich bij verzoek„schrift wenden tot den kantonrechter „binnen wiens kanton het gepachte of „het grootste deel daarvan gelegen is, „teneinde eene geheele of gedeeltelijke „ontheffing van de betaling te bekomen.

„Zoolang op een tijdig ingediend ver„zoekschrift niet is beslist, wordt de ver„plichting tot betaling van den pacht-„termijn opgeschorst”.

Daarom begrijp ik niet, dat de pachters nog ontvankelijk zijn verklaard door de pachtcommissie in hun verzoek, ingediend in November j.l.

Is echter in de huurovereenkomst bepaald, dat de pachtsom bij helften moet betaald worden en wel de eene helft op 1 Mei en de andere helft op 1 November en de pachtcommissie heeft op het verzoek, ingediend na 1 November meer dan 50% reductie verleend, dan wil dit zeggen, dat op de hellt der pacht, welke op 1 November verviel meer dan 50% reductie is verleend.

Dus omtrent de hellt, welke op 1 Mei j.l. is betaald, heeft de pachtcommissie geen uitspraak gedaan.

Artikel 7 dier wet houdt in:

„Ingeval van geheele of gedeeltelijke „ontheffing van de betaling van een ter-„mijn van den pachtprijs ingevolge deze „wet wordt, voor zooveel dezen termijn „betreft, de pachtprijs in de oorspronke„lijke pachtovereenkomst geacht te zijn „bepaald op het bedrag, tot hetwelk deze „termijn is teruggebracht.”

Dus de reductie geldt alleen voor den termijn, waarop het verzoekschrift overeenkomstig de wet betrekking kan hebben.

Van terugbetaling van eenig bedrag kan m.i. in bovengenoemd geval nimmer sprake zijn. terwijl van den termijn, waaromtrent reductie is toegestaan, aan de Diaconie nog moet betaald worden die aantal%, welke het verschil vormen tusschen 100% en het toegestane aantal% reductie.

Ik zou er voortaan wel prijs op stellen om tegelijk met een vraag, zooals onderhavige, tevens de uitspraak van de pachtcommissie te mogen ontvangen.

Huurcontract en zegel.

Door de Diaconie te T. werd mij de navolgende vraag voorgelegd:

„Daar wij een huurder der woningen „hadden, die midden in het jaar er uit gaat „en verder geen huur wenscht te betalen „dan tot dien dag, waren wij besloten om „van iedere woning een huurcontract te „geven. En nu is mijn vraag, moet dit voor „een diaconie op zegel of kan dit op ge-„woon papier.”

Met betrekking tot verhuring door een Diaconie gelden dezelfde bepalingen als voor eene verhuring door een particulier persoon. Daarin is geen enkel onderscheid. Of door de Diaconie al of niet een huurzegel moet gebruikt worden, hangt af van de grootte van den totalen huurprijs ( plus lasten, welke de huurder voor zijne rekening neemt ).

Huren tot ƒ 250 per jaar zijn vrij van zegel.

Huren tot ƒ 500 per jaar zegel ƒ 0.50, voor elke ƒ 250 meer ƒ 0.25 hooger. Boven ƒ 5000, elke ƒ 500 meer ƒ 0.50 hooger.

Jaren ter keuze (z.g. optie-jaren) mederekenen.

Huren tot wederopzeggings toe 10 maal jaarlijkschen huurprijs.

Verjaring onroerend goed en grondbelasting.

Een andere vraag van dezelfde Diaconie luidt:

„Wij hebben een stukje grond, dat „door de diaconie al 70 jaar in gebruik is, „maar nu komt het uit, dat de grondbe„lasting altijd door een ander wordt be„taald en ook nog bij die persoon op het „kadaster staat. Nu eischt hij het terug „of een vergoeding van honderd gulden. „Kan hij ons in rechten aanspreken of „kunnen wij dit wel stil laten geworden.”

Artikel2000 van het Burg. Wetboek luidt:

„Die te goeder trouw en uit kracht van „een wettigen titel een onroerend goed, „eene rente of eenige andere, aan toonder „niet betaalbare inschuld verkrijgt, be-„komt daarvan den eigendom bij wege „van verjaring door een bezit van twintig „jaren.

„Die te goeder trouw het bezit heeft „gedurende dertig jaren, verkrijgt den „eigendom, zonder dat hij kan worden „genoodzaakt zijnen titel te toonen.”

Nu de Diaconie te goeder trouw al veel meer dan dertig jaar het onroerend goed heeft bezeten, zoo is zij daarvan eigenares geworden. Het gaat haar niet aan, dat een derde vermeend heeft zoolang voor dat perceel grondbelasting te moeten betalen; in elk geval kan aan haar het door verjaring verkregen eigendom niet meer ontnomen worden door eene gerechtelijke procedure, zoo de Diaconie onverhoopt in rechten mocht worden aangesproken.

Wanneer de Staat soms over dat perceel van de Diaconie grondbelasting mocht eischen, dan kan zij daarvan wederom ontheffing bekomen.

De Diaconie is dus voor grondbelasting evenmin aan te spreken, door wie dan ook.

Successierecht.

Van den heer H. C. van Woerden te Breda, aan wien bij deze daarvoor hartelijk dank gezegd wordt, ontving ik een schrijven van den volgenden inhoud:

„In het November-nummer van Dia-„konia las ik een vraag over successie-„recht.

„De Diaconie alhier ontving dit jaar een legaat van ƒ 500.— en betaalde 10% „successierecht”.

Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Diakonia | 20 Pagina's

Vragenbus

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Diakonia | 20 Pagina's

PDF Bekijken