Bekijk het origineel

Geordineerd Tot Het Eeuwige Leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geordineerd Tot Het Eeuwige Leven

1 minuut leestijd

En daar geloofden zoovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven. Hand. 13 : 48b.

Deze woorden hebben betrekking op hen, die uit de Heidenen te Antiochië in Pisidië tot het geloof in den Christus kwamen. Antiochië in Pisidië was een van de plaateen, welke Paulus en Barnabas op hun eerste zendingsreis aandeden. Op den dag des Sabbats gingen zij in de Synagoge, en werden toen na het lezen der wet door de oversten der synagoge uitgenoodigd om een woord van vertroosting tot de aanwezigen te spreken.

Paulus grijpt deze gelegenheid volgaarne aan om den rijkdom van het Evangelie der genade te verkondigen. Hij wijst op de voorrechten, die het Israëlitische volk hebben ontvangen, en dat de belofte aan David gedaan, dat uit hem de Messias geboren zou worden, in de komst van Jezus Christus in het vleesch is vervuld. Welke Messias door het Joodsche volk is verworpen, aan het kruis is gehecht en gedood, maar door God ten derde dage is opgewekt. Paulus toont uit de Schrift aan, dat Jezus Christus de ware Messias is, in Wien zij moeten gelooven tot zaligheid. Niet door de werken der wet kunnen zij gerechtvaardigd worden, maar door het geloof alleen.

De Heidenen baden daarop den apostelen, dat ook hun op den naasten Sabbat deze blijde boodschap zou worden verkondigd. Zij komen in grooten getale op, en luisteren met spannende aandacht naar de boodschap des heils. En noch de nijd der Joden, noch hun tegenspraak en laster verhinderden, dat velen uit de Heidenen het Woord Gods aannamen.

„En daar geloofden zoovelen als er geordineerd waren ten eeuwigen leven.”

* *

*

Dus niet allen geloofden, maar alleen zij, die tot het eeuwige leven geordineerd waren, d.w.z. zij, die door God in zijn eeuwig Raadsbesluit tot het eeuwige leven verkoren waren.

Het is uit dit woord wel duidelijk, dat het gelooven niet afhangt van den wil des menschen, maar van het besluit Gods, n.l. dat der uitverkiezing. Zij, die naar Gods eeuwig welbehagen tot de zaligheid verkoren zijn, zijn ook door God geordineerd om op den tijd door Hem bepaald tot het geloof te komen.

Wrj weten niet, hoe groot het aantal geloovigen in Antiochië is geweest. Het staat ons niet opgeteekend. Maar dit weten we wel, dat het niet grooter noch kleiner is geweest dan God in Zijn eeuwig Raadsbesluit had bepaald. Dan is het getal vol, en dan komt er niet één meer bij.

En zooals het toen in Antiochië was, zoo is het nu nog op elke plaats, waar het Woord Gods wordt bediend en het Evangelie wordt verkondigd. Het gelooven is afhankelijk van het besluit Gods. „Het is niet desgenen die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.”

De schoonste en roerendste toespraak van Paulus vermocht geen enkel hart te veranderen. De rijkste evangeliebediening vermag geen enkelen zondaar tot bekeering te brengen. Er kan onder de prediking des Woords een groote schare opkomen, velen kunnen door de prediking getroffen worden en hun gemoed tot schreiens toe bewogen, hartsverandering en gelooven wordt alleen het deel van hen, die door God ten eeuwigen leven geordineerd zijn.

Zoo moeten wij weten, dat het gelooven niet afhangt van wat menschen doen, maar alleen van wat God heeft gedaan, alleen van het besluit Gods. Gelukkig maar, want daardoor alleen kan het gelooven een blijvende waarde hebben.

* *

*

Maar is dan de prediking des Woords niet overbodig?

Neen, want die prediking is juist het middel, dat God wil gebruiken om wat Hij besloten heeft, in den zondaar te verwerkelijken. „Zoo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God.”

Werkt de wetenschap, dat God alleen tot het geloof doet komen hen, die geordineerd zijn ten eeuwigen leven, niet verslappend op de bediening des Woords en op het zendingswerk onder de Heidenen?

Ongetwijfeld wel op hen, die het zoeken in eigen werk. En zulken spreken dan ook, wanneer zij geen resultaat zien, van „een ploegen op rotsen”. Maar nooit op hen, die den eisch Gods verstaan van het: „Predikt het Evangelie aan alle creaturen”, en in gehoorzaamheid aan dat bevel des Heeren hun arbeid verrichten. Die vinden het heerlijk, dat zij door God geroepen zijn, om het middel te wezen om den door God verkoren zondaar met het Woord in aanraking te brengen. Zij verkondigen het Woord, en brengen het Evangelie onder de Heidenen, alsof God hen allen ten eeuwigen leven geordineerd had, en laten het dan aan den Heere over wie en hoevelen Hij tot het geloof wil brengen. Zij belijden ook van deze waarheid, en vinden daarin rust: „O diepte des rijkdoms beide der wijsheid en der kennisse Gods.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 augustus 1936

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Geordineerd Tot Het Eeuwige Leven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 augustus 1936

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken